Spring naar inhoud

Geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening

1. Balans per 31 december 2021 (voor resultaatsbestemming)

ACTIVA  Ref Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Materiële vaste activa 8.1.        
- Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie 8.1.1. 24.596 27.360 19.803 21.897
Totaal materiële vaste activa   24.596 27.360 19.803 21.897
           
Vastgoedbeleggingen          
- DAEB vastgoed in exploitatie 8.1.2. 9.575.306 8.147.593 9.575.306 8.147.593
- Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.1.3. 825.203 694.266 825.203 694.266
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.1.4. 118.957 106.476 118.957 106.476
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen 8.1.5. 68.280 53.358 68.280 53.358
exploitatie          
Totaal vastgoedbeleggingen   10.587.746 9.001.693 10.587.746 9.001.693
           
Financiële vaste activa 8.2.        
- Deelnemingen in groepsmaatschappijen 8.2.1. - - 16.015 16.044
- Overige deelnemingen 8.2.2. 247 247 247 247
- Latente belastingvorderingen 8.2.3. 48.852 70.470 48.483 70.146
- Derivaten 8.2.4. 121.220 139.932 121.220 139.932
- Overige langlopende vorderingen 8.2.5. 2.439 33.933 2.420 33.915
Totaal financiële vaste activa   172.758 244.582 188.385 260.284
           
Voorraden 8.3.        
- Vastgoed bestemd voor de verkoop 8.3.1. 11.500 14.305 11.500 14.305
- Overige voorraden 8.3.2. 1.308 1.172 - -
Totaal voorraden   12.808 15.477 11.500 14.305
           
Vorderingen 8.4.        
- Huurdebiteuren 8.4.1. 1.875 1.999 1.862 1.999
- Vorderingen op gemeenten 8.4.2. 26 62 26 62
- Vorderingen op groepsmaatschappijen 8.4.3. - - - 571
- Overige vorderingen 8.4.4. 193 1.804 190 1.796
- Overlopende activa 8.4.5. 3.104 3.166 2.621 2.914
Totaal vorderingen   7.031 7.031 4.699 7.342
           
Liquide middelen 8.5. 92.024 47.092 80.377 39.318
           
Totaal ACTIVA   10.895.130 9.343.235 10.892.510 9.344.839
PASSIVA Ref Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming) 8.6.        
- Herwaarderingsreserve 8.6.1. 7.072.351 5.581.691 7.072.351 5.581.691
- Overige reserves 8.6.2. -131.667 631.768 -131.667 631.768
- Resultaat boekjaar 8.6.3. 1.540.286 727.225 1.540.286 727.225
Totaal eigen vermogen   8.480.970 6.940.684 8.480.970 6.940.684
           
           
Voorzieningen 8.7.        
- Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 8.7.1. 33.135 47.431 33.135 47.431
- Overige voorzieningen 8.7.2. 5.906 6.078 4.291 4.558
Totaal voorzieningen   39.041 53.509 37.426 51.989
           
Langlopende schulden 8.8.        
- Schulden aan overheid 8.8.1. 2.225 2.820 2.225 2.820
- Schulden aan kredietinstellingen 8.8.2. 1.868.012 1.717.715 1.868.012 1.717.715
- Agio Langlopende leningen 8.8.2. 26.109 - 26.109 -
- Novaties 8.8.3. 119.824 124.624 119.824 124.624
- Derivaten 8.8.4. 159.722 244.985 159.722 244.985
- Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.8.5. 109.201 99.666 109.201 99.666
- Overige schulden 8.8.6. 484 449 484 449
Totaal langlopende schulden   2.285.577 2.190.259 2.285.577 2.190.259
           
Kortlopende schulden 8.9.        
- Aflossingsverplichting langlopende schulden 8.9.1. 17.293 75.468 17.293 75.468
- Schulden aan kredietinstellingen 8.9.2. 8.218 22.295 8.218 22.295
- Schulden aan leveranciers 8.9.3. 20.442 14.604 17.452 13.224
- Schulden aan groepsmaatschappijen 8.9.4. - - 4.320 5.678
- Belastingen en premies sociale verzekeringen 8.9.5. 11.860 12.868 10.442 11.802
- Overige schulden 8.9.6. 5.253 5.193 5.103 4.998
- Overlopende passiva 8.9.7. 26.476 28.355 25.709 28.442
Totaal kortlopende schulden   89.542 158.783 88.537 161.907
           
Totaal PASSIVA   10.895.130 9.343.235 10.892.510 9.344.839

2. Winst- en verliesrekening over 2021

  Ref Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
           
Exploitatie vastgoedportefeuille 9.1.        
- Huuropbrengsten 9.1.1.  366.061   359.145   366.200   359.274 
- Opbrengsten servicecontracten 9.1.2.  19.104   16.844   19.189   16.927 
- Lasten servicecontracten 9.1.3.  -14.951   -15.696   -17.664   -15.696 
- Overheidsbijdragen 9.1.4.  7   6   7   6 
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten 9.1.5.  -20.009   -21.017   -20.009   -21.016 
- Lasten onderhoudsactiviteiten 9.1.6.  -101.012   -94.599   -98.762   -93.338 
- Overige directe operationele lasten exploitatie 9.1.7.  -78.651   -79.370   -79.032   -79.313 
vastgoedportefeuille          
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille    170.549   165.313   169.929   166.844 
           
Verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.2.        
- Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling   - - - -
- Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling   -  1  -  1 
- Toegerekende organisatiekosten   - - - -
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling   -  1  -  1 
           
Verkoop vastgoedportefeuille 9.3.        
- Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille    58.572   33.934   58.572   33.934 
- Toegerekende organisatiekosten    -1.771   -1.422   -1.771   -1.422 
- Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille    -40.903   -24.290   -40.903   -24.290 
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille    15.898   8.222   15.898   8.222 
           
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.        
- Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.1.  -26.143   -75.845   -26.143   -75.845 
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4.2.  1.488.213   746.280   1.488.213   746.280 
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 9.4.3.  3.345   1.439   3.345   1.439 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille    1.465.415   671.874   1.465.415   671.874 
           
Overige activiteiten 9.5.        
- Opbrengst overige activiteiten    1.152   3.533   1.804   1.711 
- Kosten overige activiteiten    -1.582   -2.724   -1.582   -1.582 
Netto resultaat overige activiteiten    -430   809   222   129 
           
Overige organisatiekosten 9.6.  -31.065   -3.067   -31.065   -3.067 
           
Kosten omtrent leefbaarheid 9.7.  -7.237   -7.608   -7.244   -7.608 
           
Financiële baten en lasten 9.8.        
- Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste 9.8.1. -  -51  -  -51 
activa behoren en van effecten          
- Waardeveranderingen derivaten 9.8.2.  24.234   -39.856   24.234   -39.856 
- Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 9.8.3.  38   658   38   658 
- Rentelasten en soortgelijke kosten 9.8.4.  -74.349   -80.045   -74.320   -80.041 
Saldo financiële baten en lasten    -50.077   -119.294   -50.048   -119.290 
           
Resultaat voor belastingen    1.563.053   716.250   1.563.107   717.105 
           
- Belastingen 9.9.  -22.768   10.848   -22.792   10.656 
- Resultaat deelnemingen 9.10.  1   127   -29   -536 
Resultaat na belastingen    1.540.286   727.225   1.540.286   727.225 

3. Kasstroomoverzicht over 2021

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
         
Operationele activiteiten        
- Hurenontvangsten  368.407   360.457   368.407   360.457 
- Vergoedingen  17.496   16.016   17.496   16.016 
- Overheidsontvangsten  135   188   135   188 
- Overige bedrijfsontvangsten  2.589   2.233   1.245   2.198 
- Ontvangesten interest (uit operationele activiteiten)  1.710   1.466   1.710   1.466 
Saldo ingaande kasstromen  390.337   380.360   388.993   380.325 
         
- Erfpacht  -45   -10   -45   -10 
- Betalingen aan werknemers  -52.245   -50.505   -38.194   -36.804 
- Onderhoudsuitgaven  -69.347   -71.574   -89.597   -86.854 
- Overige bedrijfsuitgaven  -64.860   -63.978   -61.696   -63.978 
- Betaalde interest  -66.005   -69.864   -66.005   -69.864 
- Sectorspecifieke heffing  -1.463   -312   -1.463   -312 
- Verhuurderheffing  -49.094   -51.242   -49.094   -51.242 
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden  -2.119   -2.303   -2.119   -2.303 
Saldo uitgaande kasstromen  -305.187   -309.788   -308.213   -311.367 
         
Kasstroom uit operationele activiteiten  85.150   70.572   80.780   68.958 
         
(Des)investeringsactiviteiten        
- Verkoopontvangsten bestaande huur  62.078   35.269   62.078   35.269 
- Verkoopontvangsten woongelegenheid (VOV) na inkoop in dPi periode - - - -
- Verkoopontvangsten grond - - - -
- (Des)Investeringsontvangsten overige - - - -
Tussentelling ingaande vastgoedbeleggingen  62.078   35.269   62.078   35.269 
         
- Nieuwbouw huur  -57.719   -69.300   -57.719   -69.300 
- Nieuwbouw verkoop - - - -
- Woningverbetering  -80.948   -95.872   -80.948   -95.872 
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden  -1.207   -5.868   -1.207   -5.868 
- Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop  -4.759   -7.263   -4.759   -7.263 
- Sloopuitgaven  -762   -395   -762   -395 
- Aankoop grond  -2.599   -13.049   -2.599   -13.049 
- Investeringen overig  -1.080   -2.168   -583   -2.168 
- Externe kosten bij verkoop  -4.795   -2.590   -4.795   -2.590 
Tussentelling uitgaande vastgoedbeleggingen  -153.869   -196.505   -153.372   -196.505 
         
Saldo in- en uitgaande vastgoedbeleggingen  -91.791   -161.236   -91.294   -161.236 
         
- Ontvangsten verbindingen - - - -
- Ontvangsten overig  31.548   23.098   31.548   23.098 
- Uitgaven verbindingen - - -  -168 
- Uitgaven overig  -58.813   -17.446   -58.813   -17.446 
Saldo in- en uitgaande financiële vaste activa  -27.265   5.652   -27.265   5.484 
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten  -119.056   -155.584   -118.559   -155.752 
         
Financieringsactiviteiten        
- Nieuwe te borgen leningen  192.191   205.015   192.191   205.015 
Tussentelling inkomende kasstromen  192.191   205.015   192.191   205.015 
         
- Aflossing geborgde leningen  -100.113   -113.412   -100.113   -113.412 
- Aflossing niet door WSW geborgde leningen  -355   -351   -355   -351 
Tussentelling uitgaande kasstromen  -100.468   -113.763   -100.468   -113.763 
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten  91.723   91.252   91.723   91.252 
         
Mutatie liquide middelen  57.817   6.240   53.944   4.458 
         
         
Liquide middelen per 1-1  47.092   27.967   39.318   21.975 
Rekening courant per 1-1 -12885 - -12885 -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 1-1  34.207   27.967   26.433   21.975 
         
Liquide middelen per 31-12  92.024   47.092   80.377   39.318 
Rekening courant per 31-12 -  -12.885  -  -12.885 
Totaal liquide middelen en rekening courant per 31-12  92.024   34.207   80.377   26.433 
         
Mutatie liquide middelen  57.817   6.240   53.944   4.458 

4. Algemene toelichting op de balans en winst- en verliesrekening

4.1. Activiteiten

Stichting Portaal (verder Portaal) is een stichting met de status van “toegelaten instelling volkshuisvesting”. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector. Portaal en haar groepsmaat-schappijen zijn specifiek werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woning-wet.

4.2. Continuïteit

De jaarrekening is opgemaakt op basis van de continuïteitsveronderstelling.

4.3. Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

De statutaire en feitelijke vestigingsplaats van Portaal is Beneluxlaan 9 te Utrecht. Portaal staat ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 30038487.

4.4. Groepsverhoudingen

Woningcorporatie Stichting Portaal staat aan het hoofd van de groep. Indien hierna in de geconsolideerde jaarrekening wordt gesproken over Portaal wordt hiermee bedoeld Stichting Portaal en haar in de consolidatie betrokken groepsmaatschappijen.

4.6. Grondslagen voor de consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Portaal en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin Portaal een meerderheidsbelang heeft of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten betrokken die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend.

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed. 

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimineerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten. De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd waarbij het minderheidsbelang van derden afzonderlijk tot uitdrukking is gebracht. De in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen hanteren dezelfde waarderingsgrondslagen als Portaal.

Naast Portaal zijn de volgende entiteiten in de consolidatie begrepen:

Naam deelneming Belang Vestigingsplaats
Portaal Holding B.V. 100% Utrecht
Portaal Kanaleneiland B.V. 100% Utrecht
Portaal Onroerend Goed Beheer B.V. 100% Utrecht
Portaal Participaties B.V. 100% Utrecht
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. 100% Utrecht

Voornemen bestaat om Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. met ingang van 1 januari 2023 samen te voegen met Stichting Portaal. De besluitvorming over de samenvoeging en de wijze waarop dit zal plaatsvinden, zal eind 2022 genomen worden.

De volgende deelnemingen zijn tegen kostprijs of duurzaam lagere waarde gewaardeerd:

Naam deelneming Belang Vestiging-splaats Eigen vermogen Omzet Resultaat
B.V. Woonwagenexploitatie 35% Utrecht -524 483 -148
Woningnet N.V. 5,6% Weesp 4.544 12.888 -1.119
Coöperatie Smart Finance B.A. 2,08% Utrecht 463 - -6

Per 31 december 2021 heeft Portaal de volgende bestuurlijke deelnemingen in stichtingen en verenigingen zonder kapitaalinbreng:

Naam deelneming Vestigingsplaats
Stichting Utrechtse Woningcorporaties Utrecht
Stichting Woonruimteverdeling regio Utrecht Utrecht
Stichting Regioplatform Woningcorporaties Utrecht Utrecht
Stichting De Glazen Lift Amsterdam
Vereniging “Kunstveld” Nijmegen

Portaal heeft vanuit een bestuurlijke rol beleidsbepalende invloed bij voornoemde bestuurlijke deelnemingen waarbij geen kapitaalinbreng heeft plaatsgevonden. Vanwege het beperkte belang zijn de bestuurlijke deelnemingen niet opgenomen in de consolidatie. 

4.7. Stelselwijziging

In 2021 is geen sprake van stelselwijzigingen.

4.8. Presentatiewijzigingen

In 2021 zijn geen presentatiewijzigingen doorgevoerd.

4.9. Schattingswijzigingen

Waardering DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
In het kader van de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie en de toelichting van de beleidswaarde zijn diverse schattingswijzigingen doorgevoerd in de parameters en berekeningsmethodieken die nader uiteen zijn gezet in paragraaf 8.1.1 en 8.1.2.

4.10. Oordelen en schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Portaal zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.

Indien voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost opgenomen.

4.11. Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Portaal en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

4.12. Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder het afsluiten van financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. 

4.13. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Portaal heeft de gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening. De niet-DAEB activiteiten van Portaal zien toe op:

  • het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB tak behoren met als doel de grootstedelijke middenklasse te voorzien in hun woonbehoefte;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan niet- DAEB eenheden;
  • verkoop van nieuwbouw woningen welke vallen onder het overgangsrecht.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het scheidingsvoorstel, welke in overeenstemming met Autoriteit Woningcorporaties is aangepast, volledig aan de DAEB dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand nader uiteengezet.

Grondslag voor de scheiding Posten in gescheiden balans Posten in gescheiden winst- en verliesrekening Posten in gescheiden kasstroomoverzicht
Directe scheiding op VHE-niveau. De opbrengsten/ kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele VHE die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB. - DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
- Vastgoed bestemd voor verkoop
- Verplichtingen verkopen onder voorwaarden
- Huuropbrengsten
- Opbrengsten servicecontracten
- Verkoop vastgoedportefeuille
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
- Huren
- Vergoedingen
- Verhuurderheffing
- Verkoopontvangsten
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden
Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB en niet-DAEB activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex. - Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
- Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
- Lasten servicecontracten
- Overheidsbijdragen
- Lasten onderhoudsactiviteiten
- Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille
- Overige waardeveranderingen
- Overige activiteiten
- Leefbaarheid
- Overheidsontvangsten
- Overige bedrijfsontvangsten
- Erfpacht
- Onderhoudsuitgaven
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden
- Overige directe bedrijfsuitgaven
- Woningverbeteringen, woon- en niet woongelegenheden
Gescheiden op basis van de aard van de achterliggende activiteit waardoor de post volledig toebehoort aan de DAEB of niet-DAEB tak van Portaal. - Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie
- Deelnemingen aan groepsmaatschappijen
- Overige deelnemingen
- Vorderingen en schulden groepsmaatschappijen
- Liquide middelen
- Leningen overheid en kredietinstellingen
- Derivaten en novaties
- Verkocht vastgoed in ontwikkeling
- Financiële baten en lasten
- Resultaat deelnemingen
- Rente ontvangsten
- Nieuwbouw verkoop
- Ontvangsten en uitgaven verbindingen
- Aflossingen en nieuw aangetrokken leningen
Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB/ niet-DAEB tak van Portaal op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB. De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is: 93,37% / 6,63%. (2020: 93,57%/6,43%) - Overige vorderingen
- Overige voorzieningen
- Overige schulden
- Belastingen en premies sociale verzekeringen
- Lasten verhuur en beheer
- Overige organisatiekosten
- Personeelsuitgaven
- Overige indirecte bedrijfsuitgaven

Herfinanciering interne lening DAEB / niet-DAEB
Met de inwerkingtreding van de Herzieningswet in 2017 moesten corporaties hun commerciële (niet-DAEB) activiteiten scheiden van de sociale (DAEB) werkzaamheden. De niet-DAEB activiteiten zijn gefinancierd met een interne lening vanuit het DAEB bedrijf. In eerste instantie wilden wij de lening aflossen binnen 10 jaar. Echter is de woningdruk in sommige gebieden van het Portaal werkgebied zo groot dat Portaal ook middeninkomens als (secundaire) doelgroep ziet. Deze huishoudens kunnen bij Portaal deels in de dure sociale huur en deels in de vrije sector (niet-DAEB) terecht. Om deze doelgroep te voorzien, is het onze ambitie om in de vrije sector op termijn naar ca. 3.000 woningen te groeien. De totale investeringsopgave in de periode 2021–2030  bedraagt ruim € 255 miljoen welke bestaat uit investeringen in bestaand niet-DAEB bezit, nieuwbouw niet-DAEB en aankoop niet- DAEB. De Aw heeft op 17 december 2019 ingestemd met het verlengen van het aflossingsschema naar 26 jaar.

5. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

5.1. Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015, RJ 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (herzien 2019) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ('WNT').

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigings¬prijs of tegen actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans en de winst- en verliesrekening zijn referenties opgenomen. Deze referenties verwijzen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans en de winst- en verliesrekening worden in de jaarrekening genummerd.

5.2. Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten op zichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de in paragraaf 4.6. en 4.7. genoemde stelstel- en presentatiewijzigingen.

5.3. Vastgoedbeleggingen

Algemene uitgangspunten
Tenzij bij de afzonderlijke waarderingsgrondslagen van de balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle vastgoedbeleggingen de volgende algemene uitgangspunten.

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tevens worden hierbij de rente op vreemd vermogen tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

5.3.1. DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Typering
DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed die volgens het scheidingsvoorstel van Portaal als DAEB vastgoed classificeerden. Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Portaal voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners. Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten welke niet voldoen aan het criterium van DAEB vastgoed en woningen welke conform het door de Autoriteit Wonen goedgekeurde scheidingsvoorstel zijn geclassificeerd als niet-DAEB.

Basis voor de waardering is het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’, hierna: ‘Handboek marktwaarde’.

Waarderingsgrondslag
Portaal waardeert vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde de reële waarde. Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek marktwaarde). Portaal past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek marktwaarde toe.

Marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij slechts bij waardering conform de full versie een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10% plus en min de waarde.

Complexindeling
Overeenkomstig het Handboek marktwaarde vindt waardering op waarderinsgscomplex niveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Portaal maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode
Bij gebrek aan een actieve markt voor sociaal en commercieel vastgoed in verhuurde staat of een actieve markt waarvan de waarde in verhuurde staat kan worden afgeleid, wordt de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn:

  • de aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele- en feitelijke verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • de overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen, zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken, zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde (exit yield) bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar.

Gehanteerde scenario’s en variabelen
Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s:

  • doorexploiteren: Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie;
  • uitponden: Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. De mutatiegraad wordt bepaald op basis van ervaringscijfers uit het verleden, waarbij rekening wordt gehouden met mutatie-graad verhogende incentives naar de huurder. 

Bij beide scenario’s wordt uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip “marktwaarde in verhuurde staat”, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaats vindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De ingerekende initiële huur betreft de huidige contracthuur van het object. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contract huur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten;
  • bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

De aannames en uitgangspunten van de vastgoed variabelen die gehanteerd zijn bij de bepaling van de reële waarde van de woningen, zijn door ons bepaald op basis van de marktontwikkeling en inschatting van de specifieke vastgoed risico’s. 

In de vastgoedportefeuille komen diverse directe verplichtingen voor die een belangrijke invloed hebben op de uiteindelijke marktwaarde:

  • restricties voortvloeiende uit gronduitgifte contracten en erfpachtovereenkomsten. Deze kunnen resulteren in een afdracht van een deel van de verkoopopbrengst, het gedurende een periode niet mogen verkopen van woningen en/of de verplichting om de maandhuur van woningen gedurende een bepaalde periode tot een bepaald maximum huurniveau te beperken;
  • indien bij gestapelde woningen sprake is van niet gesplitste eenheden, dan wordt in het uitpond scenario met splitsingskosten rekening gehouden. Voor het splitsen van woningcomplexen is toestemming van de gemeente nodig. Indien de gemeente bouwkundige eisen aan de splitsing stelt is niet alleen sprake van administratieve kosten, maar worden ook bouwkundige kosten gemaakt;
  • de bepaling van de marktwaarde is gebaseerd op marktconforme opbrengsten en kosten. Indien het bezit voor wat betreft de onderhoudsconditie kwalitatief niet voldoet aan die marktconforme situatie, wordt een inschatting gemaakt van het onderhoud dat benodigd is om het bezit op marktconform niveau te brengen.

Portaal heeft de in het Handboek marktwaarde voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. Onder toepassing van de full-versie heeft Portaal de voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek marktwaarde afwijkende standpunten ingenomen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Portaal opereert.

Gehanteerde vrijheidsgraden Parameters Portaal
Markthuur € 989
Markthuurstijging 3,0%
Exit Yield 4,0%
Leegwaarde € 299.701
Leegwaardestijging 27,9%
Disconteringsvoet 5,8%
Mutatie- en verkoopkans 6,6%
Onderhoud Verwerkt conform Vastgoed Taxatie Wijzer (VTW)
Technische splitsingskosten In de regio Utrecht wordt bij meergezinswoningen, die niet in de actieve verkoop zitten, bij een bouwjaar voor 1950 een bedrag van € 15.000 opgenomen en voor woningen met een bouwjaar tussen 1950 en 1995 wordt € 3.500 opgenomen. Uitzondering zijn de complexen welke in de afgelopen 10 jaar zijn gerenobeerd; hier worden geen splitsingskosten ingerekend.
Erfpacht Verwerkt conform actuele situatie
Schematische vrijheid Deze vrijheidsgraad is in voorkomende gevallen toegepast. Opdrachtgever heeft per complex in een overzicht aangegeven waar achterstallig onderhoud en/of afkoop van erfpacht van toepassing is. Daarnaast is de schematische vrijheid incidenteel gebruikt om de EPV in te rekenen.

De invulling van deze vrijheidsgraden is door de externe taxateur beoordeeld op aannemelijkheid. Voor de vergelijkende cijfers 2020, alsmede voor de parameteranalyse wordt verwezen naar paragraaf 8.1.2. en 8.1.3.

DCF rekenmodel
Voor de vastgoedwaardering maakt Portaal gebruik van het DCF rekenmodel Reaturn TM (hierna: TMS).

Gehanteerde werkwijze taxaties/validaties
De vastgoedwaarderingen zijn door de medewerkers van de afdeling vastgoedsturing bepaald op basis van het TMS. De inputvariabelen bestaan uit interne bezitsgegevens en externe marktgegevens. De externe taxateur heeft de volgende werkzaamheden verricht om de vastgoedwaardering 2021 vast te stellen:

  • het afgeven van een taxatieverklaring voor het door de taxateur gewaardeerde deel van de vastgoedportefeuille van opdrachtgever, bestaande uit circa 1/3 deel van de totale portefeuille. Dit deel van de portefeuille is volledig gewaardeerd. De gewaar-deerde complexen worden in TMS aangeduid als de 3-jaars taxaties.;
  • het afgeven van een taxatieverklaring voor het door taxateur gewaarde nieuwbouw en renovatieprojecten van opdrachtgever. Dit deel van de portefeuille is volledig gewaardeerd in TMS. Het betreft hier de waardering na uitvoering van de werkzaamheden; 
  • het opstellen van een markttechnische update welke betrekking hebben op het overige deel van de (deel)vastgoedportefeuille, bestaande uit circa 2/3 deel van de totale portefeuille. De taxateur stelt voor de parkeer – en woningportefeuille op-nieuw de leegwaarde en markthuur vast en toets ook de overige vrijheidsgraden, risico-inschattingen en de uitkomsten van de waardering aan beleggingstransacties. Voor bedrijfsmatig vastgoed wordt de markthuur bepaald, de risico-inschatting opnieuw beoordeeld aan de hand van de resterende looptijd van het contract, de meer minderhuur tot aan expiratie en het marktsentiment. Verder wordt  een inschatting gemaakt van de wederverhuurtijd die nodig is om tegen markthuur te kunnen verhuren en de resterende waarde aan het einde van de dcf periode. 


Mutatie marktwaarde in verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’. Mutaties in de reële waarde worden binnen het eigen vermogen afzonderlijk als ‘niet-gerealiseerde herwaardering’ bijgehouden en in de toelichting op het eigen vermogen vermeld.

Herwaardering
De herwaarderingsreserve (het gecumuleerde positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het vastgoed) wordt gepresenteerd als afzonderlijke post binnen het eigen vermogen. De realisatie van de herwaarderingsreserve vindt plaats bij verkoop van het onderliggende vast actief. In dit geval wordt het verschil tussen de marktwaarde en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het vastgoed toegevoegd aan de overige reserves. 

5.3.2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Portaal verkoopt woningen onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de actuele waarde krijgt. Doorgaans worden dergelijke transacties als een financieringstransactie aangemerkt. Als financieringstransactie kwalificeren verkopen waarbij Portaal een plicht tot terugkoop heeft tegen een prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

De als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • de betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde, zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde wordt op dat moment verwerkt:
    - bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging, en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies via de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille;
    - bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde, en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies. Het gecumuleerde positieve verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaar-den wordt opgenomen in de herwaarderingsreserve;
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering);
  • de woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waardemutaties worden verwerkt als ‘Niet-gerealiseerde waardeverande-ringen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop’.


Indien de terugkoop is gerealiseerd, vindt verwerking van de beleidsdoelstelling plaats:

  • bij gelijkblijvende bestemming blijft classificatie onder verkopen onder voorwaarden van toepassing. Waardering vindt plaats tegen de waarde waartegen terugkoop heeft plaatsgevonden;
  • indien de woning een “verhuur-bestemming” krijgt wordt deze woning opgenomen onder het vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op basis van de markt-waarde in verhuurde staat volgens het Handboek marktwaarde;
  • indien het beleidsvoornemen bestaat om de woning te verkopen zal verantwoording plaatsvinden onder de voorraden. Waardering vindt plaats tegen de waarde waarop de woning is teruggekocht.

De bijbehorende terugkoopverplichting wordt nader toegelicht in paragraaf 5.13.2.

5.3.3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Typering
Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.

Waarderingsgrondslag
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen voortbrengingskosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde.

Het vastgoed in ontwikkeling ten behoeve van exploitatie als vastgoedbelegging wordt gewaardeerd op basis van het Handboek marktwaarde. Zie hiervoor ook de nadere toelichting in paragraaf 5.3.1. Indien op projectniveau het verwachte verlies de geactiveerde kosten overschrijdt, wordt voor het deel van het verwachte verlies dat de kosten overschrijdt, het verwachte verlies als een voorziening opgenomen aan de creditzijde van de balans. 

Bij zogenaamde gecombineerde projecten wordt het aandeel in de verhuureenheden en eenheden bestemd voor Verkoop onder Voorwaarden verantwoord onder de post onroerende en roerende zaken in ontwikkeling en het aandeel in de verkoopeenheden verantwoord onder de post onderhanden projecten. Voor de bepaling van de per project geschatte noodzakelijk geachte voorziening voor niet-gedekte kosten en voor risico’s wordt binnen het gecombineerde project de verkoopwinst en het waardeverminderingsverlies gesaldeerd op moment van het aangaan van de verplichting. 

Mutatie reële waarde
Mutaties in de reële waarde van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

5.4. Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

Algemene uitgangspunten
Tenzij bij de afzonderlijke waarderingsgrondslagen van de balansposten iets anders wordt vermeld gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.

De materiële vaste activa dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Bij investeringen in kantoorpanden die worden gehuurd is de economische levensduur niet langer dan het huurcontract. Op grond wordt niet afgeschreven.

De volgende afschrijvingstermijnen (in jaren) worden hierbij gehanteerd:

Materiële vaste activa Afschrijving Aantal jaren
Grond in eigendom geen afschrijvingen -
Bouw lineair 50
Verbouwingen lineair 15 - 20
Installaties lineair 15 - 20
Inventaris lineair 10
Automatisering lineair 5 - 10
Vervoer lineair 5
Software en licenties lineair 10

Portaal beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een bijzondere waardeverminderingsverlies wordt direct als een last verwerkt in de winst- en verliesrekening.

Portaal past bij de lasten voor groot onderhoud van de onroerende zaken ten dienste van de exploitatie de componentenbenadering toe.

5.5. Toelichting beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Portaal en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Portaal. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van: 

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast. 
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders) mutatie. De streefhuur betreft de huur die vol-gens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Portaal hanteert in haar beleid een streefhuur van gemiddeld 80% van de maximaal redelijke huur.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds) beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit. De componenten van onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). Portaal heeft hier voor de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2031 als uitgangspunt genomen. Aangevuld met het instandhoudingsonderhoud wat in de meerjarenbegroting onder de renovatieuitgaven is opgenomen. Dit laatste is nieuw t.o.v. vorig jaar, dit verklaard ook de stijging van de onderhoudsnorm.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corpora-tie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheerac-tiviteiten’ in de resultatenrekening. De beheerskosten uit de DCF-berekening zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uit-gaven voor beheer in de 15-jaars DCF periode. Portaal hanteert hiervoor de beheer-kosten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2031 als uitgangspunt, middels een kostenfactor per OGE toegerekend naar een norm per complex.

De beleidswaarde van het bedrijfs, maatschappelijk en zorg onroerend goed is gelijk aan de marktwaarde. Hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de beleidsuitgangspunten van Portaal.

Portaal heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

  2021 2020
Streefhuur Gemiddeld 80% Gemiddeld 80%
Onderhoudsnorm € 2.285 € 1.572
Beheernorm € 1.029 € 1.003

Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151 heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

De beleidswaarde is eerst gedurende 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling is. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door de Aw en WSW zal kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden, denk aan de nadere aanscherping van het begrip onderhoud / verbetering en beheerlasten.
Door aangescherpte richtlijn vanuit SBR is in 2021 de onderhoudsnorm ingerekend op basis van de integrale instandhoudingskosten, waardoor de onderhoudsnorm stijgt ten opzichte van voorgaand jaar.

5.6. Financiële vaste activa

5.6.1. Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen

Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van Portaal gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer Portaal garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs of duurzaam lagere waarde. Dividenden worden verantwoord in de periode dat het dividend door de deelneming wordt. De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

5.6.2. Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen

Vorderingen en schulden op groepsmaatschappijen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte respectievelijk ontvangen bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele bijzondere waardevermindering.

5.6.3. Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds, en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvordering geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

5.6.4. Derivaten

Voor de derivaten wordt verwezen naar 5.14. financiële instrumenten.

5.6.5. Overige langlopende vorderingen

Voor de overige langlopende vorderingen wordt verwezen naar 5.14. financiële instrumenten.

5.6.6. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Voor vaste activa en financiële instrumenten beoordeelt de vennootschap op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de winst- en verliesrekening. 

Bij vaste activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Het waardeverminderingsverlies dat daarvoor opgeno-men was, dient te worden teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

5.7 Voorraden

5.7.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

De voorraad onverkochte woningen betreft woningen met een terugkoopplicht die zijn teruggekocht en nog niet zijn doorverkocht. Deze woningen worden gewaardeerd tegen de bestede kosten dan wel lager verwachte opbrengstwaarde. De lagere opbrengstwaarde wordt bepaald op basis van taxaties of recente verkoopprijzen van referentiewoningen.

5.7.2. Grondposities

De voorraad grondposities betreft grondposities die zijn aangekocht, maar geen ontwikkeling zal plaatsvinden. Deze gronden worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs dan wel lager verwachte opbrengstwaarde. De lagere opbrengstwaarde wordt bepaald op basis van taxaties of recente marktprijzen.

5.7.3. Overige voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.8. Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. 

5.9. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.10 Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve
Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden opgenomen. 
Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van vastgoed in exploitatie en vastgoed verkocht onder voorwaarden reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht. 

5.11. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

5.11.1. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen


Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Portaal zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerp fase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. 
Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde in verhuurde staat).

5.11.2. Latente belastingverplichting

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

5.11.3. Overige voorzieningen

Voorziening pensioenen
De pensioenverplichtingen betreft een depot dat is ondergebracht bij een verzekeraar voor een aantal in het verleden vervroegd uitgetreden medewerkers die vanuit een vorige fusie niet zijn meegegaan naar het pensioenfonds van het SPW. Toevoegingen en vrijvallen van pensioenvoorzieningen worden respectievelijk ten laste en ten gunste gebracht van de winst- en verliesrekening.

Voorziening personeelskosten
De voorzieningen personeelskosten bestaat uit een voorziening voor jubilea uitkeringen, het individueel loopbaanbudget en langdurig zieken. De voorziening voor jubilea uitkeringen wordt opgenomen tegen de contante waarde waarbij gebruik gemaakt wordt van een disconteringsvoet van 0,6% (2020: 0,6%). Bij de berekening wordt onder andere rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de verwachte blijfkans van medewerkers. De overige voorzieningen worden nominaal opgenomen, vanwege het kortdurend karakter van deze voorzieningen.

5.11.4. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening verwachte noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.12. Schulden

Schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de effectieve rente methode. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst- en verliesrekening als interestlast verwerkt. De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden. In leningen besloten derivaten worden niet afgesplitst en niet separaat verantwoord. Het effect van de dergelijke contractuele bepalingen wordt meegenomen in de effectieve rentevoet en de reële waarde ervan wordt toegelicht in hoofdstuk 7. Financiële instrumenten en risicobeheersing.

5.12.1. Novaties en derivaten

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

5.13. Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten bij Portaal vorderingen onder financiële vaste activa, vorderingen onder vlottende activa, liquide middelen, langlopende schulden, kortlopende schulden en afgeleide financiële instrumenten (onder andere derivaten en obligaties). Alle financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde inclusief direct toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden financiële instrumenten, met uitzondering van de afgeleide financiële instrumenten, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rente methode verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. 

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van recente gelijksoortige ‘at arm’s length’-transacties, van de DCF-methode (contante waarde van kasstromen) en/of van optiewaarderings¬modellen, rekening houdend met specifieke omstandigheden. Indien waarderingen niet beschikbaar zijn, wordt gebruik gemaakt van tegenpartij waarderingen.

5.13.1. Afgeleide financiële instrumenten met een niet-beursgenoteerde onderliggende waarde waar geen hedge accounting voor wordt toegepast

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde na een eerste waardering tegen reële waarde.

5.13.2. Afgeleide financiële instrumenten die worden gewaardeerd tegen kostprijs en waarop kostprijshedge-accounting wordt toegepast

Portaal maakt gebruik van rente derivaten om renterisico’s af te dekken. Daarbij wordt indien mogelijk kostprijshedge accounting toegepast. Op het moment van aangaan van een hedge relatie, wordt dit door Portaal gedocumenteerd. Portaal stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedge relatie vast. Dit gebeurt door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge instrument met die van de afgedekte positie, of door het vergelijken van de verandering in reële waarde van het hedge instrument en de afgedekte positie indien de kritische kenmerken van het hedge instrument en die van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn.

Bij het toepassen van het kostprijshedge accounting model is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de winst- en verliesrekening van het derivaat afhankelijk van de afgedekte positie. Dit betekent dat als de afgedekte positie tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, ook het derivaat tegen kostprijs wordt verwerkt. Zolang de afgedekte positie in de kostprijshedge nog niet in de balans is verwerkt, wordt het derivaat niet in de balans verwerkt. Indien nodig wordt een financieel vast actief of passief opgenomen om de rentebaten en/of lasten van het derivaat toe te rekenen aan de juiste periode.

Portaal past kostprijshedge accounting toe voor de rente derivaten die ervoor zorgen dat bepaalde variabelrentende leningen worden omgezet in vastrentende leningen. Eveneens past Portaal kostprijshedge accounting toe voor de rente derivaten die het renterisico op toekomstige financieringtransacties afdekken, in zoverre deze transacties zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden (herfinancieringen). Het ineffectieve deel van de waardeverandering van de renteswaps wordt direct verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de financiële baten en lasten indien het derivaat een negatieve marktwaarde heeft.

Indien een rente derivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor kostprijshedge accounting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingrelatie beëindigd. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening. Voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies verantwoord in de winst- en verliesrekening van die periode en ontstaat een balanspost uitgesteld hedge resultaat onder de financiële vaste activa of langlopende schulden. Indien de afgedekte positie zich naar verwachting niet meer zal voordoen wordt het derivaat ook beëindigd en wordt het cumulatieve resultaat in die periode verantwoord in de winst- en verliesrekening. Indien het derivaat niet wordt beëindigd wordt het verwerkt tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

5.13.3. Verwerking specifieke derivaten

Extendible payer swaps
Extendible payer swaps bestaan uit twee derivaten: een payer swap en een door Portaal geschreven swaption waarbij de bank het recht heeft om de transactie te verlengen. De bank zal haar recht uitoefenen wanneer de marktrente op uitoefendatum door de met de bank afgesproken ondergrens zakt. Onder de verslaggevingsregels kwalificeert de payer swap voor hedge accounting. De geschreven swaption kwalificeert niet voor hedge accounting. Bij het aangaan van de transactie hebben de swap en de geschreven swaption een tegengestelde waarde: de swap een positieve waarde en de swaption een negatieve waarde. De positieve waarde van de swap is in de balans opgenomen tegen kostprijs onder de financiële vaste activa (derivaten). Het geactiveerde bedrag wordt geamortiseerd over de looptijd van de swap. De kostprijs (ontvangen premie) van de swaption is opgenomen onder de langlopende schulden (derivaten). De wijziging van de reële waarde wordt op basis kostprijs of lagere marktwaarde in het resultaat verantwoord. 

Index payer swaps (gestructureerde derivaten)
Bij index payer swaps wordt een variabele rente geruild tegen een rente die is gebaseerd op een bepaalde index. De te betalen rente is gerelateerd aan de resultaten van de index, maar zal nooit hoger zijn dan het contractueel overeengekomen niveau. Omdat de index elementen in de swaps geen rechtstreeks verband hebben met de onderliggende leningen is sprake van ineffectiviteit. De ineffectiviteit is bepaald op basis van de contante waarde van de geschatte betalingen boven die van een vergelijkbare payer swap (dit is een gelijke swap zonder een index element) bij het aangaan van de hedge. De last is onder de financiële vaste activa (derivaten) in de balans opgenomen welke wordt geamortiseerd over de resterende looptijd van de swap. Toekomstige voordelen uit de index swaps worden verantwoord op het moment dat deze de feitelijke rentebetalingen verlagen.

5.14. Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom niet bij Portaal ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1. Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd, verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Omdat Portaal naast verhuuractiviteiten tevens activiteiten verricht op het gebied van vastgoedontwikkeling en verkopen, geeft de functionele indeling een beter inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Portaal. Bij de kosten bestaat een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. 

6.2. Bedrijfsopbrengsten

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de totaal te verrichten diensten.

6.2.1. Huuropbrengsten

Jaarlijks stelt de minister vast hoeveel de huur mag stijgen. Mede op verzoek van de Tweede Kamer heeft de minister in 2021 de huren voor lage en hoge inkomens bevroren. Huurders met recht op huurtoeslag en een hoge huur kregen huurverlaging. Hierbij ging het om een huurverlaging naar de 1e of 2e aftoppingsgrens. Portaal heeft daar compensatie voor gekregen in de vorm van een verlaging van de verhuurderheffing in 2022.

Huurbeleid
Sinds 2013 mogen woningcorporaties de huren voor huishoudens met een verzamelinkomen boven de toewijzingsgrens voor sociale huurwoningen jaarlijks extra verhogen. Met deze maatregel wil het kabinet het zogenaamde scheefwonen tegengaan en de doorstroming op de woningmarkt bevorderen. Portaal heeft de inkomensafhankelijke huurverhoging maximaal toegepast in de afgelopen jaren, omdat Portaal het beleid steunt om scheefwonen te verminderen en de woningen beschikbaar wil stellen voor de doelgroepen.

Vanaf 1 januari 2017 geldt voor het huurbeleid de huursombenadering. Portaal heeft met de huurdersorganisaties afgesproken om voor de huurders met een laag inkomen een inflatievolgende huurverhoging te vragen (mits de financiële positie van Portaal dit toelaat). Voor hogere inkomens blijft Portaal een inkomensafhankelijke huurverhoging vragen.

Passend toewijzen
Vanaf 1 januari 2016 moeten corporaties aan minstens 95% van de mensen met potentieel recht op huurtoeslag een woning toewijzen met een huur onder de aftoppingsgrens (€ 633,25 of € 678,66).
 

6.2.2. Opbrengsten en lasten servicecontracten

Dit betreft de bijdragen van huurders die zijn overeengekomen voor de levering van goederen en diensten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

6.2.3. Overheidsbijdragen

Subsidies ter compensatie van door Portaal gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van Portaal voor de kosten van een actief worden in mindering gebracht op de stichtingskosten van het actief.

6.2.4. Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

Dit betreft de opbrengsten uit verkoopprojecten. Voor onderhanden projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als netto-omzet en kosten in de winst- en verliesrekening naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum (de ‘Percentage of Completion’-methode, ofwel de PoC-methode). 

De voortgang van de verrichte prestaties wordt bepaald op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Als het resultaat (nog) niet op betrouwbare wijze kan worden ingeschat, dan worden de opbrengsten als netto-omzet verwerkt in de winst- en verliesrekening tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, dat waarschijnlijk kan worden verhaald; de projectkosten worden dan verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin ze zijn gemaakt. Zodra het resultaat wel op betrouwbare wijze kan worden bepaald, vindt opbrengstverantwoording plaats volgens de PoC-methode naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.

Het resultaat is het verschil tussen de projectopbrengsten en projectkosten. Projectopbrengsten zijn de contractueel overeengekomen opbrengsten en opbrengsten uit hoofde van meer- en minderwerk, claims en vergoedingen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat deze worden gerealiseerd en ze betrouwbaar kunnen worden bepaald. Projectkosten zijn de direct op het project betrekking hebbende kosten, die kosten die in het algemeen aan projectactiviteiten worden toegerekend en toegewezen kunnen worden aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend. 
Indien het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten de totale projectopbrengsten overschrijden, dan worden de verwachte verliezen onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verwerkt. Dit verlies wordt verwerkt in de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille. De voorziening voor het verlies maakt onderdeel uit van de post onderhanden projecten.
De kosten die toe te rekenen zijn aan een verkoop van vastgoed in ontwikkeling, worden verantwoord onder de lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling. 

6.2.5. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Onder deze rubriek worden de volgende verkoopopbrengsten opgenomen:

  • gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie;
  • verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop.

Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte). De kosten die zijn toe te rekenen aan de verkoop van de vastgoedportefeuille worden verantwoord onder de toegerekende organisatiekosten.

6.3. Bedrijfslasten

6.3.1. Lastenverantwoording algemeen

Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct en indirect toe te rekeningen kosten. Portaal hanteert de kostenplaatsmethodiek voor de toerekening van indirecte kosten waarbij een inschatting wordt gemaakt van de werkzaamheden per functie en afdeling. Daarnaast worden verdeelsleutels, gebaseerd op het relatief aantal fte per afdeling en de opslagmethodiek, gebruikt om de kostenplaatsmethodiek toe te passen.

6.3.2. Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De afschrijvingen op de immateriële vaste activa en materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Met een mogelijke restwaarde wordt geen rekening gehouden. Op grond en eeuwigdurige erfpacht wordt niet afgeschreven.

6.3.3. Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud (anders dan groot onderhoud) verantwoord voor zover deze betrekking hebben op het vastgoed in exploitatie. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het klachten- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst- en verliesrekening zijn de kosten van de eigen onderhoudsdienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten van groot onderhoud omdat ze niet aan de activeringscriteria voldoen.

6.3.4. Erfpacht

Jaarlijks wordt door de gemeente voor het gebruik van de grond onder de verhuureenheden erfpacht in rekening gebracht op basis van canons. De eenmalig afgekochte meerjarige erfpachtcontracten maken onderdeel uit van de vervaardigingsprijs en zijn daarmee onderdeel van de materiële vaste activa in exploitatie en/of de vastgoedbeleggingen.

6.3.5. Lonen en salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening.

6.3.6. Pensioenlasten

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.

Voor een op balansdatum bestaand overschot bij het pensioenfonds wordt een vordering opgenomen als Portaal de beschikkingsmacht heeft over dit overschot, het waarschijnlijk is dat het overschot naar Portaal gaat vloeien en de vordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

6.3.7. Kosten omtrent leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Portaal, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

6.3.8. Overige bedrijfslasten

Dit betreft de overige lasten die zijn gemaakt in het kader van de gewone bedrijfsvoering en die worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

6.4. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

6.4.1. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugnamen hiervan, die in het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

6.4.2. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille hebben betrekking op waardemutaties van op actuele waarde geactiveerde activa.

6.4.3. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.

6.5. Financiële baten en lasten

6.5.1. Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten

Hieronder zijn begrepen de waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten.

6.5.2. Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

Hieronder zijn verantwoord de ontvangen rentevergoedingen van leningen u.g., effecten en overige aan de financiële vaste activa toe te rekenen opbrengsten.

6.5.3. Waardeveranderingen derivaten

Hieronder zijn verantwoord de mutaties in de waarde van derivaten die niet zijn opgenomen in een hedge relatie met een marktwaarde onder de kostprijs alsmede de mutaties van de ineffectiviteit van derivaten opgenomen in een hedge relatie.

6.5.4. Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

6.6. Belastingen

Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen en verrekenen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belasting¬tarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

6.7. Resultaat deelnemingen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Portaal in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen Portaal en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de toegelaten instelling.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

Vestia Leningruil

In het belang van de volkshuisvesting is sectorbreed naar een structurele oplossing gezocht voor woningcorporatie Vestia. In 2021 hebben 251 corporaties bijgedragen aan een oplossing voor de hoge rentelasten van Vestia. Corporaties hebben met Vestia nieuw afgesloten leningen met lage rentes uitgeruild met leningen van Vestia die een hogere rente kennen, waardoor per saldo een herverdeling van de rentelasten tussen de corporatie en Vestia heeft plaats gevonden. Portaal heeft hieraan deelgenomen, wat resulteerde in een lening met een nominale hoofdsom van € 17,2 miljoen en een volkshuisvestelijke bijdrage in de vorm van agio van € 26,7 miljoen, ontstaan door het verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde van de lening. De volkshuisvestelijke bijdrage is ten laste van het resultaat gebracht en verantwoord onder de overige organisatiekosten.
 
De nominale hoofdsom wordt afgelost na 40 jaar. De rente bedraagt 4,86% gedurende de hele looptijd. Jaarlijks wordt rente betaald en valt een deel van het agio vrij, bestaande uit het verschil tussen de in betreffend jaar betaalde rente en de berekende effectieve rente.

7.1. Treasurybeheersingsraamwerk en wet- en regelgeving

Treasurybeheersingsraamwerk
Portaal beschikt over een Treasurybeheersingsraamwerk, welke bestaat uit:

  • het Reglement Finaniceel Beleid en beheer (‘RFBB’). In het RFBB zijn de uitgangs-punten van het financieel beleid en beheer, de organisatie, de jaarlijkse monitoring, de betrokkenheid van het intern toezicht op het financieel beheer en de wettelijke kaders inzake derivaten en beleggingen opgenomen.
  • het Treasurystatuut (‘TS’). In het TS zijn de formele kaders voor alle Treasury activiteiten van Portaal en haar dochtermaatschappijen vastgelegd. Het TS maakt onderdeel uit van het toezichtskader van Portaal en is beschikbaar op de website van Portaal.
  • het Treasuryhandboek (‘TH’). In het TH zijn de beheersing van de Treasury activiteiten en de Treasuryprocessen beschreven. 
  • Treasuryjaarplan (‘TJP’). Het TJP beschrijft de Treasury doelstellingen voor het komende jaar. Het TS, TH en het TJP worden jaarlijks geëvalueerd en bij majeure wijzigingen goedgekeurd door de Raad van Commissarissen (‘RvC’). 
     

Beleidsregels derivaten (BTIV en RTIV)
De beleidsregels voor derivatengebruik zijn opgenomen in de RFBB en in het TS en voldoen aan de BTIV en RTIV. Per 1 oktober 2012 zijn de beleidsregels derivaten van kracht geworden voor toegelaten instellingen. Portaal houdt sindsdien strikt vast aan deze beleidsregels derivaten.

7.3. Valutarisico

Portaal is werkzaam in Nederland. Alle transacties zijn in euro’s en daarom loopt Portaal geen valutarisico.

7.4. Renterisico

Voor leningen o.g. met variabele renteafspraken heeft Portaal rentederivaten afgesloten, zodat het renterisico op deze leningen is afgedekt. Per financiering maakt Portaal een bewuste keuze voor het aantrekken van een lening tegen vaste rente of voor een lening tegen variabele rente onder gelijktijdige afsluiting van een derivaat. De betaaldata en hoofdsom van variabel rentende leningen zijn gelijk aan betaaldata van de onderliggende waarde (nominale waarde) van de derivaten en de ingangs- en einddatum van het derivaat zijn gelijk aan de ingangs- en einddatum van de lening of vallen daar volledig binnen. De opbouw van de derivatenportefeuille is als volgt:

€ mln. Hoofdsom (bruto)   Markt-waarde   Off balance   On balance  
  2021 2020 2021 2020 2021 2020 2020 2020
Interest Rate Swaps  175   250   -84  -151  -84  -151 - -
Gestructuereerde rente afspraken  200   200   -158  -197  -158  -197 - -
Swaptions  75   125   -107  -168 - -  -107  -168
Basisswap  150   150   2   1   2   1  - -
Totaal  800   725   -348   -515   -348  -347  -107  -168

De marktwaarde ontwikkeling van de derivatenportefeuille wordt wekelijks gemonitord. De marktwaarde van de derivaten is per ultimo 2021 € -/- 348 mln. (2020: € -/- 515 mln.). Een aantal interest rate swaps in een hedge relatie kent een positieve boekwaar-de, vanwege het schrijven van een swaption. De positieve startwaarde wordt over de looptijd van de hedge geamortiseerd en is opgenomen onder de activa voor € 1,2 mln. (2020: € 2,6 mln.). De negatieve boekwaarde zoals opgenomen in de bovenstaande tabel voor gestructureerde rente afspraken, swaptions en overige derivaten is verantwoord onder de langlopende schulden derivaten. Voor de gestructureerde rente afspraken wijkt de marktwaarde af van de boekwaarde omdat in de balans alleen de ineffectiviteit wordt verwerkt.

Derivaten en gekoppelde leningen
In onderstaand overzicht bevindt zich de indeling van de derivatenportefeuille naar soort derivaat (interest rate swap, swaptions, gestructureerde en overige producten).

Instrument Lopend
Forward starting                       Totaal
  12-31-2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033  
IRS  175  - - - - - - - - - - - -  175 
Financiering  175  - - - - - - - - - - - -  175 
Gestructuereerde producten  200  - - - - - - - - - - - -  200 
Financiering  200  - - - - - - - - - - - -  200 
Swaptions - -  25   25  -  25  - - - - - - -  75 
Financiering - -  25   25  -  25  - - - - - - -  75 
Totaal derivaten  375  -  25   25  -  25  - - - - - - -  450 
Totaal financiering  375  -  25   25  -  25  - - - - - - -  450 
Overige (basisswap)  150  - - - - - - - - - - - -  150 
Financiering n.v.t.* - - - - - - - - - - - - -
                             600 

De hoofdsom van de leningen is kleiner dan de hoofdsom van de derivaten vanwege de overige basisswap ad € 150 mln. Deze basisswap is in 2013 afgesloten vanwege de novatie/doorzak.. Portaal heeft voor €  75 mln. aan derivaten die in de toekomst ingaan (€ 75 mln. aan swaptions). Aan deze swaptions zijn financieringen gekoppeld.

7.5. Tegenpartijrisico (kredietrisico)

Portaal spreidt haar financiële transacties over verschillende financiële instellingen. Hierdoor wordt het tegenpartijrisico beperkt. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheideisen zoals opgenomen in het TS. 

Financieringen o/g en u/g
Inzake financiering wordt het tegenpartijrisico, naast de bovenstaande kredietwaardigheidseisen, beperkt door geen leningovereenkomsten te sluiten waarin is opgenomen dat leningen per direct opeisbaar zijn, indien de lening verstrekker in surseance van betaling verkeert of andere clausules met een dergelijke strekking.

Liquide middelen
Inzake liquide middelen wordt het tegenpartijrisico, naast de kredietwaardigheidseisen, beperkt door de portefeuille liquide middelen te spreiden over de verschillende financiële instellingen waarbij nooit meer dan € 50 mln. van het totaal van de liquide middelen positie bij één financiële instelling wordt ondergebracht. Conform beleidsregels beleggen hebben alle financiële instellingen waar Portaal haar middelen heeft uitgezet minimaal een single A status. 

Derivaten
Voor een deel van de derivatenportefeuille is afgesproken om door wederzijdse verrekening van marktwaarden het tegenpartijrisico bij het gebruik van derivaten te beperken. Er worden slechts derivaten afgesloten met financiële instellingen als minimaal twee van de drie gerenormeerde rating agencies (Moody’s, S&P en Fitch) een kredietwaardigheidsoordeel hebben afgegeven van single A of meer voor de betreffende financiële instelling. Gezien de huidige wet- en regelgeving is de kans klein dat Portaal nieuwe derivaten gaat afsluiten.

7.6. Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat Portaal over niet voldoende middelen beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Indien de liquiditeitsrisico’s substantieel hoog zijn prevaleert de beheersing van het liquiditeitsrisico boven het renterisico en het tegenpartijrisico.

Kredietfaciliteiten
Voor verlaging van het liquiditeitsrisico beschikt Portaal bij verschillende banken over een kredietfaciliteit. Deze is nader toegelicht onder stresstest.

Investeringen
Het liquiditeitsrisico door investeringsverplichtingen worden verlaagd, doordat Portaal alleen verplichtingen aangaat indien zeker is dat hiervoor financiering beschikbaar is.

Credit Support Annexe (CSA) afspraken
De belangrijkste liquiditeitsrisico’s binnen Portaal vloeien voort uit de CSA’s (margin call verplichtingen c.q. het storten van onderpand). Portaal heeft derivaten afgesloten bij verschillende banken. Met een bank heeft Portaal CSA afgesproken. Portaal heeft in deze CSA’s afspraken gemaakt over de te ontvangen/storten margin calls. Deze zijn als zodanig verwerkt in de balans.

Conform de beleidsregels derivaten moet elke corporatie de beschikking hebben over een voldoende liquiditeitsbuffer om margincallverplichtingen bij een renteschok van 200 basispunten (stresstest AW) op te vangen. Portaal heeft verschillende faciliteiten om aan haar margin call verplichtingen te voldoen. Per ultimo 2021 beschikte Portaal over een liquiditeitsbuffer met een totale waarde van € 127 mln. opgebouwd uit de volgende faciliteiten: 

  • spaargeld/banktegoeden specifiek t.b.h.v. margin calls (€ 32 mln.);
  • ruimte in variabele hoofdsom lening (€ 80 mln.);
  • kasgeldfaciliteiten (€ 15 mln.).

Portaal heeft het gehele jaar 2021 voldaan aan de stresstest Aw. Op 31 december 2021 zou de totale margin call bij een renteschok van 200 basispunten € 80 mln. bedragen. De liquiditeitsbuffer van € 127 mln. (391bps) was groot genoeg om deze margin call verplichting op te vangen.

Break clausules
In het verleden was het gebruikelijk break clausules in contracten op te nemen. In het actuele TS is vastgelegd dat bij het aangaan van nieuwe derivaten geen breakclauses worden geaccepteerd.

In de periode tot en met 2030 heeft Portaal een aantal derivaten die Portaal en/of de banken de mogelijkheid bieden om transacties voortijdig te beëindigen. In de onderstaande grafiek zijn de breakmomenten weergegeven. Het liquiditeitsrisico betreft voornamelijks breaks bij non-CSA banken.

In 2021 hebben drie breaks plaatsgevonden. Het totaal betaalde bedrag voor de afkoop van voornoemde breaks (zijnde negatieve marktwaarde) bedraagt € 58,8 mln.

7.7. Kostprijshedge accounting

In het TS heeft Portaal vastgelegd hoe de financiële risico’s die samenhangen met het gebruik van derivaten worden beheerst. Hierbij wordt een scheiding gemaakt tussen funding- en renterisicomanagement. Daarbij stuurt Portaal op de beheersing van de renterisico’s zodat deze binnen de normen blijven.

Portaal dekt middels derivaten het risico af van wijzigingen in kasstromen voortvloeien-de uit rentebetalingen van huidige of toekomstige variabel rentende leningen. Portaal maakt gebruik van de volgende categorieën derivaten, al dan niet gecombineerd, om het renterisico te hedgen: 

  • interest rate swaps;
  • gestructureerde derivaten; 
  • geschreven swaptions en overige derivaten (zoals basisswaps, caps en floors).

Vanuit de gestructureerde rente afspraken kan de te betalen rente gedurende de looptijd variëren afhankelijk van de ontwikkeling van de onderliggende rente. Deze derivaten zijn allen gemaximeerd qua rente. Conform de BTIV en RTIV is het niet langer toegestaan om dergelijke gestructureerde derivaten af te sluiten. Portaal streeft ernaar om de gestructureerde derivaten, in de bestaande portefeuille te elimineren. Hiervoor gelden dat de kosten minimaal moeten zijn.

In de voorgaande jaren is de portefeuille geherstructureerd om het liquiditeitsrisico uit hoofde van toekomstige margin calls in de portefeuille te verminderen. Om het liquiditeitsrisico te optimaliseren heeft Portaal verschillende soorten transacties verricht, namelijk:

  • novaties / doorzakken;
  • looptijdverkortingen;
  • beëindiging / afwikkeling.

Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor “hedge accounting”, afloopt of wordt verkocht wordt de hedgerelatie beëindigd. Voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet, wordt het cumulatieve resultaat verantwoord in de winst- en verliesrekening van die periode. De nog niet gerealiseerde cumulatieve winst of het nog niet gerealiseerde cumulatieve verlies wordt onder de overlopende activa dan wel passiva verantwoord. Indien de afgedekte positie zich naar verwachting niet meer zal voordoen wordt het derivaat ook beëindigd en wordt het cumulatieve resultaat vanaf het moment dat de afgedekte positie niet meer voldoet ineens verantwoord in de winst- en verliesrekening. Indien het derivaat niet wordt beëindigd wordt het verwerkt tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

Novaties (doorzakken in een vastrentende lening)
De novaties zijn verwerkt onder de langlopende schulden, waarbij de totale lening is afgewikkeld tegen nominale waarde en een nieuwe lening is aangetrokken tegen de reële waarde plus nominale waarde van de lening. Per saldo is de reële waarde die betaald is en gefinancierd middels een hogere rentecoupon in de nieuwe lening verwerkt. De reële waarde is vervolgens separaat opgenomen onder de langlopende schulden en kortlopende schulden. Het overlopend hedge resultaat is opgenomen onder de financiële vaste activa. 

Looptijdverkortingen
In de jaren 2012 tot en met 2014 heeft Portaal voor derivaten met een netto onderlig-gende waarde van € 700 mln. de looptijd verkort. De gemiddelde looptijdverkorting van deze derivaten bedraagt 26 jaar. De transactiekosten voor deze transacties zijn geen directe cash out kosten geweest maar zijn verrekend in de rentecoupon van de verkorte swap. De looptijdverkortingen hebben in de meeste gevallen geleid tot een verhoging van de rentecoupon.

In de jaarrekening resteert een uitgesteld hedge resultaat onder de langlopende schulden van € 6,1 mln. (2020: € 8,0 mln.). Dit is exclusief het amortiserende deel in 2022 van € 0,3 mln. dat onder de kortlopende passiva is verantwoord. Daarnaast resteert onder de financiële vaste activa een uitgesteld hedge resultaat van € 120 mln. (2020: € 137,3 mln.). Het hedge resultaat wordt per verkorting bepaald en worden de verkortingen gezien als separate contracten en derhalve niet gesaldeerd. De jaarlijkse toerekening van het hedge resultaat aan het resultaat vindt plaats op de rekening rentelasten.

De positieve of negatieve marktwaarde van derivaten op het moment van de looptijd-verkorting wordt respectievelijk gepassiveerd of geactiveerd op de balans onder de financiële vaste activa € 1,2 mln. (2020: € 2,6 mln.) of de langlopende schulden € 153,6 mln. (2020: € 237 mln.). Dit is exclusief het amortiserende deel voor 2022 van € 3,2 mln. dat onder de kortlopende passiva is verantwoord. De boekwaarde van de derivaten wordt toegerekend aan de resterende looptijd van het derivaat (na verkorting). De jaarlijkse toerekening van de boekwaarde aan het resultaat vindt plaats op de rekening rentelasten.

Effectiviteitstoets
Conform de huidige regelgeving (RJ290) wordt het hedge resultaat toegerekend aan de periode van de oorspronkelijke onderliggende financiering(sbehoefte). Jaarlijks wordt getoetst in hoeverre deze nog bestaat om te bepalen of het hedge resultaat direct genomen dient te worden of nog kan worden toegerekend aan de looptijd van het onderliggende. Portaal voert aan het eind van elk jaar een effectiviteitstoets uit. Deze effectiviteitstoets wordt enerzijds uitgevoerd op basis van de kritische kenmerken van de hedgerelatie (retrospectief) en anderzijds op basis van de omvang portefeuille variabel rentende leningen.

Kritische kenmerken (retrospectief)
De effectiviteitstoets wordt vastgelegd in specifieke hedge documentatie van elk derivaat en de onderliggende waarde. In dit onderdeel van de effectiviteitstoets worden de modaliteiten van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie met elkaar vergeleken.

Vastgestelde financieringsbehoefte
De effectiviteitstoets is er op gericht om te analyseren of in de toekomst op basis van de ontwikkeling van de portefeuille variabel rentende leningen sprake is van een overhedge positie. 

De ontwikkeling van de bestaande variabel rentende leningenportefeuille wordt in relatie gebracht met de ontwikkeling van de huidige en de oorspronkelijke derivatenportefeuille waarvoor een uitgesteld hedge resultaat in de balans is opgenomen. Er is sprake van ineffectiviteit wanneer de omvang van de oorspronkelijke derivatenportefeuille groter is dan de (toekomstige) variabele leningenportefeuille.

Het hedge resultaat wordt toegerekend aan de periode waar afdoende onderliggende financieringsbehoefte aanwezig is. De toerekening van het hedgeresultaat wordt vanaf het moment dat er onvoldoende onderliggende financiering of financieringsbehoefte versneld in het resultaat verantwoord, in 2021 voor € 5 mln. Na verwerking van het uitgesteld hedgeresultaat in de jaarrekening is Portaal effectief.

Derivaten gewaardeerd op basis van Marktwaarde
De derivaten waarop geen kostprijshedge accounting wordt toegepast, worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde. De waardering (bepaling van de marktwaarde) van de derivatenportefeuille van Portaal is gebaseerd op Euribor.

8. Toelichting op de balans

8.1.1. Materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De post materiële vaste activa ten dienste van exploitatie is als volgt opgebouwd:

  Bedrijfs-gebouwen Vervoer-middelen Overige materiële vaste activa Totaal enkelvoudig Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. Totaal geconsolideerd
Verkrijgingprijzen  26.843   9   22.863   49.715   10.589   60.304 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen  -15.684   -9   -12.126   -27.819   -5.125   -32.944 
Boekwaarde per 31 december 2020  11.159  -  10.737   21.896   5.464   27.360 
             
Investeringen -  8   674   682   560   1.242 
Desinvesteringen  -4.089  -  -2.690   -6.779   -132   -6.911 
Afschrijvingen  -808  -  -2.105   -2.913   -1.173   -4.086 
Afschrijving desinvesteringen  3.813  -  2.690   6.503   74   6.577 
Overboeking van / naar vastgoedbeleggingen  414  - -  414  -  414 
Totaal mutaties 2021  -670   8   -1.431   -2.093   -670   -2.764 
             
Verkrijgingprijzen  23.168   17   20.847   44.032   11.017   55.049 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen  -12.679   -9   -11.541   -24.229   -6.224   -30.453 
Boekwaarde per 31 december 2021  10.489   8   9.306   19.803   4.794   24.596 

8.1.2. – 8.1.3. Vastgoedbeleggingen

De post vastgoedbeleggingen is geconsolideerd en enkelvoudig gelijk aan elkaar en is als volgt opgebouwd:

  8.1.2
DAEB vastgoed in exploitatie
8.1.3
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
8.1.4
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
8.1.5
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie
Totaal
Verkrijgingprijzen  3.168.175   319.122   36.396   80.133   3.603.826 
Herwaardering  4.979.418   375.144   70.080   -26.775   5.397.867 
Boekwaarde per 31 december 2020  8.147.593   694.266   106.476   53.358   9.001.693 
Investeringen  80.515   2.627  -  79.448  162.589
Investeringen onttrokken aan voorzieningen  -20.670   -550  -  -9.930  -31.150
Bijdragen/subsidies  -4.630   -164  -  -962  -5.756
Desinvesteringen verkrijgingsprijs  -11.035   -2.234  - - -13.269
Desinvesteringen herwaardering  -20.281   -6.768  - - -27.049
Overboeking van / naar MVA tdv exploitatie  -707   -110  - - -817
Terugkoop VOV woningen - -  -6.678  - -6.678
In exploitatie name VOV woningen  762   591   -1.353  - -
Overboeking opgeleverde nieuwbouw huur verkrijgingsprijs  43.504   15.648  -  -59.152  -
Overboeking opgeleverde nieuwbouw huur herwaardering  -4.950   -454  -  5.404  -
Mutaties (*) tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie verkrijgingsprijs  353   353  - - -
Mutaties (*) tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie herwaardering  -1.474   1.474  - - -
Mutatie actuele waarde en vrijval voorziening opgeleverde nieuwbouw  1.367.032   120.524   20.512   114  1.508.182
Totaal mutaties 2021  1.427.713   130.937   12.481   14.922  1.586.052
Verkrijgingprijzen  3.276.584   335.480   28.365   99.467  3.739.896
Herwaardering  6.298.722   489.723   90.592   -31.188  6.847.850
Boekwaarde per 31 december 2021  9.575.306   825.203   118.957   68.280  10.587.746

8.1.2. & 8.1.3. DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Zoals in de grondslagen (paragraaf 5.3.) reeds benoemd vindt de waardering van het commercieel en sociaal vastgoed modelmatig plaats. Hierbij wordt onderscheid gemaakt, conform het handboek marktwaarde, in de waarderingsmodellen voor de categorieën: woongelegenheden (DAEB en niet-DAEB), bedrijfmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en parkeergelegenheden. Hierna wordt een toelichting gegeven op de vastgoedwaardering van voornoemde categorieën.

Woningen DAEB- en niet-DAEB
Het DAEB en niet-DAEB vastgoed laat een stijging van de vastgoedwaardering over 2021 zien van € 1.488 miljoen. De waardestijging is vooral te verklaren door een verdere verbetering van de vastgoedmarkt in 2021 en leidt daarmee ook tot een toename van de vastgoedwaardering.

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waarde mutatie van de marktwaarde verhuurde staat in 2021 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.

  20201 (x €1 mln.) % van totale mutatie 2020 (x € 1 mln.) % van totale mutatie
Marktwaarde woningen 1 januari 8.664   7.795  
         
Parameter        
Voorraadmutaties + 21 1% + 87 10%
Kosten koper -478 -30% - -
Leegwaarde + 1.977 125% + 247 28%
Verhuurderheffing + 124 8% - -
Disconteringsvoet + 231 15% + 537 62%
Theoretische huurinkomsten* -105 -7% + 150 17%
Erfpacht -84 -5% -45 -5%
Eindwaarde -281 -18% - -
Handboek en overig * + 138 11% -107 -12%
Totaal mutaties + 1.542   + 869  
         
Marktwaarde woningen 31 december 10.206 100% 8.664 100%

Disconteringsvoet
De disconteringsvoet bestaat uit generieke en objectspecifieke parameters. Het gemiddelde disconteringspercentage is gelijk gebleven op 5,8%. De generieke parameters zijn de risicovrije rentevoet met een disconteringspercentage -0,38% (2020: -0,18%) en een sector opslag met een disconteringspercentage van 5,18% (2020: 4,88%).

Exit yield
De exit yield is de rendementseis die aan het vastgoed wordt gesteld in de berekening van de marktwaarde na 15 jaar, waarna in de waardebepaling een eindwaarde wordt berekend. De eindwaarde wordt berekend op basis van een perpetuïteit door de jaarlijkse huuropbrengst te delen door de exit yield. De eindwaarde geeft aan in welke mate het vastgoed aan veroudering onderhevig is en welke potentie het bezit naar verwachting heeft aan het einde van de 15 jarige periode.

Mutatiegraad
De mutatiegraad wordt complexmatig bepaald op basis van een 5 jaars gemiddelde mutatiegraad. Voor de kleinere complexen hanteert Portaal een boven- en ondergrens om uitschieters te voorkomen. Voor nieuwbouw wordt een inschatting gemaakt van de verhuisbereidheid.

Leegwaarde per woning
De gemiddelde leegwaarde per woning is in 2021 gestegen naar € 299.701 (2020: € 234.307). De verwachting met betrekking tot de ontwikkeling van de verkoopmarkt en daarmee ook de verkoopprijzen is nog verder verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren.

Markthuur per woning
De bepaling van de markthuur vindt plaats door middel van referentieonderzoek en de toets aan de markthuur volgens de markthuurtabel. Door het plaatsen van woningtypen in leegwaardenklassen (leegwaarde per vierkante meter gebruiksoppervlak), wordt een percentage gehanteerd die tegen de leegwaarde afgezet wordt en een markthuur berekend. Waar de leegwaarde explosief is gestegen, laat de huurmarkt een in vergelijking kleine verbetering zien.

Huidige contract/aanvangshuur per maand
Portaal heeft in 2021 een beperkte huurverhoging doorgevoerd bij lage inkomensgroepen. De starthuren ultimo 2021 zijn daardoor niet veel hoger dan de starthuren ultimo 2020. Bij mutatie wordt meer dan 99% passend toegewezen.

Gemiddelde waardering per woning

  • De gemiddelde marktwaarde in verhuurde staat laat, een stijging zien van 17,9% (2020: 10,02%) tot een waarde van € 195.094,- (2020: € 165.436). De belangrijkste factor van deze stijging is de stijging van de leegwaarde (2021: 27,9%) en de verwachte leegwaardestijging voor komende 2 jaar.
  • De BAR (aanvangshuur / marktwaarde) is in 2021 verder gedaald naar 3,6% (2020: 4,2%) als gevolg van de verder aantrekkende woningmarkt en beperkte aanbod waardoor de marktwaarde verder stijgt.
  • De stijging van de marktwaarde verhuurde staat over 2021 is minder sterk dan de stijging van de leegwaarde. Dit is ook af te lezen aan de verhouding marktwaarde verhuurde staat/leegwaarde (leegwaarde ratio). De leegwaarde ratio daalt naar 65,1% (2020: 70,4%).


Scenarioanalyse woongelegenheden
In de marktwaarde in verhuurde staat, zoals gewaardeerd in de jaarrekening, is circa 70% van de complexen gebaseerd op het scenario uitponden (2020: 49%). De overige 30% van de complexen is gebaseerd op het scenario doorexploiteren (2020: 51%). Dit is een wezenlijk andere verdeling dan een jaar eerder. Belangrijkste reden hiervoor ligt in de explosieve stijging van de leegwaarde, de verwachte leegwaardeontwikkeling voor komende 2 jaren en de mate waarin deze verkoopopbrengsten gerealiseerd kunnen worden.

Regio analyse
Per regio zijn de gemiddelde parameters en de daaruit resulterende waarderingen over 2021 als volgt inzichtelijk te maken:

Parameter gemiddeld per woning 2021 2020 % verschil
Disconteringsvoet 5,79% 5,78% 0,2%
Exit yield 3,96% 4,46% -11,2%
Mutatiegraad 6,57% 6,38% 3,0%
Leegwaarde per woning 299.701 234.983 27,5%
Markthuur per maand 989 963 2,7%
Huidige contract/aanvangshuur per maand 577 576 0,2%
Waardering gemiddeld per woning      
Marktwaarde verhuurde staat 195.094 165.436 17,9%
Bruto aanvangsrendement (BAR) 3,55% 4,18% -15,0%
Marktwaarde verhuurde staat/leegwaarde 65,1% 70,4% -7,5%

De leegwaarden zijn in alle regio’s gestegen (tussen 26,3% en 29,0%). De gemiddelde leegwaardestijging komt voor Portaal uit op 27,9%. Regio Utrecht heeft de hardste stijging meegemaakt, in deze regio wordt de stijging van de leegwaarde gedempt door een hogere waarde afdracht op basis van de erfpachtcontracten.

Arnhem is nog de enige regio waar Portaal bezit heeft met een gemiddelde leegwaarde onder de € 250.000. Het hoogste gemiddelde zit in de regio Leiden. De verschillen tussen de regio’s in absolute waarden zijn daardoor wel toegenomen. Waar in 2020 het verschil tussen de hoogste en laagste gemiddelde leegwaarde van een woning € 63.650 was, is dat in 2021 gegroeid naar ruim € 80.000.

Marktwaarde per m2
De ontwikkeling van de marktwaarde per m2 laten zowel bij Portaal als voor de benchmark een flinke stijging zien. De marktwaardemutatie is voor Portaal vrijwel gelijk aan de stijging van de benchmark met 18,0%. De marktwaarde per m² lag al op exact gelijke hoogte met het gemiddelde van de benchmark in 2020; dat beeld is nu ongewijzigd. Ook voor de benchmark is de leegwaarde de belangrijkste drijver voor de waardetoename – al lijkt de gemiddelde LW-stijging voor de benchmark net wat minder hoog te zijn, namelijk 21,4%. Doordat deze hoge leegwaarde ook van invloed is op op de meerwaardeafdracht, daalt de leegwaarderatio naar 62,9%.

Gevoeligheidsanalyse
De analyse is uitgevoerd op de woongelegenheden. De niet-woongelegenheden en maatschappelijk vastgoed zijn gezien het geringe belang binnen de totale vastgoedportefeuille buiten beschouwing gelaten.

Parameter Marktwaarde 31/12/2021 Effect wijziging parameter Effect op marktwaarde
(x € 1 mln.)
Effect op martwaarde %
Waarde 31/12/2021* 10.401      
Disconteringsvoet 10.214
10.600
0,1%
-0,1%
-186
199
-1,8%
1,9%
Mutatiegraad 10.762
9.950
+ 1%
- 1%
361
-451
3,5%
-4,3%
Leegwaarde 11.039
9.916
+ 10%
- 10%
638
-485
6,2%
-4,6%

Om een beeld te krijgen van de impact van economische- en politieke effecten op de vastgoedwaardering is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Om de impact te simuleren op de marktwaarde, in absolute en relatieve zin, zijn bovenstaande parameters zowel verhoogd als verlaagd.

Een schommeling in de vastgoedwaardering werkt direct door in het (eigen) vermogen en heeft daarmee impact op de vermogensratio’s die van de balans worden afgeleid. De financiële impact van deze renteschok leidt niet direct tot andere uitkomsten ten aanzien van de beoordeling van de solvabiliteit en andere vermogensratio’s zoals de loan to value. De financiële positie is hiermee beperkt gevoelig voor economische-  en politieke ‘schokken’ ten aanzien van de vastgoedwaardering.

Niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen
Naast commerciële (niet-DAEB) en sociale (DAEB) woongelegenheden bestaat de vastgoedportefeuille tevens uit niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen. Ook deze vastgoedcategorie wordt door Portaal modelmatig gewaardeerd. De totale vastgoedwaardering van de niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen bedraagt in 2021 € 182 mln. (2020: € 178 mln). In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de absolute waarde van de niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen in 2021 ten opzichte van 2020.

Niet-woongelegenheden en parkeerplaatsen (x € 1 mln.) Maatschappelijk vastgoed Bedrijfs onroerend goed Zorg onroerend goed Parkeren Totaal
2021 27 37 76 44 184
2020 25 36 74 44 179

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waarde mutatie van de marktwaarde verhuurde staat in 2021 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.

  31-12-2021
(x € 1 mln.)
31-12-2020
(x € 1 mln.)
Marktwaarde niet-woongelegen en parkeerplaatsen 1 januari 178 174
     
Parameter    
Voorraadmutaties + 6,1 - 0,4
Leegwaarde + 5,7 + 0,5
Disconteringsvoet + 9,4 + 8,2
Markthuur + 1,1 - 4,1
Handboek en overig - 15,7 - 0,1
Totaal mutaties + 6 + 4
     
Marktwaarde niet-woongelegen en parkeerplaatsen 31 december 184 178

Overige verplichtingen rustend op het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie


Erfpachtontwikkeling Utrecht
In 2018 heeft een herijking van de erfpacht verplichtingen plaatsgevonden en dit is voor 2021 gelijk gebleven. Door de stijging van de prijzen is de BAR die gebruikt werd om de exploitatiewaarde te bepalen verlaagd naar 4,25% (4,75% in 2020).

Place2BU, De Pionier & Avicennapad
Portaal heeft op een aantal locaties tijdelijke woninghuisvestinglocatie. Dit houdt in dat de Marktwaarde die in TMS gemaakt is met een DCF-periode van 15 jaar, aangepast moet worden. De netto operationele kasstromen voor het doorexploiteren scenario, tot aan het moment van ontmanteling zijn met de disconteringsvoet Netto contant gemaakt en bij elkaar opgeteld om tot een Marktwaarde Vrij op naam te komen. Vervolgens is er 9% kosten koper ingerekend om de Marktwaarde in verhuurde staat k.k. te krijgen. In de berekening is afhankelijk van de gemaakte afspraken na de exploitatietijd een eindwaarde opgenomen. Voor de Pionier is dat wel het geval voor Place2BU en Avicennapad is dit niet het geval. 

De Marktwaarde in verhuurde staat k.k. per 2021 bedraagt:

Locatie Marktwaarde in verhuurde staat
PLace2BU 6.980.186
Pionier (WON – BOG & PPM) 4.044.267
Avicennapad 1.681.377

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde en bedraagt per 31 december 2021 € 4.583 mln. (2020: € 4.752 mln.). De opbouw van de beleidswaarde van Portaal per 31 december 2021 laat zich als volgt presenteren:

  DAEB vastgoed in exploitatie
(x € 1 mln.)
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (x € 1 mln.)
Marktwaarde per 31 december 2021 9.575 825
     
Aanpassingen beleidswaarde    
Aanpassing naar beleid doorexploiteren 508 27
Aanpassing naar huurbeleid (max. streefhuur) -4.119 -101
Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid -1.647 -55
Aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid -407 -23
Totaal aanpassingen -5.665 -152
     
Beleidswaarde per 31 december 2021 3.910 673

De beleidswaarde is van de marktwaarde afgeleid in overeenstemming met de uitgangspunten zoals deze door de Autoriteit Wonen (‘AW’) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (‘WSW’) zijn voorgeschreven. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Portaal.
De nettocontantewaardeberekening van de marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Portaal.

Om tot de beleidswaarde te komen worden uitgaande van de marktwaarde in verhuurde staat de volgende vier afslagen gehanteerd:

  • voor het gehele bezit is uitgegaan van het scenario ‘doorexploiteren’ (in plaats van de hoogste van ‘doorexploiteren’ en ‘uitponden’). Er wordt bovendien in het geheel geen rekening gehouden met verkopen;
  • de huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal verhoogd tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. Portaal hanteert in haar beleid een streefhuur van gemiddeld 80% van de maximaal redelijke huur;
  • de componenten van onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). Portaal heeft hier voor de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2021-2030 als uitgangspunt genomen;
  • de beheerskosten uit de DCF-berekening zijn vervangen door een eigen beheer-norm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer in de 15-jaars DCF periode. Portaal hanteert hiervoor de beheerkosten zoals opgenomen meerja-renbegroting 2021-2030 als uitgangspunt, middels een kostenfactor per eenheid toegerekend naar een norm per complex.

Parameters beleidswaarde
Voor de beleidswaarde zijn de gemiddelde parameters in 2021 als volgt inzichtelijk te maken:

Parameter gemiddeld per woning Beleidswaarde 2021
Disconteringsvoet 5,14%
Streefhuur per maand (€) 629
Lasten onderhoud per jaar (€) 2.285
Lasten beheer per jaar (€) 1.029
Lasten onderhoud en beheer per jaar (€) 3.314

Sensitiviteit beleidswaarde
Voor de beleidswaarde 2021 is een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd welke als volgt inzichtelijk te maken is:

Parameter Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde (x € 1.000) Effect op beleidswaarde (%)
Disconteringsvoet +0,1% punt -103.806 -2,3%
Disconteringsvoet -0,1% punt 107.835 2,4%
Streefhuur per maand +10% 710.337 15,5%
Streefhuur per maand -10% -10% -785.918 -17,1%
Lasten onderhoud en beheer per jaar +10% +10% -683.317 -14,9%
Lasten onderhoud en beheer per jaar-10% -10% 683.317 14,9%

8.1.4. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

In de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 450 (2020: 505) eenheden opgenomen welke allen met een terugkoopverplichting zijn verkocht. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de minister hebben. De contracten zijn gebaseerd op het ‘Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE)’ en ‘Koopgarant’ principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde op moment van verkoop tussen 0% en 31%.

8.1.5. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Nieuwbouw huurwoningen 98.366 80.379 98.366 80.379
Voorziening nieuwbouw huurwoningen -30.086 -27.021 -30.086 -27.021
Grond- en ontwikkelposities - - - -
Voorziening grond- en ontwikkelposities - - - -
Totaal vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 68.280 53.358 68.280 53.358

8.2.1. – 8.2.5. Financiële vaste activa

De financiële vaste activa is enkelvoudig als volgt opgebouwd:

  8.2.1.
Deelnemingen in groeps-maatschappijen
8.2.2.
Overige deelnemingen
8.2.3.
Latente belasting vorderingen
8.2.4.
Derivaten
8.2.5.
Overige langlopende vorderingen
Totaal
1 januari 2021 16.044 247 70.146 139.932 33.915 260.284
Mutaties 2021            
Toevoegingen - - - - - -
Afloop / Aflossing - - -21.663 -18.712 -31.495 -71.870
Resultaat deelneming -29 - - - - -29
Overige mutaties - - - - - -
Totaal mutaties 2021 -29 - -21.663 -18.712 -31.495 -71.899
             
31 december 2021 16.015 247 48.483 121.220 2.420 188.385

8.2.1. Deelnemingen in groepsmaatschappijen

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Portaal Holding B.V. - -  15.987   16.016 
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. - -  28   28 
Totaal deelnemingen in groepsmaatschappijen - -  16.015   16.044 

8.2.2. Overige deelnemingen

Overige deelnemingen betreffen participaties van Portaal en haar groepsmaatschappijen:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
B.V. Woonwagenexploitatie  4   4   4   4 
Woningnet N.V.  228   228   228   228 
Coöperatie Smart Finance BA  15   15   15   15 
Totaal overige deelnemingen  247   247   247   247 

8.2.3. Latente belastingvorderingen en latente belastingverplichting

De latente belastingenvorderingen zijn als volgt opgebouwd:

  Vastgoed-beleggingen Derivaten Leningen Grond-posities Personele voorzieningen Subtotaal
1 januari 2021 5.951 38.548 548 1.226 754 47.027
Mutaties boekjaar            
Afloop -393 -8.377 -105 - - -8.875
Ontstaan - - - - - -
Overige - - - 58 4 62
Totaal mutaties -393 -8.377 -105 58 4 -8.813
             
31-dec-21 5.558 30.171 443 1.284 758 38.214
             
Nominale waarde 6.029 45.608 529 1.462 861 54.489
             
Kortlopend deel (in € mln) 1.951 1.648 85 - 231 3.915
  Subtotaal Compensabele verliezen Lening-ruil Vestia Afschrijvings-potentieel Enkelvoudig Totaal Overige Geconsolideerd Totaal
1 januari 2021 47.027 11.740 - 11.379 70.146 324 70.470
Mutaties boekjaar              
Afloop -8.875 -11.740 - -4.468 -25.083 - -25.083
Ontstaan - - 3.358 - 3.358 - 3.358
Overige 62 - - - 62 45 107
Totaal mutaties -8.813 -11.740 3.358 -4.468 -21.663 45 -21.618
               
31-dec-21 38.214 - 3.358 6.911 48.483 369 48.852
               
Nominale waarde 54.489 - 3.446 7.292 65.227 417 65.644
               
Kortlopend deel 3.915 - 3.358 469 7.742 113 7.855

De latente belastingvorderingen betreffen de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering. De tot waardering gebrachte nominale belastinglatentie is gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto rente van 2,647% (2020: 2,922%).

Portaal heeft niet opgenomen verrekenbare tijdelijke verschillen die betrekking hebben op vastgoed en op renteaftrekbeperkingen. Een bedrag van nominaal € 897,5 miljoen ten aanzien van vastgoed is niet gewaardeerd, aangezien de verwachting is dat de latentie niet tot afwikkeling komt binnen een afzienbare termijn. Een bedrag van nominaal € 48,7 miljoen ten aanzien van renteaftrekbeperkingen in 2019 tot en met 2021 is niet gewaardeerd aangezien het onvoldoende waarschijnlijk is dat deze in de toekomst kunnen worden verrekend.

De belangrijkste veronderstellingen bij de bepaling van de belastinglatenties zijn de timing en omvang van realisatie van waarderingsverschillen van de vastgoedbeleggingen en rentederivaten.

8.2.4. Derivaten

De post derivaten onder de financiële vaste activa is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Boekwaarde derivaten onder hedge accounting 1.197 2.627 1.197 2.627
Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting 120.023 137.305 120.023 137.305
Totaal derivaten 121.220 139.932 121.220 139.932

De boekwaarde van derivaten onder hedge accounting heeft betrekking op de positieve startwaarde en verkregen kortingen bij het afsluiten van geschreven swaptions en looptijdverkortingen. De verkorting heeft hierbij geleid tot een neerwaartse aanpassing van de rentecoupon.

Onder de post ‘Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting’ is het cumulatieve verlies verantwoord voortvloeiend uit novaties, beëindigingen en looptijd-verkortingen voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet. Indien een rente derivaat niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge-accounting', afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingrelatie beëindigd. In dit geval wordt het cumulatieve verlies in de winst- en verliesrekening van die periode verwerkt. 

De derivaten kennen een overwegend langlopend karakter. Van de € 121,2 mln. heeft € 114,7 mln. een looptijd langer dan een jaar en € 89,9 mln. een looptijd langer dan 5 jaar.

De derivaten worden nader toegelicht in hoofdstuk 7 Financiële instrumenten. De reële waarde benadert de boekwaarde.

8.2.5. Overige langlopende vorderingen

Het saldo van de overige langlopende vorderingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Collateral (geplaatste margin call) - 30.592 - 30.592
Depot pensioenverplichting Aegon 243 247 243 247
Vorderingen Starters Renteregeling (S.R.R.) 2.177 3.093 2.177 3.093
Voorziening Starters Renteregeling (S.R.R.) - -17 - -17
Betaalde waarborgsommen 19 18 - -
Totaal overige langlopende vorderingen 2.439 33.933 2.420 33.915

Het uitstaand collateral betrof gelden die uit hoofde van margin call verplichtingen als waarborg zijn gestort op de bankrekening van bancaire tegenpartijen. Deze is in 2021 afgewikeld. De S.R.R. wordt in paragraaf 8.10.6. nader toegelicht.

8.3.1. – 8.3.2. Voorraden

8.3.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

Vastgoed bestemd voor de verkoop betreft onverkochte onroerende zaken. De onverkochte onroerende zaken hebben betrekking op teruggekochte Koopgarant woningen welke op balansdatum nog niet waren doorverkocht. Het saldo is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Teruggekochte VOV woningen 513 3.318 513 3.318
Grondpositie 10.987 10.987 10.987 10.987
Totaal vastgoed bestemd voor de verkoop 11.500 14.305 11.500 14.305

Het aantal onverkochte onroerende zaken bedraagt 2 eenheden per 31 december 2021 (2020: 13).

In onderstaande tabel is een toelichting gegeven op de grondposities van Portaal.

Naam Gemeente Aankoop jaar ha. Kostprijs
(* € 1.000)
Voorziening
(* € 1.000)
Boekwaarde
(* € 1.000)
€ / m2
Hoogeveen Hazerswoude 2009 7,51 3.246 -2.758 488 6,5
Rijnenburg Utrecht 2004 45,17 9.682 - 9.682 25,5
Schalkwijk Houten 2009 12,58 3.726 -2.909 817 6,5
Totaal     65,26 16.654 -5.667 10.987  

8.3.2. Overige voorraden

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Grond- en hulpstoffen  1.314   992  - -
Voorziening incourante grond- en hulpstoffen  -6   -6  - -
Onderhanden werk -  186  - -
Totaal overige voorraden  1.308   1.172  - -

Overige voorraden betreffen onderhoudsmaterialen in magazijn en in de onderhoudsbussen.

8.4.1. – 8.4.5. Vorderingen

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

8.4.1. Huurdebiteuren

Huurdebiteuren betreffen vorderingen uit hoofde van de verhuur van onroerende en roerende zaken in exploitatie. Het saldo is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Achterstand huurdebiteuren 3.440 3.620 3.427 3.620
Voorziening wegens oninbaarheid -1.565 -1.621 -1.565 -1.621
Totaal huurdebiteuren 1.875 1.999 1.862 1.999

8.4.2. Vorderingen op overheid

Vorderingen op overheden betreft van gemeenten te ontvangen bijdragen en is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Gemeente Arnhem 9 - 9 -
Gemeente Soest - 1 - 1
Gemeente Leiden - - - -
Gemeente Nijmegen - 2 - 2
Gemeente Utrecht 17 59 17 59
Totaal vorderingen op gemeenten 26 62 26 62

8.4.3. Vorderingen op groepsmaatschappijen

De vorderingen op groepsmaatschappijen zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. - - - 571
Totaal vorderingen op groepsmaatschappijen - - - 571

8.4.4. Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Overige vorderingen 195 1.810 192 1.801
Voorziening dubieuze overige vorderingen -2 -6 -2 -5
Totaal overige vorderingen 193 1.804 190 1.796

Onder de post overige vorderingen zijn alle debiteuren verantwoord met uitzondering van de huurdebiteuren. 

8.4.5. Overlopende activa

Het saldo overlopende activa is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Nog te ontvangen bedragen 170 432 168 421
Overige vooruitbetaalde bedragen 2.925 2.728 2.453 2.493
Overige overlopende activa 9 6 - -
Totaal overlopende activa 3.104 3.166 2.621 2.914

8.5. Liquide middelen

Het saldo liquide middelen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Banktegoeden 92.021 47.086 80.375 39.316
Kasgelden 3 6 2 2
Totaal liquide middelen 92.024 47.092 80.377 39.318

Om te voldoen aan de beleidsregels wordt € 31,9 miljoen aangehouden om te voldoen aan de stresstest derivaten. De liquide middelen staan verder ter vrije beschikking.

8.6. Eigen vermogen

Het eigen vermogen is als volgt opgebouwd:

  Herwaarderings-reserve Overige reserve Resultaat Boekjaar Totaal
Stand 1 januari 2020  4.835.161   856.343   521.955   6.213.459 
Mutaties boekjaar        
Winstverdeling vorig boekjaar -  521.955   -521.955  -
Realisatie uit hoofde van verkoop  -17.122   17.122  - -
Mutatie herwaarderingsreserve  763.652   -763.435  - -
Resultaat boekjaar - -  727.225   727.225 
Totaal mutaties 2020  746.530   -224.575   205.270   727.225 
         
Stand 1 januari 2021  5.851.691   631.768   727.225   6.940.684 
Mutaties boekjaar        
Winstverdeling vorig boekjaar -  727.225   -727.225  -
Realisatie uit hoofde van verkoop  -26.407   26.407  - -
Mutatie marktwaarde  1.517.065  - -  1.517.065 
Mutatie herwaarderingsreserve -  -1.517.065  -  -1.517.065 
Resultaat boekjaar - -  1.540.286   1.540.286 
Totaal mutaties 2021  1.490.660   -763.435   813.061   1.540.286 
         
Stand 31 december 2021  7.072.351   -131.667   1.540.486   8.480.970 

Volgens de statuten van Portaal dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet te worden besteed.

Voorstel resultaatbestemming
Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het positieve resultaat over het boekjaar 2021 ad € 1,5 mld. geheel ten gunste van de overige reserves te brengen. Dit voorstel is nog niet in de jaarrekening verwerkt

Overige reserves
Aan de overige reserves wordt het resultaat van vorig boekjaar toegevoegd. Daarnaast vindt bij verkoop een vermogensmutatie plaats door het realiseren van de herwaarderingsreserve.

Ongerealiseerde herwaarderingsreserve
Per 31 december 2021 is in totaal € 7,1 mld. aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2020: € 5,6 mld.), enerzijds zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs (€ 7,0 mld.) en anderzijds het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (€ 0,1 mld.).

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 5,8 mld. in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Portaal niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Portaal. De mogelijkheden voor Portaal om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Aangezien de doelstelling van Portaal is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel worden vervreemd. Daarnaast wordt bij mutatie van een woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

8.7.1. – 8.7.4. Voorzieningen

  8.7.1.
ORT
8.7.2.
Pensioenen
8.7.3.
Personeels-kosten
8.7.4.
Overige
Totaal
1 januari 2021 47.431 247 4.993 838 53.509
Mutaties boekjaar          
Toevoegingen 42.041 - 1.523 140 43.704
Onttrekkingen -36.466 -5 -727 -189 -37.387
Vrijval -19.871 - -838 -76 -20.785
Totaal mutaties 2021 -14.296 -5 -42 -125 -14.468
           
31 december 2021 33.135 242 4.951 713 39.041

Daar waar niet anders vermeld hebben de voorzieningen een overwegend langlopend karakter.

8.7.1. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (ORT)

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen heeft betrekking op verwachte verliezen in de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, renovaties en herstructureringsactiviteiten van Portaal. Voor de bepaling van de voorziening worden de begrote investeringskosten van het betreffende project afgezet tegen de verwachte opbrengsten. Voor projecten waarvoor de opbrengsten lager uitvallen dan de begrote investeringskosten wordt een voorziening gevormd. De voorziening heeft voor een bedrag van € 6 mln. betrekking op de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, € 27,1 mln. heeft betrekking op renovatieprojecten.

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Portaal rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van het definitief ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

De aannames gedaan bij de financiële impact van bovengenoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan ondermeer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.

8.7.2. Voorziening pensioenen

De voorziening pensioenen betreft een depot dat is ondergebracht bij een verzekeraar voor een aantal in het verleden vervroegd uitgetreden medewerkers die vanuit een vorige fusie met één van de rechtsvoorgangers van Portaal niet zijn meegegaan naar het pensioenfonds van het SPW.

8.7.3. Voorziening personeelskosten

De voorziening personeelskosten is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Voorziening jubilea uitkeringen 1.917 2.147 1.355 1.564
Voorziening individueel loopbaanbudget 2.078 2.022 1.271 1.235
Voorziening langdurig zieken 956 824 709 675
Totaal voorziening personeelskosten 4.951 4.993 3.335 3.474

8.7.4. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen bestaan uit diverse kleine claims en geschillen. De onttrekkingen gedurende het boekjaar hebben betrekking op de enkele van deze claims.

8.8.1. – 8.8.6. Langlopende schulden

Het verloop van de post langlopende schulden is enkelvoudig gelijk aan geconsolideerd en is als volgt opgebouwd: 

  8.8.1.
Schulden aan overheid
8.8.2.
Schulden aan krediet-instellingen
8.8.2
Agio leningen
8.8.3.
Novaties
8.8.4.
Derivaten
8.8.5.
Terugkoop-verplichting VOV eenheden
8.8.6.
Overige langlopende schulden
Totaal
Stand per 1 januari 2021 2.820 1.717.715 - 124.624 244.985 99.666 449 2.190.259
                 
Reclassificatie aflossing < 1 jaar -595 -16.192 -601 -4.800 -3.419 - - -25.607
Vrijval amortisatie boekjaar - 74.887 - 4.800 4.087 - - 83.774
Nieuw opgenomen leningen / toevoegingen 580 192.191 26.710 - - - 66 219.547
Startwaarde novatie - - - - - - - -
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht - - - - - -7.363 - -7.363
Aflossingen / terugkopen / afwikkeling -580 -100.589 - -4.800 -49.788 - -31 -155.788
Waardemutaties - - - - -36.143 16.898 - -19.245
Totaal mutaties 2021 -595 150.297 26.109 -4.800 -85.263 9.535 35 95.318
                 
Stand per 31 december 2021 2.225 1.868.012 26.109 119.824 159.722 109.201 484 2.285.577

8.8.1. & 8.8.2. Leningen overheid en kredietinstellingen

Aflossingsverplichtingen van de leningen overheid en kredietinstellingen die binnen 12 maanden na het jaar aflopen, zijn opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen. Inclusief deze aflossingsverplichtingen, is het totaalbedrag aan leningen per eind 2021 € 1.887 mln. (2020: € 1.796 mln.). De marktwaarde van de leningen overheid en kredietinstellingen is € 2,9 mld. (2020: € 3,1 mld.). Het gemiddelde rentepercentage van de leningportefeuille (exclusief startwaarde novatie) en derivaten-portefeuille bedroeg voor 2021 3,52% (2020: 3,90%).

De lening portefeuille bestaat grotendeels uit leningen met eindaflossingen (bullet). Onderstaand de lening portefeuille (langlopende en kortlopende leningen) uitgesplitst naar rentepercentage, naar resterende looptijd en informatie over renteherzieningen: 

Rentepercentages   Afloop (aflossing)   wv. Annuïtair Renteherzieningen **  
Roll over* 370,0 < 1 jaar (kortloper) 11,7 0,2 < 1 jaar (kortloper) -
0% - 2% 613,2 van 1 tot 5 jaar 166,1 4,1 van 1 tot 5 jaar  22,7 
2% - 3% 56,9 van 5 tot 10 jaar 186 6,9 van 5 tot 10 jaar -
3% - 4% 139,6 van 10 tot 15 jaar 206 32,3 van 10 tot 15 jaar -
4% - 5% 657,2 van 15 tot 20 jaar 72,4 7,9 van 15 tot 20 jaar -
5% - 6% 50,0 > 20 jaar 1.243,8 1,1 > 20 jaar -
> 6% -          
   1.886,9    1.886,9 52,5   22,7
  2021
< 5 jaar
2021
> 5 jaar
2021
Totaal
2020
Totaal
Leningen overheid 2.225 - 2.225 2.820
Leningen kredietinstellingen 212.260 1.655.752 1.868.012 1.717.715
Novaties 2.435 23.674 26.109 -
Derivaten 24.000 95.824 119.824 124.624
Uitgesteld hedge resultaat 14.104 139.539 153.643 236.996
Terugkoopverplichting VOV eenheden 1.308 4.771 6.079 7.989
Overige langlopende schulden - 109.201 109.201 99.666
Totaal langlopende schulden - 484 484 449
  256.332 2.029.245 2.285.577 2.190.259

In bovenstaande tabel zijn de langlopende schulden van Portaal gesplitst in een looptijd langer en korter dan 5 jaar. Voor de roll-over leningen zijn derivaten afgesloten. 

Portaal heeft in haar leningcontracten geen embedded derivaten besloten welke separaat verantwoord dienen te worden. De leningen verantwoord onder leningen overheid en kredietinstellingen zijn nagenoeg geheel geborgd door het WSW. Daarvan is € 5,2 mln. niet geborgd door het WSW.

8.8.3. Novaties

De post novaties is ontstaan uit het omzetten van langlopende leningen en derivaten in zogenaamde basisrenteleningen. De totale bestaande lening is hierbij afgewikkeld tegen nominale waarde en vervolgens is een nieuwe lening aangetrokken tegen de reële waarde van het derivaat plus de nominale waarde van de oude lening. Per saldo is derhalve de reële waarde gefinancierd middels een hogere rentecoupon in de nieuwe lening. Onder de leningen aan kredietinstellingen is derhalve een bedrag van € 119,8 mln. opgenomen inzake alle novaties. Het uitgestelde hedge resultaat voortkomend uit het omzetten van langlopende leningen en derivaten in basisrenteleningen is opgenomen onder financiële vaste activa.

Looptijden novaties
De novaties kennen overwegend een langlopend karakter en worden langs een amortisatieschema jaarlijks afgebouwd. De amortisatie van de novaties die binnen 12 maanden na het boekjaar 2021 aflopen, zijn opgenomen onder paragraaf 8.10.2.

8.8.4. Derivaten

De post derivaten onder de langlopende schulden is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Boekwaarde van derivaten onder hedge accounting 40.745 59.570 40.745 59.570
Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting 6.079 8.250 6.079 8.250
Derivaten niet onder hedge accounting 112.898 177.165 112.898 177.165
Totaal derivaten 159.722 244.985 159.722 244.985

Boekwaarde van derivaten onder hedge accounting
De boekwaarde heeft betrekking op de negatieve startwaarde van swaps die voortkomen uit uitgeoefende swaptions en looptijdverkortingen waarbij de verkorting is gefinancierd middels een aanpassing van de rentecoupon. 

Uitgesteld hedge resultaat van derivaten onder hedge accounting
Onder deze post is de cumulatieve winst verantwoord voortvloeiend uit novaties, beeindigingen en looptijdverkortingen voor zover de afgedekte positie zich naar verwachting nog voordoet. Indien een rentederivaat niet langer voldoet aan de voor-waarden voor 'hedge accouting', afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekkingsrelatie beëindigd. In dit geval wordt de cumulatieve winst in de winst- en verliesrekening van die periode verwerkt.

Derivaten niet onder hedge accounting
Dit betreffen de derivaten waarop geen hedge accounting wordt toegepast. De derivaten zijn gewaardeerd op een negatieve marktwaarde. De waardemutatie is verwerkt in de winst- en verliesrekening.

Looptijden derivaten
De boekwaarde van derivaten onder hedge accounting en de uitgestelde hedge resultaten kennen overwegend een langlopend karakter en worden door een amortisatieschema jaarlijks afgebouwd. De amortisatie van voorgenoemde posten die binnen 12 maanden na het boekjaar 2021 aflopen, zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen (kortlopende schulden). Van de € 46,8 mln. heeft € 31,4 mln. een looptijd langer dan vijf jaar.

Alle derivaten die niet vallen onder hedge accounting kennen een overwegend langlopend karakter (> 5 jaar). Voor een nadere toelichting over de derivaten wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Financiële instrumenten.

8.8.5. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden nader toegelicht in 8.1.4. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

8.8.6. Overige schulden

De overige langlopende schulden betreffen voornamelijk door huurders gestorte waarborgsommen.

8.9.1. – 8.9.7. Kortlopende schulden

De onder de kortlopende schulden opgenomen bedragen hebben een looptijd korter dan één jaar, tenzij anders wordt vermeld.

8.9.1. Aflossingsverplichting langlopende schulden

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Aflossingen leningen volgend boekjaar 17.293 75.468 17.293 75.468
Totaal aflossingsverplichting langlopende leningen 17.293 75.468 17.293 75.468

In het saldo aflossingen leningen volgend boekjaar is € 601k opgenomen aan deel van agio langlopende leningen dat in 2022 zal vrijvallen.

8.9.2. Schulden aan kredietinstellingen

Het saldo schulden aan kredietinstellingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Kasgeldleningen - 12.885 - 12.885
Amortisatie novaties volgend boekjaar 4.800 4.800 4.800 4.800
Amortisatie derivaten volgend boekjaar 3.418 4.610 3.418 4.610
Totaal schulden aan kredietinstellingen 8.218 22.295 8.218 22.295

De amorisatie novaties en derivaten betreffen de amortisaties van de kostprijs hedgeaccounting posities komend boekjaar (< 1 jaar). 

Portaal beschikt over € 65 mln. (2020: € 65 mln.) aan kredietfaciliteiten in de vorm van kasgeld- en rekening-courantfaciliteiten. Hiervan bestaat € 15 mln. (2020: € 15 mln.) uit kasgeldfaciliteiten. De overige € 50 mln. (2020: € 50 mln.) betreft een rekening-courantfaciliteit voor DAEB activiteiten waarvan in 2021 € 0 mln. (2020: € 5,5 mln.) is benut. Daarnaast beschikt Portaal over variabele hoofdsomleningen van in totaal € 100 mln. Hiervan is contractueel 20% opgenomen bij aanvang van de faciliteit.

8.9.3. Schulden aan leveranciers

Schulden aan leveranciers betreffen handelscrediteuren met een looptijd korter dan één jaar. De post is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. - - 4.320 5.678
Totaal schulden aan groepsmaatschappijen - - 4.320 5.678

8.9.5. Belastingen en premies sociale verzekeringen

Het saldo te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Omzetbelasting 9.270 11.357 8.249 10.684
Loonheffingen 1.440 1.511 1.065 1.118
Vennotschapsbelasting 1.150 - 1.128 -
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 11.860 12.868 10.442 11.802

8.9.6. Overige schulden

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Nog te verrekenen servicekosten met huurders 4.386 4.548 4.386 4.546
Schulden ter zake van pensioenen 602 684 453 510
Overige schulden 265 -39 264 -58
Totaal overige schulden 5.253 5.193 5.103 4.998

8.9.7. Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
31-12-2021
Geconsolideerd
31-12-2020
Enkelvoudig
31-12-2021
Enkelvoudig
31-12-2020
Niet vervallen rente op leningen 14.732 15.346 14.732 15.346
Vooruitontvangen bedragen 5.163 5.520 5.163 5.520
Restant verlofuren 2.627 2.342 2.043 1.945
Nog te ontvangen facturen 3.954 5.147 3.771 5.631
Totaal overlopende passiva 26.476 28.355 25.709 28.442

8.10.1. – 8.10.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

8.10.1. Verplichtingen

Verplichtingen ultimo 2021 (x € 1 mln.) Totaal < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar
Huur van panden 6,2 1,31 4,88 -
Investeringen in renovatie 33,75 27,64 6,11 -
Investeringen in nieuwbouw van huurwoningen 90,23 75,34 14,9 -
Uitgaven onderhoud en verbeteringen 10,36 10,36 - -
Lease wagenpark 0,23 0,09 0,14 -
Automatisering / telefonie / facilitair 9,31 4,17 5,15 -
Totaal 150,08 118,91 31,18 -

De in de winst- en verliesrekening verantwoorde huur- en leasekosten bedragen € 1,7 mln. (2020: € 1,7 mln.).

8.10.2. Bankgaranties

Ultimo 2021 heeft Portaal bankgaranties aan derden afgegeven (ten behoeve van huur bedrijfspand) ter waarde van € 0,27 mln. Portaal heeft per ultimo 2021 € 24,7 mln. aan bankgaranties ontvangen.

8.10.3. WSW Obligoheffing

Portaal is WSW deelnemer en daardoor gebonden aan het WSW deelnemersreglement. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met overheidsleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie waarvoor jegens het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligoverplichting geldt. Portaal heeft een volmacht tot het vestigen van hypotheek op haar bezit verstrekt aan het WSW.

Sinds 1 juli 2021 is de obligoverplichting gewijzigd. De oude, eenmalige obligoverplichting van 3,85% van het geborgde schuldrestant werd anders ingericht en ook meer zeker gesteld. Dat gebeurt via een jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een obligolening.

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,25% (netto)  van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor het jaar 2021 is het WSW uitgegaan van een obligoheffing van 0,041% van het geborgd volume. Voor Portaal bedroeg dit in 2021 EUR 1,15mln.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening (2,6% van het geborgde leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar).

8.10.4. Stichting de Glazen Lift

De in 2008 opgerichte stichting de Glazen Lift behartigt de belangen van toegelaten instellingen en/of hun verbindingen die schade en/of enig nadeel hebben ondervonden als gevolg van het door de Europese Commissie bij beschikking vastgestelde kartel “liften en roltrappen”. Portaal heeft de claim en de mogelijk hieruit voortvloeiende vordering die zij heeft op de deelnemers van het liftkartel aan de stichting overgedragen. Indien in de toekomst de claim van de Glazen Lift wordt gehonoreerd heeft Portaal op basis van haar participatie in de stichting recht op een evenredig deel van de toegeken-de claim.

8.10.5. Aansprakelijkheidsverplichtingen

De toegelaten instelling draagt hoofdelijke aansprakelijkheid voor samenwerkingsver-banden zonder specifieke rechtspersoonlijkheid, in de vorm van vennootschappen onder firma en als beherend vennoot in commanditaire vennootschappen. Daarnaast is de toegelaten instelling commanditair vennoot in commanditaire vennootschappen, waarbij de aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag in de vennootschap overeenkomst.

8.10.6. Starters Renteregeling

Portaal past sinds 2010 het product Starters Renteregeling toe. Ultimo 2021 zijn er nog 130 woningen met een Starters Renteregeling. In 2021 zijn geen woningen verkocht met de Starters Renteregeling. Door de positieve ontwikkelingen op de woningmarkt wordt dit product ook niet meer toegepast. In het verleden verkocht Portaal een nieuwbouwwoning of woning uit bestaand bezit en schiet daarbij voor een periode van 10 jaar 20% van de hypotheeklasten van de koper voor.

De koper hoeft deze voorgefinancierde rente alleen terug te betalen bij verkoop indien sprake is van een winst op de verkooptransactie. 50% van deze winst wordt dan aangewend om de vooruit gefinancierde hypotheeklasten terug te betalen. Na tien jaar zal een inkomenstoets plaatsvinden. Indien het inkomen voldoende is gestegen stopt Portaal met de betaling van de hypotheeklasten. Indien de hypotheeklasten na 10 jaar boven de NHG norm uitkomen heeft Portaal de verplichting om de voorfinanciering met een periode van vijf jaar te verlengen tot een maximum van 30 jaar.

8.10.7. Heffing saneringsfonds

Portaal moet mogelijk de komende jaren nog bijdragen aan door de Autoriteit woningcorporaties opgelegde saneringsheffingen. Deze middelen worden ingezet om noodlijdende corporaties financieel er weer bovenop te helpen.

8.10.8. Fiscale eenheid omzetbelasting

Portaal maakt tezamen met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de heffing van de omzetbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.10.9. Fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Portaal maakt met Portaal Holding B.V., Portaal Onroerend Goed Beheer B.V., Portaal Participaties B.V., Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. en Portaal Kanaleneiland B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Portaal is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.

8.10.10. Banksaldi VvE’s

Het aandeel van Portaal in de liquide middelen van de VVE's waarin Portaal een belang heeft bedraagt € 26,9 mln. per ultimo 2021.

8.10.11 Erfpacht

Portaal heeft onroerend goed in eigendom waarbij voorwaarden zijn gesteld aan gebruik van het onroerend goed en mogelijk van invloed zijn op de te betalen erfpacht. Portaal voert onderzoek uit naar de feiten, waardoor nog geen inschatting gemaakt kan worden van eventuele financiële gevolgen.

9. Toelichting op de winst- en verliesrekening

9.1.1. – 9.1.7 Exploitatie vastgoedportefeuille

9.1.1. Huuropbrengsten

Huren betreffen aan huurders in rekening gebrachte huren onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid. De huuropbrengsten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Woningen en woongebouwen 373.382 365.214 373.521 365.343
Huurderving wegens leegstand -6.650 -5.264 -6.650 -5.264
Huurderving wegens oninbaarheid -619 -789 -619 -789
Huurkorting -52 -16 -52 -16
Totaal huuropbrengsten 366.061 359.145 366.200 359.274

9.1.2. Opbrengsten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Vergoedingen verrekenbare lasten servicecontracten 14.594 13.193 14.594 13.193
Vergoedingen niet-verrekenbare lasten servicecontracten 4.847 4.038 4.932 4.121
Totaal vergoedingen servicecontracten 19.441 17.231 19.526 17.314
         
Derving verrekenbare lasten servicecontracten -292 -355 -292 -355
Derving niet-verrekenbare lasten servicecontracten -45 -32 -45 -32
Totaal opbrengsten servicecontracten 19.104 16.844 19.189 16.927

9.1.3. Lasten servicecontracten

De lasten servicecontracten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Verrekenbare lasten servicecontracten 14.594 13.192 14.594 13.192
Niet-verrekenbare lasten servicecontracten 357 2.504 3.070 2.504
Totaal lasten servicecontracten 14.951 15.696 17.664 15.696

9.1.4. Overheidsbijdragen

De overheidsbijdragen zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Overige rijksbijdragen 7 6 7 6
Totaal overheidsbijdragen 7 6 7 6

9.1.5. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

De lasten verhuur en beheeractiviteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Personeelskosten verhuur en beheeractiviteiten 10.498 11.027 10.498 11.027
Overige bedrijfslasten verhuur en beheeractiviteiten 3.972 4.340 3.972 4.340
Overhead verhuur en beheeractiviteiten 5.539 5.650 5.539 5.649
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten 20.009 21.017 20.009 21.016

9.1.6. Lasten onderhoudsactiviteiten

De lasten onderhoudsactiviteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Planmatig onderhoud 29.358 37.708 29.502 37.766
Contractonderhoud 7.797 7.385 8.062 7.702
Mutatieonderhoud - 29 13.938 8.202
Reparatieonderhoud 26 96 11.935 10.908
Aanpassingen bestaand bezit 2.861 3.172 15.239 10.207
Kosten gewijzigde regelgeving 3.187 4.158 5.927 5.883
Overige lasten onderhoud 4.825 141 5.871 3.968
Kosten grond- en hulpstoffen verkopen 2.308 1.972 - -
Kosten uitbesteed werk 23.039 14.421 - -
Directe onderhoudslasten 73.401 69.082 90.474 84.636
         
Personeelskosten onderhoud 19.635 18.022 4.349 4.566
Overige bedrijfslasten onderhoud 3.643 3.778 1.645 1.797
Overhead onderhoud 4.333 3.717 2.294 2.339
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten 101.012 94.599 98.762 93.338

9.1.7. Overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille

De overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:
 

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Gemeentelijke heffingen 22.890 22.278 22.890 22.278
Verzekeringskosten 1.219 1.561 1.600 1.561
VvE-beheer 1.646 1.455 1.646 1.455
Erfpacht 91 91 91 91
Verhuurderheffing 49.094 51.242 49.094 51.242
Overige vastgoed gerelateerde bedrijfskosten 3.711 2.743 3.711 2.686
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie vastgoedportefeuille 78.651 79.370 79.032 79.313

Gemeentelijke heffingen bestaan uit de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en waterschapsbelasting. De gemiddelde verhuurderheffing per woning is gestegen als gevolg van de toegenomen WOZ-waarden en toepassing van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV) voor € 4,9 mln.(2020: € 1,6 mln.).

9.2. Verkocht vastgoed in ontwikkeling

De post verkocht vastgoed in ontwikkeling is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling - - - -
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling - 1 - 1
Personeelskosten projectontwikkeling verkoop - - - -
Overige bedrijfslasten projectontwikkeling verkoop - - - -
Overhead projectontwikkeling verkoop - - - -
Totaal verkocht vastgoed in ontwikkeling - 1 - 1

Verkocht vastgoed in ontwikkeling betreffen nieuwbouw koopprojecten welke vallen onder het overgangsrecht van de Woningwet.

9.3. Verkoop vastgoedportefeuille

De post verkoop vastgoedportefeuille is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 63.541 36.526 63.541 36.526
Verkoopkosten -4.969 -2.592 -4.969 -2.592
Netto verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 58.572 33.934 58.572 33.934
         
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -40.903 -24.290 -40.903 -24.290
Personeelskosten verkoop bestaand bezit -929 -746 -929 -746
Overige bedrijfslasten verkoop bestaand bezit -352 -294 -352 -294
Overhead verkoop bestaand bezit -490 -382 -490 -382
Totaal verkoop vastgoedportefeuille 15.898 8.222 15.898 8.222

9.4.1. – 9.4.3. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

9.4.1. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -555 -821 -555 -821
Kosten voorziening nieuwbouw huurprojecten 15.188 -44.577 15.188 -44.577
Kosten voorziening renovatieprojecten -32.042 -20.060 -32.042 -20.060
Personeelskosten overige waardeveranderingen -4.582 -5.450 -4.582 -5.450
Overige bedrijfslasten overige waardeveranderingen -1.734 -2.145 -1.734 -2.145
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -23.725 -73.053 -23.725 -73.053
Overhead overige waardeveranderingen -2.418 -2.792 -2.418 -2.792
Totaal overige waardeveranderingen -26.143 -75.845 -26.143 -75.845

9.4.2. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Waardeverandering vastgoed in exploitatie 1.488.213 746.280 1.488.213 746.280
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 1.488.213 746.280 1.488.213 746.280

De waardeverandering vastgoed in exploitatie heeft betrekking op de waardeontwikkelingen van de vastgoedportefeuille en zijn het gevolg van de waardering tegen marktwaarde. 

9.4.3. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Vastgoed verkocht onder voorwaarden actief 20.026 9.568 20.026 9.568
Vastgoed verkocht onder voorwaarden passief -16.681 -8.129 -16.681 -8.129
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 3.345 1.439 3.345 1.439

9.5. Overige activiteiten

De overige activiteiten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Opbrengsten algemeen beheer voor derden 4 - 4 -
Administratieve vergoeding 445 415 445 415
Opbrengsten doorbelaste kosten deelnemingen 9 32 901 894
Overige bedrijfsopbrengsten 694 3.086 454 402
Opbrengsten overige activiteiten 1.152 3.533 1.804 1.711
         
Lonen en salarissen overige activiteiten -830 -1.406 -830 -830
Overige directe lasten overige activiteiten -314 -834 -314 -327
Overhead overige activiteiten -438 -484 -438 -425
Totaal overige activiteiten -430 809 222 129

9.6. Overige organisatiekosten

De overige organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Governance en bestuur 810 840 810 840
Asset management 936 853 936 853
Jaarverslaggeving / control 786 721 786 721
Treasury 35 38 35 38
Obligoheffing WSW 1.152 - 1.152 -
Volkshuisvestelijke bijdrage 26.710 - 26.710 -
Bijdrageheffing AW 312 312 312 312
Personeel en organisatie 324 303 324 303
Totaal overige organisatiekosten 31.065 3.067 31.065 3.067

Overige organisatiekosten betreffen personeelskosten, overige bedrijfslasten en overhead van functies welke niet toe te rekenen zijn aan primaire activiteiten of niet-primaire activiteiten.

9.7. Kosten omtrent leefbaarheid

De kosten omtrent leefbaarheid zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Fysieke leefbaarheid 1.775 1.820 1.775 1.820
Sociale leefbaarheid 520 588 527 588
Directe leefbaarheidskosten 2.295 2.408 2.302 2.408
         
Personeelskosten leefbaarheid 2.593 2.728 2.593 2.728
Overige bedrijfslasten leefbaarheid 981 1.074 981 1.074
Overhead leefbaarheid 1.368 1.398 1.368 1.398
Totale leefbaarheidskosten 7.237 7.608 7.244 7.608

9.8.1. – 9.8.4. Financiële baten en lasten

9.8.1. Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

De opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Bewaarloon / provisie effecten - -51 - -51
Totaal opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - -51 - -51

9.8.2. Waardeveranderingen derivaten

De waardeveranderingen derivaten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Waardeverandering geschreven swaptions 13.217 -25.147 13.217 -25.147
Waardeverandering gestructureerde derivaten 16.046 -14.555 16.046 -14.555
Ineffectiviteit derivaten -5.029 -154 -5.029 -154
Totaal waardeveranderingen derivaten 24.234 -39.856 24.234 -39.856

De waardeveranderingen derivaten hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen: 

  • waardeveranderingen geschreven swaptions en gestructureerde derivaten: Deze waardeverandering heeft betrekking op de mutatie van de marktwaarde in 2021 van de derivaten die niet onder kostprijs hedge accounting zijn gebracht. De waardeverandering is postief doordat de kapitaalmarktrente in 2021 is gestegen;
  • ineffectiviteit derivaten: De ineffectiviteit van de derivaten betreft de vrijval van de uitgestelde hedge resultaten in 2021, omdat hier in de toekomst geen onderliggende financieringsbehoefte meer voor is. De ineffectiviteit van de derivaten onder kost-prijs hedge accounting is nader toegelicht in hoofdstuk 7.

9.8.3. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

De andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Overige rentebaten 38 658 38 658
Totaal andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 38 658 38 658

9.8.4. Rentelasten en soortgelijke kosten

De rentelasten en soortgelijke kosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Leningen overheid en kredietinstellingen -42.057 -42.819 -42.028 -42.815
Resultaten SWAP -34.630 -34.760 -34.630 -34.760
Rentelasten hedge resultaat -10.723 -7.768 -10.723 -7.768
Rentelasten boekwaarde 9.147 1.318 9.147 1.318
Rentelasten novaties 4.800 4.800 4.800 4.800
Overige schulden -185 -162 -185 -162
WSW Disagio -500 -454 -500 -454
Bereidstellingsprovisie -201 -200 -201 -200
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -74.349 -80.045 -74.320 -80.041

De rentelasten hedge resultaat, rentelasten boekwaarde en rentelasten novaties betreffen de vrijval van de uitgestelde hedge resultaten in 2021.

9.9. Belastingen

Het geconsolideerde commerciële resultaat voor belastingen bedraagt € 1.563,1 mln. positief. Nadat dit commerciële resultaat is gecorrigeerd voor verschillen tussen de commerciële en fiscale behandeling resteert een positief fiscaal resultaat van € 55,9 mln. Dit is inclusief € 95,8 mln. aan niet aftrekbare rente als gevolg van de invoering van ATAD1. De acute vennootschapsbelasting voor Portaal bedraagt na verliesverrekening € 1,2 mln.

Het gewogen gemiddelde toepasselijke belastingtarief bedraagt 25% (2020: 25%). De effectieve belastingdruk in de winst- en verliesrekening over 2020 bedraagt 1,38% (2020: -1,54%). De effectieve belastingdruk in de jaarrekening wijkt af van het gemiddelde toepasselijke belastingtarief door de volgende oorzaken:

  • permanente verschillen tussen de commerciële en fiscale resultaatbepaling;
  • het effect van de waardering van de belastinglatenties op tijdelijke verschillen ten aanzien van het vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkelingen en rentederivaten op contante waarde.

De verwerkte belasting in de winst- en verliesrekening is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Acute vennootschapsbelasting -1.150 - -1.128 -
Mutatie latente belastingvorderingen -21.618 10.848 -21.664 10.656
Correcties voorgaande jaren - - - -
Totaal belastingen -22.768 10.848 -22.792 10.656

Het belastbaar bedrag is als volgt af te leiden uit het commerciële resultaat in de geconsolideerde jaarrekening:

  2021 2020
Groepsresultaat na belastingen 1.540.286 727.225
Resultaat deelnemingen - -
Vennootschapsbelasting 22.768 -10.848
Commercieel resultaat voor VPB 1.563.054 716.377
     
Commercieel - fiscale verschillen    
Afschrijvingen materiële vaste activa -4.417 -4.799
Onderhoudslasten -45.657 -50.662
Personele voorzieningen -44 894
Overige voorzieningen -122 241
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -1.474.973 -683.081
Waardeveranderingen derivaten -24.234 39.856
Geactiveerde rente projectontwikkeling 592 603
Vrijval (dis-)agio leningen -524 -796
Rentelasten en soortgelijke kosten -48.309 -4.442
Resultaat verkoop bestaand bezit -18.672 -10.393
Niet aftrekbare rente (ATAD1) 95.791 55.811
Beperking aftrek personeelskosten 151 142
Energie-investeringsaftrek (EIA) -80 -296
Volshuisvestelijke bijdrage 13.355 -
Totaal commercieel - fiscale verschillen -1.507.143 -656.922
     
Belastbare winst 55.911 59.455
     
Te verrekenen verliezen -51.212 -59.455
Belastbaar bedrag 4.699 -

Ten aanzien van de acute belastingpositie in de jaarrekening heeft Stichting Portaal een aantal standpunten ingenomen die bij afwikkeling van de ingediende aangiften vennootschapsbelasting door de fiscus worden getoetst. De belangrijkste standpunten bij de bepaling van het fiscale resultaat betreffen:

  • het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen ter zake van renovatie-projecten en planmatig onderhoud;
  • de afschrijvingstermijnen en restwaarde die fiscaal worden gehanteerd;
  • de fiscale waardering en resultaatbepaling van derivaten.

9.10. Resultaat deelnemingen

Het resultaat deelnemingen is als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Portaal Holding B.V. - - -29 -534
Vastgoed Onderhoud Centrale B.V. - - - -2
GEM Kanaleneiland C.V. 1 127 - -
Totaal resultaat deelnemingen 1 127 -29 -536

9.11.1. – 9.11.4. Indirecte kosten

De indirecte kosten zijn ten behoeve van het functionele model van de winst- en verliesrekening aan activiteiten toegerekend.

9.11.1. Personeelskosten

De personeelskosten zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Lonen en salarissen 38.619 36.452 27.725 26.337
Sociale lasten 6.661 6.717 4.603 4.631
Pensioenlasten 4.947 6.135 3.736 4.597
Overige personeelskosten 8.595 9.426 7.102 8.615
Totaal personeelskosten 58.822 58.730 43.166 44.180

Portaal neemt deel aan het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties en heeft voor bijna al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woning-corporaties (SPW). Portaal betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Op 31 december 2021 dient het pensioenfonds een dekkingsgraad van ten minste 126,8% te hebben. Naar de stand van ultimo december 2021 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 126,0% (2020: 109,4%). Portaal heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Portaal. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Gemiddeld aantal werknemers
Gedurende het jaar 2021 had Stichting Portaal gemiddeld 748 werknemers in dienst (2020: 722). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2020: 0). Het hierin inbegrepen gemiddeld aantal werknemers bij geconsolideerde maatschappijen bedraagt 257 in 2021 (2020: 249).

9.11.2. Afschrijvingen materiële vaste activa

De afschrijvingen materiële vaste activa zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Huisvesting en verbouwingen 909 835 808 734
Inventaris en inrichting 136 137 133 133
Vervoermiddelen 969 926 0 0
Automatisering 1.933 1.623 1.875 1.596
Andere bedrijfsmiddelen 5 5 - -
Overige materiële vaste activa 132 172 98 137
Totaal afschrijvingen materiële vaste activa 4.084 3.698 2.914 2.600

9.11.3. Overige indirecte bedrijfslasten

De overige indirecte bedrijfslasten zijn als volgt opgebouwd: 

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Huisvestingkosten 2.287 2.489 1.973 2.136
Automatiseringskosten 3.755 4.024 3.698 3.937
Advieskosten 2.575 3.453 2.220 3.099
Kantoorkosten 1.358 1.690 1.218 1.553
Autokosten 1.631 1.426 353 353
Algemene bedrijfslasten 1.210 1.146 858 840
Totaal overige indirecte bedrijfslasten 12.816 14.228 10.320 11.918

9.11.4. Geactiveerde productie eigen bedrijf

De geactiveerde productie eigen bedrijf zijn als volgt opgebouwd:

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Geactiveerde productie eigen bedrijf 8.182 7.635 8.182 7.635
Totaal geactiveerde productie eigen bedrijf 8.182 7.635 8.182 7.635

9.12. Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht (inclusief btw):

  Geconsolideerd
2021
Geconsolideerd
2020
Enkelvoudig
2021
Enkelvoudig
2020
Controle van de jaarrekening 271 263 228 221
Andere controlewerkzaamheden 36 35 36 35
Totaal accountantshonoraria 307 298 264 256

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Portaal en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers Accountants N.V., als zijnde de onafhankelijke externe accountant zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria zijn inclusief btw en hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2021, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Er is geen sprake van kosten voor fiscaal advies of overige niet-controlewerkzaamheden door de accountantsorganisatie.

9.13. Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.

10. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Portaal heeft gekozen voor een administratieve splitsing van haar DAEB en niet-DAEB activiteiten.
De gesegmenteerde balansen, winst- en verliesrekeningen en kasstroomoverzichten zijn op de volgende pagina’s opgenomen.

10.1. Enkelvoudige gescheiden balans per 31 december 2021

(x € 1.000)

ACTIVA  DAEB
31-12-2021
  Niet-DAEB
31-12-2021
  DAEB
31-12-2020
  Niet-DAEB
31-12-2020
Materiële vaste activa              
- Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie 19.803   -   21.897   -
Totaal materiële vaste activa 19.803   -   21.897   -
               
Vastgoedbeleggingen              
- DAEB vastgoed in exploitatie 9.575.305   -   8.147.593   -
- Niet-DAEB vastgoed in exploitatie -   825.204   -   694.266
- Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 32.017   86.940   29.243   77.234
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 60.539   7.741   41.327   12.031
Totaal vastgoedbeleggingen 9.667.861   919.885   8.218.163   783.531
               
Financiële vaste activa              
- Deelnemingen in groepsmaatschappijen -   16.015   -   16.044
- Overige deelnemingen -   247   -   247
- Latente belastingvorderingen 41.981   6.501   62.292   7.854
- Derivaten 121.220   -   139.932   -
- Overige langlopende vorderingen 2.260   160   33.702   213
- Interne lening 172.412   -   196.427   -
- Netto vermogenswaarde niet-DAEB 753.350   -   603.456   -
Totaal financiële vaste activa 1.091.223   22.923   1.035.809   24.358
               
Voorraden              
- Vastgoed bestemd voor de verkoop 224   11.276   704   13.601
Totaal voorraden 224   11.276   704   13.601
               
Vorderingen              
- Huurdebiteuren 1.739   123   1.871   129
- Vorderingen op gemeenten 24   2   58   4
- Vorderingen op groepsmaatschappijen -   -   -   571
- Overige vorderingen 177   13   1.680   115
- Overlopende activa 2.448   174   2.727   187
Totaal vorderingen 4.388   312   6.336   1.006
               
Liquide middelen 18.886   61.491   -   61.602
               
Totaal ACTIVA 10.802.385   1.015.887   9.282.909   884.098

(x € 1.000)

PASSIVA DAEB
31-12-2021
  Niet-DAEB
31-12-2021
  DAEB
31-12-2020
  Niet-DAEB
31-12-2020
               
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming)              
- Herwaarderingsreserve 6.475.492   595.040   5.121.950   466.049
- Overige reserves 465.192   20.327   1.091.507   70.075
- Resultaat boekjaar 1.540.286   137.983   727.225   67.332
Totaal eigen vermogen 8.480.970   753.350   6.940.682   603.456
               
Voorzieningen              
- Voorziening onrendabele investeringen in herstructureringen 32.500   635   46.054   1.377
- Latente belastingverplichting -   -   -   -
- Voorziening pensioenen 227   16   231   16
- Voorziening reorganisatiekosten -   -   -   -
- Voorziening personeelskosten 3.114   221   3.251   223
- Overige voorzieningen 666   47   784   54
Totaal voorzieningen 36.507   919   50.320   1.670
               
Langlopende schulden              
- Schulden/leningen overheid 2.225   -   2.820   -
- Schulden/leningen kredietinstellingen 1.868.012   -   1.717.715   -
- Agio leningen 26.109   -   -   -
- Novaties 119.824   -   124.624   -
- Derivaten 159.722   -   244.985   -
- Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 28.241   80.960   26.589   73.078
- Overige schulden 452   33   419   29
- Interne lening -   172.412   -   196.427
Totaal langlopende schulden 2.204.585   253.405   2.117.152   269.534
               
Onderhanden projecten -   -   -   -
               
Kortlopende schulden              
- Aflossingsverplichting langlopende schulden 17.293   -   75.468   -
- Schulden aan kredietinstellingen 8.218   -   44.580   -
- Schulden aan leveranciers 16.294   1.157   12.374   850
- Schulden aan groepsmaatschappijen -   4.320   -   5.678
- Belastingen en premies sociale verzekeringen 9.749   692   11.043   759
- Overige schulden 4.766   340   4.677   321
- Overlopende passiva 24.003   1.704   26.613   1.830
Totaal kortlopende schulden 80.323   8.213   174.755   9.438
               
Totaal PASSIVA 10.802.385   1.015.887   9.282.909   884.098

10.2. Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening over 2021

(x € 1.000)

  DAEB
31-12-2021
  Niet-DAEB
31-12-2021
  DAEB
31-12-2020
  Niet-DAEB
31-12-2020
Exploitatie vastgoedportefeuille              
- Huuropbrengsten 334.668   31.531   327.981   31.293
- Opbrengsten servicecontracten 17.679   1.510   15.510   1.417
- Lasten servicecontracten -16.929   -735   -14.655   -1.041
- Overheidsbijdragen 7   -   6   -
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten -18.682   -1.327   -19.707   -1.309
- Lasten onderhoudsactiviteiten -91.335   -7.427   -86.683   -6.655
- Overige directe operationele Lasten exploitatie vastgoedportefeuille -72.733   -6.299   -73.348   -5.965
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 152.675   17.253   149.104   17.740
               
Verkocht vastgoed in ontwikkeling              
- Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling -   -   -   -
- Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling -   -   -   1
- Toegerekende organisatiekosten -   -   -   -
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling -   -   -   1
               
Verkoop vastgoedportefeuille              
- Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 44.052   14.520   25.478   8.456
- Toegerekende organisatiekosten -1.332   -439   -1.068   -354
- Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -30.763   -10.140   -18.237   -6.053
Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille 11.957   3.941   6.173   2.049
               
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille              
- Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -23.305   -2.839   -74.535   -1.310
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 1.366.049   122.164   697.554   48.726
- Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 522   2.824   128   1.311
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 1.343.266   122.149   623.147   48.727
               
Overige activiteiten              
- Opbrengst overige activiteiten 888   916   798   913
- Kosten overige activiteiten -779   -803   -738   -844
Netto resultaat overige activiteiten 109   113   60   69
               
Overige organisatiekosten -30.854   -211   -2.876   -191
               
Kosten omtrent leefbaarheid -6.957   -286   -7.437   -171
               
Financiële baten en lasten              
- Opbrengsten van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten -   -   -51   -
- Waardeveranderingen derivaten 24.234   -   -39.856   -
- Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 38   -   658   -
- Rentelasten en soortgelijke kosten -74.320   -   -80.041   -
- Rente baten en lasten interne lening 3.595   -3.595   3.595   -3.595
Saldo financiële baten en lasten -46.453   -3.595   -115.695   -3.595
               
Resultaat voor belastingen 1.423.743   139.364   652.476   64.629
               
- Belastingen -21.440   -1.352   7.417   3.239
- Resultaat deelnemingen -   -29   -   -536
- Resultaat niet-DAEB 137.983   -   67.332   -
Resultaat na belastingen 1.540.286   137.983   727.225   67.332

10.3. Enkelvoudige gescheiden kasstroomoverzicht over 2021

(x € 1.000)

  DAEB
31-12-2021
  Niet-DAEB
31-12-2021
  DAEB
31-12-2020
  Niet-DAEB
31-12-2020
Operationele activiteiten              
- Huren 337.395   31.013   330.281   30.177
- Vergoedingen 16.698   798   15.308   708
- Overheidsontvangsten 122   13   167   21
- Overige bedrijfsontvangsten 324   921   1.203   995
- Renteontvangsten (excl. interne lening) 1.710   -   1.466   -
- Renteontvangsten interne lening 3.595   -   3.595   -
Saldo ingaande kasstromen 359.844   32.745   352.020   31.901
               
- Erfpacht ‑36   ‑8   ‑9   -
- Personeelsuitgaven ‑35.640   ‑2.553   ‑34.327   ‑2.481
- Onderhoudsuitgaven ‑84.478   ‑5.119   ‑81.310   ‑5.544
- Overige bedrijfsuitgaven ‑58.300   ‑3.398   ‑60.722   ‑3.256
- Rente uitgaven (excl. interne lening) ‑66.005   -   ‑69.864   -
- Rente uitgave interne lening -   ‑3.595   -   ‑3.595
- Sectorspecifieke heffing ‑1.463   -   ‑312   -
- Verhuurderheffing ‑47.475   ‑1.618   ‑49.493   ‑1.749
- Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden ‑1.982   ‑137   ‑2.214   ‑89
Saldo uitgaande kasstromen ‑295.379   ‑16.428   ‑298.251   ‑16.714
               
Kasstroom uit operationele activiteiten 64.465   16.317   53.769   15.187
               
(Des)investeringsactiviteiten              
- Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 41.781   20.297   23.240   12.030
- Verkoopontvangsten woongelegenheid (VOV) na inkoop in dpi periode -   -   -   -
- Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden -   -   -   -
- Verkoopontvangsten grond -   -   2.350   -
- Verkoopontvangsten tussen DAEB en niet-DAEB 5.368   3.540   1.544   3.142
Tussentelling ingaande vastgoedbeleggingen 47.149   23.837   27.134   15.172
               
- Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden ‑53.941   ‑3.782   ‑60.551   ‑7.184
- Nieuwbouw verkoop, woon en niet woongelegenheden -   -   -   ‑1.563
- Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden ‑78.297   ‑2.651   ‑94.470   ‑1.402
- Aankoop woon- en niet woongelegenheden ‑1.204   -   ‑5.337   ‑532
- Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop ‑2.023   ‑2.736   ‑2.090   ‑5.173
- Aankoop tussen DAEB en niet-DAEB ‑3.540   ‑5.368   ‑3.142   ‑1.544
- Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden ‑498   ‑264   ‑290   ‑105
- Aankoop grond ‑2.599   -   ‑13.640   ‑1.759
- Investeringen overig ‑549   ‑34   ‑2.132   ‑36
- Externe kosten bij verkoop ‑3.369   ‑1.426   ‑1.714   ‑876
Tussentelling uitgaande vastgoedbeleggingen ‑146.020   ‑16.261   ‑183.366   ‑20.174
               
Saldo in- en uitgaande vastgoedbeleggingen ‑98.871   7.576   ‑156.232   ‑5.002
               
- Ontvangsten verbindingen -   -   -   ‑168
- Ontvangsten overig 31.515   33   23.016   82
- Ontvangsten aflossing interne lening 24.015   -   -   -
- Uitgaven overig ‑58.791   ‑22   ‑17.433   ‑13
Saldo in- en uitgaande financiële vaste activa ‑3.261   11   5.583   ‑99
               
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten ‑102.132   7.587   ‑150.649   ‑5.101
               
Financieringsactiviteiten              
- Nieuwe door WSW geborgde leningen 192.191   -   205.015   -
Tussentelling inkomende kasstromen 192.191   -   205.015   -
               
- Aflossing door WSW geborgde leningen ‑100.113   -   ‑113.412   -
- Aflossing ongeborgde leningen ‑355   -   ‑352   -
- Aflossing interne lening -   ‑24.015   -   -
Tussentelling uitgaande kasstromen ‑100.468   ‑24.015   ‑113.764   -
               
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 91.723   ‑24.015   91.251   -
               
Mutatie liquide middelen 54.056   ‑111   ‑5.629   10.086
               
               
Liquide middelen per 1-1 -   61.602   -   51.516
Rekening courant per 1-1 ‑35.170   -   ‑29.541   -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 1-1 ‑35.170   61.602   ‑29.541   51.516
               
Liquide middelen per 31-12 18.886   61.491   -   61.602
Rekening courant per 31-12 -   -   ‑35.170   -
Totaal liquide middelen en rekening courant per 31-12 18.886   61.491   ‑35.170   61.602
               
Mutatie liquide middelen 54.056   ‑111   ‑5.629   10.086

11. Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

11.1. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Portaal van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse H. Het bezoldigingsmaximum in 2021 is € 209.000 het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, klasse H. Dit geldt naar rato van duur en/of omvang van het dienstverband. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de RvC bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband.

11.2. Bezoldiging topfunctionarissen

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

bedragen x € 1

Gegevens 2021 D.J. van der Zeep S.M. Heinsman
Functiegegevens bestuurder bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-01-2021 /
31-12-2021
01-01-2021 /
31-12-2021
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 195.690 180.213
Beloningen betaalbaar op termijn 18.331 18.328
Subtotaal 214.021 198.541
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 209.000 209.000
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
     
Bezoldiging 214.021 198.541
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan 5.021
Afbouwregeling
 
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.

bedragen x € 1

Gegevens 2020 D.J. van der Zeep S.M. Heinsman
Functiegegevens bestuurder bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01-01-2020 /
31-12-2020
01-01-2020 /
31-12-2020
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
     
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 192.438 171.763
Beloningen betaalbaar op termijn 24.470 24.337
Subtotaal 216.908 196.100
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 201.000 201.000
     
Bezoldiging 216.908 196.100

11.3. Bezoldiging toezichthoudende topfunctionarissen

bedragen x € 1

Gegevens 2021 M. van Zuijlen J.W. Remkes R.W. Bleker
Functiegegevens Voorzitter Voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-09-2021 /
31-12-2021
01-01-2021 /
01-07-2021
01-01-2021 /
31-12-2021
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 7.344 11.016 18.360
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 10.479 15.546 20.900
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 7.344 15.546 18.360
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
       
Gegevens 2020 M. van Zuijlen J.W. Remkes R.W. Bleker
Functiegegevens nvt Voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 nvt 01-01-2020 /
31-12-2020
01-07-2020 /
31-12-2020
       
Bezoldiging      
Bezoldiging nvt 21.188 8.828
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum nvt 30.150 10.105

bedragen x € 1

Gegevens 2021 B.A. Spelbos F.E.A. Dechesne F.M.M. Crutzen
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-01-2021 /
01-04-2021
01-01-2021 /
31-12-2021
01-01-2021 /
31-12-2021
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 4.376 18.360 18.360
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 5.153 20.900 20.900
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 4.376 18.360 18.360
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
       
Gegevens 2020 B.A. Spelbos F.E.A. Dechesne F.M.M. Crutzen
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01-01-2020 /
31-12-2020
01-01-2020 /
31-12-2020
01-01-2020 /
31-1-2020
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 17.657 17.657 17.657
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.100 20.100 20.100

bedragen x € 1

Gegevens 2021 A. Blankenstijn J.M. van der Meulen
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-01-2021 /
31-12-2021
01-04-2021 /
31-12-2021
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 18.360 13.770
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.900 15.747
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 18.360 13.770
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
  N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
     
     
Gegevens 2020 A. Blankenstijn J.M. van der Meulen
Functiegegevens Lid nvt
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01-01-2020 /
31-12-2020
nvt
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 17.657 nvt
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.100 nvt

11.4. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde (toezichthoudende) topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

12. Ondertekening

Was getekend:
Raad van Bestuur Stichting Portaal,

         
Dhr. D.J. van der Zeep
Voorzitter Raad van Bestuur
  Dhr. S.M. Heinsman
Lid Raad van Bestuur
   
         
Utrecht, 12 mei 2022        

De Raad van Commissarissen kan zich verenigen met deze stukken en heeft het jaarverslag 2021, bestaande uit het bestuursverslag, volkshuisvestelijk verslag en de jaarrekening vastgesteld. De vaststelling heeft overeenkomstig de statuten geresulteerd in een afzonderlijk besluit tot het verlenen van decharge aan de Raad van Bestuur over het gevoerde beleid 2021.

Was getekend:
Raad van Commissarissen,
 

Mevr. M. van Zuijlen
Voorzitter Raad van Commissarissen
  Dhr. J.M. van der Meulen
Lid Raad van Commissarissen
  Mevr. A. Blankestijn
Lid Raad van Commissarissen
         
         
         
         
         
Mevr. F.E.A. Dechesne
Lid Raad van Commissarissen
  Dhr. R.W. Bleker
Lid Raad van Commissarissen
  Mevr. F.M.M. Crutzen
Lid Raad van Commissarissen
Versie:
v6.2.31

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report