Spring naar inhoud

Geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening

1. Balans per 31 december 2022 (voor resultaatsbestemming)

ACTIVA  Ref Geconsolideerd
31-12-2022
Geconsolideerd
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2022
Enkelvoudig
31-12-2021
Materiële vaste activa 8.1.        
- Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie 8.1.1. 22.732 24.596 17.605 19.803
Totaal materiële vaste activa   22.732 24.596 17.605 19.803
           
Vastgoedbeleggingen          
- DAEB vastgoed in exploitatie 8.1.2. 9.206.847 9.575.306 9.206.847 9.575.306
- Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.1.3. 800.549 825.203 800.549 825.203
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.1.4. 110.538 118.957 110.538 118.957
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.1.5. 125.672 68.280 125.672 68.280
Totaal vastgoedbeleggingen   10.243.607 10.587.746 10.243.607 10.587.746
           
Financiële vaste activa 8.2.        
- Deelnemingen in groepsmaatschappijen 8.2.1. - - 25.118 16.015
- Overige deelnemingen 8.2.2. 247 247 247 247
- Latente belastingvorderingen 8.2.3. 25.939 48.852 25.605 48.483
- Derivaten 8.2.4. 114.682 121.220 114.682 121.220
- Overige langlopende vorderingen 8.2.5. 1.594 2.439 1.576 2.420
Totaal financiële vaste activa   142.462 172.758 167.228 188.385
           
           
Totaal van vaste activa   10.408.801 10.785.100 10.428.439 10.795.934
           
Voorraden 8.3.        
- Vastgoed bestemd voor de verkoop 8.3.1. 15.549 11.500 15.549 11.500
- Overige voorraden 8.3.2. 1.481 1.308 - -
Totaal voorraden   17.030 12.808 15.549 11.500
           
Vorderingen 8.4.        
- Huurdebiteuren 8.4.1. 1.845 1.875 1.845 1.862
- Vorderingen op gemeenten 8.4.2. 1.673 26 1.673 26
- Vorderingen op groepsmaatschappijen 8.4.3. - - - -
- Overige vorderingen 8.4.4. 593 193 593 190
- Overlopende activa 8.4.5. 1.916 3.104 1.913 2.621
Totaal vorderingen   6.027 5.198 6.024 4.699
           
Liquide middelen 8.5. 76.728 92.024 56.496 80.377
           
Totaal van vlottende activa   99.785 110.030 78.069 96.576
           
Totaal ACTIVA   10.508.586 10.895.130 10.506.508 10.892.510
PASSIVA Ref Geconsolideerd
31-12-2022
Geconsolideerd
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2022
Enkelvoudig
31-12-2021
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming) 8.6.        
- Herwaarderingsreserve 8.6.1. 6.439.172 6.945.700 6.439.172 6.945.700
- Overige reserves 8.6.2. 2.041.798 -5.016 2.041.798 -5.016
- Resultaat boekjaar 8.6.3. -384.862 1.540.286 -384.862 1.540.286
Totaal eigen vermogen   8.096.108 8.480.970 8.096.108 8.480.970
           
Voorzieningen 8.7.        
- Voorziening onrendabele investeringen en 8.7.1. 41.065 33.135 41.065 33.135
herstructureringen          
- Overige voorzieningen 8.7.2. 5.603 5.906 4.153 4.291
Totaal voorzieningen   46.668 39.041 45.218 37.426
           
Langlopende schulden 8.8.        
- Schulden aan overheid 8.8.1. 1.803 2.225 1.803 2.225
- Schulden aan kredietinstellingen 8.8.2. 1.930.144 1.868.012 1.930.144 1.868.012
- Agio Langlopende leningen 8.8.3 26.109 26.109 26.109 26.109
- Novaties 8.8.4. 115.023 119.824 115.023 119.824
- Derivaten 8.8.5. 64.084 159.722 64.084 159.722
- Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.8.6. 100.659 109.201 100.659 109.201
- Overige schulden 8.8.7. 495 484 495 484
Totaal langlopende schulden   2.238.318 2.285.577 2.238.318 2.285.577
           
Kortlopende schulden 8.9.        
- Aflossingsverplichting langlopende schulden 8.9.1. 45.199 17.293 45.199 17.293
- Schulden aan kredietinstellingen 8.9.2. 7.643 8.218 7.643 8.218
- Schulden aan leveranciers 8.9.3. 19.511 20.442 18.791 17.452
- Schulden aan groepsmaatschappijen 8.9.4. - - 672 4.320
- Belastingen en premies sociale verzekeringen 8.9.5. 19.856 11.860 20.023 10.442
- Overige schulden 8.9.6. 5.130 5.253 5.145 5.103
- Overlopende passiva 8.9.7. 30.155 26.476 29.391 25.709
Totaal kortlopende schulden   127.494 89.542 126.864 88.537
           
Totaal PASSIVA   10.508.586 10.895.130 10.506.508 10.892.510

2. Winst-en-verliesrekening over 2022

  Ref Geconsolideerd
31-12-2022
Geconsolideerd
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2022
Enkelvoudig
31-12-2021
           
Exploitatie vastgoedportefeuille 9.1.        
- Huuropbrengsten 9.1.1. 375.028 366.061 375.169 366.200
- Opbrengsten servicecontracten 9.1.2. 18.422 19.104 18.508 19.189
- Lasten servicecontracten 9.1.3. -14.693 -14.951 -17.661 -17.664
- Overheidsbijdragen 9.1.4. 5 7 5 7
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten 9.1.5. -21.905 -20.009 -21.921 -20.009
- Lasten onderhoudsactiviteiten 9.1.6. -111.120 -101.012 -109.555 -98.762
- Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille 9.1.7. -52.492 -78.651 -53.538 -79.032
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   193.247 170.549 191.006 169.929
           
Verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.2.        
- Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
- Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
- Toegerekende organisatiekosten   - - - -
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
           
Verkoop vastgoedportefeuille 9.3.        
- Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   40.904 58.572 40.882 58.572
- Toegerekende organisatiekosten   -1.754 -1.771 -1.754 -1.771
- Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -27.225 -40.903 -27.225 -40.903
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille   11.925 15.898 11.903 15.898
           
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.        
- Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.1. -73.804 -26.143 -73.804 -26.143
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.2. -478.837 1.488.213 -478.837 1.488.213
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 9.4.3. 827 3.345 827 3.345
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -551.814 1.465.415 -551.814 1.465.415
           
Overige activiteiten 9.5.        
- Opbrengst overige activiteiten   -1.708 1.152 1.849 1.804
- Kosten overige activiteiten   -1.832 -1.582 -1.832 -1.582
Netto resultaat overige activiteiten   -3.540 -430 17 222
           
Overige organisatiekosten 9.6. -4.557 -31.065 -4.557 -31.065
           
Kosten omtrent leefbaarheid 9.7. -8.566 -7.237 -8.606 -7.244
           
Financiële baten en lasten 9.8.        
- Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 9.8.1. - - - -
- Waardeveranderingen derivaten 9.8.2. 74.862 24.234 74.862 24.234
- Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 9.8.3. 798 38 784 38
- Rentelasten en soortgelijke kosten 9.8.4. -59.404 -74.349 -59.381 -74.320
Saldo financiële baten en lasten   16.256 -50.077 16.265 -50.048
           
Resultaat voor belastingen   -347.050 1.563.053 -345.786 1.563.107
           
- Belastingen 9.9. -37.812 -22.768 -38.079 -22.792
- Resultaat deelnemingen 9.10. - 1 -997 -29
Resultaat na belastingen   -384.862 1.540.286 -384.862 1.540.286
           
    Geconsolideerd Geconsolideerd    
    2022 2021    
Geconsolideerd totaalresultaat          
           
Resultaat na belastingen   -384.862 1.540.286    
Rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen   - -    
Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen   - -    
Totaalresultaat   -384.862 1.540.286    

3. Kasstroomoverzicht over 2022

  Geconsolideerd
31-12-2022
Geconsolideerd
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2022
Enkelvoudig
31-12-2021
         
Operationele activiteiten        
- Huurontvangsten 375.726 368.407 375.726 368.407
- Vergoedingen 19.624 17.496 19.624 17.496
- Overheidsontvangsten 43 135 43 135
- Overige bedrijfsontvangsten 1.311 2.589 1.311 1.245
- Ontvangsten interest 1.348 1.710 1.344 1.710
Saldo ingaande kasstromen 398.052 390.337 398.049 388.993
         
- Erfpacht -22 -45 -22 -45
- Betalingen aan werknemers -54.277 -52.245 -39.261 -38.194
- Onderhoudsuitgaven -78.174 -69.347 -101.371 -89.597
- Overige bedrijfsuitgaven -75.395 -64.860 -67.514 -61.696
- Betaalde interest -63.121 -66.005 -63.107 -66.005
- Sectorspecifieke heffing -1.248 -1.463 -1.248 -1.463
- Verhuurderheffing -22.039 -49.094 -22.039 -49.094
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden -2.570 -2.128 -2.570 -2.119
- Vennootschapsbelasting -8.034 - -8.034 -
Saldo uitgaande kasstromen -304.880 -305.187 -305.166 -308.213
         
Kasstroom uit operationele activiteiten 93.172 85.150 92.883 80.780
         
(Des)investeringsactiviteiten        
- Verkoopontvangsten bestaande huur 36.966 62.078 36.966 62.078
- Verkoopontvangsten woongelegenheid (VOV) na inkoop in dPi periode 3.746 - 3.746 -
- Verkoopontvangsten grond - - - -
- (Des)Investeringsontvangsten overige - - - -
Tussentelling ingaande vastgoedbeleggingen 40.712 62.078 40.712 62.078
         
- Nieuwbouw huur -89.018 -57.719 -89.018 -57.719
- Nieuwbouw verkoop - - - -
- Woningverbetering -59.000 -80.948 -59.000 -80.948
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden -17.260 -1.207 -17.260 -1.207
- Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -9.570 -4.759 -9.570 -4.759
- Sloopuitgaven -596 -762 -596 -762
- Aankoop grond -42.158 -2.599 -42.158 -2.599
- Investeringen overig -2.410 -1.080 -606 -583
- Externe kosten bij verkoop -3.516 -4.795 -3.516 -4.795
Tussentelling uitgaande vastgoedbeleggingen -223.529 -153.869 -221.726 -153.372
         
Saldo in- en uitgaande vastgoedbeleggingen -182.817 -91.791 -181.013 -91.294
         
- Ontvangsten verbindingen 333 - 333 -
- Ontvangsten overig 2.319 31.548 2.319 31.548
- Uitgaven verbindingen - - -10.100 -
- Uitgaven overig -18.578 -58.813 -18.578 -58.813
Saldo in- en uitgaande financiële vaste activa -15.925 -27.265 -26.025 -27.265
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -198.742 -119.056 -207.039 -118.559
         
Financieringsactiviteiten        
- Nieuwe te borgen leningen 157.101 192.191 157.101 192.191
Tussentelling inkomende kasstromen 157.101 192.191 157.101 192.191
         
- Aflossing geborgde leningen -66.827 -100.113 -66.827 -100.113
- Aflossing niet door WSW geborgde leningen - -355 - -355
Tussentelling uitgaande kasstromen -66.827 -100.468 -66.827 -100.468
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 90.274 91.723 90.274 91.723
         
Mutatie liquide middelen -15.296 57.817 -23.881 53.944
         
         
Liquide middelen per 1-1 92.024 34.207 80.377 26.433
Rekening courant per 1-1 - - - -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 1-1 92.024 34.207 80.377 26.433
         
Liquide middelen per 31-12 76.728 92.024 56.496 80.377
Rekening courant per 31-12 - - - -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 31-12 76.728 92.024 56.496 80.377
         
Mutatie liquide middelen -15.296 57.817 -23.881 53.944

4. Algemene toelichting op de balans en winst-en-verliesrekening

4.1. Algemeen

De jaarrekening voor het jaar dat eindigt op 31 december 2022 is opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. De jaarrekening is opgemaakt op 11 mei 2023.

4.2. Activiteiten

Stichting Portaal (verder Portaal) is een stichting met de status van “toegelaten instelling volkshuisvesting” in de zin van artikel 19 van de Woningwet. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet. Portaal en haar groepsmaatschappijen zijn specifiek werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

4.3. Continuïteit

De jaarrekening is opgemaakt op basis van de continuïteitsveronderstelling.

De oorlog in Oekraïne heeft (directe en indirecte) gevolgen gehad op Portaal. Dit resulteert onder andere in stijging van bouwkosten, toegenomen schaarste van bouwmaterialen en toegenomen rente. Dit zorgt voor spanning tussen enerzijds de ambitie om meer woningen te bouwen van goede kwaliteit met een betaalbare huur en anderzijds de financiële haalbaarheid op projectniveau en de risicobereidheid daarin. Daarnaast is er sprake van een hoge inflatie en toegenomen energieprijzen, wat zorgt voor toegenomen huurachterstanden en daarmee neemt het debiteurenrisico toe.

De gevolgen voor de waardering van balansposities (o.a. waardeontwikkeling van het vastgoed) zijn in de jaarrekening meegenomen voor wat betreft de waardering van activa en verplichtingen en komen tot uiting in de resultaatbepaling.

4.4. Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

De statutaire en feitelijke vestigingsplaats van Portaal is Beneluxlaan 9 te Utrecht. Portaal staat ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 30038487.

4.5. Groepsverhoudingen

Woningcorporatie Stichting Portaal staat aan het hoofd van de groep. Indien hierna in de geconsolideerde jaarrekening wordt gesproken over Portaal wordt hiermee bedoeld Stichting Portaal en haar in de consolidatie betrokken groepsmaatschappijen.

4.6. Grondslagen voor de consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Portaal en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin Portaal een meerderheidsbelang heeft of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleids­bepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten betrokken die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend.

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimi­neerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten. De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd waarbij het minderheidsbelang van derden afzonderlijk tot uitdrukking is gebracht. De in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen hanteren dezelfde waarderingsgrondslagen als Portaal.

Naast Portaal zijn de volgende entiteiten in de consolidatie begrepen:

Naam deelneming Belang Vestigingsplaats
Portaal Holding B.V. 100% Utrecht
Portaal Kanaleneiland B.V. 100% Utrecht
Portaal Onroerend Goed Beheer B.V. 100% Utrecht
Portaal Participaties B.V. 100% Utrecht
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. 100% Utrecht

Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. is met ingang van 1 januari 2023 gefuseerd met Stichting Portaal. Ultimo 2022 was Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. een 100 procent deelneming onder Stichting Portaal.

De volgende deelnemingen zijn tegen kostprijs of duurzaam lagere waarde gewaardeerd:

Naam deelneming Belang Vestigingsplaats
B.V. Woonwagenexploitatie 35% Utrecht
Woningnet N.V. 5,6% Weesp
Coöperatie Smart Finance B.A. 2,08% Utrecht

Per 31 december 2022 heeft Portaal de volgende bestuurlijke deelnemingen in stichtingen en verenigingen zonder kapitaalinbreng:

Naam deelneming Vestigingsplaats
Stichting Utrechtse Woningcorporaties Utrecht
Stichting Woonruimteverdeling regio Utrecht Utrecht
Stichting Regioplatform Woningcorporaties Utrecht Utrecht
Stichting De Glazen Lift Amsterdam
Vereniging “Kunstveld” Nijmegen

Portaal heeft vanuit een bestuurlijke rol beleidsbepalende invloed bij voornoemde bestuurlijke deelnemingen waarbij geen kapitaalinbreng heeft plaatsgevonden. Vanwege het beperkte belang zijn de bestuurlijke deelnemingen niet opgenomen in de consolidatie. 

4.7. Stelselwijziging

In 2022 is geen sprake van stelselwijzigingen.

4.8. Foutherstel

Bij het opstellen van de jaarrekening 2022 is bij het bepalen van de beleidswaarde gebleken dat enkele formules in de berekening van de normen voor onderhoud en beheer onjuist waren. In de berekening is zowel het onjuiste inflatiepercentage als de doorrekening daarvan in toekomstige jaren onjuist gebleken. Na aanpassing van de normen is gebleken dat de beleidswaarde per 31 december 2021 193 miljoen euro te hoog is verantwoord in de jaarrekening 2021.

Portaal heeft het effect van de geconstateerde fout in overeenstemming met de Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 150 ‘Foutherstel’ afgewogen. Hoewel de fout geen impact heeft op de balansposities, resultaatbepaling en het eigen vermogen, heeft deze impact op een belangrijke toelichting in de jaarrekening en het jaarverslag alsmede op gepresenteerde ratio’s. Vanwege genoemde overweging is geconcludeerd dat sprake is van een materiële fout en is de fout gecorrigeerd in de vergelijkende cijfers van de jaarrekening 2022.

Het effect van het foutherstel op de beleidswaarde als opgenomen in de jaarrekening in 8.1.2. en 8.1.3. DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is als volgt:

  DAEB vastgoed in exploitatie na correctie (x € 1 mln.) DAEB vastgoed in exploitatie voor correctie (x € 1 mln.) Niet-DAEB vastgoed in exploitatie na correctie (x € 1 mln.) Niet-DAEB vastgoed in exploitatie voor correctie (x € 1 mln.)
Marktwaarde per 31 december 2021 9.575 9.575 825 825
         
Aanpassingen beleidswaarde        
Aanpassing naar beleid doorexploiteren 508 508 27 27
Aanpassing naar huurbeleid (max. streefhuur) -4.119 -4.119 -101 -101
Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid -1.759 -1.647 -62 -55
Aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid -478 -407 -27 -23
Totaal aanpassingen -5.848 -5.665 -163  
        -152
Beleidswaarde per 31 december 2021 3.727 3.910 662 673

Het effect van het foutherstel op de beleidswaarde als opgenomen in het jaarverslag 6.2. Beoordelingskader en financiële continuïteit, sectie Financiële kengetallen is als volgt:

Financiële kengetallen 2021 DAEB na correctie DAEB voor correctie Niet-DAEB na correctie Niet-DAEB voor correctie
         
ICR 2 2 4,5 4,5
Solvabiliteit beleidswaarde 53,1 54,8 69,2 69,6
Loan to value beleidswaarde 46,2 44,1 26,7 26,3
Dekkingsratio (MW) 28,1 28,1 21,4 21,4

Het effect van het foutherstel op de beleidswaarde is tevens opgenomen in het jaarverslag 6.4. Beleidsmatige beschouwing beleidswaarde.

4.9. Presentatiewijzigingen

Bij het opstellen van de jaarrekening 2022 is gebleken dat in de boekjaren 2020 en 2021 het door verkopen gerealiseerde deel van de herwaardering niet was toegerekend aan de post ‘overige reserve’, maar was gepresenteerd onder de post ‘herwaarderingsreserve’. In de jaarrekening 2022 is dit aangepast. Deze presentatiewijziging heeft geen impact op het eigen vermogen en het resultaat, maar wel op de wijze van presenteren van de vergelijkende cijfers van onderdelen binnen het eigen vermogen. Onderstaande tabel geeft een inzicht in de presentatiewijzigingen en de samenstelling van het eigen vermogen en resultaat.

Effecten 2022 geconsolideerd (x € 1.000) Eigen Vermogen Resultaat 2021
Voor presentatiewijziging 31-12-2021 8.480.970 1.540.286
Reclassificatie herwaarderingsreserve    
Herwaarderingsreserve -126.651 -
Overige reserve 126.651 -
Na verwerking presentatiewijziging 1-1-2022 8.480.970 1.540.286

4.10. Schattingswijzigingen

Portaal heeft in de regio Utrecht diverse woningen in bezit waar erfpachtafspraken met de gemeente van toepassing zijn. Bij verkoop van de betreffende woningen of wijziging van de sociale bestemming dient Portaal een verrekening van erfpacht te betalen. Begin 2023 heeft de gemeente Utrecht de herziene uitgangspunten met Portaal gecommuniceerd. Deze uitgangspunten zijn in de jaarrekening 2022 verwerkt met een positieve impact op de marktwaarde per einde 2022 van circa 74 miljoen euro.

4.11. Oordelen en schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Portaal zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.

Indien voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost opgenomen.

Onzekerheid omtrent deze schattingen en veronderstellingen kan resulteren in materiële aanpassingen van de jaarrekening in toekomstige jaren.

Schattingen gebaseerd op toekomstige gebeurtenissen (of het zich niet voordoen van verwachte gebeurtenissen) kunnen onderhevig zijn aan toekomstige veranderingen in de markt en omstandigheden buiten de invloedssfeer van Portaal. Deze schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De belangrijkste schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen zijn de inschattingen bij de bepaling van de marktwaarde en beleidswaarde van de vastgoedbeleggingen alsmede de waardering van derivaten. De grondslagen voor deze schattingen zijn toegelicht in hoofdstuk 5.3 en 5.4. In hoofdstuk 8.1.2 en 8.1.3 zijn de uitkomsten van deze schattingen weergegeven.

4.12. Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

4.13. Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als financiële derivaten verstaan.

Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop de groep de bindende overeenkomst aangaat.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost.

Voor de waardering en verwerking van derivaten wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf derivaten en hedge-accounting (paragraaf 5.13).

4.14. Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Portaal en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

4.15. Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder het afsluiten van financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. Transacties waarbij sprake is van een activa-passiva transactie wordt de overgenomen langlopende verplichting als netto inkomende kasstroom onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten gepresenteerd.  

4.16. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Portaal heeft de gescheiden verantwoording DAEB (sociaal) / niet-DAEB (commercieel) opgenomen in de toelichting op de jaarrekening. De niet-DAEB activiteiten van Portaal zien toe op:

  • het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB tak behoren met als doel de grootstedelijke middenklasse te voorzien in hun woonbehoefte;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan niet- DAEB eenheden;
  • verkoop van nieuwbouwwoningen die vallen onder het overgangsrecht.

Om tot een gescheiden balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het scheidingsvoorstel, welke in overeenstemming met Autoriteit woningcorporaties is aangepast, volledig aan de DAEB dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand nader uiteengezet.

Grondslag voor de scheiding Posten in gescheiden balans Posten in gescheiden winst- en verliesrekening Posten in gescheiden kasstroomoverzicht
Directe scheiding op VHE-niveau. De opbrengsten/ kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele VHE die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB. - DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
- Vastgoed bestemd voor verkoop
- Verplichtingen verkopen onder voorwaarden
- Huuropbrengsten
- Opbrengsten servicecontracten
- Verkoop vastgoedportefeuille
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
- Huren
- Vergoedingen
- Verhuurderheffing
- Verkoopontvangsten
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden
Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB en niet-DAEB activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex. - Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
- Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
- Lasten servicecontracten
- Overheidsbijdragen
- Lasten onderhoudsactiviteiten
- Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille
- Overige waardeveranderingen
- Overige activiteiten
- Leefbaarheid
- Overheidsontvangsten
- Overige bedrijfsontvangsten
- Erfpacht
- Onderhoudsuitgaven
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden
- Overige directe bedrijfsuitgaven
- Woningverbeteringen, woon- en niet woongelegenheden
Gescheiden op basis van de aard van de achterliggende activiteit waardoor de post volledig toebehoort aan de DAEB of niet-DAEB tak van Portaal. - Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie
- Deelnemingen aan groepsmaatschappijen
- Overige deelnemingen
- Vorderingen en schulden groepsmaatschappijen
- Liquide middelen
- Leningen overheid en kredietinstellingen
- Derivaten en novaties
- Verkocht vastgoed in ontwikkeling
- Financiële baten en lasten
- Resultaat deelnemingen
- Rente ontvangsten
- Nieuwbouw verkoop
- Ontvangsten en uitgaven verbindingen
- Aflossingen en nieuw aangetrokken leningen
Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB/ niet-DAEB tak van Portaal op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB. De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is: 93,40% / 6,60%. (2021: 93,37% / 6,63%) - Overige vorderingen
- Overige voorzieningen
- Overige schulden
- Belastingen en premies sociale verzekeringen
- Lasten verhuur en beheer
- Overige organisatiekosten
- Personeelsuitgaven
- Overige indirecte bedrijfsuitgaven

5. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

5.1. Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015, RJ 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigings­prijs of tegen actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans en de winst-en-verliesrekening zijn referenties opgenomen. Deze referenties verwijzen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans en de winst-en-verliesrekening worden in de jaarrekening genummerd.

5.2. Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de in paragraaf 4.8, 4.9 en 4.10 genoemde presentatiewijziging, foutherstel respectievelijk schattingswijziging.

5.3. Vastgoedbeleggingen

Algemene uitgangspunten

Tenzij bij de afzonderlijke waarderingsgrondslagen van de balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle vastgoedbeleggingen de volgende algemene uitgangspunten.

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tevens worden hierbij de rente op vreemd vermogen tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

5.3.1. DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie

DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed die volgens het scheidingsvoorstel van Portaal als DAEB vastgoed classificeerden. Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Portaal voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners. Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten die niet voldoen aan het criterium van DAEB vastgoed en woningen die conform het door de Autoriteit wonen goedgekeurde scheidingsvoorstel zijn geclassificeerd als niet-DAEB.

Basis voor de waardering is het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, hierna: Handboek marktwaarde.

Waarderingsgrondslag

Portaal waardeert vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet waardering plaats tegen actuele waarde, zijnde de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek marktwaarde). Portaal past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek marktwaarde toe.

Marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij bij waardering conform de full versie een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10 procent plus en min de waarde.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek marktwaarde vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Portaal maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

Bij gebrek aan een actieve markt voor sociaal en commercieel vastgoed in verhuurde staat of een actieve markt waarvan de waarde in verhuurde staat kan worden afgeleid, wordt de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn: 

  • de aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele en feitelijke verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • de overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen, zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijscategorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken, zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde (exit yield) bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar.

Gehanteerde scenario’s en variabelen

Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s:

  • doorexploiteren: Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie;
  • uitponden: Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. De mutatiegraad wordt bepaald op basis van ervaringscijfers uit het verleden, waarbij rekening wordt gehouden met mutatiegraadverhogende incentives naar de huurder.

Bij beide scenario’s wordt uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip “marktwaarde in verhuurde staat”, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De ingerekende initiële huur betreft de huidige contracthuur van het object. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerkosten;
  • bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

De aannames en uitgangspunten van de vastgoedvariabelen die gehanteerd zijn bij de bepaling van de reële waarde van de woningen, zijn door ons bepaald op basis van de marktontwikkeling en inschatting van de specifieke vastgoedrisico’s.

In de vastgoedportefeuille komen diverse directe verplichtingen voor die een belangrijke invloed hebben op de uiteindelijke marktwaarde:

  • restricties voortvloeiende uit gronduitgifte contracten en erfpachtovereenkomsten. Deze kunnen resulteren in een afdracht van een deel van de verkoopopbrengst, het gedurende een periode niet mogen verkopen van woningen en/of de verplichting om de maandhuur van woningen gedurende een bepaalde periode tot een bepaald maximaal huurniveau te beperken;
  • indien bij gestapelde woningen sprake is van niet gesplitste eenheden, dan wordt in het uitpondscenario met splitsingskosten rekening gehouden. Voor het splitsen van woningcomplexen is toestemming van de gemeente nodig. Indien de gemeente bouwkundige eisen aan de splitsing stelt, is niet alleen sprake van administratieve kosten, maar worden ook bouwkundige kosten gemaakt;
  • de bepaling van de marktwaarde is gebaseerd op marktconforme opbrengsten en kosten. Indien het bezit voor wat betreft de onderhoudsconditie kwalitatief niet voldoet aan die marktconforme situatie, wordt een inschatting gemaakt van het onderhoud dat benodigd is om het bezit op marktconform niveau te brengen.

Portaal heeft de in het Handboek marktwaarde voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. Onder toepassing van de full-versie heeft Portaal de voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek marktwaarde afwijkende standpunten ingenomen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Portaal opereert.

Gehanteerde vrijheidsgraden Parameters Portaal
Markthuur € 1.019
Markthuurstijging 3,0%
Exit Yield 3,6%
Leegwaarde € 310.737
Leegwaardestijging 3,7%
Disconteringsvoet 6,1%
Mutatie- en verkoopkans 6,5%
Onderhoud Verwerkt conform Vastgoed Taxatie Wijzer (VTW) 2022
Technische splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is alleen toegepast in de deelportefeuille Utrecht. De gemeente stelt eisen aan de condities van woningen bij het afgeven van een splitsingsvergunning.
Erfpacht Verwerkt conform actuele situatie
Schematische vrijheid Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

De invulling van deze vrijheidsgraden is door de externe taxateur beoordeeld op aannemelijkheid. Voor de vergelijkende cijfers 2021, alsmede voor de parameteranalyse wordt verwezen naar paragraaf 8.1.2. en 8.1.3.

DCF rekenmodel
Voor de vastgoedwaardering maakt Portaal gebruik van het DCF-rekenmodel Reaturn TM (hierna: TMS).

Gehanteerde werkwijze taxaties/validaties

De vastgoedwaarderingen zijn door de medewerkers van de afdeling vastgoedsturing bepaald op basis van het TMS. De inputvariabelen bestaan uit interne bezitsgegevens en externe marktgegevens. De externe taxateur heeft de volgende werkzaamheden verricht om de vastgoedwaardering 2022 vast te stellen:

  • het afgeven van een taxatieverklaring voor het door de taxateur gewaardeerde deel van de vastgoedportefeuille van opdrachtgever, bestaande uit circa 1/3 deel van de totale portefeuille. Dit deel van de portefeuille is volledig gewaardeerd. De gewaardeerde complexen worden in TMS aangeduid als de 3-jaars taxaties;
  • het afgeven van een taxatieverklaring voor het door de taxateur gewaarde nieuwbouw- en renovatieprojecten van de opdrachtgever. Dit deel van de portefeuille is volledig gewaardeerd in TMS. Het betreft hier de waardering na uitvoering van de werkzaamheden;
  • het opstellen van een markttechnische update die betrekking heeft op het overige deel van de (deel)vastgoedportefeuille, bestaande uit circa 2/3 deel van de totale portefeuille. De taxateur stelt voor de parkeer- en woningportefeuille opnieuw de leegwaarde en markthuur vast en toetst ook de overige vrijheidsgraden, risico-inschattingen en de uitkomsten van de waardering aan beleggingstransacties. Voor bedrijfsmatig vastgoed wordt de markthuur bepaald, de risico-inschatting opnieuw beoordeeld aan de hand van de resterende looptijd van het contract, de meer-/minderhuur tot aan expiratie en het marktsentiment. Verder wordt een inschatting gemaakt van de wederverhuurtijd die nodig is om tegen markthuur te kunnen verhuren en de resterende waarde aan het einde van de DCF-periode.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat

Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille. Mutaties in de reële waarde worden binnen het eigen vermogen afzonderlijk als niet-gerealiseerde herwaardering bijgehouden en in de toelichting op het eigen vermogen vermeld.

Uitgaven na eerste verwerking

Voor toekomstige investeringen in bestaande complexen vastgoed in exploitatie, zoals verduurzaming, waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, is beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract. Bij investeringen in bestaande complexen is sprake van een verlieslatend contract indien de kostprijs van de investering hoger is dan de stijging van de marktwaarde van het complex. Hiervoor wordt een voorziening voor onrendabele investeringen gevormd voor zover de uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed nog niet in de balans zijn verwerkt. De afwaardering van de bestede kosten en de vorming van de voorziening wordt in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.

Groot onderhoud

In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en is voldaan aan de activeringscriteria op basis van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 zoals hieronder beschreven. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie zijn in overeenstemming met de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 verwerkt. Hierop zijn de definities voor onderhoud en beheer zoals hierna beschreven van toepassing. Daarbij worden onderhoudsuitgaven verwerkt in het resultaat en uitgaven die kwalificeren als verbetering als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed.

Onderscheid onderhoud en verbeteringen

Het onderscheid tussen onderhoud en verbeteringen volgt de maatregelen die corporaties verrichten bij de werkzaamheden aan het vastgoed in exploitatie. Deze worden per maatregel beoordeeld. De categorie verbetering zal worden behandeld als investeringsuitgaven. Onderhoudsuitgaven zijn kosten.

Onderhoud

De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid, danwel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken mogen zijn.

In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw.

Verbetering

De werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan. De verbetering wordt als investering aangemerkt. De investeringen voor verbetering betreffen aldus de uitgaven met als doel het technisch of functioneel verbeteren van een verhuurbare eenheid, danwel complex.

Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:

  • het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
  • de nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
  • herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen; en
  • een ingrijpende verbouwing (definitie zie hierna).


Ingrijpende verbouwing

Er is sprake van een ingrijpende verbouwing als een onroerende zaak technisch en economisch gezien hoogst verouderd is of als van een onroerende zaak een gedeelte bouwvallig is, welk gedeelte wordt afgebroken, en in het overblijvende gedeelte een groot aantal veranderingen en vernieuwingen wordt aangebracht.

Een ingrijpende verbouwing betreft aldus een grondige renovatie van een verhuurbare eenheid, danwel complex. De ingrijpende verbouwing is erop gericht dat bij de verhuurbare eenheid, danwel het complex een hedendaagse kwaliteit tot stand komt waar dit in de bestaande situatie niet het geval was.

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve (het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) wordt gepresenteerd als afzonderlijke post binnen het eigen vermogen. De mutatie in de herwaardering wordt via de winst-en-verliesrekening van het betreffende boekjaar ten gunste van het eigen vermogen verwerkt. De realisatie van de herwaarderingsreserve vindt plaats bij verkoop van het onderliggende vast actief. In dit geval wordt het verschil tussen de marktwaarde en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het vastgoed toegevoegd aan de overige reserves.

Bij de herwaardering is rekening gehouden met de invloed van belastingen op vermogen en resultaat door een voorziening latente belastingen ten laste van de herwaarderingsreserve te vormen.

5.3.2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Portaal verkoopt woningen onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de getaxeerde waarde krijgt. Doorgaans worden dergelijke transacties als een financieringstransactie aangemerkt. Als financieringstransactie kwalificeren verkopen waarbij Portaal een plicht tot terugkoop heeft tegen een prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

De als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • de betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen getaxeerde waarde onder aftrek van contractuele korting, zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde wordt op dat moment verwerkt:
    - bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging, en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies via de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille;
    - bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de getaxeerde waarde hoger is dan de boekwaarde, en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies. Het gecumuleerde positieve verschil tussen de getaxeerde waarde en de boekwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden wordt opgenomen in de herwaarderingsreserve;
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering);
  • de woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waardemutaties worden verwerkt als niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop.


Indien de terugkoop is gerealiseerd, vindt verwerking van de beleidsdoelstelling plaats:

  • bij gelijkblijvende bestemming blijft classificatie onder verkopen onder voorwaarden van toepassing. Waardering vindt plaats tegen de waarde waartegen terugkoop heeft plaatsgevonden;
  • indien de woning een verhuurbestemming krijgt, wordt deze woning opgenomen onder het vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op basis van de marktwaarde in verhuurde staat volgens het Handboek marktwaarde;
  • indien het beleidsvoornemen bestaat om de woning te verkopen vindt verantwoording plaats onder de voorraden. Waardering vindt plaats tegen de waarde waarop de woning is teruggekocht.


De bijbehorende terugkoopverplichting wordt nader toegelicht in paragraaf 5.12.2.

5.3.3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Typering

Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs), rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten.

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs danwel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde. Zie hiervoor ook de nadere toelichting in paragraaf 5.3.1. Indien op projectniveau het verwachte verlies de geactiveerde kosten overschrijdt, wordt voor het deel van het verwachte verlies dat de kosten overschrijdt, het verwachte verlies als een voorziening opgenomen aan de creditzijde van de balans.

Bij zogenaamde gecombineerde projecten wordt het aandeel in de verhuureenheden en eenheden bestemd voor Verkoop onder Voorwaarden verantwoord onder de post onroerende en roerende zaken in ontwikkeling en het aandeel in de verkoopeenheden verantwoord onder de post voorraden. Voor de bepaling van de per project geschatte noodzakelijk geachte voorziening voor niet-gedekte kosten en voor risico’s wordt binnen het gecombineerde project de verkoopwinst en het waardeverminderingsverlies gesaldeerd op moment van het aangaan van de verplichting.

Overige waardeveranderingen

Mutaties in de lagere marktwaarde van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Herclassificatie van vastgoed

Herclassificatie geschiedt slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:

  • Daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed die niet meer in exploitatie zijn, waarbij als verkrijgingsprijs van de onroerende zaak ten behoeve van opvolgende waardering, de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik wordt genomen.
  • Verkoop onder voorwaarden van onroerende zaken in exploitatie waarbij de transactie kwalificeert als financieringstransactie. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de korting, waarbij een eventuele waardevermeerdering of waardevermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.
  • Terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt ten behoeve van de eigen exploitatie of verkoop:
    - bij terugkoop ten behoeve van de eigen exploitatie vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar onroerende zaken in exploitatie. De onroerende zaken in exploitatie worden gewaardeerd tegen de marktwaarde op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken bij terugkoop wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening;
    - bij terugkoop ten behoeve van verkoop vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar voorraden. De terugkoopwaarde geldt als de waardering voor de onroerende zaken op het moment van wijziging van het gebruik.
  • Beëindiging van de exploitatie van vastgoed om nieuw vastgoed te ontwikkelen teneinde het nieuw vervaardigd actief te gaan exploiteren.


Indien sprake is van de beëindiging van de exploitatie van vastgoed om nieuw vastgoed te ontwikkelen teneinde een nieuw vervaardigd actief te gaan exploiteren wordt herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie vereist op grond van Richtlijn 217a Alinea 212.

Indien Portaal besluit vastgoed in exploitatie te slopen en nieuw vastgoed te ontwikkelen om een nieuw vervaardigd actief te gaan exploiteren, blijft Portaal het vastgoed behandelen als vastgoed in exploitatie zolang het vastgoed nog duurzaam wordt verhuurd. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Indien Portaal bestaand vastgoed renoveert of ingrijpend verbouwt waarbij geen ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw actief plaatsvindt, blijven we het vastgoed behandelen als vastgoed in exploitatie. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

In geval van herclassificatie van tegen marktwaarde gewaardeerd vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie, is als verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik te worden genomen.

5.4. Toelichting beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Portaal en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Portaal. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders) mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Portaal hanteert in haar beleid een streefhuur van gemiddeld 80% van de maximaal redelijke huur.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit. De componenten van onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). Portaal heeft hier voor de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2031 als uitgangspunt genomen. Aangevuld met het instandhoudingsonderhoud wat in de meerjarenbegroting onder de renovatie-uitgaven is opgenomen.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd lasten verhuur en beheeractiviteiten in de resultatenrekening. De beheerskosten uit de DCF-berekening zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer in de 15-jaars DCF-periode. Portaal hanteert hiervoor de beheerkosten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2031 als uitgangspunt, middels een kostenfactor per OGE toegerekend naar een norm per complex.

De beleidswaarde van het bedrijfs-, maatschappelijk- en zorgonroerendgoed is gelijk aan de marktwaarde. Hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de beleidsuitgangspunten van Portaal.

Portaal heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

  2022 2021
Streefhuur Gemiddeld 80% Gemiddeld 80%
Onderhoudsnorm € 2.848 € 2.342
Beheernorm € 1.175 € 1.066

Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151 heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

5.5. Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

Algemene uitgangspunten

Tenzij bij de afzonderlijke waarderingsgrondslagen van de balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten:

De materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Bij investeringen in kantoorpanden die worden gehuurd is de economische levensduur niet langer dan het huurcontract. Op grond wordt niet afgeschreven. 

De volgende afschrijvingstermijnen (in jaren) worden hierbij gehanteerd:

Materiële vaste activa Afschrijving Aantal jaren
Grond in eigendom geen afschrijvingen -
Bouw lineair 50
Verbouwingen lineair 15 - 20
Installaties lineair 15 - 20
Inventaris lineair 10
Automatisering lineair 5 - 10
Vervoer lineair 5
Software en licenties lineair 10

Portaal beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een bijzondere waardeverminderingsverlies wordt direct als een last verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Portaal past bij de lasten voor groot onderhoud van de onroerende zaken ten dienste van de exploitatie de componentenbenadering toe. Alle overige onderhoudskosten, niet zijnde groot onderhoud, worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

5.6. Financiële vaste activa

5.6.1. Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen

Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de netto­vermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderings­grond­slagen van Portaal gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve netto­vermogens­waarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer Portaal garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs of duurzaam lagere waarde. Dividenden worden verantwoord in de periode dat het dividend door de deelneming wordt. De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

5.6.2. Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen

Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen worden initieel gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Baten en lasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de vorderingen aan een derde worden overgedragen of een (terugname van een) bijzondere waardevermindering ondergaan, alsmede via het amortisatieproces.

5.6.3. Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds, en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvordering geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

5.6.4. Derivaten

Voor de derivaten wordt verwezen naar 5.13. financiële instrumenten.

5.6.5. Overige langlopende vorderingen

Voor de overige langlopende vorderingen wordt verwezen naar 5.13. financiële instrumenten.

5.6.6. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Portaal beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen (geamortiseerde) kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waardevermindering wordt teruggenomen, indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de (geamortiseerde) kostprijs ten tijde van de terugname, als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst-en-verliesrekening te worden verwerkt. De boekwaarde van de vorderingen wordt verlaagd met gebruikmaking van een voorziening wegens oninbaarheid.

5.7. Voorraden

5.7.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

De voorraad onverkochte woningen betreft woningen met een terugkoopplicht die zijn teruggekocht en nog niet zijn doorverkocht. Deze woningen worden op het moment van verkrijging tegen de marktwaarde na aftrek van de contractuele korting gewaardeerd, hetgeen tevens de verkrijgingsprijs is voor de waardering als voorraad, en na eerste verwerking rekening houdend met de lagere opbrengstwaarde.

5.7.2. Grondposities

De voorraad grondposities betreft grondposities die zijn aangekocht, maar waarbij geen ontwikkeling zal plaatsvinden. Deze gronden worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs danwel lager verwachte opbrengstwaarde. De lagere opbrengstwaarde wordt bepaald op basis van taxaties of recente marktprijzen.

5.7.3. Overige voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.8. Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.9. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.10. Eigen vermogen

Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd, overeenkomstig de economische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zie ook paragraaf 5.3.1 DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

5.11. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

5.11.1. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Portaal zijn gedaan richting bewoners, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.
Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde in verhuurde staat). De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de vorming van de voorziening wordt in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.

5.11.2. Latente belastingverplichting

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde waarbij gebruik gemaakt wordt van een disconteringsvoet van 3,25 procent (2021: 3,53 procent).

5.11.3. Overige voorzieningen

Voorziening pensioenen

De aan de pensioenuitvoerder SPW, als bedrijfstakpensioenfonds voor de woningcorporatiesector, te betalen premie wordt als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.

De pensioenverplichtingen betreft een depot dat is ondergebracht bij een verzekeraar voor een aantal in het verleden vervroegd uitgetreden medewerkers die vanuit een vorige fusie niet zijn meegegaan naar het pensioenfonds van het SPW. Toevoegingen en vrijvallen van pensioenvoorzieningen worden respectievelijk ten laste en ten gunste gebracht van de winst-en-verliesrekening.

Voorziening personeelskosten

De voorzieningen personeelskosten bestaat uit een voorziening voor jubilea-uitkeringen, het individueel loopbaanbudget en langdurig zieken. De voorziening voor jubilea-uitkeringen wordt opgenomen tegen de contante waarde waarbij gebruik gemaakt wordt van een disconteringsvoet van 3,5 procent (2021: 0,6 procent). Bij de berekening wordt onder andere rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de verwachte blijfkans van medewerkers. De overige voorzieningen worden nominaal opgenomen, vanwege het kortdurend karakter van deze voorzieningen.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen bestaan vooral uit voorzieningen voor juridische geschillen. Deze voorziening dient ter dekking van de financiële afwikkeling van uit lopende juridische procedures en ingediende claims voortvloeiende verplichtingen en is gewaardeerd tegen contante waarde. De voorziening is opgenomen voor de beste schatting van het bedrag dat noodzakelijk is om de verplichtingen af te wikkelen. Er vinden nog onderhandelingen plaats over de omvang van de uiteindelijke verplichtingen, zodat de uitkomsten hiervan aanleiding kunnen geven tot het bijstellen van de gevormde voorziening. Deze worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening verwachte noodzakelijke uitgaven. Deze voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.12. Schulden

Schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de effectieve rente methode. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen.

Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt. De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Afhankelijk van de voorwaarden die gelden, worden in leningen besloten derivaten niet afgesplitst en niet separaat verantwoord. Het effect van de dergelijke contractuele bepalingen wordt meegenomen in de effectieve rentevoet en de reële waarde ervan wordt toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten en risicobeheersing.

5.12.1. Novaties en derivaten

Voor de onder de langlopende schulden opgenomen novaties en derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.13. Financiële instrumenten en hoofdstuk 7. Financiële instrumenten en risicobeheersing.

5.12.2. Verplichting uit hoofde van roerende en onroerende zaken Verkocht onder Voorwaarden

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

5.13. Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten bij Portaal vorderingen onder financiële vaste activa, vorderingen onder vlottende activa, liquide middelen, langlopende schulden, kortlopende schulden en afgeleide financiële instrumenten (onder andere derivaten). Alle financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde inclusief direct toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden financiële instrumenten, met uitzondering van de afgeleide financiële instrumenten, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rente methode verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van recente gelijksoortige ‘at arm’s length’-transacties, van de DCF-methode (contante waarde van kasstromen) en/of van optiewaarderings­modellen, rekening houdend met specifieke omstandigheden. Indien waarderingen niet beschikbaar zijn, wordt gebruik gemaakt van tegenpartij waarderingen.

5.13.1. Afgeleide financiële instrumenten met een niet-beursgenoteerde onderliggende waarde waar geen hedge accounting voor wordt toegepast

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde na een eerste waardering tegen reële waarde. In geval de reële waarde negatief is, wordt dit negatieve bedrag volledig opgenomen. Bij de bepaling van de lagere reële waarde wordt het effect van lopende rente buiten beschouwing gelaten. Baten en lasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de derivaten aan een derde worden overgedragen of een (terugname van een) bijzondere waardevermindering ondergaan.

5.13.2. Afgeleide financiële instrumenten die worden gewaardeerd tegen kostprijs en waarop kostprijshedge-accounting wordt toegepast

Portaal maakt gebruik van rentederivaten om renterisico’s af te dekken. Daarbij wordt indien mogelijk kostprijshedge accounting toegepast. Op het moment van aangaan van een hedge relatie, wordt dit door Portaal gedocumenteerd, middels het vastleggen van de algemene hedge strategie (hoe de hedge relaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting aangaande de effectiviteit van deze hedge relaties) en door het vastleggen van de in het soort hedge relatie betrokken hedge instrumenten en afgedekte posities. Portaal stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedge relatie vast. Dit gebeurt door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge instrument met die van de afgedekte positie, of door het vergelijken van de verandering in reële waarde van het hedge instrument en de afgedekte positie indien de kritische kenmerken van het hedge instrument en die van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn.

Bij het toepassen van het kostprijshedge accounting model is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de winst-en-verliesrekening van het derivaat afhankelijk van de afgedekte positie. Dit betekent dat als de afgedekte positie tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, ook het derivaat tegen kostprijs wordt verwerkt. Zolang de afgedekte positie in de kostprijshedge nog niet in de balans is verwerkt, wordt het derivaat niet in de balans verwerkt. Indien nodig wordt een financieel vast actief of passief opgenomen om de rentebaten en/of lasten van het derivaat toe te rekenen aan de juiste periode.

Portaal past kostprijshedge accounting toe voor de rentederivaten die ervoor zorgen dat bepaalde variabelrentende leningen worden omgezet in vastrentende leningen. Eveneens past Portaal kostprijshedge accounting toe voor de rentederivaten die het renterisico op toekomstige financieringtransacties afdekken, in zoverre deze transacties zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden (herfinancieringen). Het ineffectieve deel van de waardeverandering van de renteswaps wordt direct verantwoord in de winst-en-verliesrekening onder de financiële baten en lasten indien het derivaat een negatieve marktwaarde heeft.

Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor kostprijshedge accounting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingsrelatie beëindigd. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies verantwoord in de winst-en-verliesrekening van die periode en ontstaat een balanspost uitgesteld hedge resultaat onder de financiële vaste activa of langlopende schulden. Het kortlopende deel van het uitgestelde hedge resultaat wordt als kortlopende vordering of kortlopende schuld verantwoord. Indien de afgedekte positie zich naar verwachting niet meer zal voordoen, wordt het derivaat ook beëindigd en wordt het cumulatieve resultaat in die periode verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Indien het derivaat niet wordt beëindigd, wordt het verwerkt tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

5.13.3. Verwerking specifieke derivaten

Extendible payer swaps

Extendible payer swaps bestaan uit twee derivaten: een payer swap en een door Portaal geschreven swaption waarbij de bank het recht heeft om de transactie te verlengen. De bank zal haar recht uitoefenen wanneer de marktrente op uitoefendatum door de met de bank afgesproken ondergrens zakt. Onder de verslaggevingsregels kwalificeert de payer swap voor hedge accounting. De geschreven swaption kwalificeert niet voor hedge accounting. Bij het aangaan van de transactie hebben de swap en de geschreven swaption een tegengestelde waarde: de swap een positieve waarde en de swaption een negatieve waarde. De positieve waarde van de swap is in de balans opgenomen tegen kostprijs onder de financiële vaste activa (derivaten). Het geactiveerde bedrag wordt geamortiseerd over de looptijd van de swap. De kostprijs (ontvangen premie) van de swaption is opgenomen onder de langlopende schulden (derivaten). Dit saldo wordt amortiseerd over de looptijd van de swaption. De wijziging van de reële waarde wordt op basis kostprijs of lagere marktwaarde in het resultaat verantwoord.

Index payer swaps (gestructureerde derivaten)

Bij index payer swaps wordt een variabele rente geruild tegen een rente die is gebaseerd op een bepaalde index. De te betalen rente is gerelateerd aan de resultaten van de index, maar zal nooit hoger zijn dan het contractueel overeengekomen niveau. Omdat de indexelementen in de swaps geen rechtstreeks verband hebben met de onderliggende leningen is sprake van ineffectiviteit. De ineffectiviteit is bepaald op basis van de contante waarde van de geschatte betalingen boven die van een vergelijkbare payer swap (dit is een gelijke swap zonder een index element) bij het aangaan van de hedge. De last is onder de financiële vaste activa (derivaten) in de balans opgenomen welke wordt geamortiseerd over de resterende looptijd van de swap. Toekomstige voordelen uit de index swaps worden verantwoord op het moment dat deze de feitelijke rentebetalingen verlagen.

5.14. Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom niet bij Portaal ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1. Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd, verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst-en-verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Omdat Portaal naast verhuuractiviteiten tevens activiteiten verricht op het gebied van vastgoedontwikkeling en verkopen, geeft de functionele indeling een beter inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst-en-verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Portaal. Bij de kosten bestaat een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. 

6.2. Bedrijfsopbrengsten

Opbrengsten worden verwerkt per afzonderlijke prestatieverplichting. De aard van de belangrijke prestatieverplichtingen en de methode van toerekening van opbrengsten aan verslagperioden, waaronder de wijze van vastlegging van de mate van voltooiing van opdrachten tot dienstverlening, is hieronder beschreven voor iedere categorie.

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de totaal te verrichten diensten.

6.2.1. Huuropbrengsten

Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties.

De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van de groep, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.

6.2.2. Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van bewoners boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten, glasverzekering).

Indien het resultaat van een prestatieverplichting aangaande het verlenen van een dienst betrouwbaar kan worden geschat en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is, wordt de opbrengst met betrekking tot die dienst verwerkt naar rato van de verrichte prestaties. Opbrengsten uit servicecontracten worden verwerkt naarmate het gebruik door de afnemer plaatsvindt, rekening houdend met de mate waarin de prestatieverplichting is vervuld. In eerste instantie worden de opbrengsten lineair over een periode verwerkt, waarbij jaarlijks een definitieve afrekening plaats op basis van de werkelijk afgenomen diensten over het jaar.

De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

6.2.3. Overheidsbijdragen

Subsidies ter compensatie van door Portaal gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van Portaal voor de kosten van een actief worden in mindering gebracht op de stichtingskosten van het actief.

6.2.4. Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

Dit betreft de opbrengsten uit verkoopprojecten. Voor deze projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als netto-omzet en kosten in de winst-en-verliesrekening naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum (de Percentage of Completion-methode, ofwel de PoC-methode).

De voortgang van de verrichte prestaties wordt bepaald op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Als het resultaat (nog) niet op betrouwbare wijze kan worden ingeschat, dan worden de opbrengsten als netto-omzet verwerkt in de winst-en-verliesrekening tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, dat waarschijnlijk kan worden verhaald; de projectkosten worden dan verwerkt in de winst-en-verliesrekening in de periode waarin ze zijn gemaakt. Zodra het resultaat wel op betrouwbare wijze kan worden bepaald, vindt opbrengstverantwoording plaats volgens de PoC-methode naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.

Het resultaat is het verschil tussen de projectopbrengsten en projectkosten. Projectopbrengsten zijn de contractueel overeengekomen opbrengsten en opbrengsten uit hoofde van meer- en minderwerk, claims en vergoedingen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat deze worden gerealiseerd en ze betrouwbaar kunnen worden bepaald. Projectkosten zijn de direct op het project betrekking hebbende kosten, die kosten die in het algemeen aan projectactiviteiten worden toegerekend en toegewezen kunnen worden aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend.

Indien het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten de totale projectopbrengsten overschrijden, dan worden de verwachte verliezen onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Dit verlies wordt verwerkt in de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille. De voorziening voor het verlies maakt onderdeel uit van de post voorraden.

De kosten die toe te rekenen zijn aan een verkoop van vastgoed in ontwikkeling, worden verantwoord onder de lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling. 

6.2.5. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Onder deze rubriek worden de volgende verkoopopbrengsten opgenomen:

  • gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie;
  • verkoopopbrengst bij levering van vastgoed bestemd voor de verkoop.

Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte). De kosten die zijn toe te rekenen aan de verkoop van de vastgoedportefeuille worden verantwoord onder de toegerekende organisatiekosten.

6.3. Bedrijfslasten

6.3.1. Lastenverantwoording algemeen

Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct en indirect toe te rekeningen kosten. Portaal hanteert de kostenplaatsmethodiek voor de toerekening van indirecte kosten waarbij een inschatting wordt gemaakt van de werkzaamheden per functie en afdeling. Daarnaast worden verdeelsleutels, gebaseerd op het relatief aantal fte per afdeling en de opslagmethodiek, gebruikt om de kostenplaatsmethodiek toe te passen.

6.3.2. Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De afschrijvingen op de immateriële vaste activa en materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur, rekening houdend met de restwaarde. Op grond en eeuwigdurige erfpacht wordt niet afgeschreven.

6.3.3. Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud (anders dan groot onderhoud) verantwoord voor zover deze betrekking hebben op het vastgoed in exploitatie. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het klachten- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst-en-verliesrekening zijn de kosten van de eigen onderhoudsdienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten van groot onderhoud omdat ze niet aan de activeringscriteria voldoen.

Met ingang van boekjaar 2020 verwerkt Stichting Portaal uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie in overeenstemming met het op 30 september 2019 gewijzigde artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.  

6.3.4. Erfpacht

Jaarlijks wordt door de gemeente voor het gebruik van de grond onder de verhuureenheden erfpacht in rekening gebracht op basis van canons. De eenmalig afgekochte meerjarige erfpachtcontracten maken onderdeel uit van de vervaardigingsprijs en zijn daarmee onderdeel van de materiële vaste activa in exploitatie en/of de vastgoedbeleggingen.

6.3.5. Lonen en salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Er wordt een verplichting opgenomen als Portaal zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden om een ontslag- of transitievergoeding te betalen. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie neemt Portaal de kosten van een ontslag- of transitievergoeding op in een reorganisatievoorziening.

6.3.6. Pensioenlasten

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.

Voor een op balansdatum bestaand overschot bij het pensioenfonds wordt een vordering opgenomen als Portaal de beschikkingsmacht heeft over dit overschot, het waarschijnlijk is dat het overschot naar Portaal gaat vloeien en de vordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

6.3.7. Kosten omtrent leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Portaal, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

6.3.8. Overige bedrijfslasten

Dit betreft de overige lasten die zijn gemaakt in het kader van de gewone bedrijfsvoering en die worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Hieronder worden onder andere de verhuurderheffing verantwoord, de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren. De overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing worden verwerkt op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.

6.4. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

6.4.1. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugnamen hiervan, die in het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

6.4.2. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille hebben betrekking op waardemutaties van op actuele waarde geactiveerde activa.

6.4.3. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden als de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

6.5. Financiële baten en lasten

6.5.1. Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten

Hieronder zijn begrepen de waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten.

6.5.2. Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

Hieronder zijn verantwoord de ontvangen rentevergoedingen van leningen u.g., effecten en overige aan de financiële vaste activa toe te rekenen opbrengsten.

6.5.3. Waardeveranderingen derivaten

Hieronder zijn verantwoord de mutaties in de waarde van derivaten die niet zijn opgenomen in een hedge relatie met een marktwaarde onder de kostprijs alsmede de mutaties van de ineffectiviteit van derivaten opgenomen in een hedge relatie.

6.5.4. Rentebaten en rentelasten

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugnamen hiervan, die in het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

6.6. Belastingen

Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelas­tingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.
De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen en verrekenen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belasting­tarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, danwel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

De waardering van latente belastingverplichtingen en -vorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Het belastingtarief en de fiscale wetgeving gehanteerd om het bedrag te bepalen, zijn vastgesteld danwel er is materieel toe besloten op balansdatum. Hierbij wordt uitgegaan van het geldende belastingtarief. De latente belastingverplichtingen en ‑vorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Voor de berekening van de contante waarde heeft de discontering plaatsgevonden op basis van de netto rente en is rekening gehouden met de levensduur van de activa en passiva waarop de latenties betrekking hebben. De rentebate of -last voortkomend uit de afwikkeling van de contante waarde is opgenomen in de belastingkosten (en is geen onderdeel van de financiële baten en lasten).

Portaal maakt met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Portaal Participaties B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid. Stichting Portaal rekent belastingen met haar dochtervennootschappen af alsof deze zelfstandig belastingplichtig zijn.

6.7. Resultaat deelnemingen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Portaal in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen Portaal en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de toegelaten instelling.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

7.1. Treasurybeheersingsraamwerk en wet- en regelgeving

Treasurybeheersingsraamwerk

Portaal beschikt over een Treasurybeheersingsraamwerk, die bestaat uit:

  • het Reglement Financieel Beleid en beheer (RFBB). In het RFBB zijn de uitgangspunten van het financieel beleid en beheer, de organisatie, de jaarlijkse monitoring, de betrokkenheid van het intern toezicht op het financieel beheer en de wettelijke kaders inzake derivaten en beleggingen opgenomen.
  • het Treasurystatuut (TS). In het TS zijn de formele kaders voor alle Treasury activiteiten van Portaal en haar dochtermaatschappijen vastgelegd. Het TS maakt onderdeel uit van het toezichtskader van Portaal en is beschikbaar op de website van Portaal.
  • het Treasuryhandboek (TH). In het TH zijn de beheersing van de Treasury activiteiten en de Treasuryprocessen beschreven. 
  • Treasuryjaarplan (TJP). Het TJP beschrijft de Treasury doelstellingen voor het komende jaar. Het TS, TH en het TJP worden jaarlijks geëvalueerd en bij majeure wijzigingen goedgekeurd door de Raad van Commissarissen (RvC).


Beleidsregels derivaten (BTIV en RTIV)

De beleidsregels voor derivatengebruik zijn opgenomen in de RFBB en in het TS en voldoen aan de BTIV. Per 1 oktober 2012 zijn de beleidsregels derivaten van kracht geworden voor toegelaten instellingen. Portaal houdt sindsdien strikt vast aan deze beleidsregels derivaten. Sinds 2015 zijn de beleidsregels derivaten overgegaan in de BTIV en RTIV.

7.2. Beleggingsrisico (prijsrisico)

Portaal heeft in haar TS ten aanzien van beleggingen de doelstellingen, limitering en mogelijkheden vastgelegd. Portaal beheerst het marktrisico van effecten door te voldoen aan de beleidsregels beleggen en door diversificatie aan te brengen in de beleggingsportefeuille en limieten te stellen. Het risico is gemitigeerd doordat Portaal geen obligaties meer in portefeuille heeft sinds februari 2017.

7.3. Valutarisico

Portaal is werkzaam in Nederland. Alle transacties zijn in euro’s en daarom loopt Portaal geen valutarisico.

7.4. Renterisico

Voor leningen o.g. met variabele renteafspraken heeft Portaal rentederivaten afgesloten, zodat het renterisico op deze leningen is afgedekt. Per financiering maakt Portaal een bewuste keuze voor het aantrekken van een lening tegen vaste rente of voor een lening tegen variabele rente onder gelijktijdige afsluiting van een derivaat. Zie ook toelichting 8.8.2. voor een overzicht van de leningen naar rentepercentage, naar resterende looptijd en informatie over renteherzieningen. De betaaldata en hoofdsom van variabel rentende leningen zijn gelijk aan betaaldata van de onderliggende waarde (nominale waarde) van de derivaten en de ingangs- en einddatum van het derivaat zijn gelijk aan de ingangs- en einddatum van de lening of vallen daar volledig binnen. De opbouw van de derivatenportefeuille is als volgt:

€ mln. Hoofdsom (bruto)   Marktwaarde   Off balance   On balance  
  2022 2021 2022 2021 2022 2021 2022 2021
Interest Rate Swaps 150 175 -10 -84 -10 -84 - -
Gestructuereerde rente afspraken 175 200 -55 -158 -55 -158 - -
Swaptions 50 75 -19 -107 - - -19 -107
Basisswap - 150 - 1,5 - 1,5 - -
Totaal 375 600 -84 -347,5 -65 -240,5 -19 -107

De marktwaardeontwikkeling van de derivatenportefeuille wordt wekelijks gemonitord. De marktwaarde van de derivaten is per ultimo 2022 -/- 84 miljoen euro (2021: -/- 348 miljoen euro). De stijging van de marktwaarde is het gevolg van de stijging op de kapitaalmarkt.

Een aantal interest rate swaps in een hedge relatie kent een positieve boekwaarde, vanwege het schrijven van een swaption. De positieve startwaarde wordt over de looptijd van de hedge geamortiseerd en is opgenomen onder de activa voor 1,0 miljoen euro (2021: 1,2 miljoen euro). De negatieve boekwaarde zoals opgenomen in de bovenstaande tabel voor gestructureerde renteafspraken, swaptions en overige derivaten is verantwoord onder de langlopende schulden derivaten. Voor de gestructureerde renteafspraken wijkt de marktwaarde af van de boekwaarde omdat in de balans alleen de ineffectiviteit wordt verwerkt.

Derivaten en gekoppelde leningen

In onderstaand overzicht bevindt zich de indeling van de derivatenportefeuille naar soort derivaat (interest rate swap, swaptions, gestructureerde en overige producten).

Instrument Lopend
Forward starting                       Totaal
  12-31-2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034  
IRS 150 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 150
Financiering 150 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 150
Gestructuereerde producten 175 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 175
Financiering 175 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 175
Swaptions 0 25 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 50
Financiering 0 25 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 50
Totaal derivaten 325 25 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 375
Totaal financiering 325 25 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 375

In 2022 hebben twee contractuele breaks plaats gevonden. Vanwege gunstige marktomstandigheden heeft Portaal de basisswap afgekocht. Portaal heeft voor 50 miljoen euro aan derivaten die in de toekomst ingaan (50 miljoen euro. aan swaptions). Aan deze swaptions zijn financieringen gekoppeld.

7.5. Tegenpartijrisico (kredietrisico)

Portaal spreidt haar financiële transacties over verschillende financiële instellingen. Hierdoor wordt het tegenpartijrisico beperkt. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen zoals opgenomen in het TS.

Financieringen o/g en u/g

Inzake financiering wordt het tegenpartijrisico, naast de bovenstaande kredietwaardigheidseisen, beperkt door geen leningovereenkomsten te sluiten waarin is opgenomen dat leningen per direct opeisbaar zijn, indien de leningverstrekker in surseance van betaling verkeert of andere clausules met een dergelijke strekking.

Liquide middelen

Inzake liquide middelen wordt het tegenpartijrisico, naast de kredietwaardigheidseisen, beperkt door de portefeuille liquide middelen te spreiden over de verschillende financiële instellingen waarbij nooit meer dan 50 miljoen euro. van het totaal van de liquide middelen positie bij één financiële instelling wordt ondergebracht. Conform beleidsregels beleggen hebben alle financiële instellingen waar Portaal haar middelen heeft uitgezet minimaal een single A status.

Derivaten

Voor een deel van de derivatenportefeuille is afgesproken om door wederzijdse verrekening van marktwaarden het tegenpartijrisico bij het gebruik van derivaten te beperken. Er worden slechts derivaten afgesloten met financiële instellingen als minimaal twee van de drie gerenomeerde rating agencies (Moody’s, S&P en Fitch) een kredietwaardigheidsoordeel hebben afgegeven van single A of meer voor de betreffende financiële instelling. Gezien de huidige wet- en regelgeving is de kans klein dat Portaal nieuwe derivaten gaat afsluiten.

7.6. Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat Portaal over niet voldoende middelen beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Indien de liquiditeitsrisico’s substantieel hoog zijn, prevaleert de beheersing van het liquiditeitsrisico boven het renterisico en het tegenpartijrisico.

Kredietfaciliteiten

Voor verlaging van het liquiditeitsrisico beschikt Portaal bij verschillende banken over een kredietfaciliteit. Deze is nader toegelicht onder de stresstest.

Investeringen

Het liquiditeitsrisico door investeringsverplichtingen wordt verlaagd, doordat Portaal alleen verplichtingen aangaat indien zeker is dat hiervoor financiering beschikbaar is.

Stresstest

Conform de beleidsregels derivaten moet elke corporatie de beschikking hebben over een voldoende liquiditeitsbuffer om margin call verplichtingen bij een renteschok van 200 basispunten (stresstest Aw) op te vangen. Portaal heeft verschillende faciliteiten om aan haar margin call verplichtingen te voldoen. Per ultimo 2022 beschikte Portaal over een liquiditeitsbuffer met een totale waarde van 107 miljoen euro. opgebouwd uit de volgende faciliteiten:

  • spaargeld/banktegoeden specifiek t.b.h.v. margin calls (32 miljoen euro.);
  • reeds gestort onderpand  (0 euro);
  • ruimte in variabele hoofdsomlening (60 miljoen euro.);
  • kasgeldfaciliteiten (15 miljoen euro.).


Portaal heeft het gehele jaar 2022 voldaan aan de stresstest Aw. Op 31 december 2022 zou de totale margin call bij een renteschok van 200 basispunten 27 miljoen euro. bedragen. De liquiditeitsbuffer van 107 miljoen euro (837bps) was groot genoeg om deze margin call verplichting op te vangen.


Break clausules

In het verleden was het gebruikelijk break clausules in contracten op te nemen. In het actuele TS is vastgelegd dat bij het aangaan van nieuwe derivaten geen break clauses worden geaccepteerd.

In de periode tot en met 2030 heeft Portaal een aantal derivaten die ons en/of de banken de mogelijkheid bieden om transacties voortijdig te beëindigen. In de onderstaande grafiek zijn de breakmomenten weergegeven. Het liquiditeitsrisico betreft geheel breaks bij niet-CSA banken.

7.7. Kostprijshedge accounting

In het TS heeft Portaal vastgelegd hoe de financiële risico’s die samenhangen met het gebruik van derivaten worden beheerst. Hierbij wordt een scheiding gemaakt tussen funding- en renterisicomanagement. Daarbij stuurt Portaal op de beheersing van de renterisico’s zodat deze binnen de normen blijven.

Portaal dekt middels derivaten het risico af van wijzigingen in kasstromen voortvloeiende uit rentebetalingen van huidige of toekomstige variabel rentende leningen. Portaal maakt gebruik van de volgende categorieën derivaten, al dan niet gecombineerd, om het renterisico te hedgen:

  • interest rate swaps;
  • gestructureerde derivaten;
  • geschreven swaptions en overige derivaten (zoals basisswaps, caps en floors).
  • novaties / doorzakken;
  • looptijdverkortingen;
  • beëindiging / afwikkeling.


Vanuit de gestructureerde renteafspraken kan de te betalen rente gedurende de looptijd variëren afhankelijk van de ontwikkeling van de onderliggende rente. Deze derivaten zijn allen gemaximeerd qua rente. Conform de BTIV en RTIV is het niet langer toegestaan om dergelijke gestructureerde derivaten af te sluiten. Portaal streeft ernaar om de gestructureerde derivaten in de bestaande portefeuille te elimineren. Hiervoor geldt dat de kosten minimaal moeten zijn.

In de voorgaande jaren is de portefeuille geherstructureerd om het liquiditeitsrisico uit hoofde van toekomstige margin calls in de portefeuille te verminderen. Om het liquiditeitsrisico te optimaliseren heeft Portaal verschillende soorten transacties verricht, namelijk:

Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accounting, afloopt of wordt verkocht wordt de hedge relatie beëindigd. Voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies verantwoord in de winst-en-verliesrekening van die periode. De nog niet gerealiseerde cumulatieve winst of het nog niet gerealiseerde cumulatieve verlies wordt onder de overlopende activa danwel passiva verantwoord. Indien de afgedekte positie zich naar verwachting niet meer zal voordoen, wordt het derivaat ook beëindigd en wordt het cumulatieve resultaat vanaf het moment dat de afgedekte positie niet meer voldoet ineens verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Indien het derivaat niet wordt beëindigd, wordt het verwerkt tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

Novaties (doorzakken in een vastrentende lening)

De novaties zijn verwerkt onder de langlopende schulden, waarbij de totale lening is afgewikkeld tegen nominale waarde en een nieuwe lening is aangetrokken tegen de reële waarde plus nominale waarde van de lening. Per saldo is de reële waarde die betaald is en gefinancierd middels een hogere rentecoupon in de nieuwe lening verwerkt. De reële waarde is vervolgens separaat opgenomen onder de langlopende schulden en kortlopende schulden. Het overlopend hedge resultaat is opgenomen onder de financiële vaste activa.

Looptijdverkortingen

In de jaren 2012 tot en met 2014 heeft Portaal voor derivaten de looptijd verkort. De transactiekosten voor deze transacties zijn geen directe cash out kosten geweest, maar zijn verrekend in de rentecoupon van de verkorte swap. De looptijdverkortingen hebben in de meeste gevallen geleid tot een verhoging van de rentecoupon.

In de jaarrekening resteert een uitgesteld hedge resultaat onder de langlopende schulden van 5,8 miljoen euro. (2021: 6,1 miljoen euro.). Dit is exclusief het amortiserende deel in 2023 van 0,3 miljoen euro. dat onder de kortlopende passiva is verantwoord. Daarnaast resteert onder de financiële vaste activa een uitgesteld hedge resultaat van 113,7 miljoen euro (2021: 120 miljoen euro). Het hedge resultaat wordt per verkorting bepaald en worden de verkortingen gezien als separate contracten en derhalve niet gesaldeerd. De jaarlijkse toerekening van het hedge resultaat aan het resultaat vindt plaats op de rekening rentelasten.

De positieve of negatieve marktwaarde van derivaten op het moment van de looptijdverkorting wordt respectievelijk gepassiveerd of geactiveerd op de balans onder de financiële vaste activa 1,0 miljoen euro (2021: 1,2 miljoen euro) of de langlopende schulden 58,3 miljoen euro (2021: 153,6 miljoen euro). Dit is exclusief het amortiserende deel voor 2023 van 2,6 miljoen euro dat onder de kortlopende passiva is verantwoord. De boekwaarde van de derivaten wordt toegerekend aan de resterende looptijd van het derivaat (na verkorting). De jaarlijkse toerekening van de boekwaarde aan het resultaat vindt plaats op de rekening rentelasten.

Effectiviteitstoets

Conform de huidige regelgeving (RJ290) wordt het hedge resultaat toegerekend aan de periode van de oorspronkelijke onderliggende financiering(sbehoefte). Jaarlijks wordt getoetst in hoeverre deze nog bestaat om te bepalen of het hedge resultaat direct genomen dient te worden of nog kan worden toegerekend aan de looptijd van het onderliggende. Portaal voert aan het eind van elk jaar een effectiviteitstoets uit. Deze effectiviteitstoets wordt enerzijds uitgevoerd op basis van de kritische kenmerken van de hedge relatie (retrospectief) en anderzijds op basis van de omvang portefeuille variabel rentende leningen.

Kritische kenmerken (retrospectief)

De effectiviteitstoets wordt vastgelegd in specifieke hedge documentatie van elk derivaat en de onderliggende waarde. In dit onderdeel van de effectiviteitstoets worden de modaliteiten van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie met elkaar vergeleken.

Vastgestelde financieringsbehoefte

De effectiviteitstoets is erop gericht om te analyseren of in de toekomst op basis van de ontwikkeling van de portefeuille variabel rentende leningen sprake is van een overhedge positie.

De ontwikkeling van de bestaande variabel rentende leningenportefeuille wordt in relatie gebracht met de ontwikkeling van de huidige en de oorspronkelijke derivatenportefeuille waarvoor een uitgesteld hedge resultaat in de balans is opgenomen. Er is sprake van ineffectiviteit wanneer de omvang van de oorspronkelijke derivatenportefeuille groter is dan de (toekomstige) variabeleleningenportefeuille.

Het hedge resultaat wordt toegerekend aan de periode waar afdoende onderliggende financieringsbehoefte aanwezig is. De toerekening van het hedge resultaat wordt vanaf het moment dat er onvoldoende onderliggende financiering of financieringsbehoefte versneld in het resultaat verantwoord.

Derivaten gewaardeerd op basis van marktwaarde 

De derivaten waarop geen kostprijshedge accounting wordt toegepast, worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde. De waardering (bepaling van de marktwaarde) van de derivatenportefeuille van Portaal is gebaseerd op de gemiddelde rente waar financiële instellingen aan elkaar lenen met de looptijd van 1 dag (Estr.).

8. Toelichting op de balans

8.1.1. Materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De post materiële vaste activa ten dienste van exploitatie is als volgt opgebouwd:

  Bedrijfs-gebouwen Vervoer-middelen Overige materiële vaste activa Totaal enkelvoudig Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. Totaal geconsolideerd
Verkrijgingsprijzen 23.168 17 20.847 44.032 10.929 55.049
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -12.679 -9 -11.541 -24.229 -6.135 -30.453
Boekwaarde per 31 december 2021 10.489 8 9.306 19.803 4.794 24.596
             
Investeringen - - 352 352 1.803 2.155
Desinvesteringen - - -1.352 -1.352 -1.387 -2.739
Afschrijvingen -643 -2 -2.172 -2.817 -1.418 -4.235
Afschrijving desinvesteringen - - 1.310 1.310 1.333 2.643
Overboeking van / naar vastgoedbeleggingen 309 - - 309 - 309
Totaal mutaties 2022 -334 -2 -1.862 -2.198 331 -1.867
             
Verkrijgingsprijzen 23.477 17 19.847 43.341 10.796 54.137
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -13.322 -11 -12.403 -25.736 -5.669 -31.405
Boekwaarde per 31 december 2022 10.155 6 7.444 17.605 5.127 22.732

8.1.2. – 8.1.3. Vastgoedbeleggingen

De post vastgoedbeleggingen is geconsolideerd en enkelvoudig gelijk aan elkaar en is als volgt opgebouwd:

  8.1.2 DAEB vastgoed in exploitatie 8.1.3 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.1.4 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.1.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie Totaal
Verkrijgingprijzen 3.276.584 335.480 28.365 99.467 3.745.546
Herwaardering 6.298.722 489.723 90.592 -31.188 6.842.199
Boekwaarde per 31 december 2021 9.575.306 825.203 118.957 68.280 10.587.745
           
Investeringen 87.443 6.004 - 137.504 230.951
Investeringen onttrokken aan voorzieningen -30.058 -693 - -23.159 -53.911
Bijdragen/subsidies -7.010 -10 - -1.355 -8.374
Desinvesteringen verkrijgingsprijs -5.388 -5.627 - - -11.015
Desinvesteringen herwaardering -14.809 -2.079 - - -16.888
Overboeking van / naar MVA tdv exploitatie -1.823 -222 - - -2.045
Terugkoop VOV woningen - - -8.753 - -8.753
In exploitatie name VOV woningen 1.211 293 -1.504 - -
Overboeking opgeleverde nieuwbouw huur verkrijgingsprijs 58.550 631 - -59.182 -1
Overboeking opgeleverde nieuwbouw huur herwaardering -3.460 -124 - 3.584 -
Mutaties (*) tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie verkrijgingsprijs -1.345 1.345 - - -
Mutaties (*) tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie herwaardering -5.622 5.622   - -
Mutatie actuele waarde en vrijval voorziening opgeleverde nieuwbouw -446.148 -29.794 1.839 - -474.103
Totaal mutaties 2022 -368.459 -24.654 -8.419 57.393 -344.138
           
Verkrijgingprijzen 3.355.679 369.862 31.399 176.435 3.932.375
Herwaardering 5.851.168 431.687 79.139 -50.763 6.311.232
Boekwaarde per 31 december 2022 9.206.847 800.549 110.538 125.672 10.243.607

8.1.2. & 8.1.3. DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Zoals in de grondslagen (paragraaf 5.3.) reeds benoemd, vindt de waardering van het commercieel en sociaal vastgoed modelmatig plaats. Hierbij wordt onderscheid gemaakt, conform het handboek marktwaarde, in de waarderingsmodellen voor de categorieën: woongelegenheden (DAEB en niet-DAEB), bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en parkeergelegenheden. Hierna wordt een toelichting gegeven op de vastgoedwaardering van voornoemde categorieën.

Woningen DAEB- en niet-DAEB
Het DAEB en niet-DAEB vastgoed laat een daling van de vastgoedwaardering over 2022 zien van 474,1 miljoen euro. De waardedaling is vooral te verklaren door de daling van de waarde in verhuurde staat. Zie ook de onderstaande toelichting.

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waardemutatie van de marktwaarde van vastgoed in exploitatie in verhuurde staat in 2022 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.

  2022 (x €1 mln.) % van totale waarde
Marktwaarde woningen 1 januari 10.206  
     
Parameter    
Voorraadmutaties 36 0,4%
Vastgoedgegevens 173 1,7%
Methodische wijzigingen 56 0,5%
Marktontwikkelingen -662 -6,5%
Overig 5 0,1%
Totaal mutaties -392 -3,8%
     
Marktwaarde woningen 31 december 9.814  

Parameteranalyse

In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de gemiddelde waarde van de belangrijkste waarderingsparameters per woning (DAEB en niet-DAEB) in 2022 ten overstaan van 2021, waarna een toelichting per parameter wordt gegeven.

Parameter gemiddeld per woning 2022 2021 % verschil
Disconteringsvoet 6,1% 5,8% 0,3%
Exit yield 3,6% 4,0% -0,4%
Mutatiegraad 6,5% 6,6% -0,1%
Leegwaarde per woning 310.737 299.701  11.036 
Markthuur per maand 1.019 989  30 
Huidige contract/aanvangshuur per maand 593 577  16 
Waardering gemiddeld per woning      
Marktwaarde verhuurde staat 187.215 195.094  -7.879 
Bruto aanvangsrendement (BAR) 3,99% 3,55% 0,4%
Marktwaarde verhuurde staat/leegwaarde 61,0% 65,1% -4,1%

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet bestaat uit generieke en objectspecifieke parameters. Het gemiddelde disconteringspercentage is gestegen naar 6,1 procent. De basis disconteringsvoet is gestegen met 0,3 procent naar 5,1 procent.

Exit yield

De exit yield is de rendementseis die aan het vastgoed wordt gesteld in de berekening van de marktwaarde na 15 jaar, waarna in de waardebepaling een eindwaarde wordt berekend. De eindwaarde wordt berekend op basis van een perpetuïteit door de jaarlijkse huuropbrengst te delen door de exit yield. De eindwaarde geeft aan in welke mate het vastgoed aan veroudering onderhevig is en welke potentie het bezit naar verwachting heeft aan het einde van de 15-jarige periode.

Mutatiegraad

De mutatiegraad wordt complexmatig bepaald op basis van een 5-jaars gemiddelde mutatiegraad. Voor de kleinere complexen hanteert Portaal een boven- en ondergrens om uitschieters te voorkomen.

Leegwaarde per woning

De gemiddelde leegwaarde per woning is in 2022 gestegen naar 310.737 euro (2021: 299.701 euro). De verwachting met betrekking tot de ontwikkeling van de verkoopmarkt en daarmee ook de verkoopprijzen is dat de markt een omslag laat zien naar een verslechtering ten opzichte van voorgaande jaren.

Markthuur per woning

De bepaling van de markthuur vindt plaats door middel van referentieonderzoek en de toets aan de markthuur volgens de markthuurtabel. Door het plaatsen van woningtypen in leegwaardenklassen (leegwaarde per vierkante meter gebruiksoppervlak), wordt een percentage gehanteerd die tegen de leegwaarde afgezet wordt en een markthuur berekend. Waar de leegwaarde explosief is gestegen, laat de huurmarkt een in vergelijking kleine verbetering zien.

Huidige contract/aanvangshuur per maand

Portaal heeft in 2022 een beperkte huurverhoging doorgevoerd bij lage inkomensgroepen. De starthuren ultimo 2022 zijn daardoor niet veel hoger dan de starthuren ultimo 2021. Bij mutatie wordt meer dan 99 procent passend toegewezen.

Gemiddelde waardering per woning

  • De gemiddelde marktwaarde in verhuurde staat laat, een daling zien van 4 procent (2021: stijging van 17,9 procent) tot een waarde van 187.215 euro (2021: 195.094 euro). De belangrijkste factor van deze daling is de stijging van de disconteringsvoet en de verwachte leegwaardedaling voor komende 2 jaar.
  • De BAR (aanvangshuur / marktwaarde) is in 2022 licht gestegen naar 3,99 procent (2021: 3,6 procent) als gevolg van de verslechterde beleggersmarkt.
  • De daling van de marktwaarde verhuurde staat over 2022 en de daling van de leegwaarde is ook af te lezen aan de verhouding marktwaarde verhuurde staat/leegwaarde (leegwaarde ratio). De leegwaarde ratio daalt naar 61 procent (2021: 65 procent).


Scenarioanalyse woongelegenheden

In de marktwaarde in verhuurde staat, zoals gewaardeerd in de jaarrekening, is 77 procent van de complexen gebaseerd op het scenario uitponden (2021: 70 procent). De overige 23 procent van de complexen is gebaseerd op het scenario doorexploiteren (2021: 30 procent). Dit is geen wezenlijk andere verdeling dan een jaar eerder. De lichte verschuiving naar uitponden komt door een hogere disconteringsvoet voor de complexen die qua WWS-punten in de middenhuur gaan vallen en de lichte leegwaardestijging.

Regioanalyse

Per regio zijn de gemiddelde parameters en de daaruit resulterende waarderingen over 2022 als volgt inzichtelijk te maken:

31 december 2022

Parameter gemiddeld per woning Totaal Arnhem Eemland Leiden Nijmegen Utrecht
Disconteringsvoet 6,10% 6,31% 6,22% 6,25% 6,39% 5,73%
Exit yield 3,59% 4,43% 4,00% 3,80% 4,04% 2,81%
Mutatiegraad 6,50% 6,90% 6,20% 6,10% 6,70% 6,50%
Leegwaarde per woning 310.737 254.594 301.592 340.257 293.213 328.999
Markthuur per maand 1.019 927 1.010 1.115 995 1.025
Huidige contracthuur per maand 593 583 589 611 587 594
waardering gemiddeld per woning            
marktwaarde verhuurde staat 187.215 167.889 188.100 193.884 184.877 190.770
BAR 3,99% 4,27% 3,98% 3,94% 3,90% 3,99%
marktwaarde verhuurde staat / leegwaarde 61,00% 67,00% 64,00% 57,00% 63,00% 59,00%

Regio Utrecht heeft de hardste stijging meegemaakt; de marktwaardestijging is echter de laagste van alle regio’s. Dit komt doordat in Utrecht de hogere leegwaarde ook resulteert in een hoger bedrag dat bij verkoop aan de gemeente betaald moet worden voor de afkoop van de erfpachtcontracten.

Arnhem is nog de enige regio waar Portaal bezit heeft met een gemiddelde leegwaarde onder de 260.000 euro. Het hoogste gemiddelde zit in de regio Leiden. De verschillen tussen de regio’s in absolute waarden zijn daardoor wel toegenomen. Waar in 2020 het verschil tussen de hoogste en laagste gemiddelde leegwaarde van een woning 63.650 euro was, is dat in 2021 gegroeid naar ruim 80.000 euro. Dit is in 2022 gestabiliseerd en zit nu op een verschil van 85.000 euro.

Marktwaarde per m2

De ontwikkeling van de marktwaarde per m2 laten zowel bij Portaal als voor de benchmark een daling zien. De marktwaardemutatie is voor Portaal vrijwel gelijk aan de daling van de benchmark met 3,3 procent. De marktwaarde per m² lag al op exact gelijke hoogte met het gemiddelde van de benchmark in 2021; dat beeld is nu ongewijzigd. Ook voor de benchmark is de stijging van de disconteringsvoet de belangrijkste drijver voor de waardeafname.

Gevoeligheidsanalyse

De analyse is uitgevoerd op de woongelegenheden. De niet-woongelegenheden en maatschappelijk vastgoed zijn gezien het geringe belang binnen de totale vastgoedportefeuille buiten beschouwing gelaten.

Parameter Marktwaarde 31/12/2022 Effect wijziging parameter Effect op marktwaarde (x €1 mln.) Effect op martwaarde %
Waarde 31/12/2022* 10.007      
Disconteringsvoet 9.856 0,10% -151 -1,50%
  10.172 -0,10% 164 1,60%
Mutatiegraad 10.331 1% 324 3,20%
  9.618 -1% -389 -3,90%
Leegwaarde 10.547 10% 539 5,40%
  9.564 -10% -444 -4,40%

Om een beeld te krijgen van de impact van economische en politieke effecten op de vastgoedwaardering is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Om de impact te simuleren op de marktwaarde, in absolute en relatieve zin, zijn bovenstaande parameters zowel verhoogd als verlaagd met 1 procent.

Een schommeling in de vastgoedwaardering werkt direct door in het (eigen) vermogen en heeft daarmee impact op de vermogensratio’s die van de balans worden afgeleid. De financiële impact van deze renteschok leidt niet direct tot andere uitkomsten ten aanzien van de beoordeling van de solvabiliteit en andere vermogensratio’s zoals de loan to value. Dit geldt ook voor de impact op de beleidswaarde (zie paragraaf Sensitiviteit beleidswaarde). De financiële positie is hiermee beperkt gevoelig voor economische en politieke ‘schokken’ ten aanzien van de vastgoedwaardering.

Niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen
Naast commerciële (niet-DAEB) en sociale (DAEB) woongelegenheden bestaat de vastgoedportefeuille uit niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen. Ook deze vastgoedcategorie wordt door Portaal modelmatig gewaardeerd. De totale vastgoedwaardering van de niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen bedraagt in 2022 193 miljoen euro (2021: 184 miljoen euro). In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de absolute waarde van de niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen in 2022 ten opzichte van 2021.

Niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen (x € 1 mln.) Maatschappelijk vastgoed Bedrijfs onroerend goed Zorg onroerend goed Parkeren Totaal
2022 25 33 96 39 193
2021 27 37 76 44 184

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waardemutatie van de marktwaarde verhuurde staat in 2022 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.

  31-12-2022 (x € 1 mln.)
Marktwaarde niet-woongelegen en parkeerplaatsen 1 januari 184
   
Parameter  
Voorraadmutaties 2,9
Vastgoedgegevens 1,6
Methodische wijzigingen -1,5
Marktontwikkelingen -4,3
Overig 10,3
Totaal mutaties 9
   
Marktwaarde niet-woongelegen en parkeerplaatsen 31 december 193

Overige verplichtingen rustend op het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Erfpachtontwikkeling Utrecht

In 2018 heeft een herijking van de erfpachtverplichtingen plaatsgevonden en dit is voor 2021 gelijk gebleven. In 2022 heeft de gemeente een nieuwe zienswijze gecommuniceerd voor wat betreft de doorexploiteren variant. Hier mag nu de door de gemeente vastgestelde minimale grondwaarde als uitgangspunt gehanteerd worden voor het vaststellen van de meerwaardeafdracht.

Place2BU, De Pionier & Avicennapad

Portaal heeft op een aantal locaties tijdelijke huisvestingslocatie. Dit houdt in dat de Marktwaarde die in TMS gemaakt is met een DCF-periode van 15 jaar, aangepast moet worden. De netto operationele kasstromen voor het doorexploiteren scenario, tot aan het moment van ontmanteling zijn met de disconteringsvoet netto contant gemaakt en bij elkaar opgeteld om tot een marktwaarde vrij op naam te komen. Vervolgens is er 9 procent kosten koper ingerekend om de marktwaarde in verhuurde staat k.k. te krijgen. In de berekening is afhankelijk van de gemaakte afspraken na de exploitatietijd een eindwaarde opgenomen. Voor de Pionier is dat wel het geval, voor Place2BU en Avicennapad is dit niet het geval. 

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde en bedraagt per 31 december 2022 4.225 miljoen euro (2021: 4.390 miljoen euro). 

De opbouw van de beleidswaarde van Portaal per 31 december 2022 laat zich als volgt presenteren:

  DAEB vastgoed in exploitatie (x € 1 mln.) Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (x €1 mln)
Marktwaarde per 31 december 2022 9.207 800
     
Aanpassingen beleidswaarde    
Aanpassing naar beleid doorexploiteren 417 36
Aanpassing naar huurbeleid (max. streefhuur) -3.334 -41
Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid -2.190 -129
Aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid -510 -31
Totaal aanpassingen -5.616 -165
     
Beleidswaarde per 31 december 2022 3.591 635

De beleidswaarde is van de marktwaarde afgeleid in overeenstemming met de uitgangspunten zoals deze door de Autoriteit wonen (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zijn voorgeschreven. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Portaal. Bij toepassing van de beleidswaarde is het vermogen 5.781 miljoen euro lager dan op basis van de marktwaarde. De nettocontantewaardeberekening van de marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Portaal.

Om tot de beleidswaarde te komen worden uitgaande van de marktwaarde in verhuurde staat de volgende vier afslagen gehanteerd:

  • voor het gehele bezit is uitgegaan van het scenario doorexploiteren (in plaats van de hoogste van doorexploiteren en uitponden). Er wordt bovendien in het geheel geen rekening gehouden met verkopen;
  • de huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal verhoogd tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. Portaal hanteert in haar beleid een streefhuur van gemiddeld 80 procent van de maximaal redelijke huur;
  • de componenten van onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). Portaal heeft hier voor de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2032 als uitgangspunt genomen;
  • de beheerskosten uit de DCF-berekening zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer in de 15-jaars DCF-periode. Portaal hanteert hiervoor de beheerkosten zoals opgenomen meerjarenbegroting 2022-2032 als uitgangspunt, middels een kostenfactor per eenheid toegerekend naar een norm per complex.

Parameters beleidswaarde
Voor de beleidswaarde zijn de gemiddelde parameters in 2022 als volgt inzichtelijk te maken:

Parameter gemiddeld per woning Beleidswaarde 2022
Disconteringsvoet 5,63%
Streefhuur per maand (€) 643
Lasten onderhoud per jaar (€) 2.848
Lasten beheer per jaar (€) 1.175
Lasten onderhoud en beheer per jaar (€) 4.023

Sensitiviteit beleidswaarde
Voor de beleidswaarde 2022 is een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd welke als volgt inzichtelijk te maken is:

Parameter Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde (x € 1.000) Effect op beleidswaarde (%)
Disconteringsvoet +0,1% punt -78.853 -2,00%
Disconteringsvoet -0,1% punt 81.117 2,00%
Streefhuur per maand 10% 695.937 17,40%
Streefhuur per maand -10% -10% -731.168 -18,20%
Lasten onderhoud en beheer per jaar +10% 10% -738.776 -18,40%
Lasten onderhoud en beheer per jaar-10% -10% 738.776 18,40%

WOZ informatie

De WOZ-waarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2022 15.267 miljoen euro (2021: 12.784 miljoen euro).

Zekerheden en beperkingen

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de geconsolideerde balans vermeld onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.

8.1.4. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

In de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 360 (2021: 394) eenheden opgenomen die allen met een terugkoopverplichting zijn verkocht. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de minister hebben. De contracten zijn gebaseerd op het Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) en Koopgarant-principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde op moment van verkoop tussen 0 en 31 procent.

8.1.5. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de investeringen opgenomen voor nieuwbouw huurwoningen en grond- en ontwikkelposities.

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Nieuwbouw huurwoningen 175.334 98.366 175.334 98.366
Voorziening nieuwbouw huurwoningen -49.661 -30.086 -49.661 -30.086
Totaal vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 125.672 68.280 125.672 68.280

8.2.1. – 8.2.5. Financiële vaste activa

De financiële vaste activa is enkelvoudig als volgt opgebouwd:

  8.2.1. Deelnemingen in groeps-maatschappijen 8.2.2. Overige deelnemingen 8.2.3. Latente belasting vorderingen 8.2.4. Derivaten 8.2.5. Overige langlopende vorderingen Totaal
1 januari 2022 16.015 247 48.483 121.220 2.420 188.385
Mutaties 2022            
Toevoegingen  10.100  - - - -  10.100 
Afloop / Aflossing - -  -22.987   -6.538   -844   -30.369 
Resultaat deelneming  -997  -   - -  -997 
Overige mutaties - -  109  - -  109 
Totaal mutaties 2022  9.103  - -22.878 -6.538 -844 -21.157
             
31 december 2022 25.118 247 25.605 114.682 1.576 167.228

8.2.1. Deelnemingen in groepsmaatschappijen

De post deelnemingen in groepsmaatschappijen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Portaal Holding B.V. 0 0 14.707 15.987
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. 0 0 10.411 28
Totaal deelnemingen in groepsmaatschappijen 0 0 25.118 16.015

In oktober 2022 heeft Stichting Portaal 100 procent van de aandelen in Vastgoed Onderhoud Centrale (VOC) overgenomen van Portaal Holding B.V. Stichting Portaal had al 0,25 procent van de aandelen in bezit en door een betaling van 10,1 miljoen euro zijn de overige 99,75 procent van de aandelen ook in bezit van Stichting Portaal gekomen.

Het resultaat deelneming van 1,0 miljoen euro negatief bestaat voor 0,8 miljoen euro uit het negatieve resultaat van Portaal Holding B.V. en voor 0,2 miljoen euro uit het negatieve resultaat van Vastgoed Onderhoud Centrale (VOC) B.V.

8.2.2. Overige deelnemingen

Overige deelnemingen betreffen participaties van Portaal en haar groepsmaatschappijen:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
B.V. Woonwagenexploitatie 4 4 4 4
Woningnet N.V. 228 228 228 228
Coöperatie Smart Finance BA 15 15 15 15
Totaal overige deelnemingen 247 420 247 247

8.2.3. Latente belastingvorderingen en latente belastingverplichting

De latente belastingenvorderingen zijn als volgt opgebouwd:

  Vastgoed-beleggingen Derivaten Leningen Grond-posities Personele voorzieningen Subtotaal
1 januari 2022 5.558 30.171 443 1.284 758 38.214
Mutaties boekjaar            
Afloop -1.769 -16.251 -79 - - -18.099
Toevoeging - - - - - -
Overige - - - 14 96 110
Totaal mutaties -1.769 -16.251 -79 14 96 -17.989
             
31 december 2022 3.789 13.920 364 1.298 853 20.223
             
Nominale waarde 4.127 22.147 440 1.462 953 29.130
             
Kortlopend deel 690 587 69 - 293 1.639
  Subtotaal Compensabele verliezen Leningruil vestia Afschrijvings-potentieel Enkelvoudig Totaal Overige Geconsolideerd Totaal
1 januari 2022 38.214 - 3.358 6.911 48.483 369 48.852
Mutaties boekjaar              
Afloop -18.099 - -3.358 -1.530 -22.987   -22.987
Toevoeging - - - - -   -
Overige 110 - - - 110 -35 75
Totaal mutaties -17.989 - -3.358 -1.530 -22.877 -35 -22.913
               
31 december 2022 20.223 - - 5.381 25.605 334 25.939
               
Nominale waarde 29.130 - - 5.651 34.781 374 35.155
               
Kortlopend deel 1.639 - - 471 2.110 86 2.196

De latente belastingvorderingen betreffen de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering. De tot waardering gebrachte nominale belastinglatentie is gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto rente van 2,41 procent (2021: 2,647 procent). De looptijd van de vorderingen bedraagt gemiddeld 5 jaar, voor de derivaten 15 jaar.

Portaal heeft op nihil gewaardeerde verrekenbare tijdelijke verschillen die betrekking hebben op vastgoed en op renteaftrekbeperkingen.

  • Ultimo 2022 is er een bedrag van 3.046 miljoen euro (2021: 3.478 miljoen euro) commercieel / fiscaal waarderingsverschil voor vastgoed in exploitatie. De nominale waarde van de latente belastingverplichting bedraagt 786 miljoen euro (2021: 897,5 miljoen euro). In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingverplichting verantwoord welke op basis van de contante waardering naar nihil tendeert.
  • Ultimo 2022 is er een bedrag van 101,8 miljoen euro (2021: 73,5 miljoen euro) commercieel / fiscaal waarderingsverschil voor vastgoed in ontwikkeling. De nominale waarde van de latente belastingvordering bedraagt 26,3 miljoen euro (2021: 18,4 miljoen euro). In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering verantwoord die op basis van de contante waardering naar nihil tendeert.
  • Ultimo 2022 is er een bedrag van 252 miljoen euro (2021: 190 miljoen euro) aan verrekenbare fiscale rente op basis van de earnings stripping maatregel (ATAD, artikel 15b wet VpB). Deze rente is onbeperkt fiscaal verrekenbaar. De nominale waarde van de latente belastingvordering bedraagt 65,0 miljoen euro (2021: 48,7 miljoen euro). In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering verantwoord welke op basis van de contante waardering naar nihil tendeert.


De belangrijkste veronderstellingen bij de bepaling van de belastinglatenties zijn de timing en omvang van realisatie van waarderingsverschillen van de vastgoedbeleggingen en rentederivaten.

8.2.4. Derivaten

De post derivaten onder de financiële vaste activa is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Boekwaarde derivaten onder hedge accounting 987 1.197 987 1.197
Uitgesteld hedge resultaat van derivaten 113.695 120.023 113.695 120.023
onder hedge accounting        
Totaal derivaten 114.682 121.220 114.682 121.220

De boekwaarde van derivaten onder hedge accounting heeft betrekking op de positieve startwaarde en verkregen kortingen bij het afsluiten van geschreven swaptions en looptijdverkortingen. De verkorting heeft hierbij geleid tot een neerwaartse aanpassing van de rentecoupon.

De derivaten kennen een overwegend langlopend karakter. Van de 114,7 miljoen euro heeft 108,3 miljoen euro een looptijd langer dan een jaar en 78,8 miljoen euro een looptijd langer dan 5 jaar.

De derivaten worden nader toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten. 

8.2.5. Overige langlopende vorderingen

Het saldo van de overige langlopende vorderingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Depot pensioenverplichting Aegon 222 243 222 243
Vorderingen Starters Renteregeling (S.R.R.) 1.354 2.177 1.354 2.177
Voorziening Starters Renteregeling (S.R.R.) - - - -
Betaalde waarborgsommen 18 19 - -

Het uitstaand collateral betrof gelden die uit hoofde van margin call verplichtingen als waarborg zijn gestort op de bankrekening van bancaire tegenpartijen. Deze is in 2021 afgewikeld. De S.R.R. wordt in paragraaf 8.10.6. nader toegelicht.

8.3.1. – 8.3.2. Voorraden

8.3.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

Vastgoed bestemd voor de verkoop betreft onverkochte onroerende zaken. De onverkochte onroerende zaken hebben betrekking op teruggekochte Koopgarant-woningen die op balansdatum nog niet waren doorverkocht. Het saldo is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Teruggekochte VOV woningen 4.562 513 4.562 513
Grondpositie 10.987 10.987 10.987 10.987
Totaal vastgoed bestemd voor de verkoop 15.549 11.500 15.549 11.500

Het aantal onverkochte onroerende zaken bedraagt 15 eenheden per 31 december 2022 (2021: 2 eenheden).

In onderstaande tabel is een toelichting gegeven op de grondposities van Portaal.

Naam Gemeente Aankoop ha. Kostprijs Voorziening Boekwaarde € / m2
    jaar   (x € 1.000) (x € 1.000) (x € 1.000)  
Hoogeveen Hazerswoude 2009 7,51 3.246 -2.758 488 6,5
Rijnenburg Utrecht 2004 45,17 9.682 0 9.682 25,46
Schalkwijk Houten 2009 12,58 3.726 -2.909 817 6,5
Totaal     65,26 16.654 -5.667 10.987  

De bovenstaande grondposities zijn grondaankopen met het oog op ontwikkeling van vastgoedprojecten en waarbij nog geen inzicht bestaat in de feitelijke projectontwikkeling. Het zijn voornamelijk materiële vaste activa, nog niet dienstbaar aan de bedrijfsuitoefening. Zodra de grondposities daadwerkelijk in ontwikkeling worden genomen vindt herrubricering plaats naar de betreffende actiefposten.

De verdeling van de vastgoed bestemd voor de verkoop naar DAEB en Niet-DAEB is opgenomen in paragraaf 10.1.

8.3.2. Overige voorraden

Voorraden grond- en hulpstoffen betreft de voorraad onderhoudsmaterialen en is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Grond- en hulpstoffen 1.487 1.314 0 0
Voorziening incourante grond- en hulpstoffen -6 -6 0 0
Totaal overige voorraden 1.481 1.308 0 0

Overige voorraden betreffen onderhoudsmaterialen in magazijn en in onderhoudsbussen.

8.4.1. – 8.4.5. Vorderingen

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

8.4.1. Huurdebiteuren

Huurdebiteuren betreffen vorderingen uit hoofde van de verhuur van onroerende en roerende zaken in exploitatie. Het saldo is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Achterstand huurdebiteuren 3.707 3.440 3.707 3.427
Voorziening wegens oninbaarheid -1.862 -1.565 -1.862 -1.565
Totaal huurdebiteuren 1.845 1.875 1.845 1.862

8.4.2. Vorderingen op overheid

Vorderingen op overheden betreft van gemeenten te ontvangen bijdragen en is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Gemeente Arnhem 11 9 11 9
Gemeente Soest 1 - 1 -
Gemeente Leiden 45 - 45 -
Gemeente Nijmegen 5 - 5 -
Gemeente Utrecht 1.611 17 1.611 17
Totaal vorderingen op gemeenten 1.673 26 1.673 26

8.4.3. Vorderingen op groepsmaatschappijen

De vorderingen op groepsmaatschappijen zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. 0 0 0 0
Totaal vorderingen op groepsmaatschappijen 0 0 0 0

8.4.4. Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Overige vorderingen 902 195 902 192
Voorziening dubieuze overige vorderingen -309 -2 -309 -2
Totaal overige vorderingen 593 193 593 190

Onder de post overige vorderingen zijn alle debiteuren verantwoord met uitzondering van de huurdebiteuren. 

8.4.5. Overlopende activa

Het saldo overlopende activa is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Nog te ontvangen bedragen 136 170 136 168
Overige vooruitbetaalde bedragen 1.776 2.925 1.777 2.453
Overige overlopende activa 4 9 - -
Totaal overlopende activa 1.916 3.104 1.913 2.621

8.5. Liquide middelen

Het saldo liquide middelen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Banktegoeden 76.726 92.021 56.494 80.375
Kasgelden 2 3 2 2
Totaal liquide middelen 76.728 92.024 56.496 80.377

Om te voldoen aan de beleidsregels wordt 31,9 miljoen euro aangehouden om te voldoen aan de stresstest derivaten. De liquide middelen staan verder ter vrije beschikking.

8.6. Eigen vermogen

Het eigen vermogen is als volgt opgebouwd:

  Herwaarderings-reserve Overige reserve Resultaat Boekjaar Totaal
Stand 1 januari 2021 5.581.691 631.768 727.225 6.940.684
Presentatiecorrectie -126.651 126.651 - -
Aangepaste stand 1 januari 2021 5.455.040 758.419 727.225 6.940.684
Winstverdeling vorig boekjaar - 727.225 -727.225 -
Realisatie uit hoofde van verkoop -26.407 26.407 - -
Mutatie herwaarderingsreserve 1.517.065 -1.517.065 - -
Resultaat boekjaar - - 1.540.286 1.540.286
Totaal mutaties 2021 1.490.660 -763.435 813.061 1.540.286
         
Stand 1 januari 2022 6.945.700 -5.016 1.540.286 8.480.970
Mutaties boekjaar        
Winstverdeling vorig boekjaar - 1.540.286 -1.540.286 -
Realisatie uit hoofde van verkoop -25.406 25.406 - -
Mutatie herwaarderingsreserve -481.122 481.122 - -
Resultaat boekjaar - - -384.862 -384.862
Totaal mutaties 2022 -506.528 2.046.814 -1.925.148 -384.862
         
Stand 31 december 2022 6.439.172 2.041.798 -384.862 8.096.108

Volgens de statuten van Portaal dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet te worden besteed.

Voorstel resultaatbestemming

Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het negatieve resultaat over het boekjaar 2022 ad 385 miljoen euro geheel ten laste van de overige reserves te brengen. Dit voorstel is nog niet in de jaarrekening verwerkt.

Overige reserves

Aan de overige reserves wordt het resultaat van vorig boekjaar toegevoegd. Daarnaast vindt bij verkoop een vermogensmutatie plaats door het realiseren van de herwaarderingsreserve.

Ongerealiseerde herwaarderingsreserve

Per 31 december 2022 is in totaal 6,4 miljard euro aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2021: 7,1 miljard euro), enerzijds zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs (6,5 miljard euro) en anderzijds het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (0,1 miljard euro). Voor de verdeling van de herwaarderingsreserve naar DAEB en Niet-DAEB wordt verwezen naar paragraaf 10.1.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van 5,8 miljard euro in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Portaal niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Portaal. De mogelijkheden voor Portaal om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Aangezien de doelstelling van Portaal is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel worden vervreemd. Daarnaast wordt bij mutatie van een woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

8.7.1. – 8.7.4. Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is geconsolideerd als volgt opgebouwd:

  8.7.1. ORT 8.7.2. Pensioenen 8.7.3. Personeels-kosten 8.7.4. Overige Totaal
1 januari 2022 33.135 242 4.951 713 39.041
Mutaties boekjaar          
Toevoegingen 86.041 - 2.049 - 88.090
Onttrekkingen -62.252 -20 -745 -321 -63.338
Vrijval -15.858 - -1.110 -156 -17.124
Totaal mutaties 2022 7.930 -20 194 -477 7.627
           
31 december 2022 41.065 222 5.145 236 46.668

Daar waar niet anders vermeld hebben de voorzieningen een overwegend langlopend karakter.

8.7.1. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (ORT)

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen heeft betrekking op verwachte verliezen in de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, renovaties en herstructureringsactiviteiten van Portaal. Voor de bepaling van de voorziening worden de begrote investeringskosten van het betreffende project afgezet tegen de verwachte opbrengsten. Voor projecten waarvoor de opbrengsten lager uitvallen dan de begrote investeringskosten wordt een voorziening gevormd. De voorziening heeft voor een bedrag van 18,5 miljoen euro (2021: 6 miljoen euro) betrekking op de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, 22,6 miljoen euro (2021: 27,1 miljoen euro) heeft betrekking op renovatieprojecten. Voor de verdeling van de voorziening naar DAEB en Niet-DAEB wordt verwezen naar paragraaf 10.1.

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting bewoners, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Portaal rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van het definitief ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

De aannames gedaan bij de financiële impact van bovengenoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan onder meer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.

8.7.2. Voorziening pensioenen

De voorziening pensioenen betreft een depot dat is ondergebracht bij een verzekeraar voor een aantal in het verleden vervroegd uitgetreden medewerkers die vanuit een vorige fusie met een van de rechtsvoorgangers van Portaal niet zijn meegegaan naar het pensioenfonds van het SPW.

8.7.3. Voorziening personeelskosten

De voorziening personeelskosten is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Voorziening jubilea uitkeringen 2.075 1.917 1.603 1.355
Voorziening individueel loopbaanbudget 2.080 2.078 1.295 1.271
Voorziening langdurig zieken 990 956 797 709
Totaal voorziening personeelskosten 5.145 4.951 3.695 3.335

8.7.4. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen bestaan uit diverse kleine claims en geschillen. De onttrekkingen gedurende het boekjaar hebben betrekking op de enkele van deze claims.

8.8.1. – 8.8.7. Langlopende schulden

Het verloop van de post langlopende schulden is enkelvoudig gelijk aan geconsolideerd en is als volgt opgebouwd: 

  8.8.1. Schulden aan overheid 8.8.2. Schulden aan krediet-instellingen 8.8.3. Agio leningen 8.8.4. Novaties 8.8.5. Derivaten 8.8.6. Terugkoop-verplichting VOV eenheden 8.8.7. Overige langlopende schulden Totaal
Stand per 1 januari 2022 2.225 1.868.012 26.109 119.824 159.722 109.201 484 2.285.577
                 
Kortlopend deel vorig boekjaar 595 16.192 601 4.800 3.419 - - 25.607
Vrijval amortisatie boekjaar - - -601 -4.800 -266 - - -5.667
Nieuw opgenomen leningen / toevoegingen - 160.699 654 - - - 69 161.423
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht - - - - - -9.553 - -9.553
Aflossingen / terugkopen / afwikkeling -595 -70.635 - - -21.086 - -58 -92.374
Waardemutaties - - - - -74.862 1.011 - -73.851
Reclassificatie aflossing <1 jaar -422 -44.122 -654 -4.800 -2.843 - - -52.842
Totaal mutaties 2022 -422 62.132 0 -4.800 -95.638 -8.542 11 -47.259
                 
Stand per 31 december 2022 1.803 1.930.144 26.109 115.023 64.084 100.659 495 2.238.318

In onderstaande tabel zijn de langlopende schulden van Portaal gesplitst in een looptijd langer en korter dan 5 jaar. Voor de roll-over leningen zijn derivaten afgesloten.

Portaal heeft in haar leningcontracten geen embedded derivaten besloten welke separaat verantwoord dienen te worden. De leningen verantwoord onder leningen overheid en kredietinstellingen zijn nagenoeg geheel geborgd door het WSW. Daarvan is 4,8 miljoen euro niet geborgd door het WSW.

  2022 2022 2022 2021
  < 5 jaar > 5 jaar Totaal Totaal
Leningen overheid 1.803 - 1.803 2.225
Leningen kredietinstellingen 189.445 1.740.701 1.930.144 1.868.012
Agio leningen 2.633 23.476 26.109 26.109
Novaties 24.000 91.023 115.023 119.824
Derivaten 10.512 47.755 58.267 153.643
Uitgesteld hedge resultaat 1.308 4.510 5.817 6.079
Terugkoopverplichting VOV eenheden - 100.659 100.659 109.201
Overige langlopende schulden - 495 495 484
Totaal langlopende schulden 229.700 2.008.619 2.238.318 2.285.577

8.8.1. & 8.8.2. Leningen overheid en kredietinstellingen

Aflossingsverplichtingen van de leningen overheid en kredietinstellingen die binnen 12 maanden na het jaar aflopen, zijn opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen. Inclusief deze aflossingsverplichtingen, is het totaalbedrag aan leningen per eind 2022 1.974 miljoen euro (2021: 1.887 miljoen euro). De marktwaarde van de leningen overheid en kredietinstellingen is 2,1 miljard euro (2021: 2,9 miljard euro). Het gemiddelde rentepercentage van de leningportefeuille (exclusief startwaarde novatie) en derivatenportefeuille bedroeg voor 2022 3,25 procent (2021: 3,52 procent).

De leningportefeuille bestaat grotendeels uit leningen met eindaflossingen (bullet). Onderstaand de lening portefeuille (langlopende en kortlopende leningen) uitgesplitst naar rentepercentage, naar resterende looptijd en informatie over renteherzieningen:

(x € 1 mln)

Rentepercentages   Afloop (aflossing)   wv. Annuïtair Renteherzieningen **  
Roll over* 340,0 < 1 jaar (kortloper) 44,5 0,1 < 1 jaar (kortloper) 3,8
0% - 2% 668,9 van 1 tot 5 jaar 172,0 19,1 van 1 tot 5 jaar 29,0
2% - 3% 130,1 van 5 tot 10 jaar 221,2 20,3 van 5 tot 10 jaar 2,9
3% - 4% 55,2 van 10 tot 15 jaar 144,4 9,2 van 10 tot 15 jaar 0,0
4% - 5% 782,2 van 15 tot 20 jaar 51,1 1,6 van 15 tot 20 jaar 0,0
5% - 6% 0,0 > 20 jaar 1343,3 0,8 > 20 jaar 0,0
> 6% 0,0          
  1976,5   1976,5 51,1   35,6

De leningen met een renteherziening komend jaar zijn leningen met een vast rentepercentage.

8.8.3. Agio Leningen

In het belang van de volkshuisvesting is sectorbreed naar een structurele oplossing gezocht voor woningcorporatie Vestia. In 2021 hebben 251 corporaties bijgedragen aan een oplossing voor de hoge rentelasten van Vestia. Corporaties hebben met Vestia nieuw afgesloten leningen met lage rentes uitgeruild met leningen van Vestia die een hogere rente kennen, waardoor per saldo een herverdeling van de rentelasten tussen de corporatie en Vestia heeft plaatsgevonden. Portaal heeft hieraan deelgenomen, wat resulteerde in een lening met een nominale hoofdsom van 17,2 miljoen euro en een volkshuisvestelijke bijdrage in de vorm van agio van 26,7 miljoen euro, ontstaan door het verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde van de lening. De volkshuisvestelijke bijdrage is ten laste van het resultaat gebracht en verantwoord onder de overige organisatiekosten.

De nominale hoofdsom wordt afgelost na 40 jaar. De rente bedraagt 4,86 procent gedurende de hele looptijd. Jaarlijks wordt rente betaald en valt een deel van het agio vrij, bestaande uit het verschil tussen de in betreffend jaar betaalde rente en de berekende effectieve rente.

8.8.4. Novaties

Onder de langlopende leningen is een bedrag van 115,0 miljoen euro opgenomen inzake alle novaties. De novaties kennen overwegend een langlopend karakter en worden langs een amortisatieschema jaarlijks afgebouwd. De amortisatie van de novaties die binnen 12 maanden na het boekjaar 2022 aflopen, zijn opgenomen onder paragraaf 8.9.2.

De novaties worden nader toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten.

8.8.5. Derivaten

De post derivaten onder de langlopende schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Boekwaarde van derivaten onder hedge accounting 30.641 40.745 30.641 40.745
Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting 5.817 6.079 5.817 6.079
Derivaten niet onder hedge accounting 27.626 112.898 27.626 112.898
Totaal derivaten 64.084 159.722 64.084 159.722

Boekwaarde van derivaten onder hedge accounting

De boekwaarde heeft betrekking op de negatieve startwaarde van swaps die voortkomen uit uitgeoefende swaptions en looptijdverkortingen waarbij de verkorting is gefinancierd middels een aanpassing van de rentecoupon.

Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting

Onder deze post is de cumulatieve winst verantwoord voortvloeiend uit novaties, beëindigingen en looptijdverkortingen voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet. Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accouting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingsrelatie beëindigd. In dit geval wordt de cumulatieve winst in de winst-en-verliesrekening van die periode verwerkt.

Derivaten niet onder hedge accounting

Dit betreffen de derivaten waarop geen hedge accounting wordt toegepast. De derivaten zijn gewaardeerd op een negatieve marktwaarde. De waardemutatie is verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Looptijden derivaten

De boekwaarde van derivaten onder hedge accounting en de uitgestelde hedge resultaten kennen overwegend een langlopend karakter en worden door een amortisatieschema jaarlijks afgebouwd. De amortisatie van voorgenoemde posten die binnen 12 maanden na het boekjaar 2022 aflopen, zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen (kortlopende schulden). Van de 36,5 miljoen euro heeft 24,6 miljoen euro een looptijd langer dan 5 jaar.

Alle derivaten die niet vallen onder hedge accounting kennen een overwegend langlopend karakter (> 5 jaar). Voor een nadere toelichting over de derivaten wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Financiële instrumenten.

8.8.6. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden nader toegelicht in 8.1.4. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

8.8.7. Overige schulden

De overige langlopende schulden betreffen voornamelijk door huurders gestorte waarborgsommen.

8.9.1. – 8.9.7. Kortlopende schulden

De onder de kortlopende schulden opgenomen bedragen hebben een looptijd korter dan één jaar, tenzij anders wordt vermeld.

8.9.1. Aflossingsverplichting langlopende schulden

Het saldo aflossingsverplichting langlopende schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Aflossingen leningen volgend boekjaar 45.199 17.293 45.199 17.293
Totaal aflossingsverplichting langlopende leningen 45.199 17.293 45.199 17.293

In het saldo aflossingen leningen volgend boekjaar is 654 euro opgenomen aan deel van agio langlopende leningen dat in 2023 zal vrijvallen.

8.9.2. Schulden aan kredietinstellingen

Het saldo schulden aan kredietinstellingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Kasgeldleningen - - - -
Amortisatie novaties volgend boekjaar 4.800 4.800 4.800 4.800
Amortisatie derivaten volgend boekjaar 2.843 3.418 2.843 3.418
Totaal schulden aan kredietinstellingen 7.643 8.218 7.643 8.218

De amorisatie novaties en derivaten betreffen de amortisaties van de kostprijshedge accounting posities komend boekjaar (< 1 jaar).

Portaal beschikt over 65 miljoen euro (2021: 65 miljoen euro) aan kredietfaciliteiten in de vorm van kasgeld- en rekening-courantfaciliteiten. Deze faciliteiten kunnen voor zowel kasgeldfaciliteiten als voor rekening-courantfaciliteit voor DAEB activiteiten worden aangewend. In zowel 2021 als 2022 is geen gebruik gemaakt van de faciliteiten. Daarnaast beschikt Portaal over variabele hoofdsomleningen van in totaal 100 miljoen euro. Hiervan is contractueel 20 procent opgenomen bij aanvang van de faciliteit.

8.9.3. Schulden aan leveranciers

Schulden aan leveranciers betreffen handelscrediteuren met een looptijd korter dan één jaar. De post is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Schulden aan leveranciers 19.511 20.442 18.791 17.452
Totaal schulden aan leveranciers 19.511 20.442 18.791 17.452

8.9.4. Schulden aan groepsmaatschappijen

Onder de post schulden aan groepsmaatschappijen zijn schulden opgenomen aan gelieerde maatschappijen. De post is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. - - 672 4.320
Totaal schulden aan groepsmaatschappijen - - 672 4.320

8.9.5. Belastingen en premies sociale verzekeringen

Het saldo te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Omzetbelasting 10.581 9.270 10.583 8.249
Loonheffingen 1.259 1.440 1.145 1.065
Vennootschapsbelasting 8.016 1.150 8.295 1.128
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 19.856 11.860 20.023 10.442

8.9.6. Overige schulden

De post overige schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Nog te verrekenen servicekosten met huurders 4.515 4.386 4.515 4.386
Schulden ter zake van pensioenen 480 602 481 453
Overige schulden 135 265 149 264
Totaal overige schulden 5.130 5.253 5.145 5.103

8.9.7. Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  31-12-2022 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2021
Niet vervallen rente op leningen 14.214 14.732 14.214 14.732
Vooruitontvangen bedragen 4.815 5.163 4.815 5.163
Restant verlofuren 2.817 2.627 2.119 2.043
Nog te ontvangen facturen 8.309 3.954 8.243 3.771
Totaal overlopende passiva 30.155 26.476 29.391 25.709

8.10.1. – 8.10.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

8.10.1. Verplichtingen

Verplichtingen ultimo boekjaar (x € 1 mln.) Totaal < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar Totaal 2021
Huur van panden 5,5 1,5 4 - 6,2
Investeringen in renovatie 62,5 56,7 5,8 - 33,8
Investeringen in nieuwbouw van huurwoningen 30,2 25,1 5,1 - 90,2
Uitgaven onderhoud en verbeteringen 31,3 30,2 1,1 - 10,4
Lease wagenpark 0,2 0,1 0,1 - 0,2
Automatisering / telefonie / facilitair 7,5 4,6 2,9 - 9,3
Totaal 137,2 118,2 19 - 150,1
           

De in de winst-en-verliesrekening verantwoorde huur- en leasekosten bedragen 1,4 miljoen euro (2021: 1,7 miljoen euro).

8.10.2. Bankgaranties

Ultimo 2022 heeft Portaal bankgaranties aan derden afgegeven (ten behoeve van huur bedrijfspand) ter waarde van 0,27 miljoen euro (2021: 0,27 miljoen euro). Portaal heeft per ultimo 2022 18,7 miljoen euro (2021: 24,7 miljoen euro) aan bankgaranties ontvangen.

8.10.3. WSW Obligoheffing

Portaal is WSW deelnemer en daardoor gebonden aan het WSW deelnemersreglement. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met overheidsleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie waarvoor jegens het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligoverplichting geldt. Portaal heeft een volmacht tot het vestigen van hypotheek op haar bezit verstrekt aan het WSW.

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33 procent van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor het jaar 2022 is het WSW uitgegaan van een obligoheffing van 0,0487 procent van het geborgd volume. Voor Portaal bedroeg dit in 2022 0,944 miljoen euro.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening (2,6 procent van het geborgde leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar). Voor portaal bedraagt dit in 2022 50,4 miljoen euro.

8.10.4. Stichting de Glazen Lift

De in 2008 opgerichte stichting de Glazen Lift behartigt de belangen van toegelaten instellingen en/of hun verbindingen die schade en/of enig nadeel hebben ondervonden als gevolg van het door de Europese Commissie bij beschikking vastgestelde kartel liften en roltrappen. Portaal heeft de claim en de mogelijk hieruit voortvloeiende vordering die zij heeft op de deelnemers van het liftkartel aan de stichting overgedragen. Indien in de toekomst de claim van de Glazen Lift wordt gehonoreerd heeft Portaal op basis van haar participatie in de stichting recht op een evenredig deel van de toegekende claim.

8.10.5. Starters Renteregeling

Portaal past sinds 2010 het product Starters Renteregeling toe. Ultimo 2022 zijn er nog 57 woningen met een Starters Renteregeling. In 2022 zijn geen woningen verkocht met de Starters Renteregeling. Door de positieve ontwikkelingen op de woningmarkt wordt dit product ook niet meer toegepast. In het verleden verkocht Portaal een nieuwbouwwoning of woning uit bestaand bezit en schiet daarbij voor een periode van 10 jaar 20 procent van de hypotheeklasten van de koper voor.

De koper hoeft deze voorgefinancierde rente alleen terug te betalen bij verkoop indien sprake is van een winst op de verkooptransactie. 50 procent van deze winst wordt dan aangewend om de vooruit gefinancierde hypotheeklasten terug te betalen. Na 10 jaar zal een inkomenstoets plaatsvinden. Indien het inkomen voldoende is gestegen stopt Portaal met de betaling van de hypotheeklasten. Indien de hypotheeklasten na 10 jaar boven de NHG-norm uitkomen, heeft Portaal de verplichting om de voorfinanciering met een periode van 5 jaar te verlengen tot een maximum van 30 jaar.

8.10.6. Heffing saneringsfonds

Portaal maakt samen met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de heffing van de omzetbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.10.7. Fiscale eenheid omzetbelasting

Portaal maakt met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Portaal Participaties B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.10.8. Fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Portaal maakt met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Portaal Participaties B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.10.9. Banksaldi VvE’s

Het aandeel van Portaal in de liquide middelen van de VVE's waarin Portaal een belang heeft bedraagt 20,8 miljoen euro per ultimo 2022 (2021: 26,9 miljoen euro).

8.10.11. Erfpacht

Portaal heeft onroerend goed in eigendom waarbij voorwaarden zijn gesteld aan gebruik van het onroerend goed en mogelijk van invloed zijn op de te betalen erfpacht. Portaal voert onderzoek uit naar de feiten, waardoor nog geen inschatting gemaakt kan worden van eventuele financiële gevolgen.

9. Toelichting op de winst-en-verliesrekening

9.1.1. – 9.1.7. Exploitatie vastgoedportefeuille

9.1.1. Huuropbrengsten

Huren betreffen aan huurders in rekening gebrachte huren onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid. De huuropbrengsten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Woningen en woongebouwen 381.087 373.382 381.227 373.521
Huurderving wegens leegstand -5.179 -6.650 -5.179 -6.650
Huurderving wegens oninbaarheid -839 -619 -839 -619
Huurkorting -41 -52 -41 -52
Totaal huuropbrengsten 375.028 366.061 375.169 366.200

De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2022 bedroeg 2,5 procent (1 juli 2021: 0,4 procent). Voor het DAEB-bezit betrof dit 2,6 procent (1 juli 2021: 0,0 procent) en voor het niet-DAEB-bezit 2,1 procent (1 juli 2021: 1,4 procent).

9.1.2. Opbrengsten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Vergoedingen verrekenbare lasten servicecontracten 13.884 14.594 13.884 14.594
Vergoedingen niet-verrekenbare lasten servicecontracten 4.802 4.847 4.888 4.932
Totaal vergoedingen servicecontracten 18.686 19.441 18.772 19.526
         
Derving verrekenbare lasten servicecontracten -230 -292 -230 -292
Derving niet-verrekenbare lasten servicecontracten -34 -45 -34 -45
Totaal opbrengsten servicecontracten 18.422 19.104 18.508 19.189

9.1.3. Lasten servicecontracten

De lasten servicecontracten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Verrekenbare lasten servicecontracten 13.884 14.594 13.884 14.594
Niet-verrekenbare lasten servicecontracten 809 357 3.778 3.070
Totaal lasten servicecontracten 14.693 14.951 17.661 17.664

9.1.4. Overheidsbijdragen

De overheidsbijdragen zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Overige rijksbijdragen 5 7 5 7
Totaal overheidsbijdragen 5 7 5 7

9.1.5. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

De lasten verhuur en beheeractiviteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Personeelskosten verhuur en beheeractiviteiten 11.423 10.498 11.440 10.498
Overige bedrijfslasten verhuur en beheeractiviteiten 4.355 3.972 4.354 3.972
Overhead verhuur en beheeractiviteiten 6.127 5.539 6.127 5.539
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten 21.905 20.009 21.921 20.009

9.1.6. Lasten onderhoudsactiviteiten

De lasten onderhoudsactiviteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Planmatig onderhoud 37.351 29.358 37.539 29.502
Contractonderhoud 8.329 7.797 8.605 8.062
Mutatieonderhoud -684 - 12.783 13.938
Reparatieonderhoud -256 26 15.046 11.935
Aanpassingen bestaand bezit 2.502 2.861 14.884 15.239
Kosten gewijzigde regelgeving 3.889 3.187 7.333 5.927
Overige lasten onderhoud 5.981 4.825 4.254 5.871
Kosten grond- en hulpstoffen verkopen 2.580 2.308 - -
Kosten uitbesteed werk 21.650 23.039 - -
Directe onderhoudslasten 81.342 73.401 100.445 90.474
         
Personeelskosten onderhoud 20.744 19.635 4.749 4.349
Overige bedrijfslasten onderhoud 4.157 3.643 1.809 1.645
Overhead onderhoud 4.877 4.333 2.547 2.294
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten 111.120 101.012 109.555 98.762

9.1.7. Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille

De overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:
 

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Gemeentelijke heffingen 23.885 22.890 23.885 22.890
Verzekeringskosten 1.152 1.219 2.197 1.600
VvE-beheer 1.652 1.646 1.652 1.646
Erfpacht 91 91 91 91
Verhuurderheffing 22.039 49.094 22.039 49.094
Overige vastgoed gerelateerde bedrijfskosten 3.673 3.711 3.674 3.711
Totaal overige directe operationele lasten 52.492 78.651 535.338 79.032
exploitatie vastgoedportefeuille        

Gemeentelijke heffingen bestaan uit de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en waterschapsbelasting. Door een verlaging van de verhuurderheffing zijn deze kosten in 2022 sterk afgenomen ten opzichte van 2021. In 2023 komt deze heffing geheel te vervallen.

9.2. Verkocht vastgoed in ontwikkeling

De post verkocht vastgoed in ontwikkeling is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
Personeelskosten projectontwikkeling verkoop - - - -
Overige bedrijfslasten projectontwikkeling verkoop - - - -
Overhead projectontwikkeling verkoop - - - -
Totaal verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -

Verkocht vastgoed in ontwikkeling betreffen nieuwbouw koopprojecten welke vallen onder het overgangsrecht van de Woningwet.

9.3. Verkoop vastgoedportefeuille

De post verkoop vastgoedportefeuille is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 43.060 63.541 43.060 63.541
Verkoopkosten -2.156 -4.969 -2.178 -4.969
Netto verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 40.904 58.572 40.882 58.572
         
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -27.225 -40.903 -27.225 -40.903
Personeelskosten verkoop bestaand bezit -915 -929 -915 -929
Overige bedrijfslasten verkoop bestaand bezit -349 -352 -349 -352
Overhead verkoop bestaand bezit -490 -490 -490 -490
Totaal verkoop vastgoedportefeuille 11.925 15.898 11.903 15.898

9.4.1. – 9.4.3. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

9.4.1. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -753 -555 -753 -555
Kosten voorziening nieuwbouw huurprojecten -36.368 15.188 -36.368 15.188
Kosten voorziening renovatieprojecten -26.218 -32.042 -26.218 -32.042
Personeelskosten overige waardeveranderingen -5.461 -4.582 -5.461 -4.582
Overige bedrijfslasten overige waardeveranderingen -2.079 -1.734 -2.079 -1.734
Overige waardeveranderingen -70.879 -23.725 -70.879 -23.725
vastgoedportefeuille        
Overhead overige waardeveranderingen -2.925 -2.418 -2.925 -2.418
Totaal overige waardeveranderingen -73.804 -26.143 -73.804 -26.143

9.4.2. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Waardeverandering vastgoed in exploitatie -478.837 1.488.213 -478.837 1.488.213
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen -478.837 1.488.213 -478.837 1.488.213
vastgoedportefeuille        

De waardeverandering vastgoed in exploitatie heeft betrekking op de waardeontwikkelingen van de vastgoedportefeuille en zijn het gevolg van de waardering tegen marktwaarde. 

9.4.3. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Vastgoed verkocht onder voorwaarden actief 1.839 20.026 1.839 20.026
Vastgoed verkocht onder voorwaarden passief -1.012 -16.681 -1.012 -16.681
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 827 3.345 827 3.345

9.5. Overige activiteiten

De overige activiteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Opbrengsten algemeen beheer voor derden - 4 - 4
Administratieve vergoeding 444 445 444 445
Opbrengsten doorbelaste kosten deelnemingen 10 9 955 901
Overige bedrijfsopbrengsten -2.162 694 450 454
Opbrengsten overige activiteiten -1.708 1.152 1.849 1.804
         
Lonen en salarissen overige activiteiten -956 -830 -956 -830
Overige directe lasten overige activiteiten -364 -314 -364 -314
Overhead overige activiteiten -512 -438 -512 -438
Totaal overige activiteiten -3.540 -430 17 222

9.6. Overige organisatiekosten

De overige organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Governance en bestuur 785 810 785 810
Asset management 1.095 936 1.095 936
Jaarverslaggeving / control 941 786 941 786
Treasury 36 35 36 35
Obligoheffing WSW 944 1.152 944 1.152
Volkshuisvestelijke bijdrage - 26.710 - 26.710
Bijdrageheffing AW 305 312 305 312
Personeel en organisatie 449 324 449 324
Totaal overige organisatiekosten 4.553 31.065 4.553 31.065

Overige organisatiekosten betreffen personeelskosten, overige bedrijfslasten en overhead van functies welke niet toe te rekenen zijn aan primaire activiteiten of niet-primaire activiteiten.

9.7. Kosten omtrent leefbaarheid

De kosten omtrent leefbaarheid zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Fysieke leefbaarheid 1.831 1.775 1.843 1.775
Sociale leefbaarheid 802 520 830 527
Directe leefbaarheidskosten 2.633 2.295 2.673 2.302
         
Personeelskosten leefbaarheid 3.096 2.593 3.096 2.593
Overige bedrijfslasten leefbaarheid 1.178 981 1.178 981
Overhead leefbaarheid 1.659 1.368 1.659 1.368
Totale leefbaarheidskosten 8.566 7.237 8.606 7.244

9.8.1. – 9.8.4. Financiële baten en lasten

9.8.1. Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

De opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Bewaarloon / provisie effecten - - - -
Totaal opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - - - -

9.8.2. Waardeveranderingen derivaten

De waardeveranderingen derivaten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Waardeverandering geschreven swaptions 34.058 13.217 34.058 13.217
Waardeverandering gestructureerde derivaten 40.804 16.046 40.804 16.046
Ineffectiviteit derivaten - -5.029 - -5.029
Totaal waardeveranderingen derivaten 74.862 24.234 74.862 24.234

De waardeveranderingen derivaten hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen:

  • waardeveranderingen geschreven swaptions en gestructureerde derivaten: Deze waardeverandering heeft betrekking op de mutatie van de marktwaarde in 2022 van de derivaten die niet onder kostprijshedge accounting zijn gebracht. De waardeverandering is postief doordat de kapitaalmarktrente in 2022 is gestegen;
  • ineffectiviteit derivaten: De ineffectiviteit van de derivaten betreft de vrijval van de uitgestelde hedge resultaten in 2021, omdat hier in de toekomst geen onderliggende financieringsbehoefte meer voor is. In 2022 is er geen sprake van ineffectiviteit. De ineffectiviteit van de derivaten onder kostprijshedge accounting is nader toegelicht in hoofdstuk 7.

9.8.3. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

De andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Overige rentebaten 798 38 784 38
Totaal andere rentebaten en 798 38 784 38
soortgelijke opbrengsten        

9.8.4. Rentelasten en soortgelijke kosten

De rentelasten en soortgelijke kosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Leningen overheid en kredietinstellingen -44.124 -42.057 -44.101 -42.028
Resultaten SWAP -19.703 -34.630 -19.703 -34.630
Rentelasten hedge resultaat -6.047 -10.723 -6.047 -10.723
Rentelasten boekwaarde 6.632 9.147 6.632 9.147
Rentelasten novaties 4.800 4.800 4.800 4.800
Overige schulden -37 -185 -37 -185
WSW Disagio -655 -500 -655 -500
Bereidstellingsprovisie -270 -201 -270 -201
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -59.404 -74.349 -59.381 -74.320

De rentelasten hedge resultaat, rentelasten boekwaarde en rentelasten novaties betreffen de vrijval van de uitgestelde hedge resultaten in 2022.

9.9. Belastingen

Het geconsolideerde commerciële resultaat voor belastingen bedraagt 347 miljoen euro negatief. Nadat dit commerciële resultaat is gecorrigeerd voor verschillen tussen de commerciële en fiscale behandeling resteert een positief fiscaal resultaat van 69 miljoen euro. Dit is inclusief 60 miljoen euro aan niet aftrekbare rente als gevolg van de invoering van ATAD1. De acute vennootschapsbelasting voor Portaal over 2022 bedraagt 16 miljoen euro.

Het gewogen gemiddelde toepasselijke belastingtarief bedraagt 25,8 procent (2021: 25 procent). De effectieve belastingdruk in de winst-en-verliesrekening over 2022 bedraagt -10,9 procent (2021: 1,38 procent). De effectieve belastingdruk in de jaarrekening wijkt af van het gemiddelde toepasselijke belastingtarief door de volgende oorzaken:

  • permanente verschillen tussen de commerciële en fiscale resultaatbepaling;
  • het effect van de waardering van de belastinglatenties op tijdelijke verschillen - ten aanzien van het vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkelingen en rentederivaten - op contante waarde

Onderstaand in het verloop opgenomen van het toepasselijke belastingtarief naar de effectieve belastingdruk in het boekjaar 2022:

  Bedrag Fiscale impact %
Resultaat voor belastingen -347.049    
Nominale belastingdruk   -89.539 25,80%
       
Permanente verschillen:      
Beperkt aftrekbare kosten (forfait) 158 41 -0,01%
Investeringsaftrek -5.854 -1.510 0,44%
Impact (her)waarderen latenties 510.621 131.740 -37,96%
Impact tariefsopstap - -43 0,01%
True-up (correctie verliezen voorgaande jaren) -6.691 -1.727 0,50%
True-up (correctie vpb voorgaande jaren) - -1.150 0,33%
       
Totale belastinglast   37.812 -10,90%

De verwerkte belasting in de winst-en-verliesrekening is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd   Enkelvoudig  
  2022 2021 2022 2021
Acute vennootschapsbelasting 16.050 1.150 16.329 1.128
Mutatie latente belastingvorderingen 22.913 21.618 22.877 21.664
Correcties voorgaande jaren -1.150 - -1.128 -
Totaal belastingen 37.812 22.768 38.079 22.792

Het belastbaar bedrag is als volgt af te leiden uit het commerciële resultaat in de geconsolideerde jaarrekening:

  2022 2021
Groepsresultaat na belastingen -384.861 1.540.286
Resultaat deelnemingen - -
Vennootschapsbelasting -37.812 22.768
Commercieel resultaat voor VPB -347.049 1.563.054
     
Commercieel - fiscale verschillen    
Afschrijvingen materiële vaste activa -2.533 -4.417
Onderhoudslasten -40.104 -45.657
Personele voorzieningen 405 -44
Overige voorzieningen - -122
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 540.596 -1.474.973
Waardeveranderingen derivaten -74.862 -24.234
Geactiveerde rente projectontwikkeling 1.143 592
Vrijval (dis-)agio leningen -345 -524
Rentelasten en soortgelijke kosten -19.613 -48.309
Resultaat verkoop bestaand bezit -13.112 -18.672
Niet aftrekbare rente (ATAD1) 59.931 95.791
Beperking aftrek personeelskosten 158 151
Energie-investeringsaftrek (EIA) -21 -80
Milieuinvesteringsaftrek -5.833  
Heffingsvermindering verhuurderheffing -16.341 -
Volkshuisvestelijke bijdrage -13.355 13.355
Totaal commercieel - fiscale verschillen 416.115 -1.507.143
     
Belastbare winst 69.066 55.911
     
Te verrekenen verliezen -6.691 -51.212
Belastbaar bedrag 62.375 4.699

Ten aanzien van de acute belastingpositie in de jaarrekening heeft Stichting Portaal een aantal standpunten ingenomen die bij afwikkeling van de ingediende aangiften vennootschapsbelasting door de fiscus worden getoetst. De belangrijkste standpunten bij de bepaling van het fiscale resultaat betreffen:

  • het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen ter zake van renovatieprojecten en planmatig onderhoud;
  • de afschrijvingstermijnen en restwaarde die fiscaal worden gehanteerd;
  • de fiscale waardering en resultaatbepaling van derivaten.


Portaal is in overleg met de Belastingdienst over de waardering van de derivatenportefeuille in de aangiften vennootschapsbelasting. De derivaten worden momenteel gewaardeerd op historische kostprijs in plaats van de lagere markwaarde. Aangezien het overleg nog loopt, is de aanpassing van de waarderingssystematiek - gezien de onzekerheid - nog niet in de fiscale positie in de jaarrekening verwerkt. 

9.10. Resultaat deelnemingen

Het resultaat deelnemingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Portaal Holding B.V. - - -759 -29
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. - - -238 -
GEM Kanaleneiland C.V. - 1 - -
Totaal resultaat deelnemingen - 1 -997 -29

9.11.1. – 9.11.4. Indirecte kosten

De indirecte kosten zijn ten behoeve van het functionele model van de winst-en-verliesrekening aan activiteiten toegerekend. De toerekening volgt uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid. De kostenverdeling vindt hoofdzakelijk plaats op basis van fte.

9.11.1. Personeelskosten

De personeelskosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Lonen en salarissen 40.074 38.619 28.630 27.725
Sociale lasten 6.957 6.661 4.890 4.603
Pensioenlasten 5.263 4.947 3.970 3.736
Overige personeelskosten 10.988 8.595 9.414 7.102
Totaal personeelskosten 63.282 58.822 46.904 43.166

Portaal neemt deel aan het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties en heeft voor bijna al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Portaal betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Op 31 december 2022 dient het pensioenfonds een dekkingsgraad van ten minste 127,7 procent te hebben. Naar de stand van ultimo december 2022 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 129,0 procent (2021: 126,0 procent).

Portaal heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Portaal. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende het jaar 2022 had Stichting Portaal gemiddeld 759 werknemers in dienst (2021: 748). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Deze medewerkers zijn allen in Nederland werkzaam (2021: idem). Het hierin inbegrepen gemiddeld aantal werknemers bij geconsolideerde maatschappijen bedraagt 261 in 2022 (2021: 257). Dit is bij het organisatieonderdeel van de onderhoudscentrale. De overige medewerkers zijn bij Stichting Portaal werkzaam.

9.11.2. Afschrijvingen materiële vaste activa

De afschrijvingen materiële vaste activa zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Huisvesting en verbouwingen 728 909 643 808
Inventaris en inrichting 133 136 130 133
Vervoermiddelen 936 969 2 0
Automatisering 2.045 1.933 1.943 1.875
Andere bedrijfsmiddelen 5 5 - -
Overige materiële vaste activa 232 132 198 98
Totaal afschrijvingen materiële vaste activa 4.079 4.084 2.916 2.914

9.11.3. Overige indirecte bedrijfslasten

De overige indirecte bedrijfslasten zijn als volgt opgebouwd: 

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  12-31-2022 12-31-2021 12-31-2022 12-31-2021
Huisvestingkosten 2.497 2.287 2.163 1.973
Automatiseringskosten 3.682 3.755 3.557 3.698
Advieskosten 4.016 2.575 3.662 2.220
Kantoorkosten 1.716 1.358 1.601 1.218
Autokosten 2.149 1.631 372 353
Algemene bedrijfslasten 1.170 1.210 748 858
Totaal overige indirecte bedrijfslasten 15.230 12.816 12.103 10.320

9.11.4. Geactiveerde productie eigen bedrijf

De geactiveerde productie eigen bedrijf zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Geactiveerde productie eigen bedrijf 7.601 8.182 7.601 8.182
Totaal geactiveerde productie eigen bedrijf 7.601 8.182 7.601 8.182

9.12. Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht (inclusief btw):

  Geconsolideerd Geconsolideerd Enkelvoudig Enkelvoudig
  2022 2021 2022 2021
Controle van de jaarrekening 246 271 203 228
Andere controlewerkzaamheden 32 36 32 36
Totaal accountantshonoraria 278 307 235 264

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Portaal en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door een onafhankelijke externe accountant zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Het honoraria 2022 heeft volledig betrekking op Ernst & Young Accountants LLP. In 2021 was PWC de externe accountant.

Deze honoraria zijn inclusief btw en hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2022, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Er is geen sprake van kosten voor fiscaal advies of overige niet-controlewerkzaamheden door de accountantsorganisatie.

9.13. Gebeurtenissen na balansdatum

Per 1 januari 2023 heeft de fusie plaatsgevonden tussen Vastgoed Onderhoud Centrale (VOC) B.V. en Stichting Portaal. Alle aandelen van deze vennootschap waren einde 2022 reeds in bezit van Stichting Portaal.

10. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Portaal heeft gekozen voor een administratieve splitsing van haar DAEB en niet-DAEB activiteiten.
De gesegmenteerde balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroomoverzichten zijn op de volgende pagina’s opgenomen.

10.1. Enkelvoudige gescheiden balans per 31 december 2022

(x € 1.000)

ACTIVA  DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
  31-12-2022 31-12-2022 31-12-2021 31-12-2021
Materiële vaste activa        
- Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie 17.605 0 19.803 0
Totaal materiële vaste activa 17.605 0 19.803 0
         
Vastgoedbeleggingen        
- DAEB vastgoed in exploitatie 9.206.847 - 9.575.305 -
- Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - 800.549 - 825.204
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 30.075 80.463 32.017 86.940
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 115.535 10.137 60.539 7.741
Totaal vastgoedbeleggingen 9.352.457 891.150 9.667.861 919.885
         
Financiële vaste activa        
- Deelnemingen in groepsmaatschappijen - 25.118 - 16.015
- Overige deelnemingen - 247 - 247
- Latente belastingvorderingen 19.976 5.628 41.981 6.501
- Derivaten 114.682 - 121.220 -
- Overige langlopende vorderingen 1.473 104 2.260 160
- Interne lening 172.412 - 172.412 -
- Netto vermogenswaarde niet-DAEB 741.220 - 753.350 -
Totaal financiële vaste activa 1.049.763 31.097 1.091.223 22.923
         
Voorraden        
- Vastgoed bestemd voor de verkoop 572 14.977 224 11.276
Totaal voorraden 572 14.977 224 11.276
         
Vorderingen        
- Huurdebiteuren 1.723 122 1.739 123
- Vorderingen op gemeenten 1.563 110 24 2
- Vorderingen op groepsmaatschappijen - - - -
- Overige vorderingen 554 39 177 13
- Overlopende activa 1.786 126 2.448 174
Totaal vorderingen 5.626 398 4.388 312
         
Liquide middelen 1.206 55.290 18.886 61.491
         
Totaal ACTIVA 10.427.229 992.912 10.802.385 1.015.887

(x € 1.000)

PASSIVA DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
  31-12-2022 31-12-2022 31-12-2021 31-12-2021
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming)        
- Herwaarderingsreserve 6.439.172 563.078 6.945.700 595.040
- Overige reserves 2.041.798 190.272 -5.016 20.327
- Resultaat boekjaar -384.862 -12.054 1.540.286 137.983
Totaal eigen vermogen 8.096.108 741.296 8.480.970 753.350
         
Voorzieningen        
- Voorziening onrendabele investeringen in herstructureringen 40.975 90 32.500 635
- Latente belastingverplichting - - - -
- Voorziening pensioenen 207 14 227 16
- Voorziening personeelskosten 3.451 244 3.114 221
- Overige voorzieningen 220 16 666 47
Totaal voorzieningen 44.853 364 36.507 919
         
Langlopende schulden        
- Schulden aan overheid 1.803 - 2.225 -
- Schulden/leningen kredietinstellingen 1.930.144 - 1.868.012 -
- Agio leningen 26.109 - 26.109 -
- Novaties 115.023 - 119.824 -
- Derivaten 64.084 - 159.722 -
- Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 26.427 74.232 28.241 80.960
- Overige schulden 463 33 452 33
- Interne lening - 172.412 - 172.412
Totaal langlopende schulden 2.164.053 246.677 2.204.585 253.405
         
Kortlopende schulden        
- Aflossingsverplichting langlopende schulden 7.643 - 17.293 -
- Schulden aan kredietinstellingen 45.199 - 8.218 -
- Schulden aan leveranciers 17.551 1.240 16.294 1.157
- Schulden aan groepsmaatschappijen - 672 - 4.320
- Belastingen en premies sociale verzekeringen 18.702 1.322 9.749 692
- Overige schulden 4.805 340 4.766 340
- Overlopende passiva 28.392 1.002 24.003 1.704
Totaal kortlopende schulden 122.290 4.575 80.323 8.213
         
Totaal PASSIVA 10.427.229 992.912 10.802.385 1.015.887

10.2. Enkelvoudige gescheiden winst-en-verliesrekening over 2022

(x € 1.000)

  DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
  2022 2022 2021 2021
Exploitatie vastgoedportefeuille        
- Huuropbrengsten 342.416 32.752 334.668 31.531
- Opbrengsten servicecontracten 18.104 403 17.679 1.510
- Lasten servicecontracten -17.481 -180 -16.929 -735
- Overheidsbijdragen 5 - 7 -
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten -20.474 -1.447 -18.682 -1.327
- Lasten onderhoudsactiviteiten -104.800 -4.755 -91.335 -7.427
- Overige directe operationele Lasten exploitatie vastgoedportefeuille -52.167 -1.371 -72.733 -6.299
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 165.602 25.404 152.675 17.253
         
Verkocht vastgoed in ontwikkeling        
- Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
- Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
- Toegerekende organisatiekosten - - - -
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
         
Verkoop vastgoedportefeuille        
- Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 24.750 16.132 44.052 14.520
- Toegerekende organisatiekosten -1.062 -692 -1.332 -439
- Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -16.482 -10.743 -30.763 -10.140
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.206 4.697 11.957 3.941
         
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille        
- Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -70.704 -3.100 -23.305 -2.839
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -448.096 -30.741 1.366.049 122.164
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 111 717 522 2.824
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -518.690 -33.124 1.343.266 122.149
         
Overige activiteiten        
- Opbrengst overige activiteiten 881 968 888 916
- Kosten overige activiteiten -873 -959 -779 -803
Netto resultaat overige activiteiten 8 9 109 113
         
Overige organisatiekosten -4.256 -301 -30.854 -211
         
Kosten omtrent leefbaarheid -8.296 -310 -6.957 -286
         
Financiële baten en lasten        
- Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - - - -
- Waardeveranderingen derivaten 74.862 - 24.234 -
- Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 784 - 38 -
- Rentelasten en soortgelijke kosten -59.381 - -74.320 -
- Rente baten en lasten interne lening 3.155 -3.155 3.595 -3.595
Saldo financiële baten en lasten 19.420 -3.155 -46.453 -3.595
         
Resultaat voor belastingen -339.005 -6.781 1.423.743 139.364
         
- Belastingen -33.803 -4.276 -21.440 -1.352
- Resultaat deelnemingen - -997 - -29
- Resultaat niet-DAEB -12.054 - 137.983 -
Resultaat na belastingen -384.862 -12.054 1.540.286 137.983

10.3. Enkelvoudige gescheiden kasstroomoverzicht over 2022

(x € 1.000)

  DAEB Niet-DAEB DAEB Niet-DAEB
  2022 2022 2021 2021
Operationele activiteiten        
- Huren 343.043 32.683 337.395 31.013
- Vergoedingen 18.783 841 16.698 798
- Overheidsontvangsten 40 4 122 13
- Overige bedrijfsontvangsten 332 980 324 921
- Renteontvangsten (excl. interne lening) 1.344 - 1.710 -
- Renteontvangsten interne lening 3.155 - 3.595 -
Saldo ingaande kasstromen 366.696 34.508 359.844 32.745
         
- Erfpacht -20 -2 -36 -8
- Personeelsuitgaven -36.662 -2.599 -35.640 -2.553
- Onderhoudsuitgaven -95.143 -6.226 -84.478 -5.119
- Overige bedrijfsuitgaven -64.124 -3.390 -58.300 -3.398
- Rente uitgaven (excl. interne lening) -63.107 - -66.005 -
- Rente uitgave interne lening - -3.155 - -3.595
- Sectorspecifieke heffing -1.248 - -1.463 -
- Verhuurderheffing -21.329 -710 -47.475 -1.618
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden -2.483 -87 -1.982 -137
- Vennootschapsbelasting -7.231 -803 - -
Saldo uitgaande kasstromen -291.347 -16.973 -295.379 -16.428
         
Kasstroom uit operationele activiteiten 75.349 17.534 64.465 16.317
         
(Des)investeringsactiviteiten        
- Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 28.472 8.494 41.781 20.297
- Verkoopontvangsten woongelegenheid (VOV) na inkoop in dpi periode 2.561 1.185 - -
- Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden - - - -
- Verkoopontvangsten grond - - - -
- Verkoopontvangsten tussen DAEB en niet-DAEB 9.302 2.334 5.368 3.540
Tussentelling ingaande vastgoedbeleggingen 40.335 12.013 47.149 23.837
         
- Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -83.828 -5.190 -53.941 -3.782
- Nieuwbouw verkoop, woon en niet woongelegenheden - - - -
- Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -58.475 -525 -78.297 -2.651
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden -13.586 -3.674 -1.204 -
- Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -3.995 -5.575 -2.023 -2.736
- Aankoop tussen DAEB en niet-DAEB -2.334 -9.302 -3.540 -5.368
- Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden -516 -80 -498 -264
- Aankoop grond -42.158 - -2.599 -
- Investeringen overig -606 - -549 -34
- Externe kosten bij verkoop -2.801 -715 -3.369 -1.426
Tussentelling uitgaande vastgoedbeleggingen -208.301 -25.061 -146.020 -16.261
         
Saldo in- en uitgaande vastgoedbeleggingen -167.966 -13.047 -98.871 7.576
         
- Ontvangsten verbindingen 926 -10.693 - -
- Ontvangsten overig 2.309 10 31.515 33
- Ontvangsten aflossing interne lening - - 24.015 -
- Uitgaven overig -18.573 -5 -58.791 -22
Saldo in- en uitgaande financiële vaste activa -15.338 -10.688 -3.261 11
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -183.304 -23.735 -102.132 7.587
         
Financieringsactiviteiten        
- Nieuwe door WSW geborgde leningen 157.101 - 192.191 -
Tussentelling inkomende kasstromen 157.101 - 192.191 -
         
- Aflossing door WSW geborgde leningen -66.827 - -100.113 -
- Aflossing ongeborgde leningen - - -355 -
- Aflossing interne lening - - - -24.015
Tussentelling uitgaande kasstromen -66.827 - -100.468 -24.015
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 90.274 - 91.723 -24.015
         
Mutatie liquide middelen -17.680 -6.201 54.056 -111
         
         
Liquide middelen per 1-1 18.886 61.491 - 61.602
Rekening courant per 1-1 - - -35.170 -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 1-1 18.886 61.491 -35.170 61.602
         
Liquide middelen per 31-12 1.206 55.290 18.886 61.491
Rekening courant per 31-12 - - - -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 31-12 1.206 55.290 18.886 61.491
         
Mutatie liquide middelen -17.680 -6.201 54.056 -111

11. Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

11.1. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Portaal van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse H. Het bezoldigingsmaximum in 2022 is 216.000 euro. Dit geldt naar rato van duur en/of omvang van het dienstverband. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de RvC bedraagt voor de voorzitter 15 procent en voor de overige leden 10 procent van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband.

11.2. Bezoldiging topfunctionarissen

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Gegevens 2022      
bedragen x € 1 D.J. van der Zeep S.M. Heinsman A. Woudstra
Functiegegevens bestuurder RVB lid / bestuurder RVB lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022 / 31-08-2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-11-2022 / 31-12-2022
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1 1
Dienstbetrekking? ja ja ja
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 131.149 189.803 32.922
Beloningen betaalbaar op termijn 12.654 18.997 3.176
Subtotaal 143.803 208.800 36.098
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 143.803 216.000 36.099
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
Bezoldiging 143.803 208.800 36.098
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2021      
bedragen x € 1 D.J. van der Zeep S.M. Heinsman A. Woudstra
Functiegegevens bestuurder RVB lid RVB lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01-01-2021 / 31-12-2021 01-01-2021 / 31-12-2021 N.v.t.
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1 N.v.t.
Dienstbetrekking? Ja ja N.v.t.
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 195.690 180.213 N.v.t.
Beloningen betaalbaar op termijn 18.331 18.328 N.v.t.
Subtotaal 214.021 198.541 N.v.t.
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 209.000 209.000 N.v.t.
       
Bezoldiging 214.021 198.541 N.v.t.

11.3. Bezoldiging toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2022      
bedragen x € 1 M. van Zuijlen R.W. Bleker F.E.A. Dechesne
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 28.512 18.975 18.975
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 32.400 21.600 21.600
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 28.512 18.975 18.975
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
Gegevens 2021      
bedragen x € 1 M. van Zuijlen R.W. Bleker F.E.A. Dechesne
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-09-2021 / 31-12--2021 01-01-2021 / 31-12-2021 01-01-2021 / 31-12-2021
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 7.344 18.360 18.360
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 10.479 20.900 20.900
Gegevens 2022      
bedragen x € 1 F.M.M. Crutzen A. Blankenstijn J.M. van der Meulen
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 18.975 18.975 18.975
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 21.600 21.600 21.600
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 18.975 18.975 18.975
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
Gegevens 2021      
bedragen x € 1 F.M.M. Crutzen A. Blankenstijn J.M. van der Meulen
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-01-2021 / 31-12-2021 01-01-2021 / 31-12-2021 01-04-2021 / 31-12-2021
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 18.360 18.360 13.770
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.900 20.900 15.747

11.4. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Gegevens 2022  
bedragen x € 1 D.J. van der Zeep
Functiegegevens Lid
Functie bij beëindiging dienstverband bestuurder
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Jaar waarin dienstverband is beëindigd 2022
   
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband  
Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband 75.000
   
Individueel toepasselijk maximum 75.000
   
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband 75.000
Waarvan betaald in 2022 75.000
   
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

11.5. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde (toezichthoudende) topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

12. Ondertekening

Was getekend:
Raad van Bestuur Stichting Portaal,

Dhr. S.M. Heinsman
Voorzitter Raad van Bestuur
  Mw. A. Woudstra
Lid Raad van Bestuur
     
Utrecht, 11 mei 2023    

De Raad van Commissarissen kan zich verenigen met deze stukken en heeft het jaarverslag 2022, bestaande uit het bestuursverslag, volkshuisvestelijk verslag en de jaarrekening vastgesteld. De vaststelling heeft overeenkomstig de statuten geresulteerd in een afzonderlijk besluit tot het verlenen van decharge aan de Raad van Bestuur over het gevoerde beleid 2022.

Was getekend:
Raad van Commissarissen,

Mevr. M. van Zuijlen
Voorzitter Raad van Commissarissen
  Dhr. J.M. van der Meulen
Lid Raad van Commissarissen
  Mevr. A. Blankestijn
Lid Raad van Commissarissen
         
         
         
         
         
Mevr. F.E.A. Dechesne
Lid Raad van Commissarissen
  Dhr. R.W. Bleker
Lid Raad van Commissarissen
  Mevr. F.M.M. Crutzen
Lid Raad van Commissarissen
Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report