Buurtambassadeurs in Overvecht

Bewoners met hart voor de wijk

Betrokken bewoners die gebreken aan ons doorgeven, rommel opruimen en mensen aanspreken op hun gedrag: sinds twee jaar hebben we in de Utrechtse wijk Overvecht buurtambassadeurs. De wijk knapt er zienderogen van op.

Lees verder

Het is half vijf in de middag. Allal Ouzil gaat straks de nachtdienst in, hij werkt in de zorg. Voor Driss Yahiaoui zit de werkdag erop, hij werkt overdag in een overdekte fietsenstalling en komt net thuis. Ze ontmoeten elkaar op de Ankaradreef. Van daaruit maken ze hun rondje in en om de flats aan de Tigrisdreef, Haifadreef, St. Eustatiusdreef, St. Maartendreef en Ankaradreef (de THEMA-dreven) in Overvecht. Dat doen ze twee keer per week. Net als vier andere bewoners vervullen ze vrijwillig de rol van buurtambassadeur.

Betrokken bewoners

De flats aan de THEMA-dreven zijn van Mitros en Portaal. Samenwerken om het gebied schoon, veilig en heel te houden, ligt dus voor de hand, vertelt adviseur leefomgeving Susan ter Bekke: ‘Mitros werkte al langer met buurtambassadeurs. Toen zij ons twee jaar geleden benaderden of we met hen wilden meedoen, hoefden we niet lang na te denken. Onze twee recent gerenoveerde complexen willen we graag strak en netjes houden. Zodat onze huurders fijn en prettig kunnen wonen.’

De buurtambassadeurs kregen een training bij de Strategische WijkAanpak. Zij werken in duo’s die bestaan uit een Portaal- en een Mitros-huurder; tijdens hun ronde doen ze de complexen van beide corporaties aan. Voor bewoners zijn ze herkenbaar aan een blauwe bodywarmer met daarop het logo van beide corporaties. ‘Buurtambassadeurs zijn betrokken bewoners, die vaak al jarenlang in de wijk wonen. Ze zijn benaderbaar en durven op hun beurt ook mensen aan te spreken’, licht Susan toe.

‘Onze twee recent gerenoveerde complexen willen we graag strak en netjes houden’

Driss en Allal voldoen volledig aan dat profiel. Ze wonen al meer dan twintig jaar in de wijk en doen er alles aan om de buurt leefbaar te houden. Driss begeleidt al jaren sportactiviteiten voor de kinderen. Als we langs het grote kunstgrasveld lopen, blijkt hij ze allemaal bij naam te kennen. ‘We houden van deze wijk en we willen dat onze kinderen in een goede omgeving opgroeien’, verwoordt Allal het motief van beiden om dit vrijwilligerswerk te doen.

Driss vindt dat er genoeg gekletst is: aan het werk. ’We gaan even praktijk doen’, zegt hij, en loopt voor ons uit, langs de Ankaraflat. De twee mannen zijn nog maar nauwelijks aan hun ronde begonnen of ze zien al de eerste dingen die niet kloppen, zoals een zak met vuilnis die bij een lantaarnpaal is achtergelaten. De vuilniszak wordt opgepakt en in de container gegooid, even verderop. Allal: ’Als ik zie dat iemand zoiets doet, spreek ik hem daarop aan. Dan zeg ik: “Meneer, dáár is de container.” Soms is de reactie: “Wat moet je nou?”, maar daarna volgt vaak: “Je hebt wel gelijk”.’

‘We houden van deze wijk en we willen dat onze kinderen in een goede omgeving opgroeien’

Marihuanalucht

Even later lopen we de kelder van de Portaal-flat aan de Ankaradreef in. Het lichtgevende groene bordje van de nooduitgang hangt er scheef bij en blijkt los te zitten. Een lamp aan het plafond is kapot en een van de deuren is behoorlijk bekrast. ‘Die moet vervangen worden’, merkt Driss op. De mannen maken overal foto’s van, die ze meteen doorsturen naar Portaal. Terwijl ze dat doen, worden ze aangesproken door een bewoner die uit z’n kelderbox komt. Uit de woning naast hem komt een sterke marihuanalucht, vertelt hij. Bovendien ziet hij daar steeds andere gezichten. Het vermoeden bestaat dat de woning wordt onderverhuurd. ‘Overlast hebben we niet, maar ik wil niet dat mijn vrouw en kinderen steeds met onbekende mannen in de lift staan.’ De buurtambassadeurs maken er melding van.

Routine

Dan gaan we weer naar buiten en lopen om de flat heen. Aan de achterkant, in het gras, ligt een opengescheurde vuilniszak. Ongetwijfeld vanaf een balkon naar beneden gegooid. Met plastic zakken als handschoen, aangetroffen in de groenstrook die aan het gras grenst, doen Allal en Driss de meloenschillen en ander afval terug in de zak, om ook die later in een container te gooien.

Tot slot gaan we het complex in aan de St. Maartendreef. Bij de wat verdiepte entree maakt Driss even een putje leeg. Er zitten bladeren en ander vuil in. Zijn routine verraadt dat hij dit regelmatig doet. ‘Als het putje verstopt zit, kan het regenwater de flat binnenlopen’, legt hij uit.

Binnen wordt genoteerd dat er een flinke scheur in het nieuwe stucwerk zit. We gaan naar boven, lopen over de galerij van de zevende etage, maar daar wordt niets onregelmatigs gezien. Even genieten we van het uitzicht. ‘Door de buurtambassadeurs is de leefbaarheid sterk verbeterd’, zegt Driss, terwijl hij over de wijk uitkijkt. ‘We worden serieus genomen en zijn makkelijker te benaderen dan Portaal. Iedereen heeft respect voor ons en voor ons werk. Dat is heel mooi.’

Video
Contact

Verstuur