Zoeken naar de juiste vorm

 

De nieuwe Woningwet verplicht woningcorporaties om prestatieafspraken te maken met de gemeenten waarin zij actief zijn. Ook de manier waarop dat gaat, ligt vast in de wet. Hoe verliep het maken van die afspraken vorig jaar? Paulus Jansen (wethouder gemeente Utrecht), Louis Zwaan (bewonersvereniging Hestia) en Wieke van Veldhuizen (manager strategie bij Portaal) kijken terug.

LEES VERDER

Wieke van Veldhuizen (Portaal):

‘Huurders en gemeenten zijn meer in positie gebracht’

 

‘Prestatieafspraken zijn op zich niet nieuw, maar het maken ervan heeft wel een andere lading gekregen. Voorheen maakten niet alle corporaties en gemeenten afspraken. Bovendien waren de afspraken soms vaag. Het is nu veel minder vrijblijvend. De corporaties worden geacht bij te dragen aan de gemeentelijke woonvisie. Het kan gebeuren dat je het niet met alles eens bent wat in de woonvisie staat. Bijvoorbeeld als je vindt dat de gemeente onredelijke dingen van je wil. Het is dus niet: u vraagt en wij draaien. Als corporatie moet je dan wel aangeven waarom iets niet kan. En als je er helemaal niet uitkomt, kun je naar een geschillencommissie. Maar zo ver wil je het natuurlijk niet laten komen. De volkshuisvestelijke belangen staan centraal.’

‘Met de nieuwe Woningwet zijn zowel huurders als gemeenten meer in positie gebracht. Gemeenten kunnen beter sturen. Ze krijgen jaarlijks van de Woonautoriteit een indicatie van de investeringsmogelijkheden van de corporaties. Ze kunnen dus kijken of zij zich wel genoeg inspannen: gaan ze wel ver genoeg met hun bod? Ook de HBV’s krijgen deze indicatie. Zij zijn volwaardige gesprekspartners geworden.’

Soepel

‘Nieuw is ook de planning: elk jaar brengen we opnieuw een bod uit. Dat maakt het meteen ook lastig. De inkt is nog niet droog, of we beginnen weer opnieuw. Maar investeringen hebben een langjarig karakter. Het is daarom logischer om een raamovereenkomst te sluiten voor vijf jaar, met daarbinnen een activiteitenoverzicht voor het komend jaar. Die overeenkomst kun je dan jaarlijks bijstellen. Ik merk dat iedereen op dit vlak nog een beetje aan het zoeken is.’

‘Het maken van de prestatieafspraken is vorig jaar soepel verlopen. In de meeste gemeenten zat er weinig afstand tussen de woonvisie en wat wij konden bieden. Als er discussie was, ging dat meestal over een verschil van inzicht in het aantal benodigde nieuwbouwwoningen. Maar we zijn daar goed uitgekomen.’

‘Wat dit jaar beter kan, is de manier waarop de HBV’s bij het proces worden betrokken. Vorig jaar waren we met veel gemeenten al in gesprek, toen ineens de nieuwe regels van kracht werden. Nu zit er meer lijn in het hele proces. Met de HBV’s hebben we duidelijk afgesproken wanneer we waarover in gesprek gaan.’

‘Het kan gebeuren dat je het niet met alles eens bent wat in de woonvisie staat.’

Wat zegt de wet?

Sinds 1 juli 2015 geldt de nieuwe Woningwet. Een belangrijk onderdeel van deze wet: de activiteiten van woningcorporaties moeten ingebed zijn in het beleid van de gemeenten waarin zij actief zijn. De wet regelt hoe dat moet: op basis van haar woonvisie geeft de gemeente aan welke prestaties zij van de corporatie verwacht. Belangrijke maatschappelijke prestaties gaan over de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van sociale woningen. Daarnaast komen andere onderwerpen aan bod. Denk aan duurzaamheid en het realiseren van woningen voor bepaalde doelgroepen (ouderen, mensen die zorg nodig hebben, statushouders). De HBV’s zijn volwaardig partner in de gesprekken tussen gemeente en corporatie. Zij zijn mede-ondertekenaars van de afspraken.

Louis Zwaan (Hestia):

‘We zijn met elkaar iets aan het opbouwen’

 

‘Voorheen waren wij geen partij in de gesprekken tussen Portaal en de gemeenten. Nu mogen we meedenken, meepraten en meeondertekenen. Dat is een belangrijke verbetering. Helaas liep dat proces vorig jaar nog niet zo soepel. De gemeente was erg laat met het kenbaar maken van haar wensen. Daarna ging het allemaal zó snel, dat er voor ons nauwelijks ruimte was om onze punten in te brengen.’

‘In Amersfoort draaide alles om het volume. Op zich begrijpelijk: we hebben forse wachtlijsten. Maar wij wilden ook een aantal andere zaken bespreken, zoals duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor speciale groepen. Dat lukte dus niet.’

‘Dit jaar gaat het al wat beter, hoewel de gemeente opnieuw laat uit de startblokken komt: nadat de wensen en eisen al bekend waren, kwamen er opnieuw allerlei nota’s van de gemeente die voortkwamen uit voortschrijdend inzicht.’

Overvragen

‘In de gesprekken met de gemeente zien we dat Portaal heel consistent redeneert vanuit de portefeuillestrategie. Op basis daarvan wordt precies aangegeven wat wel kan en wat niet. Dat vind ik goed. De gemeente heeft namelijk toch een beetje de neiging te overvragen en steeds andere accenten te leggen. Bij het herijken van de portefeuillestrategie zijn wij nauw betrokken geweest. Op die manier hebben we het bod voor dit jaar dus ook min of meer voorbereid. In dat proces is onze invloed vooralsnog groter dan in de gesprekken met Portaal en de gemeente.’

‘Wij willen graag dat de woningen in het Soesterkwartier energiezuiniger worden. Liever kleine maatregelen bij een groot aantal woningen, dan veel geld besteden aan dure nul-op-de-meterrenovaties die je maar bij een paar woningen kunt uitvoeren. Over het nemen van die kleinere maatregelen maken we nu afspraken. We zijn dus weer een stapje verder. Ik zie het zo: we zijn met elkaar iets aan het opbouwen. Het kost tijd om het goed voor elkaar te krijgen.’

Paulus Jansen (wethouder in Utrecht):

‘De centen die er zijn, gaan we ook besteden’

 

‘Voorheen maakten we ook prestatieafspraken, maar corporaties moeten nu het achterste van hun tong laten zien. Mijn principe is: de centen die er zijn, gaan we ook besteden. Natuurlijk moet dit wel leiden tot een verantwoord programma. Vooraf hadden we adviesbureau Ortec de bestedingsruimte van de corporaties laten doorrekenen. Dat was het uitgangspunt voor de onderhandelingen.’

‘Toen ik in 2014 als wethouder aantrad, was Utrecht kampioen huurverhoging, met een jaarlijks gemiddelde van 6 procent. Het loon van de primaire doelgroep van corporaties groeit hooguit mee met de inflatie. Als de huurverhoging daarbovenuit komt, breng je deze groep steeds meer in de problemen. Betaalbaarheid is daarom een belangrijk punt. Portaal is daar goed aan tegemoet gekomen, door de huur voor de laagste inkomensgroep niet te verhogen.’

Tekort

‘De tweede prioriteit is beschikbaarheid. Utrecht blijft groeien, en een deel van de nieuwe inwoners is aangewezen op sociale-huurwoningen. Alleen daarom al zijn er jaarlijks 450 woningen nodig. Maar we zitten ook nog met een tekort; als er niets gebeurt, zal dat in 2019 zo’n vierduizend woningen bedragen. Met de prestatieafspraken die we hebben gemaakt, kunnen we dat terugdringen tot zo’n 2.800. Natuurlijk kan ik daar niet tevreden over zijn: er blijft een flink tekort. Maar dat kan ik Portaal niet kwalijk nemen. Ik zie dat ze doen wat ze kunnen doen.’

‘Een derde belangrijk punt voor mij is duurzaamheid. Portaal neemt deel in de Stroomversnelling. Grote aantallen worden nog niet gehaald, maar ik ben positief over de ambitie.’

Discussies

‘Behalve over deze punten hebben we discussies gevoerd over een aantal andere onderwerpen. Zoals bekend, wil Utrecht blijven investeren in verschillende woningmarktgebieden. Ik wil echter wel dat Utrecht wordt gezien als kernregio en dat die positie ook betekenis heeft. Híér ligt de grootste opgave. Mochten er in de toekomst te weinig middelen zijn, dan wil ik dat de prioriteit in de regio Utrecht ligt. Een ander onderwerp betreft de positie van huurders. Portaal vond een huurderspanel aanvankelijk voldoende, terwijl ik een echte huurdersbelangenvereniging wil. Zo’n panel is prima om consumentenideeën op te halen, maar met huurders moet je ook serieuze discussies voeren over allerlei keuzes, bijvoorbeeld de sloop van complexen. Ik vind dat Portaal op dat punt de huurders nog wel wat serieuzer mag nemen.’

Video
Contact

Verstuur