Spring naar inhoud

Geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening

1. Balans per 31 december 2023 (voor resultaatsbestemming)

​1. Balans per 31 december 2023 (voor resultaatsbestemming)

(x € 1.000)

ACTIVA  Ref Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
           
Immateriële vaste activa 8.1.        
- Intellectueel eigendom 8.1.1. 2.144 - 2.144 -
Totaal immateriële vaste activa   2.144 - 2.144 -
           
Vastgoedbeleggingen 8.2        
- DAEB vastgoed in exploitatie 8.2.1. 8.944.190 9.206.847 8.944.190 9.206.847
- Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2.2. 792.914 800.549 792.914 800.549
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.2.3. 103.732 110.538 103.732 110.538
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.2.4. 59.890 125.672 59.890 125.672
Totaal vastgoedbeleggingen   9.900.726 10.243.607 9.900.726 10.243.607
           
Materiële vaste activa 8.3.        
- Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie 8.3.1. 19.953 22.732 19.953 22.732
Totaal materiële vaste activa   19.953 22.732 19.953 22.732
           
Financiële vaste activa 8.4.        
- Deelnemingen in groepsmaatschappijen 8.4.1. - - 14.811 14.707
- Overige deelnemingen 8.4.2. 247 247 247 247
- Latente belastingvorderingen 8.4.3. 50.612 25.939 50.612 25.939
- Derivaten 8.4.4. 105.805 114.682 105.805 114.682
- Overige langlopende vorderingen 8.4.5. 1.065 1.594 1.065 1.594
Totaal financiële vaste activa   157.729 142.462 172.540 157.169
           
Totaal van vaste activa   10.080.552 10.408.801 10.095.363 10.423.508
           
Voorraden 8.5.        
- Vastgoed bestemd voor de verkoop 8.5.1. 12.531 15.549 12.531 15.549
- Overige voorraden 8.5.2. 1.796 1.481 1.796 1.481
Totaal voorraden   14.327 17.030 14.327 17.030
           
Vorderingen 8.6.        
- Huurdebiteuren 8.6.1. 2.538 1.845 2.538 1.845
- Vorderingen op gemeenten 8.6.2. 19 1.673 19 1.673
- Vorderingen op groepsmaatschappijen 8.6.3. - - - -
- Overige vorderingen 8.6.4. 42 593 42 593
- Overlopende activa 8.6.5. 11.473 1.916 11.473 1.916
Totaal vorderingen   14.072 6.027 14.072 6.027
           
Liquide middelen 8.7. 75.447 76.728 60.635 62.021
           
Totaal van vlottende activa   103.846 99.785 89.035 85.078
           
Totaal ACTIVA   10.184.398 10.508.586 10.184.398 10.508.586

(x € 1.000)

PASSIVA Ref Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
           
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming) 8.8.        
- Herwaarderingsreserve 8.8.1. 6.243.158 6.439.172 6.368.493 6.439.172
- Overige reserves 8.8.2. 1.852.949 2.041.798 1.727.615 2.041.798
- Resultaat boekjaar 8.8.3. -389.216 -384.862 -389.216 -384.862
Totaal eigen vermogen   7.706.892 8.096.108 7.706.892 8.096.108
           
Voorzieningen 8.9.        
- Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 8.9.1. 51.233 41.065 51.233 41.065
- Overige voorzieningen 8.9.2. 7.385 5.603 7.385 5.603
Totaal voorzieningen   58.618 46.668 58.618 46.668
           
Langlopende schulden 8.10.        
- Schulden aan overheid 8.10.1. 1.370 1.803 1.370 1.803
- Schulden aan kredietinstellingen 8.10.2. 2.056.143 1.930.144 2.056.143 1.930.144
- Agio Langlopende leningen 8.10.3 25.453 26.109 25.453 26.109
- Novaties 8.10.4. 110.223 115.023 110.223 115.023
- Derivaten 8.10.5. 46.764 64.084 46.764 64.084
- Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.10.6. 94.527 100.659 94.527 100.659
- Overige schulden 8.10.7. 620 495 620 495
Totaal langlopende schulden   2.335.100 2.238.318 2.335.100 2.238.318
           
Kortlopende schulden 8.11.        
- Aflossingsverplichting langlopende schulden 8.11.1. 22.506 45.199 22.506 45.199
- Schulden aan kredietinstellingen 8.11.2. 7.370 7.643 7.370 7.643
- Schulden aan leveranciers 8.11.3. 9.020 19.511 9.020 19.511
- Schulden aan groepsmaatschappijen 8.11.4. - - - -
- Belastingen en premies sociale verzekeringen 8.11.5. 8.699 19.856 8.699 20.338
- Overige schulden 8.11.6. 3.634 5.130 3.634 4.650
- Overlopende passiva 8.11.7. 32.559 30.155 32.559 30.153
Totaal kortlopende schulden   83.788 127.494 83.788 127.494
           
Totaal PASSIVA   10.184.398 10.508.586 10.184.398 10.508.586

​​2. Winst-en-verliesrekening over 2023

​​2. Winst-en-verliesrekening over 2023

(x € 1.000)

  Ref Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
           
Exploitatie vastgoedportefeuille 9.1.        
- Huuropbrengsten 9.1.1. 384.640 375.028 384.640 375.028
- Opbrengsten servicecontracten 9.1.2. 26.331 18.422 26.331 18.422
- Lasten servicecontracten 9.1.3. -24.601 -14.693 -24.601 -14.693
- Overheidsbijdragen 9.1.4. 12 5 12 5
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten 9.1.5. -25.397 -21.905 -25.397 -21.902
- Lasten onderhoudsactiviteiten 9.1.6. -148.192 -111.120 -148.192 -111.120
- Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille 9.1.7. -32.080 -52.492 -32.080 -52.492
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   180.713 193.247 180.713 193.248
           
Verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.2.        
- Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
- Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
- Toegerekende organisatiekosten   - - - -
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
           
Verkoop vastgoedportefeuille 9.3.        
- Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   38.239 40.904 38.239 40.904
- Toegerekende organisatiekosten   -2.256 -1.754 -2.256 -1.754
- Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -30.504 -27.225 -30.504 -27.225
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille   5.479 11.925 5.479 11.925
           
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.        
- Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.1. -155.214 -73.804 -155.214 -73.804
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.2. -356.822 -478.837 -356.822 -478.837
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 9.4.3. -153 827 -153 827
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -512.189 -551.814 -512.189 -551.814
           
Overige activiteiten 9.5.        
- Opbrengst overige activiteiten   1.099 -1.708 1.089 957
- Kosten overige activiteiten   -3.857 -1.832 -3.799 -4.444
Netto resultaat overige activiteiten   -2.758 -3.540 -2.710 -3.487
           
Overige organisatiekosten 9.6. -7.096 -4.557 -7.096 -4.557
           
Kosten omtrent leefbaarheid 9.7. -9.877 -8.566 -9.877 -8.566
           
Financiële baten en lasten 9.8.        
- Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 9.8.1. - - - -
- Waardeveranderingen derivaten 9.8.2. 5.110 74.862 5.110 74.862
- Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 9.8.3. 1.909 798 1.756 770
- Rentelasten en soortgelijke kosten 9.8.4. -62.373 -59.404 -62.373 -59.381
Saldo financiële baten en lasten   -55.354 16.256 -55.507 16.251
           
Resultaat voor belastingen   -401.083 -347.050 -401.187 -347.000
           
- Belastingen 9.9. 11.867 -378.812 11.867 -37.812
- Resultaat deelnemingen 9.10. - - 104 -50
Resultaat na belastingen   -389.216 -384.862 -389.216 -384.862
  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022
Geconsolideerd totaalresultaat    
     
Resultaat na belastingen -389.216 -384.862
     
Rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen - -
Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen - -
     
Totaalresultaat -389.216 -384.862

3. Kasstroomoverzicht over 2023

​3. Kasstroomoverzicht over 2023

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
         
Operationele activiteiten        
- Huurontvangsten 385.224 375.726 385.224 375.726
- Vergoedingen 25.594 19.624 25.594 19.624
- Overheidsontvangsten 12 43 12 43
- Overige bedrijfsontvangsten 743 1.311 743 1.311
- Ontvangsten interest 761 1.348 761 1.344
Saldo ingaande kasstromen 412.335 398.052 412.335 398.049
         
- Erfpacht -13 -22 -13 -22
- Betalingen aan werknemers -57.646 -54.277 -57.646 -54.277
- Onderhoudsuitgaven -111.994 -78.174 -111.994 -78.174
- Overige bedrijfsuitgaven -88.669 -75.395 -88.669 -75.370
- Betaalde interest -62.603 -63.121 -62.603 -63.121
- Sectorspecifieke heffing -3.123 -1.248 -3.123 -1.248
- Verhuurderheffing - -22.039 - -22.039
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden -3.364 -2.570 -3.364 -2.570
- Vennootschapsbelasting -29.095 -8.034 -29.095 -8.034
Saldo uitgaande kasstromen -356.505 -304.880 -356.505 -304.857
         
Kasstroom uit operationele activiteiten 55.830 93.172 55.830 93.192
         
(Des)investeringsactiviteiten        
- Verkoopontvangsten bestaande huur 33.876 36.966 33.876 36.966
- Verkoopontvangsten woongelegenheid (VOV) na inkoop in dPi periode 6.606 3.746 6.606 3.746
- Verkoopontvangsten grond - - - -
- (Des)Investeringsontvangsten overige - - - -
Tussentelling ingaande vastgoedbeleggingen 40.482 40.712 40.482 40.712
         
- Nieuwbouw huur -50.948 -89.018 -50.948 -89.018
- Nieuwbouw verkoop - - - -
- Woningverbetering -101.831 -59.000 -101.831 -59.000
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden -28.974 -17.260 -28.974 -17.260
- Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -7.572 -9.570 -7.572 -9.570
- Sloopuitgaven -53 -596 -53 -596
- Aankoop grond -621 -42.158 -621 -42.158
- Investeringen intellectueel eigendom -2.144 - -2.144 -
- Investeringen overig -682 -2.410 -682 -2.410
- Externe kosten bij verkoop -1.563 -3.516 -1.563 -3.516
Tussentelling uitgaande vastgoedbeleggingen -194.391 -223.529 -194.391 -223.529
         
Saldo in- en uitgaande vastgoedbeleggingen -153.908 -182.817 -153.908 -182.817
         
- Ontvangsten verbindingen 0 333 0 -9.767
- Ontvangsten overig 444 2.319 444 2.319
- Uitgaven verbindingen 104 - - -
- Uitgaven overig -6.623 -18.578 -6.623 -18.578
Saldo in- en uitgaande financiële vaste activa -6.075 -15.925 -6.179 -26.025
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -159.983 -198.742 -160.087 -208.842
         
Financieringsactiviteiten        
- Nieuwe te borgen leningen 150.000 157.101 150.000 157.101
Tussentelling inkomende kasstromen 150.000 157.101 150.000 157.101
         
- Aflossing geborgde leningen -46.834 -66.827 -46.834 -66.827
- Aflossing niet door WSW geborgde leningen -294 - -294 -
Tussentelling uitgaande kasstromen -47.128 -66.827 -47.128 -66.827
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 102.872 90.274 102.872 90.274
         
Mutatie liquide middelen -1.281 -15.296 -1.386 -25.348
         
Liquide middelen per 1-1 76.728 92.024 62.021 87.369
Liquide middelen per 31-12 75.447 76.728 60.635 62.021
Mutatie liquide middelen -1.281 -15.296 -1.386 -25.348

4. Algemene toelichting op de balans en winst-en-verliesrekening

4.1. Algemeen

De jaarrekening voor het jaar dat eindigt op 31 december 2023 is opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. De jaarrekening is opgemaakt op 15 mei 2024.

4.2. Activiteiten

Stichting Portaal (verder Portaal) is een stichting met de status van toegelaten instelling volkshuisvesting in de zin van artikel 19 van de Woningwet. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet. Portaal en haar groepsmaatschappijen zijn specifiek werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

4.3. Continuïteit

De jaarrekening is opgemaakt op basis van de continuïteitsveronderstelling.

In 2023 was er sprake van aanzienlijke volatiliteit van de grondstoffenprijzen, hoge inflatie, stijgende rentes en toenemende energieprijzen die het economische klimaat hebben beïnvloed. Dit zorgt voor spanning tussen enerzijds de ambitie om meer woningen te bouwen van goede kwaliteit met een betaalbare huur en anderzijds de financiële haalbaarheid op projectniveau en de risicobereidheid daarin. Daarnaast hebben de hoge inflatie en toegenomen energieprijzen het gevolg van toegenomen huurachterstanden en daarmee een verhoging van het debiteurenrisico.

De gevolgen voor de waardering van balansposities (onder andere waardeontwikkeling van het vastgoed) zijn in de jaarrekening meegenomen voor wat betreft de waardering van activa en verplichtingen en komen tot uiting in de resultaatbepaling.

4.4. Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

De statutaire en feitelijke vestigingsplaats van Portaal is Beneluxlaan 9 te Utrecht. Portaal staat ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 30038487.

4.5. Groepsverhoudingen

Woningcorporatie Stichting Portaal staat aan het hoofd van de groep. Als hierna in de geconsolideerde jaarrekening wordt gesproken over Portaal wordt hiermee bedoeld Stichting Portaal en haar in de consolidatie betrokken groepsmaatschappijen.

4.6. Grondslagen voor de consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Portaal en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend of waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin Portaal een meerderheidsbelang heeft of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleids­bepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten betrokken die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend.

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimi­neerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten. De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd waarbij het minderheidsbelang van derden afzonderlijk tot uitdrukking is gebracht. De in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen hanteren dezelfde waarderingsgrondslagen als Portaal.

Naast Portaal zijn de volgende entiteiten in de consolidatie begrepen:

Naam deelneming Belang Vestigingsplaats
Portaal Holding B.V. 100% Utrecht
Portaal Kanaleneiland B.V.* 100% Utrecht
Portaal Onroerend Goed Beheer B.V. 100% Utrecht
Portaal Participaties B.V. 100% Utrecht

De volgende deelnemingen zijn tegen kostprijs of duurzaam lagere waarde gewaardeerd:

Naam deelneming Belang Vestigingsplaats
B.V. Woonwagenexploitatie 35% Utrecht
Woningnet N.V. 5,82% Weesp
Coöperatie Smart Finance B.A. 2,08% Utrecht

Per 31 december 2023 heeft Portaal de volgende bestuurlijke deelnemingen in stichtingen en verenigingen zonder kapitaalinbreng:

Naam deelneming Vestigingsplaats
Stichting Utrechtse Woningcorporaties Utrecht
Stichting Woonruimteverdeling regio Utrecht Utrecht
Stichting Regioplatform Woningcorporaties Utrecht Utrecht
Stichting De Glazen Lift Amsterdam
Vereniging “Kunstveld” Nijmegen

Portaal heeft vanuit een bestuurlijke rol beleidsbepalende invloed bij voornoemde bestuurlijke deelnemingen waarbij geen kapitaalinbreng heeft plaatsgevonden. Vanwege het beperkte belang zijn de bestuurlijke deelnemingen niet opgenomen in de consolidatie.

4.7. Fusie met Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. (VOC)

Per 1 januari 2023 heeft er een juridische fusie plaatsgevonden tussen Stichting Portaal en Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. (hierna: VOC). VOC voert onderhoudswerkzaamheden uit voor met name woningbouwcorporaties en Stichting Portaal in het bijzonder, vorig jaar was 99,9 procent van de omzet van VOC gerealiseerd via verkoop aan Portaal. Het gaat hierbij vooral om de uitvoering van het dagelijks onderhoud (niet-planmatig onderhoud). Deze activiteiten zijn na de fusie ongewijzigd. Er zijn geen activiteiten afgestoten als gevolg van de fusie.

De verwerkingsmethode van de fusie betreft pooling-of-interest waarbij de boekwaardes van de activa en verplichtingen van VOC zijn ingebracht in Portaal. De ingangsdatum is gelijk aan de datum waarop de fusie heeft plaatsgevonden: 1 januari 2023. De enkelvoudige vergelijkende cijfers zijn hierbij voor het inzicht aangepast. Dit heeft geen invloed op het vermogen en resultaat. In de enkelvoudige balans neemt de deelnemingswaarde af en verschuift deze waarde naar de posten Materiële vaste activa, Voorraden, Liquide middelen en Kortlopende schulden. In de enkelvoudige winst-en-verliesrekening nemen de onderhoudskosten af en verschuiven deze kosten naar de personeelskosten en overige bedrijfskosten.

4.8. Stelselwijziging

In 2023 is geen sprake van stelselwijzigingen.

4.9 Foutherstel

Bij het opstellen van de jaarrekening 2023 is geconstateerd dat in het verleden geen desinvesteringen op de stichtingskosten hebben plaatsgevonden indien een renovatie werd uitgevoerd. Om dit te corrigeren is conform Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 212 ‘Materiële vaste activa’ de oplossing gekozen om de waarde van de jaarlijkse desinvestering gelijk te houden aan de waarde van de renovatie in dat betreffende boekjaar. Hierbij wordt rekening gehouden met het onderscheid tussen onderhoud en verbetering, waarbij de desinvestering enkel toeziet op het onderhoudsgedeelte van de renovatie. 

Het gevolg hiervan is dat de stichtingskosten voor de boekjaren 2016 – 2022 te hoog zijn verantwoord, waardoor de mutatie in de marktwaardering te laag is verantwoord. Het resultaateffect hiervan is nihil, doordat deze mutaties gelijk zijn aan elkaar. Wel is er een effect ten aanzien van de omvang van de herwaarderingsreserve die aangehouden dient te worden voor de ongerealiseerde waardeveranderingen. Doordat de ongerealiseerde waardeveranderingen toenemen, dient ook de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen toe te nemen. Dit betreft enkel een verschuiving binnen het eigen vermogen voor een bedrag van € 267 miljoen dat in boekjaar 2023 als onderdeel van de mutatie in het lopende boekjaar is gecorrigeerd.

Dat in het verleden geen desinvesteringen naar aanleiding van renovaties werden gedaan, komt doordat niet de componentenbenadering is gehanteerd voor de geactiveerde stichtingskosten, waardoor de kosten van verschillende componenten niet inzichtelijk zijn. Ook was de impact van het niet desinvesteren beperkt, doordat renovaties pas na een langere periode plaatsvonden, waardoor stapeling van componenten maar beperkt plaatsvond. Als deze stapeling van componenten al plaatsvond, dan was de impact door de historische prijsstijgingen ook beperkt. Ondanks deze argumentatie hebben wij gemeend om vanaf boekjaar 2023 wel desinvesteringen op de stichtingskosten bij renovatie te verwerken om zo een getrouwer beeld te presenteren van de samenstelling van het eigen vermogen van de toegelaten instelling.

Portaal heeft het effect van de geconstateerde fout in overeenstemming met de Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 150 ‘Foutherstel’ afgewogen. Doordat er geen balans- of resultaatimpact is door het herstel, enkel een verschuiving binnen het eigen vermogen, is sprake van een niet-materiële fout. De correctie is hierdoor prospectief verwerkt in de jaarrekening van 2023 en de vergelijkende cijfers zijn niet aangepast. Het effect hiervan is zichtbaar in de jaarrekening bij de toelichting op het eigen vermogen.

4.10. Schattingswijzigingen

Portaal is in overleg met de Belastingdienst over de fiscale waardering van de derivatenportefeuille vanaf de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2017 en de daarop volgende jaren. In de jaarrekening 2022 was de onzekerheid over de afwikkeling hiervan nog te groot, waardoor nog geen financiële effecten zijn verwerkt in de jaarrekening 2022. In de loop van 2023 is meer duidelijkheid gekomen over de afwikkeling van deze herziene aangiftes, waardoor de financiële effecten in de jaarrekening 2023 zijn verwerkt. De omvang hiervan is toegelicht in paragraaf 9.9. Naast deze schattingswijziging is geen sprake van overige schattingswijzigingen in de jaarrekening 2023.

4.11. Oordelen en schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Portaal zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.

Indien voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost opgenomen.

Onzekerheid omtrent deze schattingen en veronderstellingen kan resulteren in materiële aanpassingen van de jaarrekening in toekomstige jaren.

Schattingen gebaseerd op toekomstige gebeurtenissen (of het zich niet voordoen van verwachte gebeurtenissen) kunnen onderhevig zijn aan toekomstige veranderingen in de markt en omstandigheden buiten de invloedssfeer van Portaal. Deze schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De belangrijkste schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen zijn de inschattingen bij de bepaling van de marktwaarde en beleidswaarde van de vastgoedbeleggingen alsmede de waardering van derivaten. De grondslagen voor deze schattingen zijn toegelicht in hoofdstuk 5.4 en 5.5. In hoofdstuk 8.2.1 en 8.2.2 zijn de uitkomsten van deze schattingen weergegeven.

4.12. Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

4.13. Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als financiële derivaten verstaan.

Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum. Dat wil zeggen de datum waarop de groep de bindende overeenkomst aangaat.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost.

Voor de waardering en verwerking van derivaten wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf derivaten en hedge accounting (paragraaf 5.14).

4.14. Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Portaal en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

4.15. Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder het afsluiten van financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. Bij transacties waarbij sprake is van een activa-passiva transactie wordt de overgenomen langlopende verplichting als netto inkomende kasstroom onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten gepresenteerd.

4.16. Klimaatgerelateerde zaken

Portaal houdt rekening met de invloed van klimaatverandering op schattingen en veronderstellingen, waar relevant. Bij deze beoordeling wordt een breed scala aan mogelijke gevolgen voor de groep meegenomen. Er wordt onderkend dat klimaatgerelateerde zaken de mate van onzekerheid ten aanzien van schattingen en veronderstellingen bij meerdere elementen in de jaarrekening vergroten.

De klimaatgerelateerde risico’s kunnen een significante impact hebben op de waardering van bepaalde elementen in de jaarrekening. Portaal monitort relevante veranderingen en ontwikkelingen op dit gebied, zoals de Nationale Prestatieafspraken. Dit betreft onder andere de toenemende vereisten voor energie-efficiëntie van woningen. In de Nationale Prestatieafspraken is afgesproken dat woningen met een E-, F-, of G-label versneld moeten worden verduurzaamd en uiterlijk in 2028 zodanig zijn gerenoveerd dat ze een beter energielabel hebben (minimaal D). Daarnaast is er toenemende vraag vanuit huurders voor energiezuinige gebouwen.

De elementen en overwegingen in de jaarrekening die het meest direct beïnvloed worden door klimaatgerelateerde zaken zijn de bepaling van reële waarde van vastgoedbeleggingen en de voorziening onrendabele investeringen. Zie ook de toelichting in paragraaf 8.2.1 en 8.2.2.

4.17. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Portaal heeft de gescheiden verantwoording DAEB (sociaal)/niet-DAEB (commercieel) opgenomen in de toelichting op de jaarrekening. De niet-DAEB-activiteiten van Portaal zien toe op:

  • het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB-tak behoren met als doel de grootstedelijke middenklasse te voorzien in hun woonbehoefte
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan niet-DAEB-eenheden
  • verkoop van nieuwbouwwoningen die vallen onder het overgangsrecht

Om tot een gescheiden balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen, worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het scheidingsvoorstel, dat in overeenstemming met de Aw is aangepast, volledig aan de DAEB- of aan de niet-DAEB-activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen zijn hieronder uiteengezet.

Grondslag voor de scheiding Posten in gescheiden balans Posten in gescheiden winst- en verliesrekening Posten in gescheiden kasstroomoverzicht
Directe scheiding op VHE-niveau. De opbrengsten/ kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele VHE die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB. - DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
- Vastgoed bestemd voor verkoop
- Verplichtingen verkopen onder voorwaarden
- Huuropbrengsten
- Opbrengsten servicecontracten
- Verkoop vastgoedportefeuille
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
- Huren
- Vergoedingen
- Verhuurderheffing
- Verkoopontvangsten
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden
Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB en niet-DAEB activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex. - Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
- Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
- Lasten servicecontracten
- Overheidsbijdragen
- Lasten onderhoudsactiviteiten
- Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille
- Overige waardeveranderingen
- Overige activiteiten
- Leefbaarheid
- Overheidsontvangsten
- Overige bedrijfsontvangsten
- Erfpacht
- Onderhoudsuitgaven
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden
- Overige directe bedrijfsuitgaven
- Woningverbeteringen, woon- en niet woongelegenheden
Gescheiden op basis van de aard van de achterliggende activiteit waardoor de post volledig toebehoort aan de DAEB of niet-DAEB tak van Portaal. - Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie
- Deelnemingen aan groepsmaatschappijen
- Overige deelnemingen
- Vorderingen en schulden groepsmaatschappijen
- Liquide middelen
- Leningen overheid en kredietinstellingen
- Derivaten en novaties
- Verkocht vastgoed in ontwikkeling
- Financiële baten en lasten
- Resultaat deelnemingen
- Rente ontvangsten
- Nieuwbouw verkoop
- Ontvangsten en uitgaven verbindingen
- Aflossingen en nieuw aangetrokken leningen
Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB/ niet-DAEB tak van Portaal op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB.
De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is: 93,34% / 6,66%. (2022: 93,40% / 6,60%)
- Overige vorderingen
- Overige voorzieningen
- Overige schulden
- Belastingen en premies sociale verzekeringen
- Lasten verhuur en beheer
- Overige organisatiekosten
- Personeelsuitgaven
- Overige indirecte bedrijfsuitgaven

5. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

5.1. Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met:

  • artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
  • artikel 30 en 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015
  • RJ 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving 
  • Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigings­prijs of tegen actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans en de winst-en-verliesrekening zijn referenties opgenomen. Deze referenties verwijzen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans en de winst-en-verliesrekening worden in de jaarrekening genummerd.

5.2. Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten op zichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de in paragraaf 4.7 en 4.9 genoemde aanpassingen en foutherstel.

5.3. Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van afschrijvingen.

Kosten van immateriële vaste activa anders dan intern gegenereerde activa, waaronder software, worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 5 jaar.

Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen. Dit is het geval als de boekwaarde van het actief (of van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort) hoger is dan de realiseerbare waarde ervan.

5.4. Vastgoedbeleggingen

Algemene uitgangspunten
Tenzij bij de afzonderlijke waarderingsgrondslagen van de balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle vastgoedbeleggingen de volgende algemene uitgangspunten:

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Ook worden hierbij de rente op vreemd vermogen tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

5.4.1. DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie
DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed die volgens het scheidingsvoorstel van Portaal als DAEB vastgoed classificeerden. Over het algemeen zijn dit:

  • woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens
  • woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Portaal voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren
  • maatschappelijk vastgoed

Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners. Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten die niet voldoen aan het criterium van DAEB vastgoed en woningen die conform het door de Aw goedgekeurde scheidingsvoorstel zijn geclassificeerd als niet-DAEB.

Basis voor de waardering is het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (Handboek marktwaarde).

Waarderingsgrondslag
Portaal waardeert vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet waardering plaats tegen actuele waarde, zijnde de marktwaarde verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek marktwaarde). Portaal past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek marktwaarde toe.

Marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze, waarbij bij waardering conform de full versie een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10 procent plus en min de waarde.

Complexindeling
Overeenkomstig het Handboek marktwaarde vindt waardering op waarderinsgscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Portaal maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode
Bij gebrek aan een actieve markt voor sociaal en commercieel vastgoed in verhuurde staat of een actieve markt waarvan de waarde in verhuurde staat kan worden afgeleid, wordt de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde, methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele en feitelijke verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is.
  • Feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen, zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijscategorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken, zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet contant worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde (exit yield) bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar.

Gehanteerde scenario’s en variabelen
Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s:

  • doorexploiteren: Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie.
  • uitponden: Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. De mutatiegraad wordt bepaald op basis van ervaringscijfers uit het verleden, waarbij rekening wordt gehouden met mutatiegraadverhogende incentives naar de huurder.

Bij beide scenario’s wordt uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip marktwaarde in verhuurde staat, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De ingerekende initiële huur betreft de huidige contracthuur van het object. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerkosten;
  • bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

De aannames en uitgangspunten van de vastgoedvariabelen die gehanteerd zijn bij de bepaling van de reële waarde van de woningen zijn door ons bepaald op basis van de marktontwikkeling en inschatting van de specifieke vastgoedrisico’s.

In de vastgoedportefeuille komen diverse directe verplichtingen voor die een belangrijke invloed hebben op de uiteindelijke marktwaarde:

  • restricties voortvloeiende uit gronduitgiftecontracten en erfpachtovereenkomsten. Deze kunnen resulteren in een afdracht van een deel van de verkoopopbrengst, het gedurende een periode niet mogen verkopen van woningen en/of de verplichting om de maandhuur van woningen gedurende een bepaalde periode tot een bepaald maximum huurniveau te beperken;
  • indien bij gestapelde woningen sprake is van niet gesplitste eenheden, dan wordt in het uitpond scenario met splitsingskosten rekening gehouden. Voor het splitsen van woningcomplexen is toestemming van de gemeente nodig. Indien de gemeente bouwkundige eisen aan de splitsing stelt is niet alleen sprake van administratieve kosten, maar worden ook bouwkundige kosten gemaakt;
  • de bepaling van de marktwaarde is gebaseerd op marktconforme opbrengsten en kosten. Indien het bezit voor wat betreft de onderhoudsconditie kwalitatief niet voldoet aan die marktconforme situatie, wordt een inschatting gemaakt van het onderhoud dat benodigd is om het bezit op marktconform niveau te brengen.

Portaal heeft de in het Handboek marktwaarde voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. Onder toepassing van de full versie heeft Portaal de voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek marktwaarde afwijkende standpunten ingenomen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Portaal opereert.

Gehanteerde vrijheidsgraden Parameters Portaal 2023 Parameters Portaal 2022
Markthuur € 1.044 € 1.019
Markthuurstijging 3,90% 3,00%
Exit Yield 4,20% 3,60%
Leegwaarde € 307.671 € 310.737
Leegwaardestijging -0,20% 3,70%
Disconteringsvoet 6,40% 6,10%
Mutatie- en verkoopkans 6,80% 6,50%
Onderhoud Verwerkt conform Vastgoed Taxatie Wijzer (VTW) 2023 Verwerkt conform Vastgoed Taxatie Wijzer (VTW) 2022
Technische splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is alleen toegepast in de deelportefeuille Utrecht. De gemeente stelt eisen aan de condities van woningen bij het afgeven van een splitsingsvergunning. Deze vrijheidsgraad is alleen toegepast in de deelportefeuille Utrecht. De gemeente stelt eisen aan de condities van woningen bij het afgeven van een splitsingsvergunning.
Erfpacht Verwerkt conform actuele situatie Verwerkt conform actuele situatie
Schematische vrijheid Deze vrijheidsgraad is niet toegepast Deze vrijheidsgraad is niet toegepast

De invulling van deze vrijheidsgraden is door de externe taxateur beoordeeld op aannemelijkheid. Voor de parameteranalyse wordt verwezen naar paragraaf 8.2.1. en 8.2.2.

DCF-rekenmodel
Voor de vastgoedwaardering maakt Portaal gebruik van het DCF-rekenmodel Reaturn TM (hierna: TMS).

Gehanteerde werkwijze taxaties/validaties
De vastgoedwaarderingen zijn door de medewerkers van de afdeling vastgoedsturing bepaald op basis van het TMS. De inputvariabelen bestaan uit interne bezitsgegevens en externe marktgegevens. De externe taxateur heeft de volgende werkzaamheden verricht om de vastgoedwaardering 2023 vast te stellen:

  • Het afgeven van een taxatieverklaring voor het door de taxateur gewaardeerde deel van de vastgoedportefeuille van opdrachtgever, bestaande uit circa 1/3 deel van de totale portefeuille. Dit deel van de portefeuille is volledig gewaardeerd. De gewaardeerde complexen worden in TMS aangeduid als de 3-jaars taxaties.
  • Het afgeven van een taxatieverklaring voor het door de taxateur gewaarde nieuwbouw- en renovatieprojecten van opdrachtgever. Dit deel van de portefeuille is volledig gewaardeerd in TMS. Het betreft hier de waardering na uitvoering van de werkzaamheden.
  • Het opstellen van een markttechnische update die betrekking hebben op het overige deel van de (deel)vastgoedportefeuille, bestaande uit circa 2/3 deel van de totale portefeuille. De taxateur stelt voor de parkeer- en woningportefeuille opnieuw de leegwaarde en markthuur vast en toets ook de overige vrijheidsgraden, risico-inschattingen en de uitkomsten van de waardering aan beleggingstransacties. Voor bedrijfsmatig vastgoed wordt de markthuur bepaald, de risico-inschatting opnieuw beoordeeld aan de hand van de resterende looptijd van het contract, de meer-/minderhuur tot aan expiratie en het marktsentiment. Verder wordt een inschatting gemaakt van de wederverhuurtijd die nodig is om tegen markthuur te kunnen verhuren en de resterende waarde aan het einde van de DCF-periode.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille. Mutaties in de reële waarde worden binnen het eigen vermogen afzonderlijk als Niet-gerealiseerde herwaardering bijgehouden en in de toelichting op het eigen vermogen vermeld.

Uitgaven na eerste verwerking
Voor toekomstige investeringen in bestaande complexen vastgoed in exploitatie, zoals verduurzaming, waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, is beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract. Bij investeringen in bestaande complexen is sprake van een verlieslatend contract indien de kostprijs van de investering hoger is dan de stijging van de marktwaarde van het complex. Hiervoor wordt een voorziening voor onrendabele investeringen gevormd voor zover de uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed nog niet in de balans zijn verwerkt. De afwaardering van de bestede kosten en de vorming van de voorziening wordt in het resultaat verantwoord onder de post Overige waardeveranderingen.

Groot onderhoud
In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en is voldaan aan de activeringscriteria op basis van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 zoals hieronder beschreven. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie zijn in overeenstemming met de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 verwerkt. Hierop zijn de definities voor onderhoud en beheer zoals hierna beschreven van toepassing. Daarbij worden onderhoudsuitgaven verwerkt in het resultaat en uitgaven die kwalificeren als verbetering als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed.

Onderscheid onderhoud en verbeteringen
Het onderscheid tussen onderhoud en verbeteringen volgt de maatregelen die corporaties verrichten bij de werkzaamheden aan het vastgoed in exploitatie. Deze worden per maatregel beoordeeld. De categorie Verbetering wordt behandeld als investeringsuitgaven. Onderhoudsuitgaven zijn kosten.

Onderhoud
De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid of complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt. Hierbij rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken mogen zijn.

In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginsel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw.

Verbetering
De werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan. De verbetering wordt als investering aangemerkt. De investeringen voor verbetering zijn dus de uitgaven met als doel het technisch of functioneel verbeteren van een verhuurbare eenheid/complex.

Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:

  • het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
  • de nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
  • herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen; en
  • een ingrijpende verbouwing (definitie zie hierna).

Ingrijpende verbouwing
Er is sprake van een ingrijpende verbouwing als een onroerende zaak technisch en economisch gezien hoogst verouderd is of als van een onroerende zaak een gedeelte bouwvallig is, welk gedeelte wordt afgebroken, en in het overblijvende gedeelte een groot aantal veranderingen en vernieuwingen wordt aangebracht.

Een ingrijpende verbouwing is dus een grondige renovatie van een verhuurbare eenheid/complex. De ingrijpende verbouwing is erop gericht dat bij de verhuurbare eenheid/het complex een hedendaagse kwaliteit tot stand komt waar dit in de bestaande situatie niet het geval was.

Klimaat
Bij het bepalen van de reële waarde van vastgoedbeleggingen wordt rekening gehouden met klimaatgerelateerde zaken, waaronder wet- en regelgeving, die mogelijk de waarde beïnvloeden. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de klimaatgerelateerde aannames in het bepalen van de reële waarde, wordt verwezen naar de toelichting in paragraaf 8.2.1 en 8.2.2.

Herwaarderingsreserve
De herwaarderingsreserve (het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) wordt gepresenteerd als afzonderlijke post binnen het eigen vermogen. De mutatie in de herwaardering wordt via de winst-en-verliesrekening van het betreffende boekjaar ten gunste van het eigen vermogen verwerkt. De realisatie van de herwaarderingsreserve vindt plaats bij verkoop van het onderliggende vast actief. In dit geval wordt het verschil tussen de marktwaarde en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het vastgoed toegevoegd aan de overige reserves.

Bij de herwaardering is rekening gehouden met de invloed van belastingen op vermogen en resultaat door een voorziening latente belastingen ten laste van de herwaarderingsreserve te vormen.

5.4.2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Portaal verkoopt woningen onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de getaxeerde waarde krijgt. Doorgaans worden dergelijke transacties als een financieringstransactie aangemerkt. Als financieringstransactie kwalificeren verkopen waarbij Portaal een plicht tot terugkoop heeft tegen een prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

De als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • de betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen getaxeerde waarde onder aftrek van contractuele korting, zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde wordt op dat moment verwerkt:


    • bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging, en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies via de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille;
    • bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de getaxeerde waarde hoger is dan de boekwaarde, en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies. Het gecumuleerde positieve verschil tussen de getaxeerde waarde en de boekwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden wordt opgenomen in de herwaarderingsreserve;
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering);
  • de woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waardemutaties worden verwerkt als Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop.

Indien de terugkoop is gerealiseerd, vindt verwerking van de beleidsdoelstelling plaats:

  • bij gelijkblijvende bestemming blijft classificatie onder verkopen onder voorwaarden van toepassing. Waardering vindt plaats tegen de waarde waartegen terugkoop heeft plaatsgevonden;
  • indien de woning een verhuurbestemming krijgt, wordt deze woning opgenomen onder het vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op basis van de marktwaarde in verhuurde staat volgens het Handboek marktwaarde;
  • indien het beleidsvoornemen bestaat om de woning te verkopen, vindt verantwoording plaats onder de voorraden. Waardering vindt plaats tegen de waarde waarop de woning is teruggekocht.

De bijbehorende terugkoopverplichting wordt nader toegelicht in paragraaf 5.13.2.

5.4.3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Typering
Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.

Waarderingsgrondslag
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten.

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde. Zie hiervoor ook de nadere toelichting in paragraaf 5.4.1. Indien op projectniveau het verwachte verlies de geactiveerde kosten overschrijdt, wordt voor het deel van het verwachte verlies dat de kosten overschrijdt het verwachte verlies als een voorziening opgenomen aan de creditzijde van de balans.

Bij zogenaamde gecombineerde projecten wordt het aandeel in de verhuureenheden en eenheden bestemd voor Verkoop onder voorwaarden verantwoord onder de post onroerende en roerende zaken in ontwikkeling en het aandeel in de verkoopeenheden verantwoord onder de post voorraden. Voor de bepaling van de per project geschatte noodzakelijk geachte voorziening voor niet-gedekte kosten en voor risico’s wordt binnen het gecombineerde project de verkoopwinst en het waardeverminderingsverlies gesaldeerd op moment van het aangaan van de verplichting.

Overige waardeveranderingen
Mutaties in de lagere marktwaarde van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Herclassificatie van vastgoed
Herclassificatie geschiedt slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:
a.   Daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed die niet meer in exploitatie zijn, waarbij als verkrijgingsprijs van de onroerende zaak ten behoeve van opvolgende waardering de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik wordt genomen.
b.   Verkoop onder voorwaarden van onroerende zaken in exploitatie waarbij de transactie kwalificeert als financieringstransactie. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de korting, waarbij een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.
c.    Terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt ten behoeve van de eigen exploitatie of verkoop:

  • bij terugkoop ten behoeve van de eigen exploitatie vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar onroerende zaken in exploitatie. De onroerende zaken in exploitatie worden gewaardeerd tegen de marktwaarde op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken bij terugkoop wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening;
  • bij terugkoop ten behoeve van verkoop vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar voorraden. De terugkoopwaarde geldt als de waardering voor de onroerende zaken op het moment van wijziging van het gebruik.

d.   Beëindiging van de exploitatie van vastgoed om nieuw vastgoed te ontwikkelen om het nieuw vervaardigd actief te exploiteren.

Indien sprake is van de beëindiging van de exploitatie van vastgoed om nieuw vastgoed te ontwikkelen om een nieuw vervaardigd actief te exploiteren, wordt herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie vereist op grond van Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 645, artikel 217a.

Indien Portaal besluit vastgoed in exploitatie te slopen en nieuw vastgoed te ontwikkelen om een nieuw vervaardigd actief te exploiteren, blijft Portaal het vastgoed behandelen als vastgoed in exploitatie zolang het vastgoed nog duurzaam wordt verhuurd. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Indien Portaal bestaand vastgoed renoveert of ingrijpend verbouwt waarbij geen ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw actief plaatsvindt, blijven we het vastgoed behandelen als vastgoed in exploitatie. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

In geval van herclassificatie van tegen marktwaarde gewaardeerd vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie, is als verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik te worden genomen.

5.5. Toelichting beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Portaal en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van ons vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Portaal. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, dus geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt ook uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens ons beleid bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. We hanteren in ons beleid een streefhuur van gemiddeld 80 procent van de maximaal redelijke huur.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig ons (onderhouds)beleid en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit. De componenten van onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). Portaal heeft hiervoor de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2024-2033 als uitgangspunt genomen. Aangevuld met het instandhoudingsonderhoud wat in de meerjarenbegroting onder de renovatie-uitgaven is opgenomen.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd Lasten verhuur en beheeractiviteiten in de resultatenrekening. De beheerkosten uit de DCF-berekening zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit bij de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer in de 15-jaars DCF-periode. Portaal hanteert hiervoor de beheerkosten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2024-2033 als uitgangspunt, via een kostenfactor per verhuureenheid toegerekend naar een norm per complex.

De beleidswaarde van het bedrijfs-, maatschappelijk- en zorgonroerendgoed is gelijk aan de marktwaarde. Hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de beleidsuitgangspunten van Portaal.

Portaal heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

  2023 2022
Streefhuur Gemiddeld 80% Gemiddeld 80%
Onderhoudsnorm € 2.986 € 2.848
Beheernorm € 1.310 € 1.175

Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting artikel 151 heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn dus van invloed op deze waarde.

5.6. Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

Algemene uitgangspunten
Tenzij bij de afzonderlijke waarderingsgrondslagen van de balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten:

De materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Bij investeringen in kantoorpanden die worden gehuurd is de economische levensduur niet langer dan het huurcontract. Op grond wordt niet afgeschreven.

De volgende afschrijvingstermijnen (in jaren) worden hierbij gehanteerd:

Materiële vaste activa Afschrijving Aantal jaren
Grond in eigendom geen afschrijvingen -
Bouw lineair 50
Verbouwingen lineair 15 - 20
Installaties lineair 15 - 20
Inventaris lineair 10
Automatisering lineair 5 - 10
Vervoer lineair 5
Software en licenties lineair 10

Portaal beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Portaal past bij de lasten voor groot onderhoud van de onroerende zaken ten dienste van de exploitatie de componentenbenadering toe. Alle overige onderhoudskosten, niet zijnde groot onderhoud, worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

5.7. Financiële vaste activa

5.7.1. Deelnemingen met invloed van betekenis en overige deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de netto­vermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderings­grond­slagen van Portaal gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve netto­vermogens­waarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer Portaal garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs of duurzaam lagere waarde. Dividenden worden verantwoord in de periode waarin het dividend door de deelneming wordt uitgekeerd. De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

5.7.2. Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen

Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen worden initieel gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Baten en lasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de vorderingen aan een derde worden overgedragen of een (terugname van een) bijzondere waardevermindering ondergaan, alsmede via het amortisatieproces.

5.7.3. Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds, en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. Met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst is waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvordering geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

5.7.4. Derivaten

Voor de derivaten wordt verwezen naar 5.14. financiële instrumenten.

5.7.5. Overige langlopende vorderingen

Voor de overige langlopende vorderingen wordt verwezen naar 5.14. financiële instrumenten.

5.7.6. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Portaal beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen (geamortiseerde) kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waardevermindering wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de (geamortiseerde) kostprijs ten tijde van de terugname, als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst-en-verliesrekening te worden verwerkt. De boekwaarde van de vorderingen wordt verlaagd met gebruikmaking van een voorziening wegens oninbaarheid.

5.8. Voorraden

5.8.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

De voorraad onverkochte woningen betreft woningen met een terugkoopplicht die zijn teruggekocht en nog niet zijn doorverkocht. Deze woningen worden op het moment van verkrijging tegen de marktwaarde na aftrek van de contractuele korting gewaardeerd, hetgeen ook de verkrijgingsprijs is voor de waardering als voorraad, en na eerste verwerking rekening houdend met de lagere opbrengstwaarde.

5.8.2. Grondposities

De voorraad grondposities betreft grondposities die zijn aangekocht, maar waarop nog geen ontwikkeling plaatsvindt. Deze gronden worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs of lager verwachte opbrengstwaarde. De lagere opbrengstwaarde wordt bepaald op basis van taxaties of recente marktprijzen.

De grondposities zijn grondaankopen met het oog op ontwikkeling van vastgoedprojecten en waarbij nog geen inzicht bestaat in de feitelijke projectontwikkeling. Het zijn voornamelijk voorraadposities die nog niet dienstbaar zijn aan de bedrijfsuitoefening. Zodra de grondposities daadwerkelijk in ontwikkeling worden genomen, vindt herrubricering plaats naar de betreffende actiefposten.

5.8.3. Overige voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.9. Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.10. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.11. Eigen vermogen

Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd, overeenkomstig de economische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

Herwaarderingsreserve
Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zie ook paragraaf 5.4.1 DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden al ten gunste van de winst-en-verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

5.12. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding wordt ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

5.12.1. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Portaal zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.

Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde in verhuurde staat). De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de vorming van de voorziening wordt in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.

5.12.2. Latente belastingverplichting

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde waarbij gebruik gemaakt wordt van een disconteringsvoet van 2,07 procent (2022: 3,25 procent).

5.12.3. Overige voorzieningen

Voorziening pensioenen
De aan de pensioenuitvoerder SPW, als bedrijfstakpensioenfonds voor de woningcorporatiesector, te betalen premie wordt als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.

De pensioenverplichtingen betreft een depot dat is ondergebracht bij een verzekeraar voor een aantal in het verleden vervroegd uitgetreden medewerkers die vanuit een vorige fusie niet zijn meegegaan naar het pensioenfonds van SPW. Toevoegingen en vrijvallen van pensioenvoorzieningen worden respectievelijk ten laste en ten gunste gebracht van de winst-en-verliesrekening.

Voorziening personeelskosten
De voorzieningen personeelskosten bestaat uit een voorziening voor jubilea-uitkeringen, het individueel loopbaanbudget en langdurig zieken. De voorziening voor jubilea-uitkeringen wordt opgenomen tegen de contante waarde waarbij gebruik gemaakt wordt van een disconteringsvoet van 0,6 procent (2022: 0,6 procent). Bij de berekening wordt onder andere rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de verwachte blijfkans van medewerkers. De overige voorzieningen worden nominaal opgenomen, vanwege het kortdurend karakter van deze voorzieningen.

Overige voorzieningen
De post overige voorzieningen bestaat vooral uit voorzieningen voor juridische geschillen. Deze voorziening dient ter dekking van de financiële afwikkeling van uit lopende juridische procedures en ingediende claims voortvloeiende verplichtingen en is gewaardeerd tegen contante waarde. De voorziening is opgenomen voor de beste schatting van het bedrag dat noodzakelijk is om de verplichtingen af te wikkelen. Er vinden nog onderhandelingen plaats over de omvang van de uiteindelijke verplichtingen zodat de uitkomsten hiervan aanleiding kunnen geven tot het bijstellen van de gevormde voorziening. Deze worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening verwachte noodzakelijke uitgaven. Deze voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.13. Schulden

Schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de effectieve rente methode. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen.

Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt. De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Afhankelijk van de voorwaarden die gelden, worden in leningen besloten derivaten niet afgesplitst en niet separaat verantwoord. Het effect van de dergelijke contractuele bepalingen wordt meegenomen in de effectieve rentevoet en de reële waarde ervan wordt toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten en risicobeheersing.

5.13.1. Novaties en derivaten

Voor de onder de langlopende schulden opgenomen novaties en derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.14. Financiële instrumenten en hoofdstuk 7. Financiële instrumenten en risico beheersing.

5.13.2. Verplichting uit hoofde van roerende en onroerende zaken Verkocht onder Voorwaarden

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden hebben we een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Verwachten we dat de terugkoop binnen één jaar plaatsvindt? Dan is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

5.14. Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten bij Portaal vorderingen onder financiële vaste activa, vorderingen onder vlottende activa, liquide middelen, langlopende schulden, kortlopende schulden en afgeleide financiële instrumenten (onder andere derivaten). Alle financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde inclusief direct toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden financiële instrumenten, met uitzondering van de afgeleide financiële instrumenten, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van recente gelijksoortige at arm’s length-transacties, van de DCF-methode (contante waarde van kasstromen) en/of van optiewaarderings­modellen, rekening houdend met specifieke omstandigheden. Indien waarderingen niet beschikbaar zijn, wordt gebruik gemaakt van tegenpartijwaarderingen.

5.14.1. Afgeleide financiële instrumenten met een niet-beursgenoteerde onderliggende waarde waar geen hedge accounting voor wordt toegepast

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde na een eerste waardering tegen reële waarde. In geval de reële waarde negatief is, wordt dit negatieve bedrag volledig opgenomen. Bij de bepaling van de lagere reële waarde wordt het effect van lopende rente buiten beschouwing gelaten. Baten en lasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de derivaten aan een derde worden overgedragen of een (terugname van een) bijzondere waardevermindering ondergaan.

5.14.2. Afgeleide financiële instrumenten die worden gewaardeerd tegen kostprijs en waarop kostprijshedge accounting wordt toegepast

Portaal maakt gebruik van rentederivaten om renterisico’s af te dekken. Daarbij wordt indien mogelijk kostprijshedge accounting toegepast. Op het moment van aangaan van een hedge relatie, wordt dit door Portaal gedocumenteerd door het vastleggen van de algemene hedge strategie (hoe de hedge relaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting aangaande de effectiviteit van deze hedge relaties) en door het vastleggen van de in het soort hedge relatie betrokken hedge instrumenten en afgedekte posities. Portaal stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedge relatie vast. Dit gebeurt door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge instrument met die van de afgedekte positie, of door het vergelijken van de verandering in reële waarde van het hedge instrument en de afgedekte positie indien de kritische kenmerken van het hedge instrument en die van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn.

Bij het toepassen van het kostprijshedge accounting-model is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de winst-en-verliesrekening van het derivaat afhankelijk van de afgedekte positie. Dit betekent dat als de afgedekte positie tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, ook het derivaat tegen kostprijs wordt verwerkt. Zolang de afgedekte positie in de kostprijshedge nog niet in de balans is verwerkt, wordt het derivaat niet in de balans verwerkt. Indien nodig wordt een financieel vast actief of passief opgenomen om de rentebaten en/of lasten van het derivaat toe te rekenen aan de juiste periode.

Portaal past kostprijshedge accounting toe voor de rentederivaten die ervoor zorgen dat bepaalde variabelrentende leningen worden omgezet in vastrentende leningen. Ook past Portaal kostprijshedge accounting toe voor de rentederivaten die het renterisico op toekomstige financieringstransacties afdekken, in zoverre deze transacties zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden (herfinancieringen). Het ineffectieve deel van de waardeverandering van de renteswaps wordt direct verantwoord in de winst-en-verliesrekening onder de financiële baten en lasten indien het derivaat een negatieve marktwaarde heeft.

Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor kostprijshedge accounting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingrelatie beëindigd. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies verantwoord in de winst-en-verliesrekening van die periode en ontstaat een balanspost uitgesteld hedge resultaat onder de financiële vaste activa of langlopende schulden. Het kortlopende deel van het uitgestelde hedge resultaat wordt als kortlopende vordering of kortlopende schuld verantwoord. Indien de afgedekte positie zich naar verwachting niet meer zal voordoen, wordt het derivaat ook beëindigd en wordt het cumulatieve resultaat in die periode verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Indien het derivaat niet wordt beëindigd, wordt het verwerkt tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

5.13.3. Verwerking specifieke derivaten

Extendible payer swaps
Extendible payer swaps bestaan uit twee derivaten: een payer swap en een door Portaal geschreven swaption waarbij de bank het recht heeft om de transactie te verlengen. De bank zal haar recht uitoefenen wanneer de marktrente op uitoefendatum door de met de bank afgesproken ondergrens zakt. Onder de verslaggevingsregels kwalificeert de payer swap voor hedge accounting. De geschreven swaption kwalificeert niet voor hedge accounting. Bij het aangaan van de transactie hebben de swap en de geschreven swaption een tegengestelde waarde: de swap een positieve waarde en de swaption een negatieve waarde. De positieve waarde van de swap is in de balans opgenomen tegen kostprijs onder de financiële vaste activa (derivaten). Het geactiveerde bedrag wordt geamortiseerd over de looptijd van de swap. De kostprijs (ontvangen premie) van de swaption is opgenomen onder de langlopende schulden (derivaten). Dit saldo wordt amortiseerd over de looptijd van de swaption. De wijziging van de reële waarde wordt op basis kostprijs of lagere marktwaarde in het resultaat verantwoord.

Index payer swaps (gestructureerde derivaten)
Bij index payer swaps wordt een variabele rente geruild tegen een rente die is gebaseerd op een bepaalde index. De te betalen rente is gerelateerd aan de resultaten van de index, maar zal nooit hoger zijn dan het contractueel overeengekomen niveau. Omdat de indexelementen in de swaps geen rechtstreeks verband hebben met de onderliggende leningen, is sprake van ineffectiviteit. De ineffectiviteit is bepaald op basis van de contante waarde van de geschatte betalingen boven die van een vergelijkbare payer swap (dit is een gelijke swap zonder een indexelement) bij het aangaan van de hedge. De last is onder de financiële vaste activa (derivaten) in de balans opgenomen die wordt geamortiseerd over de resterende looptijd van de swap. Toekomstige voordelen uit de index swaps worden verantwoord op het moment dat deze de feitelijke rentebetalingen verlagen.

5.15. Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom niet bij Portaal ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1. Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd, verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt ook bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst-en-verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Omdat Portaal naast verhuuractiviteiten ook activiteiten verricht op het gebied van vastgoedontwikkeling en verkopen, geeft de functionele indeling een beter inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst-en-verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Portaal. Bij de kosten bestaat een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.

6.2. Bedrijfsopbrengsten

Opbrengsten worden verwerkt per afzonderlijke prestatieverplichting. De aard van de belangrijke prestatieverplichtingen en de methode van toerekening van opbrengsten aan verslagperioden waaronder de wijze van vastlegging van de mate van voltooiing van opdrachten tot dienstverlening is hieronder beschreven voor iedere categorie.

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de totaal te verrichten diensten.

6.2.1. Huuropbrengsten

Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties.

De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van de groep, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.

6.2.2. Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten, glasverzekering).

Indien het resultaat van een prestatieverplichting aangaande het verlenen van een dienst betrouwbaar kan worden geschat en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is, wordt de opbrengst met betrekking tot die dienst verwerkt naar rato van de verrichte prestaties. Opbrengsten uit servicecontracten worden verwerkt naarmate het gebruik door de afnemer plaatsvindt, rekening houdend met de mate waarin de prestatieverplichting is vervuld. In eerste instantie worden de opbrengsten lineair over een periode verwerkt, waarbij jaarlijks een definitieve afrekening plaatsvindt op basis van de werkelijk afgenomen diensten over het jaar.

De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

6.2.3. Overheidsbijdragen

Subsidies ter compensatie van door Portaal gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van Portaal voor de kosten van een actief worden in mindering gebracht op de stichtingskosten van het actief.

6.2.4. Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

Dit betreft de opbrengsten uit verkoopprojecten. Voor deze projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als netto-omzet en kosten in de winst-en-verliesrekening naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum (de Percentage of Completion-methode, ofwel de PoC-methode).

De voortgang van de verrichte prestaties wordt bepaald op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Als het resultaat (nog) niet op betrouwbare wijze kan worden ingeschat, dan worden de opbrengsten als netto-omzet verwerkt in de winst-en-verliesrekening tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, dat waarschijnlijk kan worden verhaald; de projectkosten worden dan verwerkt in de winst-en-verliesrekening in de periode waarin ze zijn gemaakt. Zodra het resultaat wel op betrouwbare wijze kan worden bepaald, vindt opbrengstverantwoording plaats volgens de PoC-methode naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.

Het resultaat is het verschil tussen de projectopbrengsten en projectkosten. Projectopbrengsten zijn de contractueel overeengekomen opbrengsten en opbrengsten uit hoofde van meer- en minderwerk, claims en vergoedingen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat deze worden gerealiseerd en ze betrouwbaar kunnen worden bepaald. Projectkosten zijn de direct op het project betrekking hebbende kosten. Die kosten die in het algemeen aan projectactiviteiten worden toegerekend en toegewezen kunnen worden aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend.

Indien het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten de totale projectopbrengsten overschrijden, dan worden de verwachte verliezen onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Dit verlies wordt verwerkt in de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille. De voorziening voor het verlies maakt onderdeel uit van de post voorraden. De kosten die toe te rekenen zijn aan een verkoop van vastgoed in ontwikkeling, worden verantwoord onder de lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling.

6.2.5. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Onder deze rubriek worden de volgende verkoopopbrengsten opgenomen:

  • gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie;
  • verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop.

Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte). De kosten die zijn toe te rekenen aan de verkoop van de vastgoedportefeuille worden verantwoord onder de toegerekende organisatiekosten.

6.3. Bedrijfslasten

6.3.1. Lastenverantwoording algemeen

Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct en indirect toe te rekeningen kosten. Portaal hanteert de kostenplaatsmethodiek voor de toerekening van indirecte kosten waarbij een inschatting wordt gemaakt van de werkzaamheden per functie en afdeling. Daarnaast worden verdeelsleutels, gebaseerd op het relatief aantal fte per afdeling en de opslagmethodiek, gebruikt om de kostenplaatsmethodiek toe te passen.

6.3.2. Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De afschrijvingen op de immateriele vaste activa en materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur, rekening houdend met de restwaarde. Op grond en eeuwigdurige erfpacht wordt niet afgeschreven.

6.3.3. Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud (anders dan groot onderhoud) verantwoord voor zover deze betrekking hebben op het vastgoed in exploitatie. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Al aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het klachten- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst-en-verliesrekening zijn de kosten van de eigen onderhoudsdienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten van groot onderhoud omdat ze niet aan de activeringscriteria voldoen.

Portaal verwerkt “Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie” in overeenstemming met het op 30 september 2019 gewijzigde artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

6.3.4. Erfpacht

Jaarlijks wordt door de gemeente voor het gebruik van de grond onder de verhuureenheden erfpacht in rekening gebracht op basis van canons. De eenmalig afgekochte meerjarige erfpachtcontracten maken onderdeel uit van de vervaardigingsprijs en zijn daarmee onderdeel van de materiële vaste activa in exploitatie en/of de vastgoedbeleggingen.

6.3.5. Lonen en salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Er wordt een verplichting opgenomen als Portaal zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden om een ontslag- of transitievergoeding te betalen. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie nemen we de kosten van een ontslag- of transitievergoeding op in een reorganisatievoorziening.

6.3.6. Pensioenlasten

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum al betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.

Voor een op balansdatum bestaand overschot bij het pensioenfonds wordt een vordering opgenomen als Portaal de beschikkingsmacht heeft over dit overschot, het waarschijnlijk is dat het overschot naar Portaal gaat vloeien en de vordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

6.3.7. Kosten omtrent leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Portaal, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

6.3.8. Overige bedrijfslasten

Dit betreft de overige lasten die zijn gemaakt in het kader van de gewone bedrijfsvoering en die worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Hieronder worden onder andere de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren. De overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing worden verwerkt op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.

6.4. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

6.4.1. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugnamen hiervan, die in het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

6.4.2. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille hebben betrekking op waardemutaties van op actuele waarde geactiveerde activa.

6.4.3. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden als de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

6.5. Financiële baten en lasten

6.5.1. Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten

Hieronder zijn begrepen de waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten.

6.5.2. Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

Hieronder zijn verantwoord de ontvangen rentevergoedingen van leningen u.g., effecten en overige aan de financiële vaste activa toe te rekenen opbrengsten.

6.5.3. Waardeveranderingen derivaten

Hieronder zijn verantwoord de mutaties in de waarde van derivaten die niet zijn opgenomen in een hedge relatie met een marktwaarde onder de kostprijs alsmede de mutaties van de ineffectiviteit van derivaten opgenomen in een hedge relatie.

6.5.4. Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

6.6. Belastingen

Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelas­tingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen en verrekenen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belasting­tarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

De waardering van latente belastingverplichtingen en -vorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Het belastingtarief en de fiscale wetgeving gehanteerd om het bedrag te bepalen, zijn vastgesteld of er is materieel toe besloten op balansdatum. Hierbij wordt uitgegaan van het geldende belastingtarief. De latente belastingverplichtingen en ‑vorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Voor de berekening van de contante waarde heeft de discontering plaatsgevonden op basis van de netto rente en is rekening gehouden met de levensduur van de activa en passiva waarop de latenties betrekking hebben. Op onderdelen heeft Portaal gebruik gemaakt van de fiscale faciliteiten om de levensduur te verlengen. De rentebate of -last voortkomend uit de afwikkeling van de contante waarde is opgenomen in de belastingkosten (en is geen onderdeel van de financiële baten en lasten).

Portaal maakt met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Portaal Participaties B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. (enkel 2022) en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid. Stichting Portaal rekent belastingen met haar dochtervennootschappen af alsof deze zelfstandig belastingplichtig zijn.

6.7. Resultaat deelnemingen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Portaal in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen Portaal en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de toegelaten instelling.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

7.1. Treasury beheersingsraamwerk en wet- en regelgeving

Treasury beheersingsraamwerk
Portaal beschikt over een treasury beheersingsraamwerk, dat bestaat uit:

  • het reglement financieel beleid en beheer (RFBB). In het RFBB zijn de uitgangspunten van het financieel beleid en beheer, de organisatie, de jaarlijkse monitoring, de betrokkenheid van het intern toezicht op het financieel beheer en de wettelijke kaders inzake derivaten en beleggingen opgenomen.
  • het treasury statuut (TS). In het TS zijn de formele kaders voor al onze treasury activiteiten en die van onze dochtermaatschappijen vastgelegd. Het TS maakt onderdeel uit van ons toezichtskader en is beschikbaar op onze website.
  • het treasury handboek (TH). In het TH zijn de beheersing van de treasury activiteiten en de treasury processen beschreven. 
  • het treasury jaarplan (TJP). Het TJP beschrijft de treasury doelstellingen voor het komende jaar. Het TS, TH en het TJP worden jaarlijks geëvalueerd en bij majeure wijzigingen goedgekeurd door de Raad van Commissarissen.

Beleidsregels derivaten (BTIV en RTIV)
De beleidsregels voor derivatengebruik zijn opgenomen in het RFBB en in het TS en voldoen aan de BTIV. Per 1 oktober 2012 zijn de beleidsregels derivaten van kracht geworden voor toegelaten instellingen. Portaal houdt sindsdien strikt vast aan deze beleidsregels derivaten. Sinds 2015 zijn de beleidsregels derivaten overgegaan in de BTIV en RTIV.

7.2. Beleggingsrisico (prijsrisico)

Portaal heeft in haar TS ten aanzien van beleggingen de doelstellingen, limitering en mogelijkheden vastgelegd. Portaal beheerst het marktrisico van effecten door te voldoen aan de beleidsregels beleggen en door diversificatie aan te brengen in de beleggingsportefeuille en limieten te stellen. Het risico is gemitigeerd doordat we geen obligaties in portefeuille hebben.

7.3. Valutarisico

Portaal is werkzaam in Nederland. Alle transacties zijn in euro’s en daarom lopen we geen valutarisico.

7.4. Renterisico

Voor leningen o.g. met variabele renteafspraken hebben we rentederivaten afgesloten, zodat het renterisico op deze leningen is afgedekt. Per financiering maken we een bewuste keuze voor het aantrekken van een lening tegen vaste rente of voor een lening tegen variabele rente onder gelijktijdige afsluiting van een derivaat. Zie ook toelichting 8.10.2 voor een overzicht van de leningen naar rentepercentage, naar resterende looptijd en informatie over renteherzieningen. De betaaldata en hoofdsom van variabelrentende leningen zijn gelijk aan betaaldata van de onderliggende waarde (nominale waarde) van de derivaten en de ingangs- en einddatum van het derivaat zijn gelijk aan de ingangs- en einddatum van de lening of vallen daar volledig binnen. De opbouw van de derivatenportefeuille is als volgt:

€ mln. Hoofdsom (bruto)   Marktwaarde   Off balance   On balance  
  2023 2022 2023 2022 2023 2022 2023 2022
Interest Rate Swaps 125 150 -19 -10 -19 -10 - -
Gestructureerde rente afspraken 175 175 -62 -55 -62 -55 - -
Swaptions 25 50 -10 -19 - - -10 -19
Totaal 325 375 -91 -84 -81 -65 -10 -19

De marktwaardeontwikkeling van de derivatenportefeuille wordt wekelijks gemonitord. De marktwaarde van de derivaten is per ultimo 2023 -/- 91 miljoen euro (2022: -/- 84 miljoen euro). De toename van de negatieve marktwaarde is het gevolg van de daling van de rente op de kapitaalmarkt.

Een aantal interest rate swaps in een hedge relatie kent een positieve boekwaarde, vanwege het schrijven van een swaption. De positieve startwaarde wordt over de looptijd van de hedge geamortiseerd en is opgenomen onder de activa voor 0,8 miljoen euro (2022: 1,0 miljoen euro). De negatieve boekwaarde zoals opgenomen in de bovenstaande tabel voor gestructureerde renteafspraken en swaptions is verantwoord onder de langlopende schulden derivaten. Voor de gestructureerde renteafspraken wijkt de marktwaarde af van de boekwaarde omdat in de balans alleen de ineffectiviteit wordt verwerkt.

Derivaten en gekoppelde leningen
In onderstaand overzicht bevindt zich de indeling van de derivatenportefeuille naar soort derivaat (interest rate swap, swaptions, gestructureerde en overige producten).

Instrument Lopend
Forward starting                       Totaal
  12-31-2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035  
IRS 125 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 125
Financiering 125 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 125
Gestructuereerde producten 175 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 175
Financiering 175 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 175
Swaptions 0 0 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 25
Financiering 0 0 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 25
Totaal derivaten 300 0 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 325
Totaal financiering 300 0 0 0 25 0 0 0 0 0 0 0 0 325

In 2023 heeft een contractuele break plaatsgevonden. Portaal heeft voor 25 miljoen euro aan derivaten die in de toekomst ingaan (25 miljoen euro aan swaption). Aan deze swaption is een financiering gekoppeld.

7.5. Tegenpartijrisico (kredietrisico)

Portaal spreidt haar financiële transacties over verschillende financiële instellingen. Hierdoor wordt het tegenpartijrisico beperkt. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheideisen zoals opgenomen in het TS.

Financieringen o/g en u/g
Inzake financiering wordt het tegenpartijrisico, naast de bovenstaande kredietwaardigheidseisen, beperkt door geen leningovereenkomsten te sluiten waarin is opgenomen dat leningen per direct opeisbaar zijn indien de leningverstrekker in surseance van betaling verkeert of andere clausules met een dergelijke strekking.

Liquide middelen
Inzake liquide middelen wordt het tegenpartijrisico, naast de kredietwaardigheidseisen, beperkt door de portefeuille liquide middelen te spreiden over de verschillende financiële instellingen waarbij nooit meer dan 50 miljoen euro van het totaal van de liquide middelen positie bij één financiële instelling wordt ondergebracht. Conform beleidsregels beleggen hebben alle financiële instellingen waar Portaal haar middelen heeft uitgezet minimaal een single A-status.

Derivaten
Voor een deel van de derivatenportefeuille is afgesproken om door wederzijdse verrekening van marktwaarden het tegenpartijrisico bij het gebruik van derivaten te beperken. Er worden slechts derivaten afgesloten met financiële instellingen als minimaal twee van de drie gerenommeerde rating agencies (Moody’s, S&P en Fitch) een kredietwaardigheidsoordeel hebben afgegeven van single A of meer voor de betreffende financiële instelling. Gezien de huidige wet- en regelgeving is de kans klein dat Portaal nieuwe derivaten gaat afsluiten.

7.6. Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat Portaal over niet voldoende middelen beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Indien de liquiditeitsrisico’s substantieel hoog zijn, prevaleert de beheersing van het liquiditeitsrisico boven het renterisico en het tegenpartijrisico.

Kredietfaciliteiten
Voor verlaging van het liquiditeitsrisico beschikt Portaal bij verschillende banken over een kredietfaciliteit. Deze is nader toegelicht onder stresstest.

Investeringen
Het liquiditeitsrisico door investeringsverplichtingen worden verlaagd, doordat Portaal alleen verplichtingen aangaat indien zeker is dat hiervoor financiering beschikbaar is.

Stresstest
Conform de beleidsregels derivaten moet elke corporatie de beschikking hebben over een voldoende liquiditeitsbuffer om margin call verplichtingen bij een renteschok van 200 basispunten (stresstest Aw) op te vangen. Portaal heeft verschillende faciliteiten om aan haar margin call verplichtingen te voldoen. Per ultimo 2023 beschikte Portaal over een liquiditeitsbuffer met een totale waarde van 107 miljoen euro opgebouwd uit de volgende faciliteiten:

  • spaargeld/banktegoeden specifiek ten behoeve van margin calls (32 miljoen euro);
  • reeds gestort onderpand (0);
  • ruimte in variabele hoofdsom lening (60 miljoen euro);
  • kasgeldfaciliteiten (15 miljoen euro).

Portaal heeft het gehele jaar 2023 voldaan aan de stresstest Aw. Op 31 december 2023 zou de totale margin call bij een renteschok van 200 basispunten 27 miljoen euro bedragen. De liquiditeitsbuffer van 107 miljoen euro (998bps) was groot genoeg om deze margin call verplichting op te vangen.

Break clausules
In het verleden was het gebruikelijk break clausules in contracten op te nemen. In het actuele TS is vastgelegd dat bij het aangaan van nieuwe derivaten geen break clauses worden geaccepteerd.

In de periode tot en met 2048 heeft Portaal een aantal derivaten die Portaal en/of de banken de mogelijkheid biedt om transacties voortijdig te beëindigen. In 2023 heeft Portaal een break met een hoofdsom van 25 miljoen euro weten te verschuiven van 2028 naar 2048. In de onderstaande grafiek zijn de breakmomenten weergegeven. Het liquiditeitsrisico betreft geheel breaks bij non-CSA banken.

7.7. Kostprijshedge accounting

In het TS heeft Portaal vastgelegd hoe de financiële risico’s die samenhangen met het gebruik van derivaten worden beheerst. Hierbij wordt een scheiding gemaakt tussen funding- en renterisicomanagement. Daarbij stuurt Portaal op de beheersing van de renterisico’s zodat deze binnen de normen blijven.

Portaal dekt middels derivaten het risico af van wijzigingen in kasstromen voortvloeiende uit rentebetalingen van huidige of toekomstige variabelrentende leningen. Portaal maakt gebruik van de volgende categorieën derivaten, al dan niet gecombineerd, om het renterisico te hedgen:

  • interest rate swaps;
  • gestructureerde derivaten;
  • geschreven swaptions.

Vanuit de gestructureerde renteafspraken kan de te betalen rente gedurende de looptijd variëren, afhankelijk van de ontwikkeling van de onderliggende rente. Deze derivaten zijn allen gemaximeerd qua rente. Conform de BTIV en RTIV is het niet langer toegestaan om dergelijke gestructureerde derivaten af te sluiten. Portaal streeft ernaar om de gestructureerde derivaten in de bestaande portefeuille te elimineren. Hiervoor geldt dat de kosten minimaal moeten zijn.

In de voorgaande jaren is de portefeuille geherstructureerd om het liquiditeitsrisico uit hoofde van toekomstige margin calls in de portefeuille te verminderen. Om het liquiditeitsrisico te optimaliseren heeft Portaal verschillende soorten transacties verricht, namelijk:

  • novaties/doorzakken;
  • looptijdverkortingen;
  • beëindiging/afwikkeling.

Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accounting, afloopt of wordt verkocht, wordt de hedge relatie beëindigd. Voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies verantwoord in de winst-en-verliesrekening van die periode. De nog niet gerealiseerde cumulatieve winst of het nog niet gerealiseerde cumulatieve verlies wordt onder de overlopende activa of passiva verantwoord. Indien de afgedekte positie zich naar verwachting niet meer zal voordoen, wordt het derivaat ook beëindigd en wordt het cumulatieve resultaat vanaf het moment dat de afgedekte positie niet meer voldoet ineens verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Indien het derivaat niet wordt beëindigd, wordt het verwerkt tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

Novaties (doorzakken in een vastrentende lening)
De novaties zijn verwerkt onder de langlopende schulden, waarbij de totale lening is afgewikkeld tegen nominale waarde en een nieuwe lening is aangetrokken tegen de reële waarde plus nominale waarde van de lening. Per saldo is de reële waarde die betaald is en gefinancierd middels een hogere rentecoupon in de nieuwe lening verwerkt. De reële waarde is vervolgens separaat opgenomen onder de langlopende schulden en kortlopende schulden. Het overlopend hedge resultaat is opgenomen onder de financiële vaste activa.

Looptijdverkortingen
In de jaren 2012 tot en met 2014 heeft Portaal voor derivaten de looptijd verkort. De transactiekosten voor deze transacties zijn geen directe cash out kosten geweest maar zijn verrekend in de rentecoupon van de verkorte swap. De looptijdverkortingen hebben in de meeste gevallen geleid tot een verhoging van de rentecoupon.

In de jaarrekening resteert een uitgesteld hedge resultaat onder de langlopende schulden van 0 euro (2022: 5,8 miljoen euro.). Daarnaast resteert onder de financiële vaste activa een uitgesteld hedge resultaat van 105 miljoen euro (2022: 113,7 miljoen euro). Het hedge resultaat wordt per verkorting bepaald en worden de verkortingen gezien als separate contracten en dus niet gesaldeerd. De jaarlijkse toerekening van het hedge resultaat aan het resultaat vindt plaats op de rekening rentelasten.

De positieve of negatieve marktwaarde van derivaten op het moment van de looptijdverkorting wordt respectievelijk gepassiveerd of geactiveerd op de balans onder de financiële vaste activa 0,8 miljoen euro. (2022: 1 miljoen euro) of de langlopende schulden 46,8 miljoen euro (2022: 58,3 miljoen euro). Dit is exclusief het amortiserende deel voor 2024 van 2,6 miljoen euro dat onder de kortlopende passiva is verantwoord. De boekwaarde van de derivaten wordt toegerekend aan de resterende looptijd van het derivaat (na verkorting). De jaarlijkse toerekening van de boekwaarde aan het resultaat vindt plaats op de rekening rentelasten.

Effectiviteitstoets
Conform de huidige regelgeving (RJ290) wordt het hedge resultaat toegerekend aan de periode van de oorspronkelijke onderliggende financiering(sbehoefte). Jaarlijks wordt getoetst in hoeverre deze nog bestaat om te bepalen of het hedge resultaat direct genomen dient te worden of nog kan worden toegerekend aan de looptijd van het onderliggende. Portaal voert aan het eind van elk jaar een effectiviteitstoets uit. Deze effectiviteitstoets wordt enerzijds uitgevoerd op basis van de kritische kenmerken van de hedge relatie (retrospectief) en anderzijds op basis van de omvang portefeuille variabelrentende leningen.

Kritische kenmerken (retrospectief)
De effectiviteitstoets wordt vastgelegd in specifieke hedge documentatie van elk derivaat en de onderliggende waarde. In dit onderdeel van de effectiviteitstoets worden de modaliteiten van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie met elkaar vergeleken.

Vastgestelde financieringsbehoefte
De effectiviteitstoets is erop gericht te analyseren of in de toekomst op basis van de ontwikkeling van de portefeuille variabelrentende leningen sprake is van een overhedge positie.

De ontwikkeling van de bestaande variabelrentende leningenportefeuille wordt in relatie gebracht met de ontwikkeling van de huidige en de oorspronkelijke derivatenportefeuille waarvoor een uitgesteld hedge resultaat in de balans is opgenomen. Er is sprake van ineffectiviteit wanneer de omvang van de oorspronkelijke derivatenportefeuille groter is dan de (toekomstige) variabele leningenportefeuille.

Derivaten gewaardeerd op basis van marktwaarde
De derivaten waarop geen kostprijshedge accounting wordt toegepast, worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde. De waardering (bepaling van de marktwaarde) van de derivatenportefeuille van Portaal is gebaseerd op de gemiddelde rente waar financiële instellingen aan elkaar lenen met de looptijd van 1 dag (Estr.).

8. Toelichting op de balans

8.1.1. Materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De post immateriële vaste activa is geconsolideerd en enkelvoudig gelijk aan elkaar. De investering in 2023 bestaat uit de investeringen in software (ERP-pakket) en het verloop van de post is als volgt:

  Intellectueel eigendom Totaal
Verkrijgingsprijzen - -
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen - -
Boekwaarde per 31 december 2022 - -
     
Investeringen 2.144 2.144
Desinvesteringen - -
Afschrijvingen - -
Afschrijving desinvesteringen - -
Totaal mutaties 2023 2.144 2.144
     
Verkrijgingsprijzen 2.144 2.144
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen - -
Boekwaarde per 31 december 2023 2.144 2.144

8.2.1. – 8.2.4. Vastgoedbeleggingen

De post vastgoedbeleggingen is geconsolideerd en enkelvoudig gelijk aan elkaar en is als volgt opgebouwd:

  8.2.1. 8.2.2. 8.2.3. 8.2.4.  
  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Totaal
Verkrijgingprijzen 3.355.679 369.862 31.399 176.435 3.932.375
Herwaardering 5.851.168 430.687 79.139 -50.763 6.311.231
Boekwaarde per 31 december 2022 9.206.847 800.549 110.538 125.672 10.243.606
           
Correctie verkrijgingprijzen beginbalans -210.967 -38.503 - - -249.469
Correctie herwaardering beginbalans 210.243 38.252 - - 248.495
Correctie boekwaarde beginbalans -724 -251 - - -974
           
Verkrijgingprijzen na correctie beginbalans 3.144.712 331.359 31.399 176.435 3.683.906
Herwaardering na correctie beginbalansf 6.061.411 468.939 79.139 -50.763 6.558.726
Boekwaarde per 1 januari 2023 9.206.123 800.298 110.538 125.672 10.242.632
           
Investeringen 96.128 22.322 - 63.526 181.976
Investeringen onttrokken aan voorzieningen -51.513 -1.673 - -13.599 -66.785
Bijdragen/subsidies -2.523 12 - -3.497 -6.009
Desinvesteringen verkrijgingsprijs -67.884 -2.842 - - -70.725
Desinvesteringen herwaardering -13.620 -3.141 - - -16.761
Overboeking van / naar MVA tdv exploitatie -396 -784 - - -1.179
Terugkoop VOV woningen - - -5.494 - -5.494
In exploitatie name VOV woningen 1.475 556 -947 - 1.084
Overboeking opgeleverde nieuwbouw huur verkrijgingsprijs 123.563 12.824 - -136.388 -
Overboeking opgeleverde nieuwbouw huur herwaardering -21.256 -2.919 - 24.175 -
Mutaties (*) tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie verkrijgingsprijs -3.154 3.154 - - -
Mutaties (*) tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie herwaardering 1.773 -1.773 - - -
Mutatie actuele waarde en vrijval voorziening opgeleverde nieuwbouw -324.525 -33.121 -365 - -358.011
Totaal mutaties 2023 -261.931 -7.385 -6.806 -65.783 -341.906
           
Verkrijgingprijzen 3.292.060 366.956 29.673 100.077 3.788.765
Herwaardering 5.652.130 425.958 74.059 -40.187 6.111.961
Boekwaarde per 31 december 2023 8.944.190 792.914 103.732 59.890 9.900.726

8.2.1. & 8.2.2. DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Zoals in de grondslagen (paragraaf 5.4.) al benoemd vindt de waardering van het commercieel en sociaal vastgoed modelmatig plaats. Hierbij wordt onderscheid gemaakt, conform het Handboek marktwaarde, in de waarderingsmodellen voor de categorieën: woongelegenheden (DAEB en niet-DAEB) (9.541 miljoen euro), bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en parkeergelegenheden (196 miljoen euro). Hierna wordt een toelichting gegeven op de vastgoedwaardering van voornoemde categorieën.

Woningen DAEB en niet-DAEB
Het DAEB en niet-DAEB vastgoed laat een daling van de vastgoedwaardering over 2023 zien van 273 miljoen euro. De waardedaling is vooral te verklaren door de daling van de waarde in verhuurde staat. Zie ook de onderstaande toelichting.

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waardemutatie van de marktwaarde van vastgoed in exploitatie in verhuurde staat in 2023 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel voor de woningen.

  2023   2022  
  (x € 1 mln.) % van totale waarde (x € 1 mln.) % van totale waarde
Marktwaarde woningen 1 januari 9.814   10.206  
         
Parameter        
Voorraadmutaties 103 1,00% 36 0,40%
Vastgoedgegevens 137 1,40% 173 1,70%
Methodische wijzigingen -213 -2,20% 56 0,50%
Marktontwikkelingen -300 3,10% -662 -6,50%
Overig     5 0,10%
Totaal mutaties -273 -2,80% -392 -3,80%
         
Marktwaarde woningen 31 december 9.541   9.814  

Parameteranalyse
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de gemiddelde waarde van de belangrijkste waarderingsparameters per woning (DAEB en niet-DAEB) in 2023 ten overstaan van 2022, waarna een toelichting per parameter wordt gegeven.

Parameter gemiddeld per woning 2023 2022 % verschil
Disconteringsvoet 6,40% 6,10% 0,30%
Exit yield 4,20% 3,60% 0,60%
Mutatiegraad 6,70% 6,50% 0,20%
Leegwaarde per woning 307.671 310.737 3.066
Markthuur per maand 1.044 1.019 25
Huidige contract/aanvangshuur per maand 617 593 24
       
Waardering gemiddeld per woning      
Marktwaarde verhuurde staat 180.607 187.215 -6.608
Bruto aanvangsrendement (BAR) 4,08% 3,99% 0,09%
Marktwaarde verhuurde staat/leegwaarde 59,00% 61,00% -2,00%

Disconteringsvoet
De disconteringsvoet bestaat uit generieke en objectspecifieke parameters. Het gemiddelde disconteringspercentage gestegen naar 6,4 procent. De basis disconteringsvoet is gestegen met 0,1 procent naar 5,2 procent.

Exit yield
De exit yield is de rendementseis die aan het vastgoed wordt gesteld in de berekening van de marktwaarde na 15 jaar, waarna in de waardebepaling een eindwaarde wordt berekend. De eindwaarde wordt berekend op basis van een perpetuïteit door de jaarlijkse huuropbrengst te delen door de exit yield. De eindwaarde geeft aan in welke mate het vastgoed aan veroudering onderhevig is en welke potentie het bezit naar verwachting heeft aan het einde van de 15 jarige periode.

Mutatiegraad
De mutatiegraad wordt complexmatig bepaald op basis van een vijfjaars gemiddelde mutatiegraad. Voor de kleinere complexen hanteert Portaal een boven- en ondergrens om uitschieters te voorkomen.

Leegwaarde per woning
De gemiddelde leegwaarde per woning is in 2023 gedaald naar 307.671 euro (2022: 310.737 euro). De verwachting met betrekking tot de ontwikkeling van de verkoopmarkt en daarmee ook de verkoopprijzen is dat de markt een omslag laat zien naar een verslechtering ten opzichte van voorgaande jaren.

Markthuur per woning
De bepaling van de markthuur vindt plaats door middel van referentieonderzoek en de toets aan de markthuur volgens de markthuurtabel. Door het plaatsen van woningtypen in leegwaardenklassen (leegwaarde per vierkante meter gebruiksoppervlak), wordt een percentage gehanteerd die tegen de leegwaarde afgezet wordt en een markthuur berekend. Waar de leegwaarde explosief is gestegen, laat de huurmarkt een in vergelijking kleine verbetering zien.

Huidige contract/aanvangshuur per maand
Portaal heeft in 2023 een beperkte huurverhoging doorgevoerd bij lage inkomensgroepen. De starthuren ultimo 2023 zijn daardoor niet veel hoger dan de starthuren ultimo 2022. Bij mutatie wordt meer dan 99 procent (2022: 99 procent) passend toegewezen.

Gemiddelde waardering per woning

  • De gemiddelde marktwaarde in verhuurde staat laat een daling zien van 4 procent (2022: daling van 4 procent) tot een waarde van 180.607 euro (2022: 187.215 euro). De belangrijkste factor van deze daling is de stijging van de disconteringsvoet, de gestegen onderhoudslasten en de gestegen overdrachtsbelasting.
  • De BAR (aanvangshuur/marktwaarde) is in 2023 licht gestegen naar 4,08 procent (2022: 3,99 procent) als gevolg van de verslechterde beleggersmarkt.
  • De daling van de marktwaarde verhuurde staat over 2023 en de daling van de leegwaarde is ook af te lezen aan de verhouding marktwaarde verhuurde staat/leegwaarde (leegwaarde ratio). De leegwaarde ratio daalt naar 59 procent (2022: 61 procent).

Scenarioanalyse woongelegenheden
In de marktwaarde in verhuurde staat, zoals gewaardeerd in de jaarrekening, is 79 procent van de complexen gebaseerd op het scenario uitponden (2022: 77 procent). De overige 21 procent van de complexen is gebaseerd op het scenario doorexploiteren (2022: 23 procent). Dit is geen wezenlijk andere verdeling dan een jaar eerder. De lichte verschuiving naar uitponden komt door een hogere disconteringsvoet voor de complexen die qua wws-punten in de middenhuur gaan vallen.

Regio analyse
Per regio zijn de gemiddelde parameters en de daaruit resulterende waarderingen over 2023 als volgt inzichtelijk te maken:

Parameter gemiddeld per woning (31/dec/23) Totaal Arnhem Eemland Leiden Nijmegen Utrecht Totaal 2022
Disconteringsvoet 6,4% 6,7% 6,5% 6,7% 6,6% 6,0% 6,1%
Exit yield 4,2% 4,7% 4,1% 4,0% 4,2% 4,2% 3,6%
Mutatiegraad 6,7% 7,1% 6,3% 6,6% 6,6% 6,8% 6,5%
Leegwaarde per woning 307.671 254.322 303.451 333.795 290.704 327.291 310.737
Markthuur per maand 1.044 949 1.042 1.127 1.018 1.062 1.019
Huidige contracthuur per maand 585 569 585 606 575 585 593
               
waardering gemiddeld per woning              
marktwaarde verhuurde staat 180.607 160.080 186.137 184.216 178.897 183.056 187.215
BAR 4,08% 4,40% 3,88% 4,18% 3,98% 4,12% 3,99%
marktwaarde verhuurde staat / leegwaarde 59% 63% 61% 55% 62% 56% 61%

De leegwaarden zijn in de regio’s Leiden en Nijmegen licht gedaald (-1,68 procent resp. -0,87 procent). In Arnhem en Eemland is de leegwaarde gelijk gebleven. De regio Utrecht laat een lichte stijging zien van 0,6 procent. De gemiddelde leegwaardedaling komt voor Portaal uit op 0,21 procent. Ondanks de leegwaardestijging daalt ook de marktwaarde in de regio Utrecht. Dit komt doordat in Utrecht de hogere leegwaarde ook resulteert in een hoger bedrag dat bij verkoop aan de gemeente betaald moet worden voor de afkoop van de erfpachtcontracten.

Arnhem is nog de enige regio waar Portaal bezit heeft met een gemiddelde leegwaarde onder de 260.000 euro. Het hoogste gemiddelde zit in de regio Leiden. De verschillen tussen de regio’s in absolute waarden zijn wel afgenomen. Waar in 2021 het verschil tussen de hoogste en laagste gemiddelde leegwaarde van een woning 80.000 euro was, is dat in 2023 gedaald naar een verschil van 49.000 euro.

Marktwaarde per m2
De ontwikkeling van de marktwaarde per m2 laten zowel bij Portaal als voor de benchmark een daling zien. De marktwaarde per m2 bij Portaal bedraagt einde 2023 2.250 euro (2022: 2.340 euro), ten opzichte van de benchmark van 2.130 euro (2022: 2.330 euro). De daling van de marktwaarde is voor Portaal minder sterk dan de benchmark, doordat Portaal haar bezit in voor beleggers aantrekkelijke steden is gepositioneerd. Daarnaast lijkt het erop dat het energielabel van Portaal iets beter is dan die in de benchmark. Complexen met een slechte energieprestatie zijn dit jaar fors afgestraft, terwijl de duurzame complexen slechts een lichte daling laten zien.

Gevoeligheidsanalyse
De analyse is uitgevoerd op de woongelegenheden. De niet-woongelegenheden en maatschappelijk vastgoed zijn gezien het geringe belang binnen de totale vastgoedportefeuille buiten beschouwing gelaten.

Parameter Marktwaarde 31/12/2023 Effect wijziging parameter Effect op marktwaarde (x € 1 mln.) Effect op martwaarde % Effect op martwaarde % 2022
Waarde 31/12/2023* 9.541        
Disconteringsvoet 9.419 0,10% -122 -1% -1,5%
  9.671 -0,10% 130 1% 1,6%
Mutatiegraad 9.852 1% 311 3% 3,2%
  9.171 -1% -370 -4% -3,9%
Leegwaarde 10.107 10% 566 6% 5,4%
  9.050 -10% -491 -5% -4,4%

Om een beeld te krijgen van de impact van economische- en politieke effecten op de vastgoedwaardering is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Om de impact te simuleren op de marktwaarde, in absolute en relatieve zin, zijn bovenstaande parameters zowel verhoogd als verlaagd met 10 procent, 1 procent respectievelijk 0,1 procentpunt.

Een schommeling in de vastgoedwaardering werkt direct door in het (eigen) vermogen en heeft daarmee impact op de vermogensratio’s die van de balans worden afgeleid. De financiële impact van deze renteschok leidt niet direct tot andere uitkomsten ten aanzien van de beoordeling van de solvabiliteit en andere vermogensratio’s zoals de loan to value. Dit geldt ook voor de impact op de beleidswaarde (zie paragraaf Sensitiviteit beleidswaarde). De financiële positie is hiermee beperkt gevoelig voor economische en politieke ‘schokken’ ten aanzien van de vastgoedwaardering.

Niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen
Naast commerciële (niet-DAEB) en sociale (DAEB) woongelegenheden bestaat de vastgoedportefeuille uit niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen. Ook deze vastgoedcategorie wordt door Portaal modelmatig gewaardeerd. De totale vastgoedwaardering van de niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen bedraagt in 2023 196 miljoen euro (2022: 193 miljoen euro). In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de absolute waarde van de niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen in 2023 ten opzichte van 2022.

Niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen (x € 1 mln.) Maatschappelijk vastgoed Bedrijfsonroerend goed Zorgonroerend goed Parkeren Totaal
2023 22 32 97 45 196
2022 25 33 96 39 193

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waarde mutatie van de marktwaarde verhuurde staat in 2023 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.

  31-12-2023 31-12-2022
  (x € 1 mln.) (x € 1 mln.)
Marktwaarde niet-woongelegen en parkeerplaatsen 1 januari 193 184
     
Parameter    
Voorraadmutaties 6,6 2,9
Vastgoedgegevens -6 1,6
Methodische wijzigingen -3,9 -1,5
Marktontwikkelingen 6,3 -4,3
Overig - 10,3
Totaal mutaties 3 9
     
Marktwaarde niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen 31 december 196 193

Overige verplichtingen rustend op het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 

Erfpachtontwikkeling Utrecht
In 2018 heeft een herijking van de erfpachtverplichtingen plaatsgevonden. In 2022 heeft de gemeente een nieuwe zienswijze gecommuniceerd voor wat betreft de variant doorexploiteren. Hier mag nu de door de gemeente vastgestelde minimale grondwaarde als uitgangspunt te hanteren voor het vaststellen van de meerwaarde afdracht.

Place2BU, De Pionier & Avicennapad
Portaal heeft op een aantal locaties tijdelijke huisvestinglocaties. Dit houdt in dat de marktwaarde die in TMS gemaakt is met een DCF-periode van 15 jaar aangepast moet worden. De netto operationele kasstromen voor het scenario doorexploiteren tot aan het moment van ontmanteling zijn met de disconteringsvoet netto contant gemaakt en bij elkaar opgeteld om tot een marktwaarde vrij op naam te komen. Vervolgens is er 11,4 procent kosten koper ingerekend om de marktwaarde in verhuurde staat k.k. te krijgen. In de berekening is afhankelijk van de gemaakte afspraken na de exploitatietijd een eindwaarde opgenomen. Voor de Pionier is dat wel het geval. Voor Place2BU en Avicennapad is dit niet het geval.

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde en bedraagt per 31 december 2023 3.835 miljoen euro (2022: 4.225 miljoen euro).

De opbouw van de beleidswaarde van Portaal per 31 december 2023 laat zich als volgt presenteren:

  DAEB vastgoed in exploitatie (x € 1 mln.) Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (x € 1 mln.)
Marktwaarde per 31 december 2023 8.944 793
     
Aanpassingen beleidswaarde    
Aanpassing naar beleid doorexploiteren 202 27
Aanpassing naar huurbeleid (max. streefhuur) -3.165 10
Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid -2.135 -130
Aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid -670 -41
Totaal aanpassingen -5.768 -134
     
Beleidswaarde per 31 december 2023 3.176 659

De beleidswaarde is van de marktwaarde afgeleid in overeenstemming met de uitgangspunten zoals deze door de Autoriteit wonen (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zijn voorgeschreven. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Portaal. Bij toepassing van de beleidswaarde is het vermogen 5.902 miljoen euro lager dan op basis van de marktwaarde.

De nettocontantewaardeberekening van de marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Portaal.

Om tot de beleidswaarde te komen worden uitgaande van de marktwaarde in verhuurde staat de volgende vier afslagen gehanteerd:

  • voor het gehele bezit is uitgegaan van het scenario doorexploiteren (in plaats van de hoogste van doorexploiteren en uitponden). Er wordt bovendien in het geheel geen rekening gehouden met verkopen;
  • de huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal verhoogd tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. Portaal hanteert in haar beleid een streefhuur van gemiddeld 80 procent van de maximaal redelijke huur;
  • de componenten van onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). Portaal heeft hier voor de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2024-2033 als uitgangspunt genomen;
  • de beheerkosten uit de DCF-berekening zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit bij de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer in de 15-jaars DCF-periode. Portaal hanteert hiervoor de beheerkosten zoals opgenomen meerjarenbegroting 2024-2033 als uitgangspunt, via een kostenfactor per eenheid toegerekend naar een norm per complex.

Parameters beleidswaarde
Voor de beleidswaarde zijn de gemiddelde parameters in 2023 als volgt inzichtelijk te maken:

Parameter gemiddeld per woning Beleidswaarde 2023 Beleidswaarde 2022
Disconteringsvoet 5,80% 5,60%
Streefhuur per maand (€) 675 643
Lasten onderhoud per jaar (€) 2.986 2.848
Lasten beheer per jaar (€) 1.130 1.175
Lasten onderhoud en beheer per jaar (€) 4.116 4.023

Sensitiviteit beleidswaarde
Voor de beleidswaarde 2023 is een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd welke als volgt inzichtelijk te maken is:

Parameter Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde (* € 1.000) Effect op beleidswaarde (%)
Disconteringsvoet +0,1% punt -70 -1,80%
Disconteringsvoet -0,1% punt 71 1,90%
Streefhuur per maand 10% 641 16,70%
Streefhuur per maand -10% -10% -779 -20,30%
Lasten onderhoud en beheer per jaar +10% 10% 797 20,70%
Lasten onderhoud en beheer per jaar-10% -10% -797 -20,70%

WOZ informatie
De WOZ-waarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2023 15.504 miljoen euro (2022: 15.267 miljoen euro).

Zekerheden en beperkingen
Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de geconsolideerde balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.

Klimaat
Voor de waardebepaling van de vastgoedbeleggingen wordt rekening gehouden met de impact van klimaatgerelateerde zaken. De veronderstelling is dat de vastgoedbeleggingen momenteel niet blootgesteld zijn aan ernstige fysieke risico’s, maar dat tot zekere hoogte de invloed van transitierisico’s worden meegenomen in de waardering. Dit relateert onder andere aan de toenemende vereisten voor energie-efficiëntie van gebouwen door klimaatgerelateerde wet- en regelgeving en de toenemende vraag vanuit huurders voor energiezuinige gebouwen. Bij de waardebepaling is rekening gehouden met

het energielabel van de betreffende complexen, wat tot uitdrukking komt in de toekomstige huurinkomsten en onderhoudskosten.

8.2.3. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

In de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 340 (2022: 360) eenheden opgenomen die allen met een terugkoopverplichting zijn verkocht. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de minister hebben. De contracten zijn gebaseerd op het Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) en het Koopgarant-principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde op moment van verkoop tussen 0 procent en 30 procent.

8.2.4. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de investeringen opgenomen voor nieuwbouw huurwoningen en grond- en ontwikkelposities.

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Nieuwbouw huurwoningen 98.975 175.334 98.975 175.334
Voorziening nieuwbouw huurwoningen -39.085 -49.661 -39.085 -49.661
         
Totaal vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 59.890 125.672 59.890 125.672

8.3.1. Materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De post materiële vaste activa ten dienste van exploitatie is als volgt opgebouwd:

  Bedrijfsgebouwen Vervoersmiddelen Overige materiële vaste activa Totaal
Verkrijgingsprijzen 24.853 8.377 20.903 54.133
Cumulatieve afschrijvingen -14.315 -3.995 -13.091 -31.401
Boekwaarde per 31 december 2022 10.538 4.382 7.812 22.732
         
Investeringen 541 2.147 384 3.072
Desinvesteringen - - -9.723 -9.723
Afschrijvingen -840 -921 -2.177 -3.938
Afschrijving desinvesteringen - - 7.892 -7.892
Overboeking van / naar vastgoedbeleggingen -82 - - -82
Totaal mutaties 2023 -381 1.226 -3.624 -2.779
         
Verkrijgingsprijzen 25.312 10.523 11.565 47.400
Cumulatieve afschrijvingen -15.155 -4.916 -7.377 -27.447
Boekwaarde per 31 december 2023 10.157 5.608 4.188 19.953

De desinvestering in 2023 heeft betrekking op het buitengebruik stellen van software per einde 2023 in verband met de implementatie van het nieuwe ERP pakket.

8.4.1. – 8.4.5. Financiële vaste activa

De financiële vaste activa is enkelvoudig als volgt opgebouwd:

  8.4.1. 8.4.2. 8.4.3. 8.4.4. 8.4.5.  
  Deelnemingen in groepsmaatschappijen Overige deelnemingen Latente belastingvorderingen Derivaten Overige langlopende vorderingen Totaal
 1-jan-23 14.707 247 25.939 114.682 1.594 157.169
             
Mutaties 2023            
Toevoegingen - - 40.665 - - 40.665
Afloop / Aflossing - - -16.010 -8.878 -528 -25.416
Resultaat deelneming 104 - - - - 104
Overige mutaties - - 28 - - 28
Totaal mutaties 2023 104 - 24.673 -8.878 -528 15.371
             
31-dec-23 14.811 247 50.612 105.805 1.065 172.540

8.4.1. Deelnemingen in groepsmaatschappijen

De post deelnemingen in groepsmaatschappijen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Portaal Holding B.V. - - 14.811 14.707
Totaal deelnemingen in groepsmaatschappijen - - 14.811 14.707

8.4.2. Overige deelnemingen

Overige deelnemingen betreffen participaties van Portaal en haar groepsmaatschappijen:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
B.V. Woonwagenexploitatie 4 4 4 4
Woningnet N.V. 228 228 228 228
Coöperatie Smart Finance BA 15 15 15 15
Totaal overige deelnemingen 247 247 247 247

8.4.3. Latente belastingvorderingen en latente belastingverplichting

De latente belastingenvorderingen zijn als volgt opgebouwd:

  Vastgoedbeleggingen Derivaten Leningen Grondposities Personele voorzieningen   Subtotaal
 1-jan-23 3.789 13.920 364 1.298 1.187   20.558
Mutaties boekjaar              
Afloop -361 -14.594 -31 -666 -   -15.652
Toevoeging - - - - 224   224
Overige - - - 28 -   28
Totaal mutaties -361 -14.594 -31 -639 224   -15.401
               
31-dec-23 3.428 -674 333 659 1.411   5.157
               
Nominale waarde 3.657 1.151 365 711 1.516   7.400
               
Kortlopend deel 244 6 - - 465   715
  Subtotaal Compensabele verliezen Afschrijvingspotentieel Voorziening grootonderhoud Totaal
 1-jan-23 20.558 - 5.381 - 25.939
Mutaties boekjaar          
Afloop -15.652 - - - -16.010
Toevoeging 224 57.450 253 -17.630 40.655
Overige 28 - - - 28
Totaal mutaties -15.401 57.450 253 -17.630 24.672
           
31-dec-23 5.157 57.450 5.635 -17.630 50.612
           
Nominale waarde 7.400 59.997 5.925 -18.177 55.145
           
Kortlopend deel 715 10.878 431 - 12.768

De latente belastingvorderingen betreffen de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering. De tot waardering gebrachte nominale belastinglatentie is gewaardeerd tegen de contante waarde waarbij discontering plaatsvindt tegen de rente van 2,07 procent (2022: 3,25 procent). De looptijd van de vorderingen bedraagt gemiddeld 5 jaar, voor de derivaten 15 jaar. 

Portaal heeft op nihil gewaardeerde verrekenbare tijdelijke verschillen die betrekking hebben op vastgoed en op renteaftrekbeperkingen.

  • Ultimo 2023 is er een bedrag van 2.605 miljoen euro (2022: 3.046 miljoen euro) commercieel/fiscaal waarderingsverschil voor vastgoed in exploitatie. De nominale waarde van de latente belastingverplichting bedraagt 682 miljoen euro (2022: 786 miljoen euro). In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingverplichting verantwoord die op basis van de contante waardering naar nihil tendeert.
  • Ultimo 2023 is er een bedrag van 42,6 miljoen euro (2022: 101,8 miljoen euro) commercieel/fiscaal waarderingsverschil voor vastgoed in ontwikkeling. De nominale waarde van de latente belastingvordering bedraagt 11,8 miljoen euro (2022: 26,3 miljoen euro). In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering verantwoord die op basis van de contante waardering naar nihil tendeert.
  • Ultimo 2023 is er een bedrag van 220 miljoen euro (2022: 252 miljoen euro) aan verrekenbare fiscale rente op basis van de earnings stripping maatregel (ATAD, artikel 15b wet VpB). De mutatie wordt veroorzaakt door niet-aftrekbare rente in 2023 (+ 44,1 miljoen euro) en verrekeningen als gevolg van gewijzigde verwerking van derivaten (-/- 74,1 miljoen euro). Deze rente is onbeperkt fiscaal verrekenbaar. De nominale waarde van de latente belastingvordering bedraagt 57 miljoen euro (2022: 65 miljoen euro). In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering verantwoord, die op basis van de huidige ATAD-regeling niet volledig tot afwikkeling zal komen. Dit omdat niet voldoende toekomstige resultaten beschikbaar zijn om deze verliezen te verrekenen, waardoor de latentie naar nihil tendeert. Ultimo 2023 is de verwachting dat er geen toekomstige verrekeningen van gestalde rente kan plaatsvinden.

De belangrijkste veronderstellingen bij de bepaling van de belastinglatenties zijn de timing en omvang van realisatie van waarderingsverschillen van de vastgoedbeleggingen, rentederivaten en voorziening groot onderhoud. De latentie compensabele verliezen is gewaardeerd vanwege de verwachte toekomstige fiscale winsten gebaseerd op de goedgekeurde meerjarenbegroting 2024 t/m 2033.

8.4.4. Derivaten

De post derivaten onder de financiële vaste activa is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Boekwaarde derivaten onder hedge accounting 777 987 777 987
Uitgesteld hedge resultaat van derivaten 105.028 113.695 105.028 113.695
onder hedge accounting        
Totaal derivaten 105.805 114.682 105.805 114.682

De boekwaarde van derivaten onder hedge accounting heeft betrekking op de positieve startwaarde en verkregen kortingen bij het afsluiten van geschreven swaptions en looptijdverkortingen. De verkorting heeft hierbij geleid tot een neerwaartse aanpassing van de rentecoupon.

De derivaten kennen een overwegend langlopend karakter. Van de 105,8 miljoen euro heeft 99,5 miljoen euro een looptijd langer dan een jaar en 77,5 miljoen euro een looptijd langer dan 5 jaar.

De derivaten worden nader toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten. 

8.4.5. Overige langlopende vorderingen

Het saldo van de overige langlopende vorderingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Depot pensioenverplichting Aegon 41 222 41 222
Vorderingen Starters Renteregeling (S.R.R.) 1.006 1.354 1.006 1.354
Betaalde waarborgsommen 18 18 18 18
Totaal overige langlopende vorderingen 1.065 1.594 1.065 1.594

De Vordering Starters Renteregeling (SRR) wordt in paragraaf 8.12.5. nader toegelicht.

8.5.1. – 8.5.2. Voorraden

8.5.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

Vastgoed bestemd voor de verkoop betreft onverkochte onroerende zaken. De onverkochte onroerende zaken hebben betrekking op teruggekochte Koopgarant woningen welke op balansdatum nog niet waren doorverkocht. Het saldo is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Teruggekochte VOV woningen 2.361 4.562 2.361 4.562
Grondpositie 10.170 10.987 10.170 10.987
Totaal vastgoed bestemd voor de verkoop 12.531 15.549 12.531 15.549

Het aantal onverkochte VoV-woningen bedraagt 7 eenheden per 31 december 2023 (2022: 15 eenheden).

In onderstaande tabel is een toelichting gegeven op de grondposities ultimo 2023.

Naam Gemeente Aankoop jaar ha. Kostprijs Voorziening Boekwaarde € / m2
        (* € 1.000) (* € 1.000) (* € 1.000)  
Hoogeveen Hazerswoude 2009 7,51 3.246 -2.758 488 6,5
Rijnenburg Utrecht 2004 45,17 9.682 - 9.682 25,46
Totaal grondposities     52,68 12.928 -2.758 10.170  

De bovenstaande grondposities zijn grondaankopen met het oog op ontwikkeling van vastgoedprojecten en waarbij nog geen inzicht bestaat in de feitelijke projectontwikkeling. Het zijn voornamelijk materiële vaste activa, nog niet dienstbaar aan de bedrijfsuitoefening. Zodra de grondposities daadwerkelijk in ontwikkeling worden genomen, vindt herrubricering plaats naar de betreffende actiefposten.

De verdeling van de Vastgoed bestemd voor de verkoop naar DAEB en niet-DAEB is opgenomen in paragraaf 10.1.

8.5.2. Overige voorraden

Voorraden grond- en hulpstoffen betreft de voorraad onderhoudsmaterialen en is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Grond- en hulpstoffen 1.802 1.487 1.802 1.487
Voorziening incourante grond- en hulpstoffen -6 -6 -6 -6
Totaal overige voorraden 1.796 1.481 1.796 1.481

Overige voorraden betreffen onderhoudsmaterialen in magazijn en in onderhoudsbussen.

8.6.1. – 8.6.5. Vorderingen

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

8.6.1. Huurdebiteuren

Huurdebiteuren betreffen vorderingen uit hoofde van de verhuur van onroerende en roerende zaken in exploitatie. Het saldo is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Achterstand huurdebiteuren 4.111 3.707 4.111 3.707
Voorziening wegens oninbaarheid -1.573 -1.862 -1.573 -1.862
Totaal huurdebiteuren 2.538 1.845 2.538 1.845

8.6.2. Vorderingen op overheid

Vorderingen op overheden betreft van gemeenten te ontvangen bijdragen en is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Gemeente Arnhem - 11 - 11
Gemeente Soest 1 - 1 -
Gemeente Houten 9 - 9 -
Gemeente Amersfoort - 1 - 1
Gemeente Leiden 8 45 8 45
Gemeente Nijmegen - 5 - 5
Gemeente Utrecht 1 1.611 1 1.611
Totaal vorderingen op gemeenten 19 1.673 19 1.673

8.6.3. Vorderingen op groepsmaatschappijen

De vorderingen op groepsmaatschappijen zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Groepsmaatschappijen - - - -
Totaal vorderingen op groepsmaatschappijen - - - -

8.6.4. Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Overige vorderingen 42 902 42 902
Voorziening dubieuze overige vorderingen - -309 - -309
Totaal overige vorderingen 42 593 42 593

Onder de post overige vorderingen zijn alle debiteuren verantwoord met uitzondering van de huurdebiteuren. 

8.6.5. Overlopende activa

Het saldo overlopende activa is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Nog te ontvangen bedragen 863 136 863 136
Overige vooruitbetaalde bedragen 2.333 1.776 2.333 1.776
Te vorderen vennootschapsbelasting 8.275 - 8.275 -
Overige overlopende activa 2 4 2 4
Totaal overlopende activa 11.473 1.916 11.473 1.916

8.7. Liquide middelen

Het saldo liquide middelen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Banktegoeden 75.444 76.728 60.632 62.021
Kasgelden 3 2 3 2
Totaal liquide middelen 75.447 76.728 60.635 62.023

Om te voldoen aan de beleidsregels wordt 31,9 miljoen euro aangehouden om te voldoen aan de stresstest derivaten. De liquide middelen staan verder ter vrije beschikking.

8.8. Eigen vermogen

Het eigen vermogen is als volgt opgebouwd:

  8.8.1 8.8.2 8.8.3  
  Herwaarderingsreserve Overige reserve Resultaat Boekjaar Totaal
Stand 1 januari 2022 6.945.700 -5.016 1.540.286 8.480.970
Winstverdeling vorig boekjaar - 1.540.286 -1.540.286 -
Realisatie uit hoofde van verkoop -25.406 25.406 - -
Mutatie herwaarderingsreserve -481.122 481.122 - -
Resultaat boekjaar - - -384.862 -384.862
         
Totaal mutaties 2022 -506.528 2.046.814 -1.925.148 -384.862
         
Stand 31 december 2022 6.439.172 2.041.798 -384.862 8.096.108
         
Mutaties boekjaar        
Correctie desinvesteringen 267.180 -267.180  - -
Vrijval herwaarderingsreserve vorig boekjaar -33.275 33.275    
Winstverdeling vorig boekjaar   -384.862 384.862 -
Realisatie uit hoofde van verkoop -20.886 20.886   -
Mutatie herwaarderingsreserve -409.033 409.033   -
Resultaat boekjaar     -389.216 -389.216
Totaal mutaties 2023 -196.014 -188.848 -4.354 -389.216
         
Stand 31 december 2023 6.243.158 1.852.950 -389.216 7.706.892

Volgens de statuten van Portaal dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet te worden besteed.

Correctie desinvesteringen
Voor de toelichting met betrekking tot de correctie desinvesteringen verwijzen wij naar paragraaf 4.9.

Voorstel resultaatbestemming
Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het negatieve resultaat over het boekjaar 2023 ad 389,2 miljoen euro geheel ten laste van de overige reserves te brengen. Dit voorstel is nog niet in de jaarrekening verwerkt.

Overige reserves
Aan de overige reserves wordt het resultaat van vorig boekjaar toegevoegd. Daarnaast vindt bij verkoop een vermogensmutatie plaats door het realiseren van de herwaarderingsreserve.

Ongerealiseerde herwaarderingsreserve
Per 31 december 2023 is in totaal 6,4 miljard euro aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2022: 6,4 miljard euro), enerzijds zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs (6,3 miljard euro) en anderzijds het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (0,1 miljard euro). Voor de verdeling van de herwaarderingsreserve naar DAEB en niet-DAEB wordt verwezen naar paragraaf 10.1.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van 5,8 miljard euro in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Portaal niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Portaal. De mogelijkheden voor Portaal om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Aangezien de doelstelling van Portaal is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, wordt van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd. Daarnaast wordt bij mutatie van een woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie.

8.9.1. – 8.9.4. Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is geconsolideerd als volgt opgebouwd:

  8.9.1. 8.9.2. 8.9.3. 8.9.4.  
  ORT Pensioenen Personeelskosten Overige Totaal
 1-jan-23 41.065 222 5.145 236 46.668
Mutaties boekjaar          
Toevoegingen 84.995 - 2.544 1.836 89.375
Onttrekkingen -66.597 - -784 -542 -67.923
Vrijval -8.230 -222 -1.030 -20 -9.502
Totaal mutaties 2023 10.168 -222 730 1.274 11.950
           
31-dec-23 51.233 - 5.875 1.510 58.618

Daar waar niet anders vermeld hebben de voorzieningen een overwegend langlopend karakter.

8.9.1. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (ORT)

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen heeft betrekking op verwachte verliezen in de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, renovaties en herstructureringsactiviteiten van Portaal. Voor de bepaling van de voorziening worden de begrote investeringskosten van het betreffende project afgezet tegen de verwachte opbrengsten. Voor projecten waarvoor de opbrengsten lager uitvallen dan de begrote investeringskosten wordt een voorziening gevormd. De voorziening heeft voor een bedrag van 24,7 miljoen euro (2022: 18,5 miljoen euro) betrekking op de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen. 26,5 miljoen euro (2022: 22,6 miljoen euro) heeft betrekking op renovatieprojecten. Voor de verdeling van de voorziening naar DAEB en niet-DAEB wordt verwezen naar paragraaf 10.1.

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen ook feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Portaal rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van het definitief ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

De aannames gedaan bij de financiële impact van bovengenoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan onder meer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.

8.9.2. Voorziening pensioenen

De voorziening pensioenen betreft een depot dat is ondergebracht bij een verzekeraar voor een aantal in het verleden vervroegd uitgetreden medewerkers die vanuit een vorige fusie met één van de rechtsvoorgangers van Portaal niet zijn meegegaan naar het pensioenfonds van het SPW. In 2023 is deze verplichting geheel afgewikkeld.

8.9.3. Voorziening personeelskosten

De voorziening personeelskosten is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Voorziening jubilea uitkeringen 2.104 2.075 2.104 2.075
Voorziening individueel loopbaanbudget 2.094 2.080 2.094 2.080
Voorziening langdurig zieken 1.677 990 1.677 990
Totaal voorziening personeelskosten 5.875 5.145 5.875 5.145

8.9.4. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen bestaan uit diverse relatief kleine claims en geschillen. De toevoegingen en onttrekkingen gedurende het boekjaar hebben betrekking op de enkele van deze claims.

8.10.1. – 8.10.7. Langlopende schulden

Het verloop van de post langlopende schulden is enkelvoudig gelijk aan geconsolideerd en is als volgt opgebouwd: 

  8.10.1. 8.10.2. 8.10.3 8.10.4. 8.10.5. 8.10.6. 8.10.7.  
  Schulden aan overheid Schulden aan krediet-instellingen Agio leningen Novaties Derivaten Terugkoop-verplichting VOV eenheden Overige langlopende schulden Totaal
Stand per 1 januari 2023 1.803 1.930.144 26.109 115.023 58.267 100.659 495 2.232.500
                 
Kortlopend deel vorig boekjaar 422 44.122 654 4.800 2.843     52.842
Vrijval amortisatie boekjaar     -654         -654
Nieuw opgenomen leningen / toevoegingen   150.000         152 150.152
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht               -
Aflossingen / terugkopen / afwikkeling -422 -46.706   -4.800 -6.286 -5.920 -27 -64.161
Waardemutaties         -5.490 -212   -8.967
Reclassificatie aflossing <1 jaar -433 -21.417 -656 -4.800 -2.570     -29.876
Totaal mutaties 2023 -433 125.999 -656 -4.800 -11.503 -6.132 125 102.600
                 
Stand per 31 december 2023 1.370 2.056.143 25.453 110.223 46.764 94.527 620 2.335.100

In onderstaande tabel zijn de langlopende schulden van Portaal gesplitst in een looptijd langer en korter dan 5 jaar. Voor de roll-over leningen zijn derivaten afgesloten.

Portaal heeft in haar leningcontracten geen embedded derivaten besloten die separaat verantwoord dienen te worden. De leningen verantwoord onder leningen overheid en kredietinstellingen zijn nagenoeg geheel geborgd door het WSW. Daarvan is 4,5 miljoen euro niet geborgd door het WSW.

  2023 2023 2023 2022
  < 5 jaar > 5 jaar Totaal Totaal
Leningen overheid 1.370 - 1.370 1.803
Leningen kredietinstellingen 245.657 1.810.486 2.056.143 1.930.144
Agio leningen 2.639 22.814 25.453 26.109
Novaties 19.200 91.023 110.223 115.023
Derivaten 7.885 38.879 46.764 58.267
Uitgesteld hedge resultaat - - - 5.817
Terugkoopverplichting VOV eenheden - 94.527 94.527 100.659
Overige langlopende schulden - 620 620 495
Totaal langlopende schulden 276.751 2.058.349 2.335.100 2.238.318

8.10.1. & 8.10.2. Leningen overheid en kredietinstellingen

Aflossingsverplichtingen van de leningen overheid en kredietinstellingen die binnen 12 maanden na het jaar aflopen, zijn opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen. Inclusief deze aflossingsverplichtingen, is het totaalbedrag aan leningen per eind 2023 2.079 miljoen euro (2022: 1.974 miljoen euro). De marktwaarde van de leningen overheid en kredietinstellingen is 2,2 miljard euro (2022: 2,1 miljard euro). Het gemiddelde rentepercentage van de leningportefeuille (exclusief startwaarde novatie) en derivatenportefeuille bedroeg voor 2023 2,07 procent (2022: 3,25 procent).

De leningportefeuille bestaat grotendeels uit leningen met eindaflossingen (bullet). Onderstaand de leningportefeuille (langlopende en kortlopende leningen) uitgesplitst naar rentepercentage, naar resterende looptijd en informatie over renteherzieningen:

(x € 1 mln)

Rentepercentages   Afloop (aflossing)   wv. Annuïtair Renteherzieningen **  
Roll over* 346,2 < 1 jaar (kortloper) 0,2 0,1 < 1 jaar (kortloper) 11,1
0% - 2% 655,0 van 1 tot 5 jaar 169,4 3,6 van 1 tot 5 jaar 10,4
2% - 3% 184,0 van 5 tot 10 jaar 242,7 23,5 van 5 tot 10 jaar 0,0
3% - 4% 147,0 van 10 tot 15 jaar 143,6 14,6 van 10 tot 15 jaar 0,0
4% - 5% 747,2 van 15 tot 20 jaar 26,0 1,0 van 15 tot 20 jaar 0,0
5% - 6% 0,0 > 20 jaar 1.496,0 3,3 > 20 jaar 0,0
> 6% 0,0          
  2.079,4   2.079,4 46,2   21,5

De leningen met een renteherziening komend jaar zijn leningen met een vast rentepercentage.

8.10.3. Agio leningen

In het belang van de volkshuisvesting is sectorbreed naar een structurele oplossing gezocht voor woningcorporatie Vestia. In 2021 hebben 251 corporaties bijgedragen aan een oplossing voor de hoge rentelasten van Vestia. Corporaties hebben met Vestia nieuw afgesloten leningen met lage rentes uitgeruild met leningen van Vestia die een hogere rente kennen, waardoor per saldo een herverdeling van de rentelasten tussen de corporatie en Vestia heeft plaats gevonden. Portaal heeft hieraan deelgenomen, wat resulteerde in een lening met een nominale hoofdsom van 17,2 miljoen euro en een volkshuisvestelijke bijdrage in de vorm van agio van 26,7 miljoen euro, ontstaan door het verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde van de lening. De volkshuisvestelijke bijdrage is ten laste van het resultaat gebracht en verantwoord onder de overige organisatiekosten.

De nominale hoofdsom wordt afgelost na 40 jaar. De rente bedraagt 4,86 procent gedurende de hele looptijd. Jaarlijks wordt rente betaald en valt een deel van het agio vrij, bestaande uit het verschil tussen de in betreffend jaar betaalde rente en de berekende effectieve rente.

8.10.4. Novaties

Onder de langlopende leningen is een bedrag van 110 miljoen euro opgenomen inzake alle novaties. De novaties kennen overwegend een langlopend karakter en worden langs een amortisatieschema jaarlijks afgebouwd. De amortisatie van de novaties die binnen 12 maanden na het boekjaar 2023 aflopen, zijn opgenomen onder paragraaf 8.11.2.

De novaties worden nader toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten.

8.10.5. Derivaten

De post derivaten onder de langlopende schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Boekwaarde van derivaten 27.534 30.641 27.534 30.641
onder hedge accounting        
Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting - 5.817 - 5.817
Derivaten niet onder hedge accounting 19.230 27.626 19.230 27.626
Totaal derivaten 46.764 64.084 46.764 64.084

Boekwaarde van derivaten onder hedge accounting
De boekwaarde heeft betrekking op de negatieve startwaarde van swaps die voortkomen uit uitgeoefende swaptions en looptijdverkortingen waarbij de verkorting is gefinancierd via een aanpassing van de rentecoupon.

Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting
Onder deze post is de cumulatieve winst verantwoord voortvloeiend uit novaties, beëindigingen en looptijdverkortingen voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet. Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accouting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingsrelatie beëindigd. In dit geval wordt de cumulatieve winst in de winst-en-verliesrekening van die periode verwerkt.

Derivaten niet onder hedge accounting
Dit betreffen de derivaten waarop geen hedge accounting wordt toegepast. De derivaten zijn gewaardeerd op een negatieve marktwaarde. De waardemutatie is verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Looptijden derivaten
De boekwaarde van derivaten onder hedge accounting en de uitgestelde hedge resultaten kennen overwegend een langlopend karakter en worden door een amortisatieschema jaarlijks afgebouwd. De amortisatie van voorgenoemde posten die binnen 12 maanden na het boekjaar 2023 aflopen, zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen (kortlopende schulden). Van de 19,2 miljoen euro heeft 19,2 miljoen euro een looptijd langer dan vijf jaar.

Alle derivaten die niet vallen onder hedge accounting kennen een overwegend langlopend karakter (> 5 jaar). Voor een nadere toelichting over de derivaten wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Financiële instrumenten.

8.10.6. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden nader toegelicht in 8.2.3. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

8.10.7. Overige schulden

De overige langlopende schulden betreffen voornamelijk door huurders gestorte waarborgsommen.

8.11.1. – 8.11.7. Kortlopende schulden

De onder de kortlopende schulden opgenomen bedragen hebben een looptijd korter dan één jaar, tenzij anders wordt vermeld.

8.11.1. Aflossingsverplichting langlopende schulden

Het saldo aflossingsverplichting langlopende schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Aflossingen leningen volgend boekjaar 22.506 45.199 22.506 45.199
Totaal aflossingsverplichting langlopende leningen 22.506 45.199 22.506 45.199

In het saldo aflossingen leningen volgend boekjaar is 0,7 miljoen euro opgenomen aan deel van agio langlopende leningen dat in 2024 vrijvalt.

8.11.2. Schulden aan kredietinstellingen

Het saldo schulden aan kredietinstellingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Kasgeldleningen - - - -
Amortisatie novaties volgend boekjaar 4.800 4.800 4.800 4.800
Amortisatie derivaten volgend boekjaar 2.570 2.843 2.570 2.843
Totaal schulden aan kredietinstellingen 7.370 7.643 7.370 7.643

De amortisatie novaties en derivaten betreffen de amortisaties van de kostprijs hedge accounting posities komend boekjaar (< 1 jaar).

Portaal beschikt over 65 miljoen euro (2022: 65 miljoen euro) aan kredietfaciliteiten in de vorm van kasgeld- en rekening-courantfaciliteiten. Deze faciliteiten kunnen voor zowel kasgeldfaciliteiten als voor rekening-courantfaciliteit voor DAEB-activiteiten worden aangewend. Per ultimo 2023 en ultimo 2022 is er geen gebruik gemaakt van de faciliteiten. Daarnaast beschikt Portaal over variabele hoofdsomleningen van in totaal 75 miljoen euro. Hiervan is contractueel 20 procent opgenomen bij aanvang van de faciliteit.

8.11.3. Schulden aan leveranciers

Schulden aan leveranciers betreffen handelscrediteuren met een looptijd korter dan één jaar. De post is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Schulden aan leveranciers 9.020 19.511 9.020 19.511
Totaal schulden aan leveranciers 9.020 19.511 9.020 19.511

8.11.4. Schulden aan groepsmaatschappijen

Onder de post schulden aan groepsmaatschappijen zijn schulden opgenomen aan gelieerde maatschappijen. De post is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Groepsmaatschappijen - -   -
Totaal schulden aan groepsmaatschappijen - -   -

8.11.5. Belastingen en premies sociale verzekeringen

Het saldo te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Omzetbelasting 7.030 10.581 7.030 10.581
Loonheffingen 1.669 1.259 1.669 1.259
Vennootschapsbelasting - 8.016 - 8.016
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 8.699 19.856 8.699 19.856

8.11.6. Overige schulden

De post overige schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Nog te verrekenen servicekosten met huurders 3.257 4.515 3.257 4.515
Schulden ter zake van pensioenen 5 480 5 480
Overige schulden 372 135 372 135
Totaal overige schulden 3.634 5.130 3.634 5.130

8.11.7. Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 31/12/2023 Geconsolideerd 31/12/2022 Enkelvoudig 31/12/2023 Enkelvoudig 31/12/2022
Niet vervallen rente op leningen 15.559 14.214 15.559 14.214
Vooruitontvangen bedragen 3.983 4.815 3.983 4.815
Restant verlofuren 2.950 2.817 2.950 2.817
Nog te ontvangen facturen 10.337 8.309 10.337 8.309
Totaal overlopende passiva 32.559 30.155 32.559 30.155

8.12.1. – 8.12.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

8.12.1. Verplichtingen

  2023 2023 2023 2023 2022
Verplichtingen ultimo boekjaar (x € 1 mln.) Totaal < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar Totaal
Huur van panden 4,3 1,5 2,8 - 5,5
Investeringen in renovatie 31,8 29,9 1,8 - 62,5
Investeringen in nieuwbouw van huurwoningen 77,4 73,5 3,8 - 30,2
Uitgaven onderhoud en verbeteringen 12,3 12,2 0,2 - 31,3
Lease wagenpark 0,2 0,1 0,1 - 0,2
Automatisering / telefonie / facilitair 7,5 4,6 2,9 - 7,5
Totaal 134,7 121,8 12,9 - 137,2

De in de winst-en-verliesrekening verantwoorde huur- en leasekosten bedragen 1,6 miljoen euro (2022: 1,4 miljoen euro).

8.12.2. Bankgaranties

Ultimo 2023 heeft Portaal bankgaranties aan derden afgegeven (ten behoeve van huur bedrijfspand) ter waarde van 0,35 miljoen euro (2022: 0,27 miljoen euro). Portaal heeft per ultimo 2023 16,7 miljoen euro (2022: 18,7 miljoen euro) aan bankgaranties ontvangen.

8.12.3. WSW obligoheffing

Portaal is WSW-deelnemer en daardoor gebonden aan het WSW-deelnemersreglement. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met overheidsleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie waarvoor jegens het WSW een obligoverplichting geldt. Portaal heeft een volmacht tot het vestigen van hypotheek op haar bezit verstrekt aan het WSW.

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33 procent van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor het jaar 2023 is het WSW uitgegaan van een obligoheffing van 0,1383 procent (2022: 0,0487 procent) van het geborgd volume. Voor Portaal bedroeg dit in 2023 2.032 miljoen euro (2022: 944 miljoen euro).

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening (2,6 procent van het geborgde leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar). Voor Portaal bedraagt dit in 2023 52,8 miljoen euro (2022: 50,4 miljoen euro).

8.12.4. Stichting de Glazen Lift

De in 2008 opgerichte stichting de Glazen Lift behartigt de belangen van toegelaten instellingen en/of hun verbindingen die schade en/of enig nadeel hebben ondervonden als gevolg van het door de Europese Commissie bij beschikking vastgestelde kartel liften en roltrappen. We hebben de claim en de mogelijk hieruit voortvloeiende vordering die we hebben op de deelnemers van het liftkartel aan de stichting overgedragen. Indien in de toekomst de claim van de Glazen Lift wordt gehonoreerd hebben we op basis van onze participatie in de stichting recht op een evenredig deel van de toegekende claim. 

Begin 2024 is door het Gerechtshof Den Haag de stichting in het gelijk gesteld waardoor het waarschijnlijk is dat een schadevergoeding toegekend gaat worden. De procedure omtrent de hoogte hiervan loopt nog. 

8.12.5. Starters Renteregeling

Portaal past sinds 2010 het product Starters Renteregeling (SRR) toe. Ultimo 2023 zijn er nog 20 woningen met een SRR. In 2023 zijn geen woningen verkocht met de SRR. Door de positieve ontwikkelingen op de woningmarkt wordt dit product ook niet meer toegepast. In het verleden verkochten we een nieuwbouwwoning of woning uit bestaand bezit en schoten daarbij voor een periode van 10 jaar 20 procent van de hypotheeklasten van de koper voor.

De koper hoeft deze voorgefinancierde rente alleen terug te betalen bij verkoop indien sprake is van een winst op de verkooptransactie. 50 procent van deze winst wordt dan aangewend om de vooruit gefinancierde hypotheeklasten terug te betalen. Na 10 jaar zal een inkomenstoets plaatsvinden. Indien het inkomen voldoende is gestegen, stoppen we met de betaling van de hypotheeklasten. Indien de hypotheeklasten na 10 jaar boven de NHG-norm uitkomen, hebben we de verplichting om de voorfinanciering met een periode van 5 jaar te verlengen tot een maximum van 30 jaar.

8.12.6. Heffing saneringsfonds

Portaal moet mogelijk de komende jaren nog bijdragen aan door de Autoriteit woningcorporaties opgelegde saneringsheffingen. Deze middelen worden ingezet om noodlijdende corporaties financieel er weer bovenop te helpen.

8.12.7. Fiscale eenheid omzetbelasting

Portaal maakt samen met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. (tot het moment van liquidatie) deel uit van een fiscale eenheid voor de heffing van de omzetbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.12.8. Fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Portaal maakt met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Portaal Participaties B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. (tot het moment van liquidatie) deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.12.9. Banksaldi VvE’s

Het aandeel van Portaal in de liquide middelen van de VvE's waarin Portaal een belang heeft bedraagt 28,4 miljoen euro per ultimo 2023 (2022: 20,8 miljoen euro). Portaal kan niet direct aanspraak maken op deze middelen.

8.12.10. Erfpacht

Portaal heeft onroerend goed in eigendom waarbij voorwaarden zijn gesteld aan gebruik van het onroerend goed en mogelijk van invloed zijn op de te betalen erfpacht. Portaal voert onderzoek uit naar de feiten, waardoor nog geen inschatting gemaakt kan worden van eventuele financiële gevolgen.

9. Toelichting op de winst-en-verliesrekening

9.1.1. – 9.1.7. Exploitatie vastgoedportefeuille

9.1.1. Huuropbrengsten

Huren betreffen aan huurders in rekening gebrachte huren onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid. De huuropbrengsten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Woningen en woongebouwen 391.380 381.087 391.380 381.087
Huurderving wegens leegstand -6.112 -5.179 -6.112 -5.179
Huurderving wegens oninbaarheid -640 -839 -610 -839
Huurkorting -18 -41 -18 -41
Totaal huuropbrengsten 384.640 375.028 384.640 375.028

De gemiddelde huuraanpassing per 1 juli 2023 bedroeg -0.5 procent (1 juli 2022: 2,5 procent). Voor het DAEB-bezit betrof dit -0,68 procent (1 juli 2022: 2,6 procent) en voor het niet-DAEB-bezit 4,1 procent (1 juli 2022: 2,1 procent). De daling van de huuraanpassing is het gevolg van regeling voor een eenmalige huurverlaging. De totale huuropbrengsten nemen toe, wat het gevolg is van een toename van het aantal woningen en de effecten van mutaties van huurders.

9.1.2. Opbrengsten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Vergoedingen verrekenbare lasten servicecontracten 21.814 13.884 21.814 13.884
Vergoedingen niet-verrekenbare lasten servicecontracten 4.953 4.802 4.953 4.802
Totaal vergoedingen servicecontracten 26.767 18.686 26.767 18.686
         
Derving verrekenbare lasten servicecontracten -325 -230 -325 -230
Derving niet-verrekenbare lasten servicecontracten -111 -34 -111 -34
Totaal opbrengsten servicecontracten 26.331 18.422 26.331 18.422

In 2023 zijn de opbrengsten servicecontracten toegenomen. Deze toename hangt samen met de stijging van de energieprijzen. 

9.1.3. Lasten servicecontracten

De lasten servicecontracten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Verrekenbare lasten servicecontracten 21.814 13.884 21.814 13.884
Niet-verrekenbare lasten servicecontracten 2.787 809 2.787 809
Totaal lasten servicecontracten 24.601 14.693 24.601 14.693

In 2023 zijn de lasten servicecontracten toegenomen. Deze toename hangt samen met de stijging van de energieprijzen.

9.1.4. Overheidsbijdragen

De overheidsbijdragen zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Overige rijksbijdragen 12 5 12 5
Totaal overheidsbijdragen 12 5 12 5

9.1.5. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

De lasten verhuur en beheeractiviteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Personeelskosten verhuur en beheeractiviteiten 12.867 11.423 12.867 11.421
Overige bedrijfslasten verhuur en beheeractiviteiten 5.493 4.355 5.493 4.354
Overhead verhuur en beheeractiviteiten 7.037 6.127 7.037 6.127
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten 25.397 21.905 25.397 21.902

9.1.6. Lasten onderhoudsactiviteiten

De lasten onderhoudsactiviteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Planmatig onderhoud 51.471 37.351 51.471 37.539
Contractonderhoud 11.251 8.329 11.251 8.329
Mutatieonderhoud 17.034 -684 17.034 -684
Reparatieonderhoud 10.317 -256 10.317 -256
Aanpassingen bestaand bezit 6.584 2.502 6.584 2.502
Kosten gewijzigde regelgeving 7.623 3.889 7.623 3.889
Overige lasten onderhoud 10.493 5.981 10.493 5.981
Kosten grond- en hulpstoffen verkopen - 2.580 - 2.580
Kosten uitbesteed werk - 21.650 - 21.650
Directe onderhoudslasten 114.773 81.342 114.773 81.342
         
Personeelskosten onderhoud 24.082 20.744 24.082 20.744
Overige bedrijfslasten onderhoud 5.312 4.157 5.312 4.157
Overhead onderhoud 4.025 4.877 4.025 4.877
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten 148.192 111.120 148.192 111.120

De onderhoudskosten betreffende kosten voor grond- en hulpstoffen en de kosten uitbesteed werk worden met ingang van 2023 niet meer separaat weergegeven, als gevolg van de fusie tussen VOC en Portaal. Deze kosten maken onderdeel uit van de categorieën Planmatig onderhoud, contract-, mutatie- en reparatieonderhoud. De onderhoudskosten nemen in 2023 toe ten opzichte van 2022, met name door toegenomen prijzen en door een toename van de onderhoudswerkzaamheden.

9.1.7. Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille

De overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:
 

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Gemeentelijke heffingen 25.847 23.885 25.847 23.885
Verzekeringskosten 1.502 1.152 1.502 1.152
VvE-beheer 1.620 1.652 1.620 1.652
Erfpacht 91 91 91 91
Verhuurderheffing - 22.039 - 22.039
Overige vastgoed gerelateerde bedrijfskosten 2.981 3.673 2.981 3.673
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille 32.080 52.492 32.080 52.492

Gemeentelijke heffingen bestaan uit de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en waterschapsbelasting. De verhuurderheffing is in 2023 in zijn geheel komen te vervallen.

9.2. Verkocht vastgoed in ontwikkeling

De post verkocht vastgoed in ontwikkeling is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
Personeelskosten projectontwikkeling verkoop - - - -
Overige bedrijfslasten projectontwikkeling verkoop - - - -
Overhead projectontwikkeling verkoop - - - -
Totaal verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -

Verkocht vastgoed in ontwikkeling betreffen nieuwbouw koopprojecten die vallen onder het overgangsrecht van de Woningwet.

9.3. Verkoop vastgoedportefeuille

De post verkoop vastgoedportefeuille is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 40.722 43.060 40.722 43.060
Verkoopkosten -2.483 -2.156 -2.483 -2.156
Netto verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 38.239 40.904 38.239 40.904
         
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -30.504 -27.225 -30.504 -27.225
Personeelskosten verkoop bestaand bezit -1.143 -915 -1.143 -915
Overige bedrijfslasten verkoop bestaand bezit -625 -349 -625 -349
Overhead verkoop bestaand bezit -488 -490 -488 -490
Resultaat verkoop vastgoedportefeuille 5.479 11.925 5.479 11.925

9.4.1. – 9.4.3. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

9.4.1. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -64.773* -753 -64.773* -753
Kosten voorziening nieuwbouw huurprojecten -19.698 -36.368 -19.698 -36.368
Kosten voorziening renovatieprojecten -57.035 -26.218 -57.035 -26.218
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -141.506 -63.339 -141.506 -63.339
Personeelskosten overige waardeveranderingen -6.945 -5.461 -6.945 -5.461
Overige bedrijfslasten overige waardeveranderingen -2.965 -2.079 -2.965 -2.079
Overhead overige waardeveranderingen -3.798 -2.925 -3.798 -2.925
Totaal overige waardeveranderingen -155.214 -73.804 -155.214 -73.804

9.4.2. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Waardeverandering vastgoed in exploitatie -356.822 -478.837 -356.822 -478.837
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -356.822 -478.837 -356.822 -478.837

De waardeverandering vastgoed in exploitatie heeft betrekking op de waardeontwikkelingen van de vastgoedportefeuille en zijn het gevolg van de waardering tegen marktwaarde.

9.4.3. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Vastgoed verkocht onder voorwaarden actief -365 1.839 -365 1.839
Vastgoed verkocht onder voorwaarden passief 212 -1.012 212 -1.012
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden -153 827 -153 827

9.5. Overige activiteiten

De opbrengsten en kosten Overige activiteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Opbrengsten algemeen beheer voor derden 20 - 20 -
Administratieve vergoeding 635 444 635 444
Opbrengsten doorbelaste kosten deelnemingen 10 10 58 -
Overige bedrijfsopbrengsten 434 -2.162 434 -2.099
Opbrengsten overige activiteiten 1.099 -1.708 1.147 -1.655
         
Directe kosten overige activiteiten -1.803 - -1.803 -
Lonen en salarissen overige activiteiten -1.041 -956 -1.041 -956
Overige directe lasten overige activiteiten -444 -364 -444 -364
Overhead overige activiteiten -569 -512 -569 -512
Totaal overige activiteiten -2.758 -3.540 -2.710 -3.487

9.6. Overige organisatiekosten

De overige organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Governance en bestuur 929 785 929 785
Asset management 991 1.095 991 1.095
Jaarverslaggeving / control 1.428 941 1.428 941
Treasury 35 36 35 36
Obligoheffing WSW 2.811 944 2.811 944
Volkshuisvestelijke bijdrage - - - -
Bijdrageheffing AW 312 305 312 305
Personeel en organisatie 590 449 590 449
Totaal overige organisatiekosten 7.096 4.553 7.096 4.553

Overige organisatiekosten betreffen personeelskosten, overige bedrijfslasten en overhead van functies die niet toe te rekenen zijn aan primaire activiteiten of niet-primaire activiteiten.

9.7. Kosten omtrent leefbaarheid

De kosten omtrent leefbaarheid zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Fysieke leefbaarheid 2.607 1.831 2.607 1.831
Sociale leefbaarheid 617 802 617 801
Directe leefbaarheidskosten 3.224 2.633 3.224 2.632
         
Personeelskosten leefbaarheid 3.370 3.096 3.370 3.096
Overige bedrijfslasten leefbaarheid 1.439 1.178 1.439 1.178
Overhead leefbaarheid 1.844 1.659 1.844 1.658
Totale leefbaarheidskosten 9.877 8.566 9.877 8.565

9.8.1. – 9.8.4. Financiële baten en lasten

9.8.1. Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

De opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Bewaarloon / provisie effecten - - - -
Totaal opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - - - -

9.8.2. Waardeveranderingen derivaten

De waardeveranderingen derivaten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Waardeverandering geschreven swaptions -1.645 34.058 -1.645 34.058
Waardeverandering gestructureerde derivaten 6.755 40.804 6.755 40.804
Ineffectiviteit derivaten - - - -
Totaal waardeveranderingen derivaten 5.110 74.862 5.110 74.862

De waardeveranderingen derivaten hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen:

  • waardeveranderingen geschreven swaptions en gestructureerde derivaten: Deze waardeverandering heeft betrekking op de mutatie van de marktwaarde in 2023 van de derivaten die niet onder kostprijshedge accounting zijn gebracht. De waardeverandering is positief doordat de kapitaalmarktrente in 2023 is gestegen;
  • ineffectiviteit derivaten: In 2023 is er geen sprake van ineffectiviteit. De ineffectiviteit van de derivaten onder kostprijs hedge accounting is nader toegelicht in hoofdstuk 7.

9.8.3. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

De andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Overige rentebaten 1.909 798 1.756 770
Totaal andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.909 798 1.756 770

9.8.4. Rentelasten en soortgelijke kosten

De rentelasten en soortgelijke kosten zijn als volgt opgebouwd (negatieve bedragen zijn kosten, positief zijn opbrengsten):

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Leningen overheid en kredietinstellingen -58.113 -44.124 -58.113 -44.103
Resultaten SWAP -5.201 -19.703 -5.201 -16.337
Rentelasten hedge resultaat -5.901 -6.047 -5.901 -6.047
Rentelasten uitgesteld hedge resultaat 2.908 6.632 2.908 6.632
Amortisatie novaties 4.800 4.800 4.800 4.800
Overige schulden - -37 - -37
WSW Disagio -566 -655 -566 -655
Bereidstellingsprovisie -301 -270 -301 -270
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -62.373 -59.404 -62.373 -59.381

De rentelasten hedge resultaat, rentelasten uitgesteld hedge resultaat en amortisatie van novaties betreffen de vrijval van de uitgestelde hedge resultaten in 2023.

9.9 Belastingen

De verwerkte belasting in de winst-en-verliesrekening is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Acute vennootschapsbelasting        
Vpb over de belastbare winst 17.555 17.776 17.555 17.776
Vpb over verliesverrekening -9.042 -1.726 -9.042 -1.726
Acute vennootschapsbelasting 8.513 16.050 8.513 16.050
Mutatie latente belastingvorderingen -24.674 22.912 -24.674 22.912
Correcties voorgaande jaren 4.294 -1.150 4.294 -1.150
Totaal belastingen -11.867 37.812 -11.867 37.812

De acute vennootschapsbelasting betreft de te betalen belasting over het belastbare bedrag van het betreffende aangiftejaar. Dit bedrag is opgebouwd uit belasting over de belastbare winst verminderd met te verrekenen verliezen uit het verleden. Vanaf het aangiftejaar 2022 is de verliesverrekening beperkt tot 50 procent van de belastbare winst verhoogd met 1 miljoen euro. Ultimo 2023 resteert een saldo nog te verrekenen verliezen van 233 miljoen euro. Hiervoor is een belastinglatentie opgenomen (zie 8.4.3).

Het geconsolideerde commerciële resultaat voor belastingen bedraagt 401 miljoen euro negatief. Nadat dit commerciële resultaat is gecorrigeerd voor verschillen tussen de commerciële en fiscale behandeling resteert een positief fiscaal resultaat van 68 miljoen euro. Dit is inclusief 51 miljoen euro aan niet aftrekbare rente als gevolg van de vanaf 2019 ingevoerde ATAD1-richtlijn. De acute vennootschapsbelasting voor Portaal over 2023 bedraagt 8,5 miljoen euro.

Portaal is in overleg met de Belastingdienst over de fiscale waardering van de derivatenportefeuille vanaf de aangifte 2017. Inmiddels hebben we een standpunt over de methodiek en cijfermatige implicaties ingenomen, wat voor de jaren 2017 en 2018 is afgestemd met de Belastingdienst. Deze methodiek en cijfermatige doorrekening is voor de jaren 2019 - 2023 in lijn met het standpunt van de Belastingdienst verwerkt. Daarnaast is in 2017 in het fiscale resultaat een voorziening groot onderhoud gevormd en is vanaf 2017 afwaardering en terugneming hiervan op de huurwoningen in exploitatie doorgevoerd. Het effect van deze herziening op de  latente vennootschapsbelasting is, naar beste schatting van het management, verwerkt in de jaarrekening 2023.

  Belastingen (voor herziening) Herziening Belastingen (na herziening)
Acute vennootschapsbelasting      
Vpb over de belastbare winst 17.168 387 17.555
Vpb over verliesverrekening - -9.042 -9.042
  17.168 -8.655 8.513
Mutatie latente belastingvorderingen 1.858 -26.532 -24.674
Correcties voorgaande jaren 2.422 1.872 4.294
Totaal belastingen 21.448 -33.315 -11.867

Het belastbaar bedrag is als volgt af te leiden uit het commerciële resultaat in de geconsolideerde jaarrekening:

  2023 2022
Commercieel resultaat voor VPB -401.083 -347.049
     
(Tijdelijke) waarderingsverschillen    
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 498.541 540.596
Resultaat verkoop bestaand bezit -12.153 -13.112
Afschrijvingen materiële vaste activa -2.125 -2.533
Onderhoudslasten -54.397 -40.104
Waardeveranderingen derivaten -5.110 -74.862
Geactiveerde rente projectontwikkeling 497 1.143
Vrijval (dis-)agio leningen -289 -345
Rentelasten en soortgelijke kosten -8.406 -19.613
Niet aftrekbare rente (ATAD1) 51.119 59.931
Personele voorzieningen 730 405
Overige afwijkingen 1.052 -
  469.458 451.506
     
Overige correcties    
Beperkt aftrekbare kosten (forfait) 169 158
Investeringsaftrek -450 -5.833
Energie-investeringsaftrek (EIA) - -21
Heffingsvermindering Verhuurderheffing - -16.340
Volkshuisvestelijke bijdrage - -13.355
Totaal commercieel - fiscale verschillen 469.177 416.115
     
Belastbare winst 68.094 69.066
     
Te verrekenen verliezen -35.047 -6.691
Belastbaar bedrag 33.047 62.375

Onderstaand is het verloop opgenomen van het toepasselijke belastingtarief naar de effectieve belastingdruk in het boekjaar 2023:

  Bedrag Fiscale impact %
Resultaat voor belastingen -401.083 -  
Nominale belastingdruk - -103.479 25,8%
       
Permanente verschillen:      
Beperkt aftrekbare kosten (forfait) 169 44 0%
Investeringsaftrek -450 116 0%
Impact tariefsopstap -54 -14 0%
Niet opgenomen tijdelijke verschillen   113.882 -28%
Correcties voorgaande jaren (acuut)   4.273 -1%
Latente Vpb- herziening oude jaren   -26.531 7%
Totale belastinglast -401.418 -11.942 3%

Het gewogen gemiddelde toepasselijke belastingtarief bedraagt 25,8 procent (2022: 25,8 procent). De effectieve belastingdruk in de winst-en-verliesrekening over 2023 bedraagt 3,0 procent (2022: -10,9 procent). De effectieve belastingdruk in de jaarrekening wijkt af van het gemiddelde toepasselijke belastingtarief door met name niet opgenomen tijdelijke verschillen, waardering tegen contante waarde van latenties en verliesverrekening.

Ten aanzien van de acute belastingpositie in de jaarrekening heeft Stichting Portaal een aantal standpunten ingenomen die bij afwikkeling van de ingediende aangiften vennootschapsbelasting door de fiscus worden getoetst. Deze standpunten zijn verwerkt in bovenstaande fiscale positie aangezien het waarschijnlijk is dat de Belastingdienst deze zal goedkeuren.

De belangrijkste standpunten bij de bepaling van het fiscale resultaat betreffen:

  • het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen ter zake van renovatieprojecten en planmatig onderhoud;
  • de afschrijvingstermijnen en restwaarde die fiscaal worden gehanteerd;
  • de fiscale waardering en resultaatbepaling van derivaten;
  • het vormen van een voorziening groot onderhoud;
  • het afwaarderen van vastgoedbeleggingen en de terugneming hiervan.

9.10. Resultaat deelnemingen

Het resultaat deelnemingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Portaal Holding B.V. - - 104 -50
Totaal resultaat deelnemingen - - 104 -50
         
         

9.11.1. – 9.11.4. Indirecte kosten

De indirecte kosten zijn ten behoeve van het functionele model van de winst-en-verliesrekening aan activiteiten toegerekend. De toerekening volgt uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, die onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid. De kostenverdeling vindt hoofdzakelijk plaats op basis van fte.

9.11.1. Personeelskosten

De personeelskosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Lonen en salarissen 42.669 40.074 42.669 40.074
Sociale lasten 7.502 6.957 7.502 6.957
Pensioenlasten 5.354 5.263 5.354 5.263
Overige personeelskosten 16.520 10.988 16.520 10.988
Totaal personeelskosten 72.044 63.282 72.044 63.282

Portaal neemt deel aan het bedrijfstakpensioenfonds voor de woningcorporaties en heeft voor bijna al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen die voortvloeien uit de rechten van personeel zijn ondergebracht bij SPW. Portaal betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Op 31 december 2023 dient het pensioenfonds een dekkingsgraad van ten minste 127,1 procent te hebben. Naar de stand van ultimo december 2023 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 128,8 procent (ultimo 2022: 129,0 procent). 
Portaal heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Portaal. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Gemiddeld aantal werknemers
Gedurende het jaar 2023 had Stichting Portaal gemiddeld 783 werknemers in dienst (2022: 759). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fte's. Deze medewerkers zijn allen in Nederland werkzaam (2022: idem). Het hierin inbegrepen gemiddeld aantal werknemers bij geconsolideerde maatschappijen bedraagt 0 in 2023 (2022: 0).

9.11.2. Afschrijvingen materiële vaste activa

De afschrijvingen materiële vaste activa zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Huisvesting en verbouwingen 719 728 719 728
Inventaris en inrichting 121 133 121 133
Vervoermiddelen 921 936 921 936
Automatisering 2.047 2.045 2.047 2.045
Andere bedrijfsmiddelen 30 5 30 5
Overige materiële vaste activa 100 232 100 232
Totaal afschrijvingen materiële vaste activa 3.939 4.079 3.939 4.079

9.11.3. Overige indirecte bedrijfslasten

De overige indirecte bedrijfslasten zijn als volgt opgebouwd: 

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Huisvestingkosten 2.953 2.497 2.953 2.497
Automatiseringskosten 4.798 3.682 4.798 3.682
Advieskosten 4.397 4.016 4.397 4.016
Kantoorkosten 1.567 1.716 1.566 1.716
Autokosten 1.889 2.149 1.889 2.149
Algemene bedrijfslasten 3.159 1.170 3.159 1.170
Totaal overige indirecte bedrijfslasten 18.764 15.230 18.763 15.230

9.11.4. Geactiveerde productie eigen bedrijf

De geactiveerde productie eigen bedrijf zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Geactiveerde productie eigen bedrijf 7.288 7.601 7.288 7.601
Totaal geactiveerde productie eigen bedrijf 7.288 7.601 7.288 7.601

9.12. Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht (inclusief btw):

  Geconsolideerd 2023 Geconsolideerd 2022 Enkelvoudig 2023 Enkelvoudig 2022
Controle van de jaarrekening 297 246 297 246
Andere controlewerkzaamheden 34 32 34 32
Totaal accountantshonoraria 331 278 331 278

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Portaal en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door een onafhankelijke externe accountant zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Het honoraria 2023 heeft volledig betrekking op Ernst & Young Accountants LLP (2022: idem).

Deze honoraria zijn inclusief btw en hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2023, ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar zijn verricht. Er is geen sprake van kosten voor fiscaal advies of overige niet-controlewerkzaamheden door de accountantsorganisatie.

9.13. Gebeurtenissen na balansdatum

Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op de toestand per balansdatum.

10. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Portaal heeft gekozen voor een administratieve splitsing van haar DAEB- en niet-DAEB-activiteiten. 
De gesegmenteerde balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroomoverzichten zijn op de volgende pagina’s opgenomen.

10.1. Enkelvoudige gescheiden balans per 31 december 2023

(x € 1.000)

ACTIVA  DAEB
31-12-2023
Niet-DAEB
31-12-2023
DAEB
31-12-2022
Niet-DAEB
31-12-2022
Immateriële vaste activa        
- Intellectueel eigendom 2.144 - - -
Totaal immateriële vaste activa 2.144 - - -
         
Materiële vaste activa        
- Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie 19.953 - 22.732 -
Totaal materiële vaste activa 19.953 - 22.732 -
         
Vastgoedbeleggingen        
- DAEB vastgoed in exploitatie 8.944.190 - 9.206.847 -
- Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - 792.914 - 800.549
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 28.662 75.069 30.075 80.463
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 56.692 3.198 115.535 10.137
Totaal vastgoedbeleggingen 9.029.544 871.181 9.352.457 891.150
         
Financiële vaste activa        
- Deelnemingen in groepsmaatschappijen - 14.811 - 14.707
- Overige deelnemingen - 247 - 247
- Latente belastingvorderingen 45.842 4.770 20.310 5.628
- Derivaten 105.805 - 114.682 -
- Overige langlopende vorderingen 994 71 1.472 122
- Interne lening 172.412 - 172.412 -
- Netto vermogenswaarde niet-DAEB 718.334 - 740.396 -
Totaal financiële vaste activa 1.043.387 19.900 1.049.272 20.704
         
Voorraden        
- Vastgoed bestemd voor de verkoop 963 11.568 572 14.977
- Overige voorraden 1.676 120 1.383 98
Totaal voorraden 2.640 11.688 1.956 15.074
         
Vorderingen        
- Huurdebiteuren 2.369 169 1.723 122
- Vorderingen op gemeenten 18 1 1.563 110
- Vorderingen op groepsmaatschappijen - - - -
- Overige vorderingen 39 3 554 39
- Overlopende activa 10.709 764 1.790 126
Totaal vorderingen 13.134 938 5.630 398
         
Liquide middelen 364 60.271 - 64.195
         
Totaal ACTIVA 10.111.166 963.978 10.432.046 991.522

(x € 1.000)

PASSIVA DAEB
31-12-2023
Niet-DAEB
31-12-2023
DAEB
31-12-2022
Niet-DAEB
31-12-2022
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming)        
- Herwaarderingsreserve 6.243.158 461.541 6.439.172 563.078
- Overige reserves 1.852.949 279.755 2.041.798 190.272
- Resultaat boekjaar -389.216 -22.962 -384.862 -12.954
Totaal eigen vermogen 7.706.892 718.334 8.096.107 740.396
         
Voorzieningen        
- Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 50.400 833 40.975 90
- Voorziening pensioenen - - 207 15
- Voorziening personeelskosten 5.483 391 4.805 340
- Overige voorzieningen 1.410 101 220 16
Totaal voorzieningen 57.292 1.325 46.207 460
         
Langlopende schulden        
- Schulden aan overheid 1.370 - 1.803 -
- Schulden/leningen kredietinstellingen 2.056.143 - 1.930.144 -
- Agio leningen 25.453 - 26.109 -
- Novaties 110.223 - 115.023 -
- Derivaten 46.764 - 64.084 -
- Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 25.219 69.308 26.427 74.232
- Overige schulden 577 43 462 33
- Interne lening - 172.412 - 172.412
Totaal langlopende schulden 2.265.750 241.763 2.164.053 246.677
         
Kortlopende schulden        
- Aflossingsverplichting langlopende schulden 22.506 - 45.199 -
- Schulden aan kredietinstellingen 7.370 - 7.643 -
- Schulden aan leveranciers 8.419 601 18.223 1.288
- Schulden aan groepsmaatschappijen - - - -
- Belastingen en premies sociale verzekeringen 8.120 580 18.995 1.342
- Overige schulden 3.392 242 4.343 307
- Overlopende passiva 31.427 1.133 31.275 1.052
Totaal kortlopende schulden 81.233 2.556 125.679 3.989
         
Totaal PASSIVA 10.111.166 963.978 10.432.046 991.522

10.2. Enkelvoudige gescheiden winst-en-verliesrekening over 2023

(x € 1.000)

  DAEB 2023 Niet-DAEB 2023 DAEB 2022 Niet-DAEB 2022
Exploitatie vastgoedportefeuille        
- Huuropbrengsten 351.277 33.364 342.288 32.740
- Opbrengsten servicecontracten 24.193 2.138 18.020 402
- Lasten servicecontracten -23.850 -751 -14.543 -150
- Overheidsbijdragen 12 - 5 -
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten -23.704 -1.692 -20.457 -1.446
- Lasten onderhoudsactiviteiten -136.327 -11.865 -106.297 -4.823
- Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille -28.721 -3.359 -51.148 -1.344
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 162.880 17.833 167.868 25.380
         
Verkocht vastgoed in ontwikkeling        
- Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
- Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
- Toegerekende organisatiekosten - - - -
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
         
Verkoop vastgoedportefeuille        
- Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 25.500 12.739 24.763 16.141
- Toegerekende organisatiekosten -1.504 -751 -1.062 -692
- Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -20.342 -10.162 -16.482 -10.743
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.654 1.825 7.219 4.706
         
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille        
- Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -153.894 -1.320 -70.704 -3.100
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -324.898 -31.924 -448.096 -30.741
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden -42 -111 111 717
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -478.834 -33.355 -518.690 -33.124
         
Overige activiteiten        
- Opbrengst overige activiteiten 887 202 -789 -866
- Kosten overige activiteiten -3.096 -703 -873 -959
Netto resultaat overige activiteiten -2.209 -502 -1.662 -1.825
         
Overige organisatiekosten -6.623 -473 -4.256 -301
         
Kosten omtrent leefbaarheid -9.371 -506 -8.258 -308
         
Financiële baten en lasten        
- Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - - - -
- Waardeveranderingen derivaten 5.110 - 74.862 -
- Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.756 - 770 -
- Rentelasten en soortgelijke kosten -62.373 - -59.381 -
- Rente baten en lasten interne lening 3.155 -3.155 3.155 -3.155
Saldo financiële baten en lasten -52.353 -3.155 19.406 -3.155
         
Resultaat voor belastingen -382.856 -18.332 -338.372 -8.628
         
- Belastingen 16.601 -4.734 -33.536 -4.276
- Resultaat deelnemingen - 104 - -50
- Resultaat niet-DAEB -22.962 - -12.954 -
Resultaat na belastingen -389.216 -22.962 -384.862 -12.954
         

10.3. Enkelvoudige gescheiden kasstroomoverzicht over 2023

(x € 1.000)

  DAEB 2023 Niet-DAEB 2023 DAEB 2022 Niet-DAEB 2022
Operationele activiteiten        
- Huren 350.672 34.552 343.043 32.683
- Vergoedingen 24.591 1.003 18.783 841
- Overheidsontvangsten 11 1 40 4
- Overige bedrijfsontvangsten 627 116 332 980
- Renteontvangsten (excl. interne lening) 761 - 1.344 -
- Renteontvangsten interne lening 3.155 - 3.155 -
Saldo ingaande kasstromen 379.817 35.673 366.696 34.508
         
- Erfpacht -10 -2 -20 -2
- Personeelsuitgaven -53.828 -3.817 -36.662 -2.599
- Onderhoudsuitgaven -105.326 -6.668 -95.143 -6.226
- Overige bedrijfsuitgaven -83.858 -4.811 -64.124 -3.390
- Rente uitgaven (excl. interne lening) -62.603 - -63.107 -
- Rente uitgave interne lening - -3.155 - -3.155
- Sectorspecifieke heffing -3.123 - -1.248 -
- Verhuurderheffing - - -21.329 -710
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden -3.305 -59 -2.483 -87
- Vennootschapsbelasting -26.185 -2.909 -7.231 -803
Saldo uitgaande kasstromen -338.238 -21.422 -291.347 -16.973
         
Kasstroom uit operationele activiteiten 41.579 14.251 75.349 17.534
         
(Des)investeringsactiviteiten        
- Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 27.114 6.762 28.472 8.494
- Verkoopontvangsten woongelegenheid (VOV) na inkoop in dpi periode 1.100 5.507 2.561 1.185
- Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden - - - -
- Verkoopontvangsten grond - - - -
- Verkoopontvangsten tussen DAEB en niet-DAEB 3.670 3.904 9.302 2.334
Tussentelling ingaande vastgoedbeleggingen 31.884 16.172 40.335 12.013
         
- Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -45.648 -5.300 -83.828 -5.190
- Nieuwbouw verkoop, woon en niet woongelegenheden - - - -
- Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -99.921 -1.912 -58.475 -525
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden -9.975 -18.999 -13.586 -3.674
- Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -2.923 -4.650 -3.995 -5.575
- Aankoop tussen DAEB en niet-DAEB -3.904 -3.670 -2.334 -9.302
- Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden -41 -12 -516 -80
- Aankoop grond -623 2 -42.158 -
- Investeringen overig -2.826 - -606 -
- Externe kosten bij verkoop -1.738 175 -2.801 -715
Tussentelling uitgaande vastgoedbeleggingen -167.599 -34.365 -208.301 -25.061
         
Saldo in- en uitgaande vastgoedbeleggingen -135.715 -18.193 -167.966 -13.047
         
- Ontvangsten verbindingen 0 - 926 -10.693
- Ontvangsten overig 410 33 2.309 10
- Ontvangsten aflossing interne lening - - - -
- Uitgaven overig -6.608 -15 -18.573 -5
Saldo in- en uitgaande financiële vaste activa -6.198 19 -15.338 -10.688
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -141.913 -18.174 -183.304 -23.735
         
Financieringsactiviteiten        
- Nieuwe door WSW geborgde leningen 150.000 - 157.101 -
Tussentelling inkomende kasstromen 150.000 - 157.101 -
         
- Aflossing door WSW geborgde leningen -46.834 - -66.827 -
- Aflossing ongeborgde leningen -294 - - -
- Aflossing interne lening - - - -
Tussentelling uitgaande kasstromen -47.128 - -66.827 -
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 102.872 - 90.274 -
         
Mutatie liquide middelen 2.538 -3.924 -17.680 -6.201
         
Liquide middelen per 1-1 -2.174* 64.195 15.506 70.396
Liquide middelen per 31-12 364 60.271 -2.174* 64.195
         
Mutatie liquide middelen 2.538 -3.924 -17.680 -6.201

11. Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

11.1. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Portaal van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse H. Het bezoldigingsmaximum in 2023 is 223.000 euro, het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, klasse H. Dit geldt naar rato van duur en/of omvang van het dienstverband. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de RvC bedraagt voor de voorzitter 15 procent en voor de overige leden 10 procent van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband.

11.2. Bezoldiging topfunctionarissen

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Gegevens 2023    
bedragen x € 1 S.M. Heinsman A. Woudstra
Functiegegevens RVB lid RVB lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023 / 31-12-2023 01-01-2023 / 31-12-2023
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 201.646 201.636
Beloningen betaalbaar op termijn 21.354 21.364
Subtotaal 223.000 223.000
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 223.000 223.000
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
     
Bezoldiging 223.000 223.000
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2022    
bedragen x € 1 S.M. Heinsman A. Woudstra
Functiegegevens RVB lid RVB lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01-01-2022 / 31-12-2022 01-11-2022 / 31-12-2022
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 189.803 32.922
Beloningen betaalbaar op termijn 18.997 3.176
Subtotaal 208.800 36.098
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 216.000 36.099
     
Bezoldiging 208.800 36.098

11.3. Bezoldiging toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2023      
bedragen x € 1 M. van Zuijlen R.W. Bleker F.E.A. Dechesne
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023 t/m 31-12-2023 01-01-2023 t/m 31-12-2023 01-01-2023 t/m 31-12-2023
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 29.464 19.518 19.590
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 33.450 22.300 22.300
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 29.464 19.518 19.590
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2022      
bedragen x € 1 M. van Zuijlen R.W. Bleker F.E.A. Dechesne
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 28.512 18.975 18.975
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 32.400 21.600 21.600
       
Gegevens 2023      
bedragen x € 1 F.M.M. Crutzen A. Blankenstijn J.M. van der Meulen
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023 t/m 31-12-2023 01-01-2023 t/m 31-12-2023 01-01-2023 t/m 31-12-2023
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 19.590 19.590 19.518
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 22.300 22.300 22.300
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 19.590 19.590 19.518
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2022      
bedragen x € 1 F.M.M. Crutzen A. Blankenstijn J.M. van der Meulen
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022 01-01-2022 / 31-12-2022
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 18.975 18.975 18.975
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 21.600 21.600 21.600

11.4. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde (toezichthoudende) topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

12. Ondertekening

Was getekend:
Raad van Bestuur Stichting Portaal,

Dhr. S.M. Heinsman
Voorzitter Raad van Bestuur

Utrecht, 15 mei 2024

Mw. A. Woudstra
Lid Raad van Bestuur

De Raad van Commissarissen kan zich verenigen met deze stukken en heeft het jaarverslag 2023, bestaande uit het bestuursverslag, volkshuisvestelijk verslag en de jaarrekening vastgesteld. De vaststelling heeft overeenkomstig de statuten geresulteerd in een afzonderlijk besluit tot het verlenen van decharge aan de Raad van Bestuur over het gevoerde beleid 2023.

Was getekend:
Raad van Commissarissen,

Mevr. M. van Zuijlen
Voorzitter Raad van Commissarissen

Dhr. J.M. van der Meulen
Lid Raad van Commissarissen

Mevr. A. Blankestijn
Lid Raad van Commissarissen

Mevr. F.E.A. Dechesne
Lid Raad van Commissarissen

Dhr. R.W. Bleker
Lid Raad van Commissarissen

Mevr. F.M.M. Crutzen
Lid Raad van Commissarissen

Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report